# De Neef Advocaten > Voor ondernemers - regio Zuid-Holland - Oud-Beijerland, Rotterdam, Dordrecht, Barendrecht, Hoeksche Waard ## Berichten ### Opstarttijd is betaalde arbeidstijd Opstarttijd is betaalde arbeidstijd Heeft uw werknemer te maken met opstarttijd? Let dan op: De tijd die een werknemer nodig heeft om voorafgaand aan de werkzaamheden op te starten kan aangemerkt worden als arbeidstijd. ‘Kan’ omdat de omstandigheden van het geval hierbij een rol spelen. Rechters lijken over het algemeen opstartwerkzaamheden aan te merken als arbeidstijd. Daarbij moet dan wel sprake zijn van een daadwerkelijk voorschrift van de werkgever om vóórafgaand aan het werk aanwezig te zijn en er moeten daadwerkelijke opstartwerkzaamheden verricht worden. De werknemer zal dat moeten stellen en bewijzen.  Als er sprake is van arbeidstijd houdt dat niet automatisch in dat de werkgever daarover ook loon verschuldigd is. Daarover is in de wet namelijk niets geregeld. Of loon verschuldigd is over deze opstarttijd hangt af van wat daarover is afgesproken (in het arbeidscontract of in de collectieve arbeidsovereenkomst). Is er niets over afgesproken dan ligt het voor de hand dat over de betreffende tijd het gebruikelijke uurloon moet worden betaald. 10 minuten per dag lijkt op het eerste gezicht niet veel, maar als de werknemer die achteraf over vijf jaar terug claimt kan dat best vervelend zijn. Zeker als hij andere collega’s aanzet om eenzelfde claim neer te leggen. Neem daarom een verplichting tot opstartwerkzaamheden op in de arbeidsovereenkomst en bepaal daarbij (als er op basis van een toepasselijke cao niet iets anders geldt) dat het loon over deze opstarttijd is inbegrepen in het maandelijkse loon. Voor werknemers geldt hier de tip: neem een dergelijke claim mee in onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst.     ### Overuren tellen mee voor loon tijdens vakantie Overuren tellen mee voor loon tijdens vakantie Volgens vaste rechtspraak van het Europese Hof van Justitie strekt het betalen van het vakantieloon ertoe om de werknemer tijdens de vakantie in een situatie te plaatsen die vergelijkbaar is met de situatie tijdens de gewerkte periodes en de werknemer daardoor in staat te stellen de vakantie waarop hij recht heeft daadwerkelijk op te nemen. Uit het arrest Hein/Holzkamm van het HvJEU van 13 december 2018 volgt dat overuren die werknemer heeft gewerkt moeten worden meegeteld voor de berekening van het vakantieloon als aan de drie voorwaarden is voldaan: (1) het overwerk vloeit voort uit verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst; (2) de werknemer verricht overwerk op regelmatige en voorspelbare of voorzienbare basis; en (3) de vergoeding voor overwerk vormt een belangrijk onderdeel van de totale vergoeding die de werknemer voor zijn werk ontvangt. Op 27 september 2024 overwoog de Hoge Raad in de zaak Mammoet Nederland dat het erop neer komt dat overwerk dat behoort tot de werkzaamheden die de werknemer gewoonlijk verricht ter uitvoering van de arbeidsovereenkomst en waarvan de vergoeding een significant onderdeel van zijn loon uitmaakt in aanmerking moet worden genomen bij het bepalen van het loon tijdens vakantie. Ofwel de overuren die de werknemer normaliter werkt, worden ook meegeteld voor de berekening van het vakantieloon mits deze overuren met instemming van de werkgever zijn gemaakt en deze op regelmatige (ofwel structurele) basis zijn gemaakt. Incidenteel overwerk telt dus niet mee voor het vakantieloon. Let op: de werknemer kan wegens hetzelfde principe tijdens ziekte ook aanspraak maken op een vergoeding voor structureel overwerkuren (tegen -meestal- 70% of 100%), mits de werknemer kan aantonen dat hij ook zou moeten overwerken als hij niet ziek was geweest. Let op: als de zieke werknemer met toestemming van de werkgever en bedrijfsarts op vakantie gaat, heeft hij recht op doorbetaling van zijn volledige loon. Ook de zieke werknemer moet tijdens zijn vakantie in een vergelijkbare financiële positie komen ten opzichte van die situatie waarin hij gewerkt zou hebben. Dus als de werknemer tijdens ziekte recht heeft op 70% van zijn loon en hij gaat (in ruil voor vakantiedagen!) op vakantie dan heeft hij tijdens de vakantie recht op 100% van zijn loon, derhalve ook de eventuele vergoeding voor structurele overuren.   Voor werknemers geldt de tip: neem een dergelijke claim mee in onderhandelingen over een beëindigingsovereenkomst.     ### Compensatie transitievergoeding Compensatie transitievergoeding Als een werknemer na 2 jaar ziekte wordt ontslagen, heeft hij recht op de transitievergoeding. De werkgever die de arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer na twee jaar wegens deze voortdurende arbeidsongeschiktheid heeft opgezegd en aan de werknemer de transitievergoeding heeft betaald, kan deze van UWV gecompenseerd krijgen. Er zijn echter plannen om deze compensatie te beperken, omdat de regeling ‘te duur’ is. Als de voorgenomen wijzigingen wet worden, hebben alleen ‘kleine’ werkgevers nog recht op compensatie.Of de werkgever als klein, middelgroot of groot wordt aangemerkt blijk uit een mededeling van de Belastingdienst. Om te bepalen of een werkgever als "klein" wordt aangemerkt, wordt gekeken naar het totale premieplichtige loon van de werkgever in het referentiejaar (meestal twee jaar eerder, dus het Sv-loon 2024 voor het premiejaar 2026). Als de totale loonsom in het referentiejaar gelijk is aan of minder bedraagt dan 25 keer het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer, wordt de werkgever als klein beschouwd.Een voorbeeld ter illustratie: Voor 2025 is het gemiddeld premieplichtig loon per werknemer vastgesteld op € 39.600,-. Als het totale Sv-loon in 2023 minder was dan (25 × € 39.600,00 =) wordt de werkgever als een kleine werkgever beschouwd.De beoogde datum voor het in werking treden van de nieuwe regeling is 1 juli 2026. Alle gevallen waarin het verzoek tot compensatie is ingediend vóór 1 juli 2026 worden nog behandeld conform de huidige regeling. Let op: dit betekent dat voor huidige ziektegevallen al de nieuwe compensatieregeling van toepassing kan zijn, ook al is deze nu nog niet in werking getreden.   De vraag is of deze nieuwe regeling gevolgen heeft voor de ‘plicht’ van de werkgever om de arbeidsovereenkomst met de zieke werknemer te beëindigen. Die plicht bestond immers vooral omdat de werkgever toch voor de transitievergoeding werd gecompenseerd.  ### Nieuwe tarieven voor de verhuur van woonruimte Nieuwe tarieven voor de verhuur van woonruimte Er is veel te doen over de nieuwe huurregels. Kort gezegd wordt het er voor de verhuurder niet makkelijker op. Vorige maand heeft het ministerie van VROM een circulaire gepubliceerd over de maximaal toegestane huurprijsverhogingen en de verhuiskostenvergoeding voor het komende jaar. De huurprijsverhogingen op een rij Voor de periode 1 juli 2025 tot 1 juli 2026 geldt voor sociale huurwoningen met een kale huur onder de € 350,- per maand een maximum verhoging van € 25,- per maand. Voor sociale huurwoningen met een kale huur boven de € 350,- per maand is dat maximaal 5%; Als het inkomen van de huurder van een sociale huurwoning in het ‘hoge middeninkomen’ valt, dan is de huurverhoging maximaal € 50,- per maand of 5% als dat hoger is; valt zijn inkomen in het ‘hoge inkomen’ dan geldt een maximale huurverhoging van € 100,- per maand of 5% als dat hoger is; Voor onzelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen geldt een maximum stijging van 5%; De huur van middenhuurwoningen mag met maximaal 7,7% worden verhoogd. Voor vrijesectorwoningen en voor woonboot(ligplaatsen) is de maximale verhoging 4,1%. Voor alle woningen geldt dat de huurprijs niet boven de maximale huurprijsgrens mag uitkomen. Verhuiskostenvergoeding Als een huurder (tijdelijk) moet verhuizen wegens sloop of renovatie van zijn huurwoning dan heeft hij aanspraak op een eenmalige ‘forfaitaire’ verhuiskostenvergoeding. Deze is verhoogd naar € 7.673,-. De verhuiskostenvergoeding is niet verschuldigd bij verhuur van een onzelfstandige woning. Huurachterstand Alvorens een verzoek tot ontbinding van de huurovereenkomst wegens achterstallige huur in te kunnen dienen, moet de verhuurder van sociale huur- of middenhuur-woning de contactgegevens van deze huurder aan de gemeente hebben doorgegeven. Dit noemt men de vroegsignalering en is bedoeld om de gemeentelijke schuldhulpverlening eerder in gang te zetten. De kantonrechter kan een verzoek tot ontbinding van de huurovereenkomst afwijzen als de verhuurder niet aan de vroegsignalering heeft voldaan. U moet als verhuurder bewijsbaar proberen om met de huurder in contact te treden en hem te wijzen op de mogelijkheden om huurachterstanden te voorkomen en op de mogelijkheden van schuldhulpverlening. Ook moet u de huurder minstens één betalingsherinnering sturen met het verzoek om schriftelijke toestemming om zijn contactgegevens aan de gemeente door te geven. Short stay De huurder van woonruimte wordt verregaand beschermd, bijvoorbeeld tegen opzegging door de verhuurder en tegen te hoge huurprijzen. Deze bescherming geldt niet voor de huur van zelfstandige woonruimte die naar zijn aard slechts voor korte duur wordt gebruikt, de zogenoemde short stay. Bijvoorbeeld de verhuur aan een expat of een stagiair. Laat u zich wel goed informeren voordat u zo’n contract sluit: iedere gemeente heeft zijn eigen regelgeving en soms stelt de VvE ook nog eens regels voor verhuur. Dat het goed mis kan gaan blijkt wel uit een uitspraak van begin dit jaar. De huurcommissie verlaagde op verzoek van een Italiaanse expat de huur van € 1.350,- naar € 633,- per maand omdat niet aan de voorwaarden voor short stay was voldaan. De verhuurder moet met terugwerkende kracht ruim € 700,- per maand terugbetalen aan de huurder. Doordat de huurder ineens huurbescherming geniet, kan de verhuurder geen afscheid van hem nemen. Als u vragen heeft over een huurcontract of een huurcontract op wilt laten stellen, kunt u uiteraard contact met ons opnemen.  ### Schijnzelfstandigheid Schijnzelfstandigheid Het jaar 2024 stond in arbeidsrechtland voor een groot deel in het teken van de schijnzelfstandigheid van zzp-ers. Daarbij werd vooral aandacht besteed aan één van de drie spelers op het veld: de belastingdienst die per 1 januari 2025 weer actief controleert, met het risico op naheffingen van loonbelasting en sociale premies. In minder mate is aandacht besteed aan de arbeidsrechtelijke gevolgen van de beoordeling dat mogelijk sprake is van schijnzelfstandigheid. Het is echter niet alleen de belastingdienst die kan vinden dat een zzp-er eigenlijk werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst. Ook de zzp-er zelf kan na enige tijd een arbeidsovereenkomst claimen en vorderingen tot vijf jaar terug bij zijn opdrachtgever-werkgever neerleggen. De zzp-er heeft daar de belastingdienst niet voor nodig en kan die claim zelf aan de rechter voorleggen. In nog veel mindere mate is aandacht besteed aan de pensioenfondsen die ook de spreekwoordelijke vinger kunnen opsteken als zij vinden dat een zzp-er in dienst is en vervolgens zelfs tot 20 jaar terug aan niet afgedragen pensioenpremies kunnen claimen. Mogelijk komt dat omdat de pensioenfondsen zich weinig in de discussie hebben gemengd en zich vermoedelijk nog even stil houden totdat de overheid duidelijkheid heeft verschaft over het toetsingskader. Van de zzp-ers en de pensioenfondsen hebben werkgevers mogelijk meer te vrezen dan van de belastingdienst. Laatstgenoemde heeft slechts ongeveer 80fte beschikbaar voor de controle en per dossier is er zo’n 40 uur nodig. Dat betekent ongeveer 4.000 zaken per jaar, terwijl de focus in het begin vooral zal liggen op sectoren als de zorg, bouw en onderwijs.  Naar verwachting treedt op 1 januari 2026 de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) in werking, waarmee een toets voor de beoordeling van arbeidsrelaties wordt geïntroduceerd. In een (al aangepast) wetsvoorstel van eind 2024 werd gesproken over de WZOP-toets, aan de hand waarvan de balans tussen werknemerschap (W) en zelfstandigheid (Z) eerst werd beoordeeld en daarna pas werd gekeken naar het ondernemerschap van de zzp-er (OP). De Raad van State adviseerde negatief op dit wetsvoorstel. Omdat de Hoge Raad nog moest oordelen over de Uber-zaak is de aanpassing van het wetsvoorstel vervolgens uitgesteld. Inmiddels heeft de Hoge Raad in het Uber-arrest geoordeeld dat ondernemerschap vanaf het begin en op gelijkwaardige wijze moet worden meegewogen en aldus een volwaardig criterium is dat moet worden meegenomen bij de beoordeling of iemand werknemer of zzp-er is. Het wetsvoorstel voldoet daar dus niet aan. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarom op 27 maart 2025 aangekondigd dat het wetsvoorstel weer wordt aangepast. Naar verwachting wordt het opnieuw gewijzigde wetsvoorstel voor de zomer van 2025 ingediend. ### Bestellen zonder te betalen Bestellen zonder te betalen Stel: je bent consument en bezoekt de website van Bol.com, vult je winkelmand en drukt bij het afronden van je bestelling op de knop ‘Bestelling plaatsen’. Vraag: moet je die bestelling betalen? Nee, zegt de Hoge Raad. Een op het eerste gezicht verrassend antwoord van onze hoogste rechter. Een kleine duik in het (Europese) consumentenrecht biedt inzicht. Als een consument online een overeenkomst sluit door op een bestelknop te klikken, dan moet uit de tekst óp die knop in niet voor misverstand vatbare wijze blijken dat hij daarmee een betalingsverplichting aangaat. Een informatieplicht dus, die voor de verkoper meebrengt dat zijn elektronische bestelproces zo moet zijn ingericht dat het de consument duidelijk is dat hij door het klikken op de bestelknop ook voor de bestelling moet betalen. Uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie blijkt dat de tekst op de bestelknop zélf bepalend is. Die tekst moet ondubbelzinnig zijn en noodzakelijkerwijs een verband oproepen met het ontstaan van een betalingsverplichting. Hoe wordt bepaald of een tekst aan die eisen voldoet? Aan de hand van de omgangstaal en de verwachting van de gemiddelde consument. Volgens de Hoge Raad hoeft een gemiddelde consument uit de tekst ‘Bestelling plaatsen’ (of ‘Bestelling afronden’ of ‘Bestellen’) niet af te leiden dat hij door te klikken ook een betalingsverplichting aangaat. Als een consument op een knop met een dergelijke tekst heeft geklikt en niet kan of wil betalen, dan kan de rechter de overeenkomst (gedeeltelijk) vernietigen. Volledige vernietiging houdt in dat de consument de gekochte zaken moet retourneren en de koopprijs terugkrijgt. Dat mag alleen als de consument daartegen geen bezwaar heeft. Is niet bekend of de consument bezwaar heeft, bijvoorbeeld omdat hij niet in de procedure is verschenen? Dan kan de rechter de overeenkomst alleen gedeeltelijk vernietigen. In dat geval mag de consument de gekochte zaken houden en krijgt hij een korting. De Hoge Raad geeft als algemene richtlijn dat een korting van één derde redelijk is. In een concreet geval mag de rechter een andere korting toepassen. Als u online goederen of diensten aan consumenten verkoopt, doet u er goed aan om het bestelproces eens kritisch door te lopen. ### 10 jaar De Neef Advocaten in Oud-Beijerland 10 jaar De Neef Advocaten in Oud-Beijerland In 2023 was Menno de Neef 25 jaar advocaat en nu zitten we alweer 10 jaar in Oud-Beijerland, reden om daar even bij stil te staan. Lees hier het artikel uit Het Kompas Hoeksche Waard - Lokale Ondernemer in Beeld. ### Zerotolerancebeleid en het belang van het actualiseren van het personeelshandboek Zerotolerancebeleid en het belang van het actualiseren van het personeelshandboek Recent speelde bij de rechtbank Noord-Holland de volgende zaak. Werkgever Gate Gourmet houdt zich bezig met luchtvaartcatering voor diverse vliegtuigmaatschappijen. Werknemer is op 1 april 1997 bij Gate Gourmet in dienst gekomen, laatstelijk als fulltime Chauffeur Belader A. Dat werk bestaat uit het inladen van vliegtuigtrolleys bij het hoofdkantoor van Gate Gourmet in een transportwagen, het naar Schiphol rijden en om daar vervolgens de trolleys uit te laden, waar deze in vliegtuigen worden geplaatst. Gebruikte trolleys worden vervolgens in de transportwagen geladen en weer teruggebracht naar Gate Gourmet. Ontslag op staande voet Op enig moment heeft één van de vliegtuigmaatschappijen een melding gedaan over vermissing/verduistering van goederen. Gate Gourmet stelde een onderzoek in, onder andere door verborgen camera’s in de transportwagens te plaatsen. Gate Gourmet heeft werknemer (en nog 18 andere medewerkers) vervolgens op staande voet ontslagen, omdat hij -zo bleek uit de camerabeelden- een verzegelde trolley had geopend en daar drank- en etenswaren uit had gepakt. Volgens Gate Gourmet was dat in strijd met het zerotolerancebeleid, waarbij zij een beroep deed op haar handboek. Daarin stond (onder meer en samengevat) dat het verboden was om producten anders dan aangeboden in de kantine te eten en dat als werknemers producten van Gate Gourmet of haar klanten voor privé doeleinden eten of gebruiken dit wordt aangemerkt als diefstal en er ontslag op staande voet volgt. Werknemer liet het er niet bij zitten en vordert bij de rechter dat het ontslag wordt vernietigd en dat hij weer toegelaten moet worden tot zijn werkzaamheden. Volgens werknemer is geen sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij erkende dat hij wel eens iets te eten en drinken uit een trolley heeft gepakt, maar voegde daar aan toe dat dit de cultuur en gewoonte was bij Gate Gourmet. Ook vertelde hij dat hij dit alleen deed als hij geen tijd had om te eten en drinken in de kantine en hij zich niet lekker voelde. Werknemer heeft namelijk diabetes, maar het was hem niet toegestaan zelf eten en drinken mee te nemen en zijn diensten lieten het niet altijd toe om tijdig in de kantine iets te eten, terwijl daar wel maandelijks een vast bedrag voor werd ingehouden op zijn salaris. Ook was er door Gate Gourmet geen rekening gehouden met de persoonlijke gevolgen van het ontslag, aldus werknemer. Wat vond de rechter? De rechter veegde het verweer van Gate Gourmet dat zij een strikt zerotolerancebeleid hanteert van tafel. De rechter stelt voorop dat ook in het geval van zogenaamde ‘bagatel-delicten’ (het toe-eigenen door werknemers van producten met een geringe of verwaarloosbare waarde) ontslag op staande voet kan volgen. Maar daarbij is wél van belang dat het door de werkgever gestelde beleid én de gevolgen daarvan duidelijk met het personeel zijn gecommuniceerd én dat dat beleid in de praktijk ook wordt gehandhaafd. Naar de mening van de rechter heeft Gate Gourmet dat verzaakt. Het handboek was voor het laatst in 2016 (en daarmee acht jaar geleden) aan werknemer overhandigd. Gate Gourmet had niet aangetoond dat zij het personeel op een andere wijze – recent- had gewezen op het zerotolerancebeleid en de gevolgen daarvan. De rechter: ‘Van een werkgever die een zerotolerancebeleid hanteert, mag worden verwacht dat zij de inhoud en de gevolgen van overtreding, duidelijk en met enige regelmaat aan haar personeel kenbaar maakt. Dit is hier niet gebeurd’. Gate Gourmet gooide nog in de strijd dat er nog veel meer chauffeurs in dezelfde periode als werknemer op staande voet waren ontslagen voor vergelijkbaar handelen, waaruit volgens haar het zerotolerancebeleid bleek. De rechter vond echter dat dit bevestigde dat het zerotolerancebeleid niet, althans onvoldoende, kenbaar was voor het personeel. De rechter hield verder nog rekening met de persoonlijke omstandigheden van werknemer. Hij was ten tijde van het ontslag 63 jaar oud, heeft medische beperkingen en was ruim 27 jaar in dienst. Op zijn functioneren heeft Gate Gourmet al die jaren nooit iets opgemerkt. Sterker nog, werknemer had in april 2022 nog een oorkonde ontvangen voor 25-jarige trouwe dienst. Werknemer is kostwinnaar en afhankelijk van zijn inkomen bij Gate Gourmet, maar vanwege zijn leeftijd, zijn eenzijdige arbeidsverleden en zijn gezondheidsbeperkingen acht de rechter het ook niet eenvoudig voor hem om een andere, vergelijkbare baan te vinden terwijl hij ook geen recht heeft op een uitkering. Daarnaast heeft Gate Gourmet ook nog eens strafrechtelijke aangifte tegen hem gedaan. De rechter heeft het ontslag vernietigd en heeft Gate Gourmet veroordeeld om werknemer weer toe te laten tot zijn werkzaamheden, op straffe van een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 20.000,-. Daarnaast moet Gate Gourmet het loon doorbetalen en is zij veroordeeld in de proceskosten.  Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken? Zorg ervoor dat je een zerotolerancebeleid duidelijk opstelt inclusief de gevolgen van overtredingen van de (gedrags-)regels, dat het beleid regelmatig wordt geëvalueerd en geactualiseerd en dat het beleid aantoonbaar en regelmatig met het personeel is gecommuniceerd. Houd daarnaast bij ontslag op staande voet-gevallen ook altijd rekening met de persoonlijke gevolgen van een ontslag en laat in de ontslagbrief zien dat je daarmee rekening hebt gehouden. Hulp nodig bij het opstellen of actualiseren van een personeelshandboek, zerotolerancebeleid of een ontslag op staande voet-geval? Bij De Neef Advocaten staan wij u met raad en daad bij.   ### De ouderdomsclausule bij de (ver)koop van een woning De ouderdomsclausule bij de (ver)koop van een woning Bij de verkoop van een oudere woning wordt in het koopcontract vaak een ouderdomsclausule opgenomen: een bepaling waarin staat dat de koper bekend is met de ouderdom van de woning en dat eventuele gebreken die het gevolg zijn van de ouderdom voor rekening van de koper komen. Over de uitleg van de ouderdomsclausule ontstaat nogal eens discussie. Welke gebreken vallen hier wel onder en welke niet. In een recente zaak bij het Gerechtshof Den Bosch is deze vraag aan de orde geweest. In het koopcontract was opgenomen dat de woning meer dan 100 jaar oud was. Maar de verkoper had omstreeks 1990 en 2000 enkele uitbouwen met een plat dak gerealiseerd. De vraag die bij het gerechtshof voorlag was of lekkage in deze uitbouwen onder de ouderdomsclausule vielen, en dus voor rekening van de koper kwamen, of dat deze niet onder de ouderdomsclausule vielen, en dus voor rekening van de verkoper kwamen. Rechters leggen de clausule nogal eens verschillend uit en hierbij spelen alle omstandigheden van het geval een rol. De rechter kijkt hierbij niet alleen naar de letterlijke tekst van de bepaling, maar ook naar de uitleg. De ouderdom speelt een rol bij het verwachtingspatroon dat de koper van de woning mag hebben. Wat hebben partijen bedoeld en wat mochten zij redelijkerwijs verwachten? Wat had de verkoper moeten melden en wat had de koper moeten onderzoeken? Het gerechtshof heeft in dit geval geoordeeld dat de ouderdomsclausule de verkoper alleen beschermde tegen gebreken die het gevolg waren van het feit dat de woning meer dan 100 jaar oud was. De clausule beschermde niet tegen gebreken aan de recenter gerealiseerde aanbouw. Deze waren immers niet het gevolg van de ouderdom, maar van werk van gebrekkige kwaliteit. De verkoper moest de schade die de koper leed vergoeden. Omdat de ouderdomsclausule geen standaardbepaling in de modelcontracten is, maar deze extra wordt toegevoegd is het van groot belang om deze duidelijk te formuleren. Voor de koper is het bovendien verstandig om bij een relatief oude woning of bij een recent gerenoveerde of verbouwde woning eerst een bouwkundig onderzoek uit te laten voeren. De kwaliteit van de verbouwingen of renovatie is immers moeilijk in te schatten. Twijfelt u over de formulering van de ouderdomsclausule of heeft u een geschil naar aanleiding van de verkoop of koop van uw woning? Neem dan contact op met De Neef Advocaten. ### Dat is oneerlijk! Dat is oneerlijk! Als u als ondernemer (ook) zaken met consumenten doet is het verstandig nog eens kritisch naar uw modelcontracten en uw algemene voorwaarden te kijken. Op grond van het Europees consumentenrecht gelden voor bepaalde contractuele afspraken namelijk bijzondere regels. Die regels zien op de bijkomende afspraken over bijvoorbeeld boetes, contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten, prijswijzigingen, beperking van aansprakelijkheid, automatische stilzwijgende verlenging enzovoorts. Er bestaat een lijst van bedingen die al snel als oneerlijk worden beschouwd. Juristen noemen dat de ‘blauwe lijst’. Volgens de Europese richtlijn 93/13/EEG is een beding oneerlijk als het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen uit de overeenkomst aanzienlijk verstoort, ten nadele van de consument. Een oneerlijk beding bindt de consument niet. Als een rechter een beding oneerlijk vindt moet hij het beding vernietigen (ongeldig verklaren). Hij mag de gevolgen van het beding niet aanpassen, maar moet het hele beding vernietigen. Als straf mag de ondernemer dan niet terugvallen op de wet, zoals artikel 6:96 BW over vergoeding van incassokosten of artikel 6:119 BW over wettelijke rente. De regel ‘baat het niet dan schaadt het niet’ geldt hier dus niet. Als in uw algemene voorwaarden staat dat de klant in geval van niet tijdige betaling alle door u gemaakte incassokosten moet vergoeden of een hogere rente dan de wettelijke rente verschuldigd raakt, kan de uitkomst van een procedure dus ook zijn dat de consument alleen de hoofdsom hoeft te betalen. Normaal gesproken wijst de rechter zijn vonnis op grond van de door partijen aangevoerde stellingen, maar in consumentenzaken moet de rechter zo’n beding ‘ambtshalve’ beoordelen. Dat betekent dat de rechter die in de processtukken een oneerlijk beding ziet staan, het beding ook vernietigt als partijen daar geen beroep op hebben gedaan. Er zijn de afgelopen jaren al heel wat oneerlijke bedingen vernietigd, met voor de ondernemer soms zeer onredelijke gevolgen. In 2021 is er een vonnis gepubliceerd over een consument die een zaal huurde voor een feest en dat kort tevoren annuleerde. In plaats van de gemaakte kosten en gederfde winst aan de ondernemer te moeten betalen, kreeg zij haar hele aanbetaling (75% van de contractwaarde) terug. Volgens de rechter was het annuleringsbeding oneerlijk zodat de ondernemer ook zijn wettelijke recht op schadevergoeding had verspeeld. In een zaak uit 2023 wilde een verhuurder huurachterstand innen. De rechter verklaarde het huurprijsaanpassingsbeding ongeldig zodat de huur niet jaarlijks had mogen worden verhoogd en de huurders vanaf 2005 (!) te veel huur hadden betaald. Zij hadden daardoor dus geen huurachterstand, maar de huur vooruitbetaald. De formulering van dit soort bedingen in uw contracten is dus erg belangrijk. Gebruik daarom geen voorwaarden die u ergens op internet heeft gevonden, maar laat uw advocaat ernaar kijken. Menno de Neef ### Langdurig oproepkrachten in dienst? Dat kan ‘gevaarlijk’ zijn. Langdurig oproepkrachten in dienst? Dat kan ‘gevaarlijk’ zijn. Ondernemers maken nog steeds graag gebruik van oproepkrachten. Dat is begrijpelijk. Zij kunnen hiermee inspelen op de markt, waarin er soms pieken en dalen zijn in het beschikbare werk. Zo kan er op loonkosten worden bespaard. Wat werkgevers zich echter niet altijd realiseren is dat het in dienst hebben van oproepkrachten ook een hoop risico’s met zich meebrengt. Regelmatig krijgen wij van werkgevers vragen over werknemers die al jaren als oproepkracht in dienst zijn. Zolang de werknemer betaald krijgt voor de uren dat hij werkt gaat het meestal wel goed. Het wordt problematisch als de hoeveelheid werk inzakt, waardoor de werknemer niet meer (zoveel) wordt opgeroepen, of als de werknemer ziek wordt. Moeten wij dan toch loon doorbetalen, ook al wordt er niet gewerkt? Het is toch een oproepkracht? is een veel gehoorde vraag.       Wij moeten werkgevers dan vaak teleurstellen omdat er toch loon betaald moet worden. Waarom? De wetgever vindt dat een werknemer zoveel mogelijk zekerheid moet hebben op het kunnen verdienen van ‘zijn boterham’ en dat het werken als oproepkracht slechts tijdelijk zou moeten zijn. Daarom wil de wetgever werkgevers stimuleren om eerder een vast dienstverband/een vaste urenomvang aan te gaan. Daarvoor zijn onder andere het rechtsvermoeden urenomvang en het vaste urenaanbod in het leven geroepen.   Rechtsvermoeden Het rechtsvermoeden urenomvang is opgenomen in artikel 7:610b van het Burgerlijk Wetboek. In dat wetsartikel staat dat als de arbeidsovereenkomst ten minsten drie maanden heeft geduurd de bedongen arbeid in enige maand vermoed wordt een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden.   De werknemer die bijvoorbeeld in maand één 20 uur per week, in maand twee 35 uur per week en in maand drie 18 uur per week heeft gewerkt, kan met een beroep op dit rechtsvermoeden voor maand vier aanspraak maken op 24,33 uur werk per week. Dit geldt ook als de werkgever in maand vier maar voor 20 uur per week werk heeft of de werknemer in de vierde maand arbeidsongeschikt is en niet werkt. Deze werkgever moet in deze gevallen toch 24,33 uur per week aan loon betalen. Let op: er is sprake van een rechtsvermoeden. De werkgever kan derhalve proberen om dit vermoeden onderuit te halen. Dat is vaak een lastige opgave. Werkgevers kunnen het meest succes behalen door te onderbouwen dat de door de werknemer gekozen referentieperiode niet de juiste periode is (bijvoorbeeld omdat er sprake is van seizoen pieken en dalen) en vervolgens een andere periode aan te wijzen die meer representatief is (en dat goed te onderbouwen). Daarmee kan de ‘schade’ worden beperkt. Aanbod vaste uren Een andere maatregel die de wetgever in het leven heeft geroepen is de verplichting van de werkgever om de oproepkracht die 12 maanden in dienst een aanbod te doen voor een vast aantal arbeidsuren. Daarbij moet worden gekeken naar de gemiddelde arbeidsomvang in de 12 maanden daarvoor. Het gaat daarbij om verloonde uren. Ook ziekte-uren en vakantie-uren tellen dus mee. De oproepkracht die in de voorafgaande 12 maanden bijvoorbeeld gemiddeld 16 uur per week heeft gewerkt (inclusief vakantie- en ziekte-uren) moet derhalve het aanbod krijgen om voortaan vast (ten minste) 16 uur per week te komen werken. De werknemer is niet verplicht op dit aanbod in te gaan. Als de werknemer flexibel wil blijven dan kan hij het aanbod afslaan en als oproepkracht in dienst blijven. De werkgever moet dan na 12 maanden een nieuw aanbod doen. Als de werknemer het aanbod wel accepteert dan ontstaat er een ‘gewone’ arbeidsovereenkomst. Verzuimt de werkgever om zo’n aanbod te doen, dan is hij gedurende de periode waarin hij de verplichting niet nakomt loon verschuldigd over de urenomvang die zou zijn overeengekomen als de werknemer het (fictieve) aanbod wel had geaccepteerd. In het gegeven voorbeeld kan de werknemer derhalve stellen dat hij recht heeft op loon over (ten minste) 16 uur per week. De werkgever loopt daarmee het risico dat een werknemer pas na een aantal maanden roept dat hij aanspraak heeft op meer loon, terwijl de werknemer daarvoor niet heeft gewerkt. Is de werkgever te laat met het betalen van het de werknemer toekomende loon dan is de werkgever daar ook nog eens de wettelijke verhoging (een ‘boete’ oplopend tot 50% van het niet betaalde bedrag) verschuldigd. Wees daarom voortdurend alert als u oproepkrachten in dienst heeft en zorg voor een goede tijdsregistratie én agendering.    ### De aanzegverplichting bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd De aanzegverplichting bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd Het is al sinds 1 januari 2015 verplicht om bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd aan te zeggen of het contract zal worden verlengd of niet. Toch merk ik dat deze verplichting nog niet bij elke werkgever bekend is, er niet zorgvuldig wordt geagendeerd of er wordt volstaan met een mondelinge mededeling. Tijd voor een opfrismoment. Op grond van de wet, artikel 7:668 BW, moet de werkgever uiterlijk een maand voor de einddatum van het contract de werknemer schriftelijk informeren of zij het dienstverband wil voortzetten of niet. Als de werkgever meldt dat deze het dienstverband wil verlengen, zal deze ook moeten melden onder welke voorwaarden zij het contract wil verlengen. Het doel hiervan is dat de werkgever niet tot de laatste dag van het dienstverband wacht en de werknemer derhalve tijdig weet waar hij aan toe is: moet ik op zoek naar ander werk of kan ik hier blijven? Deze aanzegverplichting geldt overigens niet als het tijdelijke dienstverband is aangegaan voor korter dan zes maanden. Wat als de werkgever niet of te laat aanzegt? Dan heeft de werknemer recht op een vergoeding, terwijl het contract wel van rechtswege eindigt of (stilzwijgend) wordt voortgezet. Die vergoeding is gelijk aan maximaal één maand loon. Zegt de werkgever geheel niet aan, dan heeft de werknemer dus aanspraak op één maandsalaris aan vergoeding. Zegt de werkgever wel aan, maar te laat dan wordt de vergoeding naar rato berekend. Zegt de werkgever bijvoorbeeld één week te laat aan, dan is de vergoeding gelijk aan het loon voor één week. Let op: de vergoeding is ook verschuldigd als de arbeidsovereenkomst wel wordt voortgezet. Deze werknemer zal over het algemeen geen aanspraak maken op de vergoeding, omdat hij er geen weet van heeft of de werkgever niet voor het hoofd wil stoten. De werknemer die aanspraak wil maken op de aanzegvergoeding heeft daar drie maanden de tijd voor te rekenen vanaf het moment dat de verplichting tot aanzegging is ontstaan. Met andere woorden: de werknemer moet binnen twee maanden na de einddatum zijn vinger opsteken. Formeel moet dat vinger opsteken gebeuren door een verzoekschrift in te dienen bij de rechter, bij gebreke waarvan de aanspraak vervalt. In oktober 2022 heeft de Hoge Raad benadrukt dat de aanzegging echt schriftelijk gedaan moet worden. In de betreffende zaak had de werkgever aan de werknemer mondeling doorgegeven dat zijn contract niet werd verlengd. De werknemer wist dus dat hij op zoek moest naar een nieuwe baan en vond ook aansluitend ander werk. Eind goed al goed, dacht de werkgever. Totdat de werknemer ‘zijn vinger opstak’ en aanspraak maakte op de aanzegvergoeding. De werkgever vond dat onaanvaardbaar: het was toch duidelijk dat de werknemer ander werk moest zoeken en dit was hem tijdig gemeld. De werknemer had het ook begrepen en heeft nota bene aansluitend werk elders gevonden, zodat hij ook geen nadeel had van het enkele feit dat de aanzegging niet schriftelijk was gedaan. De Hoge Raad was onverbiddelijk: schriftelijk is schriftelijk en dit is een regel van dwingend recht. De werkgever heeft deze regel niet strikt opgevolgd en moest de aanzegvergoeding toch betalen. Zorg ervoor dat u de aanzegverplichting agendeert, u tijdig nadenkt over of u de arbeidsovereenkomst wilt verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden én dat u de werknemer hierover tijdig schriftelijk informeert. Om te voorkomen dat de werknemer zich verweert met de stelling dat hij de aanzegging nooit heeft ontvangen is het aan te raden om de aanzegging per e-mail met ontvangstbevestiging te versturen of om deze per aangetekende post te versturen. Doe dit niet op de laatste dag. Ook aanzeggen per Whatsapp is een mogelijkheid. Zorg er dan wel voor dat u een screenshot maakt van de blauwe vinkjes, zodat u kunt bewijzen dat de werknemer het bericht heeft gelezen. Beter nog is om de werknemer voor ontvangst van de aanzegging te laten tekenen als u deze aan hem overhandigt.      ### Dossieropbouw: een goede investering Dossieropbouw een goede investering Ooit mocht ik anderhalf uur lang ‘college’ geven aan 20 ondernemers uit de Hoeksche Waard. Het ging over voetangels en klemmen in het juridische landschap. Eén van de vragen die ik aan de aanwezigen voorlegde, ging over het personeelsdossier. Wie legt alles schriftelijk vast en bewaart dat? Uit de antwoorden bleek maar weer eens dat ondernemers het slechte functioneren van werknemers niet graag bespreekbaar maken, uit angst voor ziekmelding of arbeidsconflict. Als er al wat wordt gezegd, wordt dat niet vastgelegd. Wat heb je aan een functioneringsgesprek als je niet bespreekt wat er fout gaat en hoe dat beter moet? Hou dan liever helemaal geen functioneringsgesprek. Zonde van de tijd en met neutrale functioneringsgespreksverslagen bouw je juist een dossier tegen jezelf op. En een goed dossier is en blijkt nog altijd onmisbaar. Als een werknemer met ontslag wordt bedreigd is het eerste dat zijn gemachtigde zal roepen dat de werknemer altijd voorbeeldig heeft gefunctioneerd en dat de ontslagwens als de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel kwam. Ik weet wel beter (wie ontslaat er nu zomaar een voorbeeldige werknemer) maar hoe weerleg je dat? Een ontslag wegens slecht functioneren is 9 van de 10 keer het slotstuk van een traject van irritatie. Maar als dat niet wordt vastgelegd, kun je bij de rechter alleen maar met modder gaan smijten en kun je niet onderbouwen dat het terecht is dat de werknemer het veld moet ruimen. Ik trad laatst op voor een werkgever zijn zakken vol had van een slecht functionerende werknemer. Die werknemer liep de kantjes er vanaf, dacht zelf de regels te kunnen bepalen, was oncollegiaal en klantonvriendelijk en schreef overuren terwijl hij onder werktijd lange pauzes nam en geen minuut langer werkte dan volgens schema. Normaal zou je zo’n werknemer er gelijk uit zwiepen, maar dit was een oudere werknemer met veel dienstjaren. Dat vraagt een wat andere aanpak. Ik heb de werkgever geadviseerd om de werknemer niet gelijk te ontslaan, maar een verbetertraject te starten en een dossier op te bouwen. Met de werknemer zijn toen meermaals gesprekken over zijn gedrag en functioneren gevoerd en dit werd ook formeel aan hem bevestigd. Toen er geen verbetering optrad is hij schriftelijk gewaarschuwd. Vervolgens zijn afspraken gemaakt over het verbeteren van zijn functioneren. De eerstvolgende overtreding vond al weer een paar weken later plaats en hij kreeg een laatste waarschuwing met aanzegging van ontslag als hij weer in de fout zou gaan. U raadt het al: nog geen week later deed hij het wéér. Hoewel de overtreding an sich niet ernstig genoeg was om een ontslag te rechtvaardigen, was dit wel de bekende druppel. In de procedure kon ik precies aangeven wat hij wanneer fout had gedaan, dat hij daarop was gewezen, dat er een verbetertraject was gestart en dat hij meermaals was gewaarschuwd, laatst nog met een ontslag in het vooruitzicht. De werknemer was dus een gewaarschuwd mens..… Slechts dankzij het complete dossier liet de rechter het ontslag in stand en veroordeelde hij de werknemer niet alleen in de proceskosten, maar ook tot betaling van een schadevergoeding aan de werkgever. Als we het verbetertraject hadden overgeslagen dan was de kans groot dat de slecht functionerende werknemer nog een cadeautje van meer dan een jaarsalaris mee zou krijgen. Het opbouwen van het dossier was dus een goede investering… ### Ontwikkelingen huur woonruimte Ontwikkelingen huur woonruimte Er is nogal wat gaande in het huurrecht voor woonruimtes. Onderstaand voor huurders en verhuurders van woonruimte een korte samenvatting. Vaste huurcontracten worden weer de norm Sinds 2016 bestaat de mogelijkheid om huurcontracten voor bepaalde tijd te sluiten: maximaal 2 jaar voor zelfstandige woonruimte en maximaal 5 jaar voor onzelfstandige woonruimte. Binnenkort worden vaste huurcontracten weer de norm. De ingangsdatum is nog niet definitief bekend, maar vermoedelijk kunnen vanaf 1 juli 2024 alleen nog vaste huurcontracten worden gesloten. Bestaande tijdelijke contracten worden nog wel conform contract uitgediend en eindigen dus nog van rechtswege. Tijdelijke contracten blijven wel bestaan als uitzondering en alleen onder bepaalde omstandigheden of voor bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld:- als de verhuurder wil gaan (proef)samenwonen en de mogelijkheid open wil houden om naar zijn woning terug te keren;- als de woning later nodig is voor een eerstegraads familielid van de verhuurder;- voor bepaalde doelgroepen zoals bijvoorbeeld studenten of grote gezinnen;- om terugkeer na verblijf in het buitenland mogelijk te maken (zogenaamde diplomatenclausule);- tijdelijke verhuur op basis van de leegstandswet in afwachting van sloop. Oneerlijke bedingen Op grond van een Europese Richtlijn die consumenten beschermt ontstaat meer discussie of bepaalde bepalingen in de huurovereenkomsten voor woonruimte al dan niet zijn toegestaan. Laat als professionele verhuurder bij het sluiten van nieuwe overeenkomsten het huurcontract nakijken door een deskundige. Hoe in de toekomst door de rechters wordt besloten is niet vast te stellen, maar de risico’s op afspraken tussen huurder en verhuurder die geen stand houden bij de rechter kun je wel beperken. Goed verhuurderschap Medio 2023 is een wet in werking getreden om ongewenste verhuurpraktijken tegen te gaan. Verhuurders moeten op grond van deze wet onder meer de huurovereenkomsten schriftelijk vastleggen, mogen niet meer dan 2 maanden waarborgsom rekenen en mogen niet intimideren of discrimineren bij toewijzing van woonruimte. Mogelijk wordt dit nog uitgebreid met maximale huurprijzen en maximale huurprijsstijgingen. De gemeentes moeten deze wet handhaven en zijn verplicht een meldpunt in te richten waar huurders met meldingen over ongewenst gedrag terecht kunnen. Maximale huurprijsverhoging in 2024 De Wet maximering huurprijsverhoging geliberaliseerde woonruimte is met 3 jaar verlengd tot 1 mei 2027. Dit betekent dat ook de niet-sociale huurwoningen aan een maximale huurverhoging zijn gehouden, en wel van de CAO-loonontwikkeling + 1%. In 2024 is dit 5,5%. Voor de sociale huur geldt al een jaarlijks vast te stellen maximum van 3,1% tot 1 juli 2024 en van 5,8% vanaf 1 juli 2024. Wet betaalbare huur Om huurders te beschermen tegen te hoge huurprijzen en om meer woningen in het middensegment beschikbaar te krijgen, wil het kabinet naast de sociale huurwoningen ook de huurprijzen van het middensegment reguleren door het woningwaarderingsstelsel (WWS) voortaan ook laten gelden voor huurwoningen tot en met 186 punten. De daarbij behorende maximale huurprijs is € 1.123,13 (prijspeil juli 2023). De puntenlijst van het WWS moet bij de huurovereenkomst gevoegd worden. De wet en het WWS zorgen ervoor dat de huurprijzen in verhouding staan tot de kwaliteit van de woning. Verhuurders worden verplicht zich aan de maximale huurprijzen te houden en gemeenten kunnen hierop gaan handhaven. Het WWS zal worden gemoderniseerd. Zo zal bijvoorbeeld verduurzaming extra punten op gaan leveren en zal de WOZ-waarde worden meegewogen. Het voornemen is dat de wet vanaf juli 2024 ingaat, maar of de wet erdoor komt en of deze datum gehaald wordt is nu nog onzeker.   Ga je huren of verhuren? Accepteer niet ieder model maar laat het huurcontract vooraf door ons bekijken. Daarmee voorkom je dure verrassingen achteraf. ### Tijdelijke regeling turboliquidatie Tijdelijke regeling turboliquidatie Als de aandeelhouders de BV willen opheffen, dan kunnen zij een ontbindingsbesluit nemen en een vereffenaar aanstellen die de activa te gelde maakt en de schulden betaalt. Als er meer baten dan schulden zijn dan betaalt hij de schulden en keert hij het overschot uit aan de aandeelhouders waarna de BV ophoudt te bestaan. Als er meer schulden dan baten zijn moet de vereffenaar het faillissement aangeven. Dan komt er een curator die de tegoeden gaat verdelen (aan zichzelf en de fiscus). Bij een BV die geen vermogen meer heeft, hoeft er geen formeel vereffeningstraject te worden gevolgd en kan het faillissement niet worden uitgesproken. Immers valt er voor een vereffenaar of een curator geen activa meer te gelde te maken en geen opbrengst meer te verdelen. Bij gebrek aan activa mag je de weg van de turboliquidatie volgen. Dat is een simpele route: tijdens een formele aandeelhoudersvergadering (AvA) constateren de aandeelhouders dat er door de vennootschap geen activiteiten meer worden ontplooid en dat er geen activa meer zijn. Vervolgens nemen de aandeelhouders een ontbindingsbesluit dat schriftelijk wordt vastgelegd en kan de bestuurder de BV uitschrijven bij de KvK via het formulier 17a. Van deze mogelijkheid werd wel eens misbruik gemaakt door lieden die de BV leeghaalden en turboliquideerden om een schuldeiser onbetaald te laten. Dat is onrechtmatig van de bestuurder/aandeelhouder, maar een teleurgestelde schuldeiser heeft in een procedure bij de rechtbank vaak een bewijsprobleem. Sinds 15 november 2023 geldt de Tijdelijke wet transparantie Turboliquidatie en moet het bestuur binnen 14 dagen na ontbinding de volgende stukken deponeren bij het handelsregister: a) een balans en een staat van baten en lasten met betrekking tot het huidige boekjaar (het voorgaande boekjaar is al openbaar gemaakt);b) een beschrijving van:- de oorzaak van het ontbreken van baten op het tijdstip van de ontbinding;- indien aan de orde, de wijze waarop de baten van de rechtspersoon te gelde zijn gemaakt en de opbrengsten zijn verdeeld, en:- indien aan de orde, de redenen waarom een schuldeiser of schuldeisers geheel of gedeeltelijk onbetaald zijn gebleven. Nadat het bestuur deze stukken heeft gedeponeerd, moet het de schuldeisers omgaand schriftelijk -bij voorkeur per aangetekende brief- van de deponering op de hoogte stellen. Zo krijgen schuldeisers iets meer inzicht. Menno de Neef ### Wat je als werkgever moet weten over het concurrentiebeding Wat je als werkgever moet weten over het concurrentiebeding Hoewel het concurrentiebeding onder druk staat wegens Europese regelgeving, doe je er als werkgever nog steeds goed aan om werknemers met een commerciële functie een concurrentiebeding op te leggen. Niet om ze aan het bedrijf te binden maar om te voorkomen dat de concurrent uw commerciële informatie in handen krijgt door een werknemer over te nemen. Welke regels gelden er momenteel? 1. Schriftelijk Een concurrentiebeding moet schriftelijk overeengekomen worden. Dus in het contract of in een personeelsreglement. 2. Motivering In een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag een concurrentiebeding alleen bij hoge uitzondering. Bijvoorbeeld als de werknemer toegang krijgt tot zeer concurrentiegevoelige informatie. Dit zwaarwegende belang moet nauwkeurig in het concurrentiebeding worden vastgelegd. Zo niet, dan is het concurrentiebeding niet geldig. 3. Niet met iedere werknemer Met minderjarigen mag geen concurrentiebeding worden overeengekomen en ook niet met werknemers die aan een inlener ter beschikking worden gesteld (uitzendkrachten of gedetacheerden).   4. Verschil met relatiebeding Een concurrentiebeding verbiedt het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden of indiensttreding bij een concurrent. Een relatiebeding verbiedt het hebben van zakelijk contact met ‘relaties’ van de ex-werkgever. Denk hierbij aan klanten of leveranciers. Met alleen een relatiebeding is de werknemer wel vrij om voor zichzelf te beginnen of voor een concurrent te gaan werken. Voor beide bedingen gelden wel dezelfde strenge regels. 5. Niet te ruim Hoe ruimer het beding, hoe sneller de rechter het matigt of zelfs volledig buiten werking stelt. Qua duur is een periode van 2 jaar vaak het maximum. Het geografisch bereik hangt sterk af van de afzetmarkt van de werkgever: voor een dorpsgarage is één gemeente redelijk, voor een multinational wereldwijd. Een rechter zal desgevraagd de belangen van partijen afwegen. De werkgever moet kunnen onderbouwen welke specifieke belangen hij bij handhaving heeft. Voor de belangen van de werknemer is relevant of hij uit zichzelf weggaat of op initiatief van de werkgever, of zijn nieuwe baan een positieverbetering is en in hoeverre de werknemer wordt belemmerd om een nieuwe baan te vinden. 6. Opnieuw overeenkomen Als na het aangaan van het concurrentiebeding de situatie wezenlijk is veranderd, geldt het beding niet meer. Als het beding zwaarder op de werknemer gaat drukken, bijvoorbeeld omdat hij een nieuwe functie krijgt of als het bedrijf van de werkgever onderdeel van een groter concern wordt, moet het beding opnieuw overeen worden gekomen. 7. Boete Zonder boete staat er op overtreding van een concurrentiebeding geen sanctie. Dan moet de ex-werkgever schadevergoeding vorderen of naar de kort gedingrechter om de werknemer te dwingen verdere inbreuken te staken. Als het boetebedrag niet redelijk is, dan kan de rechter de boete matigen. 8. Nieuwe wetgeving Er is een wetsvoorstel in de maak waarin de regels verder worden aangescherpt. Waarschijnlijk zal de tijdsduur worden begrensd tot maximaal 1 jaar, zal er geografisch afgebakend moeten worden, gaat de motivatieplicht ook gelden voor contracten voor onbepaalde tijd en zal de werkgever een vergoeding moeten betalen als hij de vertrekkende werknemer aan het beding houdt. Discussies over het concurrentiebeding worden vaak verloren door te algemene omschrijving. Kopieer dus niet zo maar een concurrentiebeding uit een modelcontract, maar laat uw advocaat er vooraf goed naar kijken. In het voorstadium kost dat niet veel maar dat scheelt een hoop teleurstelling achteraf. Isis Henriquez-van de Wetering ### Loondoorbetaling bij door werknemer zelf veroorzaakte arbeidsongeschiktheid Loondoorbetaling bij door werknemer zelf veroorzaakte arbeidsongeschiktheid Sporten is gezond, zegt men. Als werkgever zie je graag gezonde werknemers. De keerzijde daarvan is wel dat als een werknemer door zijn sport of hobby arbeidsongeschikt raakt en niet komt werken, het de werkgever is die daar financieel voor opdraait. Immers is die wettelijk verplicht om de eerste 2 jaar van de ziekteperiode minstens 70% van het loon door te betalen. Volgens menig CAO of arbeidscontract moet de werkgever in aanvulling op dat wettelijk minimum het loon zelfs tot 100% aanvullen. De loondoorbetalingsverplichting geldt ook als de werknemer geblesseerd raakt doordat hij een gevaarlijke hobby of sport uitoefent, waarbij de kans op arbeidsongeschiktheid groot is. Eigen schuld, dikke bult geldt niet in het arbeidsrecht. De werknemer verliest het recht op loon pas als hij de arbeidsongeschiktheid opzettelijk heeft veroorzaakt. Dat is een erg zwaar criterium: de werknemer moet het oogmerk hebben gehad om arbeidsongeschikt te worden. Het enkele feit dat hij zich bloot stelt aan een zeer risicovolle activiteit waarmee er een bijzonder grote kans is om geblesseerd te raken, is onvoldoende. De lat ligt zo hoog dat die vrijwel nooit wordt gehaald. Als de werkgever geen opzet kan bewijzen, moet het loon gewoon doorbetaald worden. Er is nog wel een gedeeltelijke escape: als je bij aanvang van het dienstverband al weet dat een werknemer een risicovolle sport beoefent, mag je daar afspraken over maken in de arbeidsovereenkomst. Bijvoorbeeld dat de bovenwettelijke aanvulling (alles boven het wettelijk minimum van 70%) van het loon komt te vervallen als de arbeidsongeschiktheid door sport of hobby is ontstaan, of door de eerste 2 ziektedagen als ‘wachtdagen’ aan te merken. De kans dat de werknemer zijn recht op het wettelijke minimum van 70% verliest is dus klein. Maar mag je die discussie een stap voor zijn door de werknemer te verbieden om in zijn vrije tijd gevaarlijke dingen te doen? Uitgangspunt is dat de werknemer recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer heeft. Hij mag -binnen redelijke grenzen- vrijelijk bepalen wat hij in zijn vrije tijd doet. Omdat de werkgever het loon door moet betalen als de werknemer ziek wordt, is onder omstandigheden een inbreuk op deze vrijheid toegestaan. Voor het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid is van belang welke werkzaamheden de werknemer uitvoert. Een medewerker van de salarisadministratie kan met een verdraaide knie of gekneusde ribben zijn werk nog prima doen, terwijl een metselaar dat niet kan. Een verkoper kan niet met een bont en blauw gezicht naar klanten, terwijl dat bij een lasser niet erg is. Dus als er iets in het arbeidscontract is afgesproken over verzuim wegens eigen toedoen, is het verstandig om de bedrijfsarts in te schakelen. Aan een werknemer die bovenmatig veel verzuimt wegens blessures, kun je vragen om met die activiteiten te stoppen. De werknemer is namelijk verplicht om zich ook in zijn vrije tijd als goed werknemer te gedragen, zodat hij inzetbaar is voor de werkzaamheden. Als de werknemer zijn gedrag niet wil aanpassen dan kan de werkgever overwegen om over te gaan tot ontslag. Maar dan moet de werkgever wel een goed dossier hebben, met voldoende waarschuwingen en aanzeggingen. Menno de Neef ### Eerlijk duurt het langst…. Eerlijk duurt het langst…. Als handelsrecht-advocaten behandelen wij vaak zaken waarin koper ontevreden is over de afgeleverde zaak. Volgens de wet moet de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Dat is niet het geval als het geleverde niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Dat zijn de eigenschappen die voor een normaal gebruik nodig zijn en het bijzonder gebruik dat hij aan de verkoper gemeld heeft. De verkoper heeft een kennisvoorsprong omdat hij het verkochte (bijvoorbeeld een huis of een auto) vaak al in gebruik heeft en weet wat er mis mee is. Vandaar dat op de verkoper een mededelingsplicht rust. Daar staat tegenover dat de koper moet opletten wat hij koopt. Als je zonder enig onderzoek iets koopt kun je achteraf niet klagen over gebreken die je had kunnen zien. En zeker niet als in het koopcontract staat dat je het gekochte nog zult (laten) inspecteren. Als het tot een procedure komt zal de rechter eerst onderzoeken welke eigenschappen er ontbreken en of die eigenschappen wel aanwezig hadden moeten zijn. Vervolgens zal hij kijken of de verkoper aan zijn mededelingsplicht heeft voldaan en of de koper voldoende onderzoek heeft verricht. De mededelingsplicht en de onderzoeksplicht willen nog wel eens botsen. In december 2022 heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan in een zaak over een 100 jaar oud zeilschip. In het koopcontract stond dat de koper het schip zou laten inspecteren. Dat had de koper niet gedaan dus had hij niet aan zijn onderzoeksplicht voldaan. Na de levering bleek het schip lek, waardoor het langzaam zonk. Tijdens de discussie bleek dat de verkoper vlak voor de verkoop al van het lek op de hoogte was. Dat had hij niet aan de koper gemeld. De verkoper stelde zich op het standpunt dat de koper niet kon klagen omdat hij het lek had kunnen zien als hij het schip -zoals overeengekomen- had laten inspecteren. De Hoge Raad nam de onvoorzichtige koper toch in bescherming. Als de verkoper op de hoogte is van een gebrek, dan vergt de goede trouw dat hij hier eerlijk over is als hij weet dat de betreffende eigenschap voor de koper van belang is. Deze plicht gaat boven de onderzoeksplicht van de koper.  De koper kwam in deze zaak goed weg omdat hij kon bewijzen dat de verkoper bij het sluiten van de overeenkomst van het lek af wist. Als hij dat niet had kunnen bewijzen dan had hij zelf voor de herstelkosten op moeten draaien, zeker nu zijn onderzoeksplicht keihard in het contract was vastgelegd. Bij verkoop van een woning gaat het ook vaak mis. Onderdeel van het NVM modelcontract is een vragenlijst. Vul die als verkoper altijd eerlijk in, zodat je op die punten bewijsbaar voldoet aan je mededelingsplicht. Als je dat niet doet dan draai je achteraf waarschijnlijk op voor de herstelkosten. ### Nieuwe wettelijke regels voor verhuur woonruimte Nieuwe wettelijke regels voor verhuur woonruimte Op 21 maart 2023 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de ‘Wet goed verhuurderschap’. De wet treedt waarschijnlijk per 1 juli 2023 in werking. Wat houdt de wet in? Er komen algemene regels voor verhuurders en bemiddelaars van woonruimte, zowel voor woningen in de vrije sector als voor sociale huurwoningen. De regels zijn opgesteld om misstanden zoals discriminatie en intimidatie, een te hoge waarborgsom en onredelijke servicekosten tegen te gaan. Voortaan wordt het verplicht om de huurovereenkomst schriftelijk vast te leggen en om huurders te informeren over hun rechten en plichten met betrekking tot het gehuurde. Gemeenten krijgen de mogelijkheid om in een gemeentelijke verordening een verhuurvergunning verplicht te stellen, bijvoorbeeld om in kwetsbare wijken achterstallig onderhoud aan te pakken. Voor sociale huurwoningen kan de gemeente maximale huurprijzen instellen. Ook voor arbeidsmigranten kan de gemeente speciale regels opstellen, bijvoorbeeld met betrekking tot het maximaal aantal te huisvesten personen, hygiënische voorzieningen en voorzieningen voor voedselbereiding. Gemeenten worden verantwoordelijk voor toezicht en handhaving en kunnen uiteindelijk aanzienlijke boetes opleggen als de regels niet worden nageleefd. Verhuur je woonruimte of ben je dit van plan? Houd in de gaten of de wet in werking is getreden, of de gemeente een verhuurverordening heeft ingesteld en welke nieuwe regels voor jou van toepassing zijn. Ook voor huurovereenkomsten die al zijn ingegaan vóór inwerkingtreding van de wet moeten bepaalde verplichtingen door de verhuurder worden nageleefd binnen 1 jaar na inwerkingtreding. Laat de overeenkomst daarom door onze huurrechtspecialist opstellen of nakijken. Monique Uphus ### Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer Grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer Er is de laatste tijd veel ophef over grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Niet alleen seksueel getinte opmerkingen of ongewenste aanrakingen, ook het slecht behandelen van ondergeschikten leidt steeds vaker tot klachten bij de directie. Werkgevers die zulke meldingen ontvangen willen graag direct in actie komen. De werkgever mag zulke signalen niet negeren maar moet adequaat optreden. Mogelijk moet hij disciplinaire maatregelen opleggen of de ‘dader’ op staande voet ontslaan. Werkgevers doen er echter goed aan niet direct vanuit emotie te handelen. Volgens vaste rechtspraak moet de werkgever voortvarend, maar zorgvuldig onderzoek doen waarbij de voorgeschreven procedures en reglementen moeten worden gevolgd en moet hij zich houden aan algemene beginselen zoals hoor en wederhoor. Als de feiten en daarmee de dringende reden na onderzoek komen vast te staan, kan de werkgever de werknemer op staande voet ontslaan. De ‘onverwijldheid’ van het ontslag is in de praktijk een belangrijk juridisch obstakel voor een geldig ontslag. De werknemer moet direct nadat de dringende reden bekend is geworden, de ontslagreden te horen krijgen. Onverwijld houdt dus in dat er voortvarend wordt gehandeld. Een werkgever die een dringende reden denkt te hebben heeft wel enige tijdsruimte om tot ontslagaanzegging over te gaan. Bijvoorbeeld om onderzoek te doen naar de juistheid van het vermoeden of om juridisch advies in te winnen. En voortvarendheid gaat vaak niet gepaard met zorgvuldigheid. Een onderzoek naar vermeend ontoelaatbaar gedrag van een werknemer kost namelijk vaak tijd, zeker wanneer hiervoor een extern onderzoeksbureau wordt ingeschakeld. Maar hoe nu als er maanden aan extern onderzoek vooraf zijn gegaan? De grens tussen onverwijld en niet-onverwijld handelen is niet hard maar -zoals meestal- afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De rechter zal kijken naar: de aard en omvang van het onderzoek; de behoedzaamheid die bij het instellen van zo’n onderzoek is geboden om geen onrust in het bedrijf van de werkgever te wekken; de noodzaak tot het inwinnen van juridisch advies over het ontslag; de door de werkgever in acht te nemen zorg om te voorkómen dat de werknemer wordt geschaad als de beschuldigingen niet juist blijken. Als het langer duurt om de feiten op tafel te krijgen en het veel werk is deze te onderzoeken (zoals in fraudezaken) kan ook een langlopend onderzoek nog steeds als voortvarend worden aangemerkt. Zo lang de werkgever het onderzoek maar is gestart vlak nadat het vermoeden ter kennis is gekomen van degene die het ontslag zou kunnen geven. In gevallen van grensoverschrijdend gedrag moet de werkgever niet alleen rekening houden met de ernst van de verwijten, maar ook met de gevoeligheid van dit soort kwesties op de werkvloer, de beschadiging die onzorgvuldig handelen voor de beschuldigde werknemer zou kunnen meebrengen en de noodzaak om ook rekening te houden met de positie van de slachtoffers en de melders. Een tijdrovend onderzoek is dus toegestaan en soms zelfs noodzakelijk. Juist bij meldingen over grensoverschrijdend gedrag in het verleden. Wilt u uw ontslagzaak niet verliezen door goedbedoelde fouten? Bel eerst uw advocaat voordat u actie onderneemt.  ### Kunnen prijsstijgingen zo maar worden doorbelast aan een afnemer? Kunnen prijsstijgingen zo maar worden doorbelast aan een afnemer? Het is niemand ontgaan dat de prijzen van grondstoffen en producten de afgelopen tijd fors stijgen. Leveranciers proberen die gestegen inkoopkosten natuurlijk zoveel mogelijk bij hun afnemers te leggen. Soms is dat makkelijk, bijvoorbeeld als de leverancier steeds losse verkopen doet. Dan kan hij de prijs voor nieuw te sluiten overeenkomsten eenzijdig verhogen. Maar hoe zit dat als er een jaarlijkse indexering of een vaste prijs is afgesproken? In goede contracten en algemene voorwaarden is de mogelijkheid van prijsaanpassing al opgenomen. Maar dan nog kan het mis gaan. Op 8 september 2022 heeft de kort gedingrechter van de rechtbank in Lelystad hierover een uitspraak gedaan. Aanleiding voor die procedure was een leverancier van betonmortel die de prijs eenzijdig verhoogde. Een van zijn afnemers weigerde de prijsverhoging te betalen waarna de leverancier dreigde met het stopzetten van betonmortelleveringen. Omdat de afnemer daar ernstig door werd benadeeld startte die een kort geding tegen de leverancier. De vordering van de afnemer tot het voortzetten van de leveranties werd toegewezen. Volgens de rechter was er een vaste prijs afgesproken en waren de verkoopvoorwaarden van de leverancier en de inkoopvoorwaarden van de afnemer, op het punt van prijsaanpassingen, tegenstrijdig. Dan blijft de vaste prijs staan. De leverancier was niet gerechtigd de leveranties stop te zetten en moest doorleveren tegen de overeengekomen prijs. Als het contract of de toepasselijke voorwaarden voor dit soort omstandigheden niet in een prijsaanpassing voorziet, biedt de wet uitkomst. Zoals in het huurrecht tijdens de corona sluiting al bleek, mag de rechter een overeenkomst tijdelijk aanpassen als er sprake is van onvoorziene omstandigheden. De omstandigheden moeten tijdens de contractsluiting wel écht onvoorzien zijn en moeten ook van dien aard zijn dat de wederpartij naar redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst meer mag verlangen. Een andere escape is de overmachtsregeling: als een contractspartij vanwege een overmachtssituatie zijn verplichtingen tijdelijk of helemaal niet meer kan nakomen, kan hij nakoming opschorten of het contract beëindigen zonder schadevergoeding verschuldigd te raken. Van overmacht is pas sprake als de wanprestatie niet aan de schuld van schuldenaar is te wijten en ook niet krachtens wet, rechtshandeling of de in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening komt. Als bovenstaande mogelijkheden geen soelaas bieden, moet de leverancier met zijn afnemers in overleg gaan of het verlies voor eigen rekening nemen. Gezien het vorenstaande is het verstandig om regelmatig te kijken of contracten en/of algemene voorwaarden nog up-to-date zijn. Wij helpen hier graag mee. Menno de Neef ### Mag de werknemer bepalen waar hij/zij werkt? Mag de werknemer bepalen waar hij/zij werkt? Door corona is thuiswerken in rap tempo normaal geworden. We hebben de smaak te pakken. Maar heeft de werknemer ook het recht om thuis te werken?  Nederland kent geen algemeen recht op thuiswerken. Wel kan een werknemer op grond van de Wet Flexibel Werken (WFW) de werkgever schriftelijk verzoeken om op een andere arbeidsplaats te mogen werken. Dat is volgens de WFW - kort door de bocht - ‘iedere overeengekomen plaats’. De werkgever kan het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats (thuiswerken) afwijzen. Hij hoeft het verzoek slechts te overwegen en als dat wordt afgewezen moet dat met de werknemer besproken worden. De afwijzing moet ook schriftelijk aan de werknemer worden meegedeeld. De werknemer kan thuiswerken op grond van de WFW derhalve niet afdwingen. Maar er staan wijzigingen op de agenda. Op 5 juli 2022 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘Wet werken waar je wilt’ aangenomen. Onder deze wet zal de hoofdregel zijn dat de werkgever in beginsel verplicht is om een verzoek van de werknemer tot wijziging van de arbeidsplaats in te willigen. Dat is het geval als de werknemer verzoekt de arbeidsplaats te wijzigingen naar zijn/haar woonadres. De werknemer kan derhalve alleen kiezen voor zijn woonadres of de vestiging van de werkgever. Dit is dus veel minder ruim dan onder de WFW. Verder moet het woonadres binnen het grondgebied van de Europese Unie liggen. De werkgever kan een verzoek op redelijke en billijke gronden afwijzen. Daarbij moeten alle omstandigheden van het geval worden meegewogen, zoals de privéomstandigheden van de werknemer, de omstandigheden op de werkvloer en de administratieve en financiële lasten van de werkgever verbonden aan het thuiswerken.  De wet ‘Werken waar je wilt’ geldt overigens niet voor werkgevers met minder dan tien werknemers, omdat het voor kleine werkgevers vaak lastig is het thuiswerken in de bedrijfsvoering te passen. Op grond van deze nieuwe wet kan de werknemer dus makkelijker afdwingen om thuis te mogen werken, maar het is nog steeds geen absoluut recht. Het wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden aangenomen voordat deze nieuwe regels gaan gelden. Voorlopig blijven daarom nog wel de huidige regels van de WFW van toepassing. Het is verstandig om alvast na te denken over het maken van thuiswerkbeleid. Denk daarbij aan: welke functies komen voor thuiswerken in aanmerking, aan welke voorwaarden moet de werkplek voldoen, hoe zit het met privacy en hoe mag je de werknemer controleren op het uitvoeren van de bedongen werkzaamheden? Daarnaast kunnen er zich andere vraagstukken voordoen. Hoe zit het met de sociale zekerheid en belastingen als de werknemer in het buitenland woont en thuis gaat werken? Of: welke rechter is bevoegd als er een geschil ontstaat met een in het buitenland thuiswerkende werknemer?      Wilt u hulp bij het opstellen van beleid rondom thuiswerken of heeft u andere vragen over thuiswerken, de WFW of nieuwe wet? Bij De Neef Advocaten helpen wij u graag verder. ### Wetswijziging transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden Wetswijziging transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden Per 1 augustus 2022 wordt een aantal regels voor arbeidsvoorwaarden veranderd. Als u als werkgever niet voor onaangename verrassingen wilt komen te staan, zult u de (model)arbeidsovereenkomsten en personeelsregelingen nu moeten aanpassen. Informatieplicht De informatieplicht van werkgevers wordt uitgebreid. Werkgevers moeten voortaan ook informatie verstrekken over de arbeidstijden en arbeidsplaats, de verlofregeling, de verschillende looncomponenten zoals toeslagen en bonussen, de beëindigingsmogelijkheden en de scholingsmogelijkheden. De schriftelijke informatie over de normale werk- en rusttijden moet binnen een week na aanvang worden gegeven, over het opleidingsbeleid en het beëindigingsbeleid binnen een maand. Dit hoeft niet persé in de arbeidsovereenkomst maar mag ook in een personeelshandboek of arbeidsvoorwaardenregeling. Werktijden Bij een onvoorspelbaar werkpatroon moet de werknemer worden geïnformeerd over de dagen en uren waarop de werknemer kan worden opgeroepen, de minimale termijn voor oproeping en het aantal betaalde uren. De oproepkracht kan een schriftelijk verzoek indienen om op vaste dagen en uren te werken als hij vóór het door hem beoogde moment van die aanpassing ten minste een half jaar in dienst is. De werkgever moet daar schriftelijk en gemotiveerd op reageren. Voor kleine werkgevers (tot 10 personeelsleden) binnen 3 maanden, voor grotere werkgevers binnen 1 maand. Als er niet tijdig wordt gereageerd geldt het verzoek als toegekend. De werkgever is niet verplicht om een verzoek toe te wijzen als er te weinig werk is of als dat rooster-technisch niet kan. Studiekostenbeding Voor opleidingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de functie mogen werkgevers geen studiekostenbeding (terugbetaling studiekosten bij ontslagname) meer overeenkomen. De opleiding moet kosteloos worden aangeboden, moet zo mogelijk tijdens werkuren plaatsvinden en de tijd die een werknemer aan de opleiding besteedt, is arbeidstijd. Nevenwerkzaamhedenbeding Een verbod op nevenwerkzaamheden (tweede baan) is ook een populair beding in arbeidscontracten. En niet voor niets: als een werknemer door zijn andere werk arbeidsongeschikt raakt (burn-out, beroepsziekte, letsel) moet de werkgever niet alleen zijn loon doorbetalen maar is hij wellicht ook aansprakelijk voor de schade, terwijl hij geen invloed heeft op de arbeidsomstandigheden bij andere werkgevers of opdrachtgevers. Als werkgever moet je er ook voor waken dat de Arbeidstijdenwet niet wordt overtreden, waardoor de werknemer die een tweede baan heeft mogelijk niet steeds volledig inzetbaar is. De eerste werkgever kan vanaf augustus 2022 pas een beroep doen op een nevenwerkzaamheden beding (ook als dat vóór 1 augustus 2022 al overeengekomen is) als hij dat kan rechtvaardigen op grond van een objectieve reden. De rechtvaardiging hoeft niet in de arbeidsovereenkomst te staan maar mag ook worden gegeven als de werknemer toestemming vraagt voor nevenwerkzaamheden. Detachering in ander EU land Aan werknemers op wie de detacheringsrichtlijn van toepassing is, moet u voorafgaand aan het vertrek schriftelijk gegevens over het loon, de vergoedingen en toeslagen verstrekken. Opzegverbod Er gaat een extra opzegverbod gelden. De werkgever mag de arbeidsovereenkomst niet opzeggen omdat de werknemer een beroep doet op één of meer van de nieuwe regels. Geen overgangsregeling Er geldt geen overgangsrecht (inloopperiode om bestaande contracten aan te passen) zodat alle bedingen per 1 augustus 2022 aan de nieuwe wet moeten voldoen. Bedingen die niet meer aan de regels voldoen zijn dan gelijk nietig. Laat daarom uw model arbeidsovereenkomst en personeelsreglement controleren en waar nodig door ons aanpassen. ### Ondernemen in een ‘ons kent ons-klimaat’ is niet zonder risico’s Ondernemen in een ‘ons kent ons-klimaat’ is niet zonder risico’s Menno de Neef heeft sinds 2005 een eigen advocatenkantoor in de Hoeksche Waard. Zelf komt hij uit Mijnsheerenland en woont nu in de polder bij het buurtschap Zinkweg. “Er heerst hier een ‘ons kent ons-ondernemersklimaat’ en de onderlinge gunfactor is groot. Maar hoe goed je elkaar ook kent of hoe aardig je elkaar ook vindt, het blijft belangrijk om zaken vooraf goed vast te leggen. Dat voorkomt een hoop discussie als zaken niet lopen zoals gehoopt.” Menno maakt het regelmatig mee: vrienden of familieleden die samen een bedrijf starten, een nieuw product lanceren of werkzaamheden voor elkaar uitvoeren. Alles gaat goed, totdat achteraf blijkt dat de intenties of verwachtingen per persoon verschillen. “Onder het mom ‘voorkomen is beter dan genezen’ is het belangrijk om afspraken vooraf goed vast te leggen. Onduidelijkheid leidt tot discussie, omdat iedere partij geneigd is om afspraken in zijn eigen voordeel uit te leggen. Dat gaat veel geld kosten en de relatie met de klant, leverancier of werknemer wordt geschaad. Dat was misschien niet nodig geweest als de afspraken beter waren vastgelegd.” “Onduidelijke contracten leiden tot discussie, omdat iedere partij geneigd is om afspraken in zijn eigen voordeel uit te leggen.” Google weet niet alles“Maak hiervoor geen gebruik van modelcontracten van het internet”, waarschuwt Menno. “Contracten van het internet zijn vaak te algemeen, waardoor zaken alsnog op verschillende manieren uitgelegd kunnen worden. Daarbij focussen bedrijven vaak op de commerciële voorwaarden. Er wordt dan niet goed gekeken naar het beperken van de risico’s en aansprakelijkheid of de inhoud van de verkochte dienst. Juist hier ligt onze expertise. We hebben jarenlange ervaring met het opstellen van overeenkomsten, kennen de risico’s van het ondernemen en de actuele jurisprudentie. We weten ook precies waar rechters op letten als zij een onvolledig contract gaan uitleggen, maar zover laten we het liever niet komen. Als preventieve adviseur proberen we de gang naar de rechter te vermijden. Daarom is het belangrijk om vooraf bij ons langs te komen. We helpen bedrijven bij het opstellen en/of beoordelen van contracten.” “Modelovereenkomsten van het internet zijn te algemeen en zorgen achteraf alsnog voor discussie.” OndernemingsrechtNaast het contractenrecht is het advocatenkantoor ook gespecialiseerd in het ondernemingsrecht. “Wij adviseren over traditionele ondernemingsrechtelijke onderwerpen, zoals aan- en verkoop van bedrijven, de positie van aandeelhouders en bestuurders, arbeidsrecht, franchise, huur, pacht en het opzetten van samenwerkingsverbanden, zoals vennootschappen. Daarnaast hebben we veel ervaring op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid: de bescherming tegen claims van curatoren en teleurgestelde schuldeisers of juist het aansprakelijk stellen van bestuurders van bedrijven die facturen onbetaald hebben gelaten. Omdat wij zelf geen curator zijn, zitten wij nooit met een dubbele pet op. We geven advies in begrijpelijke taal en kijken verder dan alleen de juridische positie. Een goed advies houdt niet op met de constatering dat iets niet kan: we zoeken graag uit wat nog wél kan.” ### Vakantiedagen Vakantiedagen Rond de zomervakantie krijgen wij vaak vragen over vakantiedagen. Hoe zit het in de basis? Volgens de wet heeft de werknemer aanspraak op vakantie gelijk aan ten minste vier keer de overeenkomen arbeidsduur per week (de wettelijke vakantiedagen). Als een werknemer vijf dagen per week werkt, hij/zij daarmee per jaar recht heeft op 20 wettelijke vakantiedagen. Alle dagen die de werknemer daarboven krijgt (als in het arbeidscontract of de cao meer vakantiedagen dagen worden toegekend) noemt men de bovenwettelijke vakantiedagen. Opbouw van vakantiedagen vindt alleen plaats over de perioden waarin de werknemer recht heeft op loon, dus ook tijdens ziekte, schorsing en vrijstelling van werk.  Anders dan vaak wordt gedacht, is het de werknemer die bepaalt wanneer hij/zij vakantiedagen opneemt. U mag wel elk jaar een aantal verplichte vrije dagen aanwijzen, mits dit in een cao of in de arbeidsovereenkomst is vastgelegd. Deze verplichte vrije dagen komen in dat geval in mindering op het vakantiedagensaldo van de werknemer. De werknemer heeft in elk geval recht op twee aaneengesloten weken vakantie per jaar of op twee keer één volle week. De werknemer moet de vakantieaanvraag schriftelijk en tijdig indienen. U kunt een vakantieaanvraag binnen twee weken weigeren, maar slechts als daarvoor gegronde redenen zijn. Doet u dat niet tijdig, dan is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de aanvraag van de werknemer. Uiteraard hoeft u een werknemer met te weinig vakantiedagen geen vrij te geven. Als een werknemer tijdens vakantie ziek wordt, dan tellen de dagen waarop hij/zij ziek is niet als vakantiedagen maar als ziektedagen. De wettelijke vakantiedagen vervallen zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de vakantiedagen zijn opgebouwd. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar. Nadat vakantiedagen zijn vervallen of verjaard kan de werknemer deze niet meer opnemen of laten uitbetalen. De verval- of verjaringstermijn geldt niet als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is geweest om vakantiedagen op te nemen, bijvoorbeeld als u opname van vakantie heeft geweigerd of als de werknemer zo ziek was dat hij niet kon re-integreren. De werkgever is verantwoordelijk voor het bijhouden van vakantiedagen. Wij adviseren om een ouderwetse vakantiedagenkaart te gebruiken waarop de werknemer tekent voor opname van vakantiedagen. Zo voorkomt u discussies over het vakantiedagensaldo. De vakantiedagenregeling is complexer dan vaak wordt gedacht. Wij geven wij u graag uitleg en advies. Heeft u er wel eens aan gedacht om een vakantiedagenregeling op te laten stellen en in te voeren? Dat schept duidelijkheid en scheelt een hoop discussie. ### Social media Social media Social media kunnen nuttig zijn voor je onderneming. LinkedIn, Snapchat, Twitter, Facebook en YouTube kunnen bijdragen aan je naamsbekendheid en het promoten van uw producten of diensten. Echter kennen social media ook een gevaarlijke kant: negatieve berichtgeving of het lekken van bedrijfsgegevens vanuit werknemers. Een voorbeeld hiervan is de webdesigner in dienst van een groothandel in computers en software. Op enig moment bleek zij een concurrerende website te hebben. Omdat dit niet was toegestaan werd zij geschorst. In haar boosheid zette werkneemster wat filmpjes op YouTube waarin zij het gezicht van de directeur had geplakt om hem belachelijk te maken. De werkgever verzocht de rechter het dienstverband te beëindigen wegens verwijtbaar handelen. De rechter ging daar in mee en bepaalde dat het gedrag van de werkneemster dusdanig verwijtbaar was dat zij zonder transitievergoeding werd ontslagen. Een ander voorbeeld: een reclasseringsmedewerker functioneerde niet goed en meldde zich na kritiek op zijn functioneren ziek. De re-integratie en het verbetertraject verliepen erg stroef. Toen de werknemer negatieve berichten over de Reclassering op Facebook plaatste, was voor de werkgever de maat vol. Hij verzocht de rechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Ondanks het opzegverbod tijdens ziekte ontbond de rechter de arbeidsovereenkomst en verbood hij de werknemer om negatieve uitingen over de werkgever te plaatsen. Mag je als werkgever het gebruik van social media door jouw werknemers beperken of controleren? Ja, maar niet zonder meer. Dergelijke verboden kunnen namelijk in strijd zijn met het recht op de privacy en de vrijheid van meningsuiting. Het aan banden leggen van gebruik van sociale media is wel toegestaan als de werkgever daar een gerechtvaardigd belang bij heeft dat zwaarder weegt dan de rechten en belangen van de werknemer, bijvoorbeeld het voorkómen van negatieve uitlatingen of het lekken van bedrijfsgegevens. Wel is vereist dat de doeleinden vooraf duidelijk zijn vastgesteld. Het beschermen van vertrouwelijke gegevens en het tegengaan van imagoschade zijn legitieme doeleinden. Verder moet de werknemer vooraf op de hoogte gesteld zijn van deze doeleinden en moet de controle zo beperkt mogelijk blijven. Als er contractueel niets vastgelegd is, zal je een werknemer die over de schreef gaat moeten aanspreken uit hoofde van het goed werknemerschap of onrechtmatig handelen. Die lat ligt redelijk hoog. Je doet er daarom verstandig aan om in een personeelsreglement een social media protocol op te nemen. Dan bent je degene die de contouren bepaalt van wat wel en niet mag en dat niet door het billijkheidsgevoel van de rechter laat bepalen. Zorg ervoor dat dit een goed leesbaar document is, waaruit voor de werknemers op heldere wijze blijkt wat wel, en wat niet mag. Laat de werknemers voor ontvangst van de regeling tekenen of -beter nog- maak de regeling onderdeel van de arbeidsovereenkomst. Je moet er ook voor zorgen dat de regeling op elk gewenst moment kan worden geraadpleegd (bijvoorbeeld via intranet of in het loonstroken programma). Tot slot is het verstandig om regelmatig te kijken of de regeling nog up-to-date is. De technische ontwikkelingen gaan snel en je wilt geen achterhaalde regeling op het moment dat je hem nodig hebt. Wij helpen je hier graag mee. Menno de Neef ### De fictieve opzegtermijn De fictieve opzegtermijn Als werkgever en werknemer besluiten met wederzijds goedvinden het tussen hen bestaande dienstverband te beëindigen, of daarover in onderhandeling treden, zullen zij rekening moeten houden met de fictieve opzegtermijn. ‘Wat is dat en waarom moeten we daar rekening mee houden?’ is een veel gestelde vraag. Wat is de fictieve opzegtermijn? UWV zal bij het beoordelen van een aanvraag van een ex-werknemer voor het verkrijgen van een werkeloosheidsuitkering (WW-uitkering) bekijken of de voor de werkgever geldende opzegtermijn is aangehouden bij het bepalen van de datum waarop het dienstverband is geëindigd. Omdat de werkgever niet daadwerkelijk heeft opgezegd, maar werknemer en werkgever samen hebben besloten het dienstverband te beëindigen, wordt gesproken over een ‘fictieve’ opzegtermijn. UWV zal pas nadat deze fictieve opzegtermijn is verstreken een WW-uitkering toekennen. Uiteraard moet de werknemer dan wel aan alle voorwaarden voor het verkrijgen van zo’n uitkering voldoen. Hoe werkt de fictieve opzegtermijn? UWV houdt de voor de werkgever geldende opzegtermijn aan. Op grond van de wet is die afhankelijk van de duur van het dienstverband. korter dan 5 jaar: 1 maand 5 – 10 jaar: 2 maanden 10 - 15 jaar: 3 maanden langer dan 15 jaar: 4 maanden In de arbeidsovereenkomst of cao kan een andere opzegtermijn zijn bepaald en over het algemeen moet tegen het einde van de maand opgezegd worden. De termijn gaat in op het moment dat werkgever en werknemer schriftelijk overeenstemming hebben bereikt over het eindigen van het dienstverband. Voorbeeld Dit betekent dat Albert met ingang van 1 augustus een WW-uitkering kan krijgen. Albert en zijn werkgever spreken daarom af dat het dienstverband op 31 juli afloopt en dat Albert tot en met die datum loon ontvangt. Als geen rekening zou worden gehouden met de fictieve opzegtermijn, zou Albert van 25 mei (einde dienstverband) tot 1 augustus (start WW) namelijk geen inkomsten hebben. Advies Heeft u advies nodig bij het toepassen van de fictieve opzegtermijn? Neem gerust contact met mij op. Isis Henriquez-van de Wetering ### Vakantiedagen in december Vakantiedagen in december De periode rond kerst en oud en nieuw is een gewilde periode voor werknemers om vakantiedagen op te nemen. Vaak kunnen zij door één of twee dagen vrij te nemen rondom de feestdagen een aantal dagen achter elkaar vrij zijn zonder er al teveel vakantiedagen voor in te hoeven leveren. Het jaar 2021 is overigens een werkgeversjaar, omdat zowel de kerstdagen als nieuwjaarsdag in het weekend vallen. Niet iedereen kan tegelijk vrij nemen als het bedrijf rond en/of op feestdagen gewoon open is. Hoe zit het met het vaststellen van vakantiedagen?  Uitgangspunt vaststelling vakantie Als er in de arbeidsovereenkomst of cao niet anders is bepaald, is het uitgangspunt dat de werkgever de tijdstippen van het begin en het einde van de vakantie vaststelt, maar dit wel  overeenkomstig de wensen van de werknemer tenzij er gewichtige redenen zijn om de vakantie niet conform de wens van de werknemer vast te stellen. In feite is het dus de werknemer die bepaalt wanneer hij vakantie opneemt. Als de werknemer schriftelijk laat weten wanneer hij vakantie wil nemen, dan heeft de werkgever twee weken de tijd om op de aanvraag te reageren. Als er binnen die twee weken door de werkgever geen ‘gewichtige redenen’ zijn aangevoerd die aan de gewenste vakantie in de weg staan, dan geldt de vakantie als vastgesteld conform de wens van de werknemer. Uiteraard moet de werknemer wel voldoende vakantiedagensaldo hebben opgebouwd voor het aantal vakantiedagen dat hij wenst op te nemen.  Van gewichtige redenen is sprake als het instemmen met het verzoek van de werknemer zou leiden tot een ernstige verstoring van de bedrijfsvoering. Gedacht kan worden aan de situatie waarin het voor het bedrijf erg druk is rondom en op feestdagen (bijvoorbeeld winkels en restaurants) of als collega’s (die eerder waren met een vakantieaanvraag) al vakantie hebben of wegens ziekte afwezig zijn, waardoor de werknemer niet gemist kan worden. Wijzigen vastgestelde vakantie Als een vakantie al is vastgesteld, kan deze - na overleg met de werknemer - door de werkgever gewijzigd worden als er zich na de vaststelling daarvan gewichtige redenen voordoen. Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als er ineens een grote hoeveelheid spoedopdrachten binnen komt of als er een collega ziek uitvalt die alleen door de werknemer kan worden vervangen. In dit geval zal de werkgever de schade die de werknemer lijdt door het wijzigen van het tijdstip van zijn vakantie (bijvoorbeeld annuleringskosten) moeten vergoeden. Vervallen wettelijke vakantiedagen Per jaar bouwt de werknemer vakantiedagen op. Wettelijk gaat het om ten minste vier keer de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur. Zo heeft de werknemer met een arbeidsduur van 40 uur per week wettelijk recht op 160 vakantie-uren per jaar, de werknemer die 24 uur per week werkt op 96 uur. Deze wettelijke vakantiedagen vervallen na zes maanden na de laatste dag van het kalenderjaar waarin zij zijn opgebouwd. De in 2021 opgebouwde wettelijke vakantiedagen vervallen derhalve per 1 juli 2022. In 2018 heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat een werkgever verplicht is om er concreet en in alle transparantie voor te zorgen dat een werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen. Een uitvloeisel hiervan is dat de werkgever verplicht is om de werknemer tijdig over de vervaltermijn van de vakantiedagen te informeren. Alleen als de werkgever kan bewijzen dat aan deze informatieplicht is voldaan, kan de werkgever vervallen vakantiedagen afboeken. De werknemer heeft er in dat geval namelijk bewust voor gekozen om geen vakantie op te nemen. Deze regel geldt uiteraard niet voor de werknemer die zo ziek is dat hij niet kan re-integreren en geen vakantiedagen kan opnemen. Het is daarom goed om in de decembermaand stil te staan bij het saldo aan vakantiedagen van de werknemers en om hen individueel en schriftelijk te wijzen op hun vakantiesaldo en de vervaltermijn. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen -alle dagen die u boven de wettelijke aantal van 4x de overeengekomen arbeidsduur met de werknemer afspreekt- vervallen niet, daarvoor geldt een verjaringstermijn van 5 jaar.  Als de werknemer vakantiedagen opneemt geldt dat hij eerst de vakantiedagen opneemt die als eerste zouden vervallen of verjaren. Uitbetalen vakantiedagen Tijdens het dienstverband is het niet toegestaan om wettelijke vakantiedagen uit te betalen. Dat mag alleen bij het einde van het dienstverband. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen kan wel overeengekomen worden dat deze tijdens het dienstverband kunnen worden uitbetaald, maar dat moet wel schriftelijk zijn vastgelegd. Heeft u nog vragen over vakantiedagen? Ik help u graag verder. Isis Henriquez-van de Wetering ### Zeldzame h-grond toegepast Zeldzame h-grond toegepast Het ontslagrecht kent de volgende limitatieve ontslaggronden:   bedrijfseconomisch ontslag (a-grond)langdurige arbeidsongeschiktheid (b-grond)frequent ziekteverzuim (c-grond)disfunctioneren (d-grond)verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond)werkweigering wegens gewetensbezwaar (f-grond)verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)restgrond (h-grond) De h-grond is één van deze ontslaggronden en kan tot ontslag leiden als er sprake is van: ‘andere omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’. Het gaat om situaties waarin een ontslag wenselijk is, maar die niet onder de andere genoemde ontslaggronden vallen, bijvoorbeeld als de werknemer (voor langere tijd) gedetineerd is of als de werknemer niet of niet meer over een verblijfsvergunning beschikt. Toepassing in de praktijk Rechters willen de h-grond alleen in uitzonderlijke gevallen toepassen en doen dat daarom niet vaak. Recent werd de arbeidsovereenkomst met een chauffeur wel met toepassing van de h-grond ontbonden. Het ging in die zaak, waarin ik de werkgever bijstond, om het volgende.   De werknemer in deze zaak was op oproepbasis als chauffeur in dienst bij een koeriersbedrijf. Zijn werkgever werkte slechts voor één opdrachtgever. De werknemer moest zich aan het begin van zijn dienst bij het depot van de opdrachtgever melden en nam daar postpakketten in ontvangst, die hij die dag op zijn vaste route diende te bezorgen.     De opdrachtgever van de werkgever ontving gaandeweg opvallend veel klachten van klanten over het niet ontvangen van pakketten. Het ging daarbij steeds om pakketten op de route van de werknemer. De opdrachtgever heeft daarom een onderzoek ingesteld en heeft de werknemer naar het verdwijnen van pakketten gevraagd. De werknemer verklaarde tijdens dit onderzoek tegenstrijdig. Zo vertelde hij dat hij zijn bus altijd op slot deed als hij die verliet, maar ook verklaarde hij dat de bus soms niet was afgesloten. De opdrachtgever heeft de werknemer na het onderzoek in het Norm Overtreding Register (de ‘zwarte’ lijst) opgenomen. Daardoor mocht de werknemer niet meer voor de opdrachtgever werken. Omdat de werknemer daardoor niet meer door de werkgever ingezet kon worden (andere opdrachtgevers had werkgever immers niet), heeft de werkgever hem niet meer voor werk opgeroepen. Daardoor ontving de werknemer ook geen salaris meer.   De werknemer vond dat hij op staande voet was ontslagen en vroeg aan de rechter om dat ontslag te vernietigen. Ook eiste hij betaling van salaris. Oordeel Ook het verzoek tot doorbetaling van loon werd afgewezen. De hoofdregel is dat de werknemer recht heeft op loon ook als hij/zij niet of slechts gedeeltelijk werkt. De werknemer heeft echter geen recht op loon als het niet of slechts deels werken in redelijkheid voor zijn/haar rekening komt. De werknemer had tijdens het onderzoek van de opdrachtgever tegenstrijdig verklaard. Daarnaast was het niet aannemelijk dat de verdwenen pakketten na het verlaten van het depot uit de bus van de werknemer zouden zijn gestolen. Verder zijn er sinds de werknemer de bewuste route niet meer reed geen pakketten meer verdwenen. De rechter vond daarom dat het feit dat de werknemer niet meer werd opgeroepen in redelijkheid voor rekening zijn rekening kwam. De werknemer had daarom geen recht meer op loon. Tegenverzoeken De werkgever had de rechter meteen verzocht om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De werkgever voerde hiervoor de e-grond (verwijtbaar handelen van de werknemer), g-grond (de verstoorde arbeidsrelatie) en h-grond aan. E-grond en g-grond niet toegepastOndanks dat de werknemer de schijn behoorlijk tegen zich had, kon niet met zekerheid worden gezegd dat hij alle pakketten had gestolen of dat hij deze door iemand anders had laten stelen. De rechter kon daarom niet met zekerheid zeggen dat de werknemer verwijtbaar had gehandeld. Ook de g-grond werd door de rechter niet toegepast. Hij kon zich voorstellen dat de arbeidsrelatie verstoord was geraakt omdat de werkgever geen vertrouwen meer had in de werknemer. Omdat echter niet vast stond dat de werknemer de pakketten had gestolen, vond de rechter dat het gebrek aan vertrouwen misschien onterecht zou kunnen zijn en heeft hij de g-grond om die reden niet toegepast. Ik vind dit vreemde overweging, omdat het er bij deze ontslaggrond om gaat of de arbeidsrelatie duurzaam ernstig verstoord is geraakt. Of een gebrek aan vertrouwen bij één van de partijen of beide partijen terecht is, doet niet ter zake als de arbeidsrelatie (daardoor) wel ernstig verstoord is geraakt. Ik had het begrijpelijker gevonden als de rechter had overwogen dat er geen pogingen waren gedaan om de arbeidsrelatie te herstellen, terwijl niet vast stond dat de werknemer de pakketten had gestolen en dat er daarom niet gesproken kon worden van een duurzaam ernstig verstoorde arbeidsrelatie. H-grond toegewezenDe rechter ontbond de arbeidsovereenkomst wel op de h-grond, omdat de arbeidsovereenkomst een ‘lege huls’ was geworden. Immers kon de werknemer niet meer te werk gesteld worden bij de enige opdrachtgever van de werkgever. Herplaatsing in een andere passende functie bij de werkgever behoorde niet tot de mogelijkheden. Volgens de rechter kon onder deze omstandigheden van de werkgever niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Waarschijnlijk was de rechter al voornemens om de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de h-grond, maar omdat hij volgens de procesregels de ontslaggronden moet ‘aflopen’ in de door de werkgever gekozen volgorde, moest hij wel nog iets vinden van de e-grond en g-grond. Dit zou het overslaan van een bewijsronde en de summiere motivering van de rechter ten aanzien van de g-grond kunnen verklaren. Een aanwijzing hiervoor kan ook worden gevonden in de overweging in de uitspraak:      ‘De kantonrechter acht daarom de h-grond de meest passende grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.’ Hieruit kan worden afgeleid dat de rechter ook de e-grond en de g-grond passend vond, maar de h-grond gewoon geschikter (of makkelijker) vond. Mogelijk speelde hierbij een rol dat het voortzetten van de procedure voor beide partijen niet de meest gewenste opties was in verband met de daarmee gemoeide tijd en kosten, het relatieve lage economische belang van de zaak én de eventuele nadelige gevolgen voor de werknemer mocht vast komen te staan dat hij de pakketten zou hebben gestolen. Dat laatste kon nu in het midden blijven. De uitspraak vindt u hier terug. ### De niet gevaccineerde werknemer De niet gevaccineerde werknemer Sinds de invoering van de QR-code krijgen wij van zowel werkgevers als werknemers de vraag of een werknemer mag worden ontslagen als die zich niet wil laten vaccineren. Kan de werknemer op staande voet worden ontslagen?Voor sommige functies moet een werknemer zich laten vaccineren of moet hij een negatief testbewijs over kunnen leggen. Als hij dat niet wil dan kan hij bepaalde werkzaamheden niet uitvoeren. Dat heeft wat weg van werkweigering en dat is soms een ontslag op staande voet waard. De kans dat de werkgever hiermee zonder kleerscheuren wegkomt, is echter bijzonder klein. In de eerste plaats mag de werkgever niet vragen naar medische gegevens zoals vaccinatie of besmetting. Dat mag alleen de bedrijfsarts en die mag dat niet met de werkgever delen. In de tweede plaats is een ontslag op staande voet een laatste redmiddel voor gevallen waarin de werknemer zich overduidelijk misdraagt. Juristen noemen dat een dringende reden. De enkele omstandigheid dat de werknemer zich niet wil laten vaccineren of testen valt daar naar mijn mening niet onder, zolang er (nog) geen wettelijke test- en vaccinatieplicht is. Een van de omstandigheden die door de rechter getoetst worden is de afwezigheid van andere opties, bijvoorbeeld aanpassing van de functie. Omdat een ontslag op staande voet voor de werknemer vergaande gevolgen heeft, verwacht ik niet dat dit stand zal houden. Meer kans bij de rechter?Waarschijnlijk niet. Als de werkgever de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter wil laten ontbinden, moet de reden worden geschaard onder één van de in de wet genoemde ontslaggronden. De werkgever zal in het kader van de f-grond (gewetensbezwaren) moeten aantonen dat de bedongen arbeid niet tijdelijk in aangepaste vorm kan worden verricht en dat hij deze mogelijkheid goed heeft onderzocht. Als er andere, minder ingrijpende, maatregelen mogelijk zijn, zoals aanpassing van de functie, zal dat geen gemakkelijke opgave zijn.   Bij de g-grond (verstoorde arbeidsrelatie) moet de werkgever aannemelijk maken dat er sprake is van een definitief/ernstig verstoorde arbeidsrelatie. De enkele weigering van de werknemer om zich te laten vaccineren (een beroep op zijn grondwettelijke rechten) is daartoe niet voldoende. Er moeten dus bijkomende omstandigheden zijn en er moeten pogingen gedaan zijn om de relatie te herstellen. Er is een uitspraak gepubliceerd over beëindiging van een arbeidsovereenkomst omdat er een geschil was ontstaan over het al dan niet dragen van een mondkapje. Niet de weigering, maar het onoplosbare geschil was de uiteindelijke ontslaggrond. De andere wettelijke ontslaggronden lijken mij niet (goed) van toepassing. Mogelijk biedt de h-grond (de restgrond) een uitweg, maar die is alleen bedoeld voor uitzonderlijke gevallen. De rechtspraak met betrekking tot de h-grond is schaars. In alle gevallen geldt daarbij dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst pas aan de orde kan zijn als de werkgever zich voldoende heeft ingespannen om de reden van de ontbinding weg te nemen. ConclusieEen ontslag wegens verminderde inzetbaarheid door het niet willen vaccineren of testen is wettelijk gezien nog niet mogelijk. Wellicht dat er in de rechtspraak nog een ontslaggrond wordt gevormd, bijvoorbeeld door aanpassing van de h-grond, maar is nu nog koffiedik kijken. Heeft u vragen over een werknemer die zich niet wil laten vaccineren? Ik adviseer u graag. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### De Neef Advocaten op RTL Nieuws over internetveiling De Neef Advocaten op RTL Nieuws over internetveiling Een zaak van onze vastgoedspecialist mr. Monique Uphus heeft het landelijke nieuws gehaald. Onze klant had meegeboden op een internetveiling, waarin een winkelpand vrijwillig werd geveild. Na een paar keer bieden haakte onze klant af omdat hij niet hoger wilde bieden. Tot zijn grote verbazing kreeg hij een paar dagen later een aangetekende brief waarin hij werd verplicht om het pand alsnog af te nemen. Volgens de verkoper was het winkelpand niet aan de hoogste bieder gegund. Op grond van de voorwaarden van de internetveiling had onze klant zijn bod onvoorwaardelijk en onherroepelijk uitgebracht. Het bod bleef volgens die veilingvoorwaarden staan tot na sluiting van de veiling. De verkoper kon dan een kredietwaardigheidsonderzoek naar de hoogste bieder doen. Op de vraag van onze klant waarom niet aan de hoogste bieder was gegund en om een kopie van het onderzoeksrapport werd afwijzend gereageerd. Gebleken is dat de verkoper zelf had zitten meebieden en de hoogste bieder was. Niet omdat hij het pand van zichzelf wilde kopen (wat niet kan) maar om de prijs kunstmatig op te drijven. Onze klant wist niet dat hij tegen de verkoper zelf aan het bieden was. Omdat er geen notaris was ingeschakeld, was er geen controle op de persoon van de bieder en op het kredietwaardigheidsonderzoek. Namens de klant hebben we gesteld dat hij zijn biedingen niet had willen uitbrengen als hij had geweten dat de verkoper zelf de prijs zat op te drijven. Het beroep van de verkoper op de veilingvoorwaarde dat de bieder vast zat aan zijn bod omdat hij dit onvoorwaardelijk en onherroepelijk had uitgebracht, was onredelijk. Onder deze omstandigheden was het onaanvaardbaar dat de verkoper onze klant aan zijn afnameplicht wilde houden. Zowel de Rechtbank Rotterdam in de bodemprocedure als het gerechtshof Den Haag in het hoger beroep, was het daar mee eens. De vordering van de verkoper is niet alleen afgewezen, hij moest ook nog eens € 25.000 aan de bieder betalen voor de door hem gemaakte kosten. Het RTL Nieuws-bericht leest u hier: https://bit.ly/3mspK8m. De uitspraak van het gerechtshof leest u hier: https://bit.ly/2WIaT0X. ### Wijziging huurprijsverhoging woonruimte 2021 Wijziging huurprijsverhoging woonruimte 2021 Woonruimte kan worden onderverdeeld in ‘gereguleerde woonruimte’, ook wel sociale huurwoningen genoemd en in ‘geliberaliseerde woonruimte’, ook wel vrije sector genoemd. Voor de beide categorieën geldt andere regelgeving. Om te bepalen in welke categorie een woning valt wordt gekeken naar de huurprijs bij aanvang van de huurovereenkomst. Is de kale huurprijs lager dan een jaarlijks vast te stellen grens, dan is sprake van gereguleerde huur. Deze grens ligt dit jaar op € 752,33. Mede als gevolg van de coronacrisis is onlangs de wet maximering huurprijsverhogingen aangenomen. Voor de sociale huurwoningen betekent dit dat de verhuurder de huurprijs vanaf 1 mei 2021 niet mag verhogen, zelfs al is de verhoging of indexatie in de huurovereenkomst opgenomen. Dit geldt niet alleen voor woningcorporaties, maar ook voor particuliere verhuurders. En dit geldt niet alleen voor woningen, maar ook voor kamerverhuur. Voor de geliberaliseerde woonruimte gold tot heden geen wettelijk bepaalde maximale huurverhoging, maar er was sprake van contractvrijheid. Hetgeen is overeengekomen in het huurcontract gold. Op grond van de nieuwe wet geldt ingaande 1 mei 2021 voor de duur van 3 jaar echter ook een maximum, te weten een jaarlijkse verhoging van de inflatie + 1%. Over 2021 betekent dit dat de huurprijs met maximaal 2,4% mag worden verhoogd. Een uitzondering geldt overigens voor huurverhoging na renovatie of verbouwing waarbij de huurder meer comfort krijgt. ### Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) Wet en bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) Een hoop hassle waar al heel veel over is geschreven, maar wat is nu de kern van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR)? Allereerst geldt de WBTR alleen voor formele verenigingen. Als de statuten niet in een notariële akte zijn opgenomen (de informele vereniging) dan verandert er nu niets. Daarmee kunnen alle buurtverenigingen en het merendeel van de recreatieve clubjes opgelucht ademhalen. Met de komst van de WBTR wordt het rechtspersonenrecht geharmoniseerd. Wat al langere tijd gold voor de NV en de BV wordt nu ook van toepassing op de vereniging, stichting, coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij. Denk dan met name aan de behoorlijke taakvervulling en  de daarmee samenhangende bestuurders/commissaris aansprakelijkheid. Een overzicht van de belangrijkste wijzigingen. Tegenstrijdig belangEr is een tegenstrijdig belang regeling ingevoerd die ziet op de besluitvorming. Indien een bestuurder een persoonlijk tegenstrijdig belang heeft met de rechtspersoon dan moet hij zich van beraadslaging en besluitvorming onthouden. Het besluit kan dan wel worden genomen door de overige bestuurders. Zijn die er niet of hebben zij ook allemaal een tegenstrijdig belang, dan wordt het besluit genomen door de Raad van Commissarissen. Is er geen Raad of zijn ook zij geconflicteerd dan blijft het bestuur bevoegd en moet hij het besluit en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen schriftelijk vastleggen. Een tegenstrijdig belang van een bestuurslid doet verder niets af aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid. De bestuurder kan het besluit dus gewoon uitvoeren. In sommige oude statuten staat nog wel eens opgenomen dat de Raad van Toezicht bevoegd is om de rechtspersoon te vertegenwoordigen indien het bestuur een tegenstrijdig belang heeft. Deze bepaling is niet geldig! Let daar op want deze tegenstrijdig belang regeling is per 1 juli 2021 van kracht, ongeacht of de nieuwe wet al in de statuten is verwerkt. Belet en ontstentenisIn de statuten moet een belet- en ontstentenisregeling worden opgenomen. Dat houdt in dat er situaties worden omschreven in welke gevallen het bestuur met belet is (kortdurend en tijdelijk) of dat er sprake is van ontstentenis (definitief) en wie er in dat geval bevoegd is om de bestuurstaken over te nemen. Meervoudig stemrechtEr gelden aangepaste regels voor het meervoudig stemrecht. Een bestuurslid kan nooit meer stemmen uitbrengen dan de overige leden tezamen. Deze wijziging bevordert een eerlijke besluitvorming en verhindert bestuurders met doorslaggevende zeggenschap (verkapte veto’s).  Monistisch bestuursmodelHet bestuur kan een one-tier board model hebben. Er is dan geen traditionele scheiding tussen het bestuur en een RvC (two-tier), maar dan bestaat het bestuur uit uitvoerend bestuurders (UBS) en niet-uitvoerend bestuurders (NUBS). De collectieve aansprakelijkheid is dan direct een aandachtspunt, om die reden zijn er ook onderlinge taakverdelingen mogelijk.  Raad van CommissarissenTot slot volgt er een wettelijke basis voor het instellen van een Raad van Commissarissen / Raad van toezicht. Veel stichtingen (in het semi-publieke domein) hadden dat al in hun statuten staan, nu is het wettelijk verankerd. Ook de bestuurdersaansprakelijkheidsregels zijn op de Raad van toepassing.   OvergangsrechtVoor de hiervoor genoemde wijziging geldt een overgangsperiode van vijf jaar. Binnen die tijd moeten de statuten in ieder geval zijn aangepast. Volgt er een tussentijdse aanpassing dan zal de notaris bij die eerst volgende statutenwijziging de statuten in lijn brengen met de WBTR. Inmiddels is bekend geworden dat de regels voor het monistisch model en de belet- en ontstentenisregeling uitgesteld in werking zullen treden. Tot zover geen aanleiding tot paniek, wel redenen om alert te zijn. ### Ziek door corona Ziek door corona Mijn werknemer heeft zich niet laten vaccineren en is ziek door het coronavirus. Heeft hij recht op loon?Het staat buiten discussie dat deze situatie valt onder de wettelijke regeling dat de werkgever gehouden is het loon door te betalen tijdens ziekte. Dat kan anders zijn als de werknemer zijn ziekte opzettelijk heeft veroorzaakt. In de regel is dat alleen het geval als de werknemer ondanks waarschuwing naar een code oranje/rood gebied op vakantie is geweest en ziek terugkomt. Het aanvaarden van het risico om besmet te raken door zich niet te laten vaccineren, is niet gelijk te stellen aan het opzettelijk veroorzaken van ziekte. Uiteraard moet er wel sprake zijn van arbeidsongeschiktheid, wil de werknemer aanspraak maken op zijn loon. Is de werknemer weliswaar besmet maar is hij in staat (thuis) te werken en kan hij thuis werken, dan moet hij dat ook doen om recht op loon te behouden.  Worstelt u met arbeidsrechtelijke vraagstukken, onder andere wat betreft werknemers, ziekteverzuim en vaccineren? Wij staan klaar om u hierbij te helpen.  mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Mag de werkgever verlofuren afboeken wegens corona? Mag de werkgever verlofuren afboeken wegens corona? Deze vraag lag onlangs bij de rechtbank Rotterdam voor.   Het geschilDe werkgever had zijn werknemers in april 2020 gevraagd om vanwege de corona-crisis vóór 30 juni 2020 tenminste de helft van hun vakantiedagen op te nemen. Op 11 november 2020 liet de werknemer in kwestie (die net hersteld gemeld was na langere periode van arbeidsongeschiktheid) aan de werkgever weten dat hij van 14 december 2020 tot en met 3 januari 2021 vakantie wilde opnemen. Er volgde een gesprek. Op 27 november 2020 bevestigde de werkgever vervolgens aan de werknemer dat hij nog 31,5 vakantiedagen had en dat was afgesproken dat hij ook van 30 november tot en met 11 december vakantie zou opnemen, dat hij acht vakantiedagen zou meenemen naar 2021 en dat hij de rest van zijn vakantiedagen (13,5) aan de werkgever ‘doneerde’. Begin februari 2021 liet de werknemer weten dat hij het hier (toch) niet mee eens was. De werkgever liet hierop weten dat wegens de situatie als gevolg van covid-19 aan alle medewerkers is gevraagd hun vakantiedagen op te nemen, al zijn collega’s dit hebben gedaan en dat hij heeft ingestemd met de in november 2020 gemaakte afspraken. De werkgever diende een ontbindingsverzoek in wegens een verstoorde arbeidsrelatie. In deze procedure stelde de werknemer dat de werkgever 102,86 verlofuren had afgeboekt zonder dat daar een door hem genoten vakantie of vergoeding tegenover stond. Hij zou onder druk hebben aangegeven dat de werkgever 13,5 verlofdagen op zijn saldo in mindering mocht brengen. Als hij niet zou hebben ingestemd zou zijn verlof per eind 2020 door de werkgever op nihil worden gesteld, zo stelt de werknemer. Hij vraagt de rechter om te verklaren dat die dagen niet in mindering komen op zijn verlofsaldo.  Oordeel rechterDe rechter oordeelde: Dat werkgever aan haar werknemers heeft verzocht om in verband met covid-19 vakantie op te nemen en of dagen te doneren, doet er niet aan af dat covid-19 niet als grondslag kan dienen om een werknemer te verplichten verlofuren in te leveren. Evenmin kan er van worden uitgegaan dat werknemer definitief, ondubbelzinnig en in alle vrijheid afstand heeft gedaan van zijn verlofuren waardoor deze zijn komen te vervallen, nu een dergelijke verklaring van werknemer ontbreekt en werknemer juist te kennen heeft gegeven niet te willen instemmen met het verlies van zijn verlofuren. Lees hier de uitspraak van rechtbank Rotterdam. ConclusieDe coronacrisis is geen geldige grondslag om werknemers te verplichten vakantiedagen in te leveren. Wilt u als werkgever toch dat er vakantiedagen ingeleverd worden en wordt dit met de werknemer zo afgesproken, dan is het aan te raden deze afspraak schriftelijk vast te leggen. Een enkele eenzijdige bevestiging vanuit de werkgever is daarvoor niet voldoende, zo blijkt uit deze uitspraak. Zorg er daarom in ieder geval voor dat de werknemer voor de afspraken tekent of deze schriftelijk bevestigt. Overigens werd het ontbindingsverzoek afgewezen omdat de werkgever geen enkele poging had gedaan om tot herstel van de verstoorde arbeidsrelatie te komen. Lees meer over de verstoorde arbeidsrelatie en de door de werkgever te nemen stappen in de blog van mr. Isis Henriquez-van de Wetering: ‘Hij moet eruit!’. Heeft u vragen of een geschil over vakantiedagen? Of over hoe u wel met succes een arbeidsovereenkomst kunt laten ontbinden wegens een verstoorde arbeidsrelatie? Neem gerust contact op. Wij helpen u graag. ### Uitbetalen vakantiegeld uitstellen? Uitbetalen vakantiegeld uitstellen? De maatregelen omtrent het coronavirus worden langzaamaan opgeheven waardoor we richting het ‘normale’ leven kunnen. Er kan zelfs weer gedacht worden aan vakantie naar het buitenland. Werknemers kijken uit naar de uitbetaling van het vakantiegeld, maar die financiële verplichting kan voor een hoop werkgevers, die het toch al zwaar te verduren hebben gehad, een grote last zijn. Veel ondernemers hebben het afgelopen jaar niet of nauwelijks kunnen sparen voor de uitbetaling of hun reserves zelfs moeten aanspreken om niet failliet te gaan. Deze maanden zijn slecht voor de liquiditeitspositie van ondernemers. Zij hebben in april de btw over het eerste kwartaal afgedragen, moeten in mei het vakantiegeld uitbetalen, in juni dubbele loonbelasting en in juli de btw over het tweede kwartaal. Het zou voor hen goed uitkomen om de uitbetaling van het vakantiegeld en de daaropvolgende afdracht loonbelasting een paar maanden uit te stellen. Mag ik het uitbetalen van vakantiegeld uitstellen of zelfs afstellen?Het antwoord op deze vraag is makkelijk: nee. Het recht op vakantiegeld (8% van het brutoloon) is wettelijk vastgelegd. Werkgevers moeten het vakantiegeld dus hoe dan ook uitbetalen. Afstel is in geen enkel geval mogelijk.   Verder is wettelijk bepaald dat het vakantiegeld uiterlijk in juni moet worden uitbetaald. Veel werknemers ontvangen hun vakantiegeld echter al in mei. Werkgever en werknemer kunnen individueel schriftelijk overeenkomen wanneer het vakantiegeld wordt uitbetaald. Tot de mogelijkheden behoort ook het gespreid uitbetalen van het vakantiegeld. Maar het vakantiegeld moet ten minste één keer per jaar uitbetaald worden. Uitstel van het uitbetalen van vakantiegeld is daarom wel mogelijk maar alleen als daarover met de werknemer schriftelijke afspraken gemaakt worden. Wilt u voorkomen dat u in mei of juni het vakantiegeld volledig moet uitbetalen, ga dan op korte termijn met uw werknemers in gesprek en vraag of zij willen instemmen met gespreide uitbetaling.   Mijn werknemer werkt niet mee aan uitstel. Wat is het risico als ik toch niet uiterlijk in juni het vakantiegeld uitbetaal?Betaalt de werkgever het vakantiegeld te laat uit, dan heeft de werknemer recht op de wettelijke rente over het verschuldigde vakantiegeld. Daarnaast heeft de werknemer recht op de zogenaamde wettelijke verhoging, die kan oplopen tot 50% van het verschuldigde bedrag. Komt er nog hulp van de overheid?De overheid kan een regeling in het leven roepen die werkgevers in de gelegenheid stelt om het vakantiegeld later dan juni uit te betalen. Zo’n regeling is er op dit moment echter niet, hoewel de vraag daarnaar vanuit het bedrijfsleven groeit. Of er ooit nog een dergelijke regeling komt is niet bekend.    Hoe pak ik dit voortaan aan?De wet biedt de mogelijkheid om het vakantiegeld niet ineens, maar gespreid uit te betalen. U kunt overwegen om van die mogelijkheid gebruik te maken en om het vakantiegeld bijvoorbeeld per betaalperiode of per kwartaal uit te keren. Voor uw huidige werknemers zult u dat alleen kunnen doen door hierover afspraken te maken, die u wel schriftelijk moet vastleggen. Voor nieuwe werknemers kunt u deze wijze van uitbetaling van het vakantiegeld opnemen in de arbeidsovereenkomst.   mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Ontslag staande voet schriftelijk bevestigen Ontslag op staande voet schriftelijk bevestigen Voor een geldig ontslag op staande voet moet u een dringende reden hebben (zoals stelen, werkweigering, mishandeling). Meestal geldt dat u de werknemer eerst met de beschuldigingen moet confronteren en hem in staat moet stellen om tekst en uitleg te geven. Als u daarna tot ontslag besluit, moet het ontslag ‘onverwijld’ worden gegeven. U mag dus niet een paar weken wachten. Bij het ontslag moet u direct de redenen voor het ontslag opgeven: voor de werknemer moet gelijk duidelijk zijn waarom hij precies wordt ontslagen. In de laatste plaats geldt dat u moet kunnen bewijzen dat de bevestigingsbrief is verstuurd. Aantekenen met handtekening retour dus. Een kleine fout bij het ontslag of in de bevestiging daarvan kan tot gevolg hebben dat het ontslag wordt ‘vernietigd’. De werknemer is dan nog steeds bij u in dienst en heeft recht op loon en wedertewerkstelling. Als na een bodemprocedure (die wel eens meer dan een jaar kan duren) blijkt dat het ontslag niet terecht was of niet volgens de regels is gegeven, heeft de werknemer met terugwerkende kracht recht op loon, de wettelijke verhoging van 50% daarover en rente en kosten. In plaats van het vernietigen van het ontslag kan de werknemer er ook voor kiezen om in het ontslag te berusten en om de rechter te verzoeken hem een transitievergoeding, een schadevergoeding gelijk aan het loon over de voor de werkgever geldende opzegtermijn én een billijke vergoeding ter compensatie van het ‘ernstige verwijtbare handelen’ van de werkgever toe te kennen. Dat kan in beide gevallen een dure grap worden. Het is dus van belang om de ontslagbrief niet zelf, maar door een ervaren arbeidsrechtadvocaat op te laten stellen. Die kan gelijk kijken of de door u aangedragen feiten wel een dringende reden zijn en of u voldoende bewijs heeft. Als daar wat aan schort, kunt u wellicht beter een andere route kiezen. In de bevestigingsbrief moet u niet te weinig zetten (u kunt er later geen aanvullende redenen bij halen) maar zeker niet te veel. U moet de door u genoemde feiten namelijk bewijzen, als de werknemer die betwist. Het is verstandig om in de bevestigingsbrief zoveel mogelijk bij de feiten te blijven en juridische termen zoals ‘verduistering’ of ‘mishandeling’ niet te gebruiken, omdat u dan ongewild extra bewijslast op uw schouders neemt. U kunt beter een juridisch minder verstrekkende term gebruiken en beschrijven wat wordt verweten, zoals bijvoorbeeld ‘zonder toestemming meenemen van bedrijfseigendommen’ of ‘een collega geslagen’. In de bevestigingsbrief moet alles goed en helder worden geformuleerd. Als de brief ruimte laat voor misverstanden, loopt u het risico dat het ontslag vernietigd zal worden. Ook in ontslagzaken geldt: goedkoop is duurkoop. Als werkgever wordt u geacht de professionele partij te zijn en hoeft u niet te rekenen op clementie van de rechter als u zich niet strikt aan de regels houdt. Een goede ontslagbrief is precies toegesneden op de specifieke omstandigheden, dus die kunt u beter niet van het internet downloaden. Degene die de brief opstelt, moet verstand van zaken hebben zodat u in een eventuele gerechtelijke procedure niet door onwetendheid problemen krijgt. Laat de brief dus niet door uw boekhouder of personeelsmanager opstellen, tenzij die een arbeidsrechtelijke opleiding heeft genoten en vaak in ontslagzaken procedeert. In geval van twijfel kunt u daarom beter eerst een ervaren arbeidsrechtsadvocaat om advies vragen. De kosten daarvan vallen mee en zijn in ieder geval een stuk lager dan die van een procedure waarvan op voorhand duidelijk is dat u die niet zult gaan winnen. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Tijdelijke huurcontracten woningen Tijdelijke huurcontracten woningen Tijdelijke huurcontracten voor woningen konden tot voor kort niet zomaar worden verlengd. Het contract ging dan direct over in een contract voor onbepaalde tijd. Ook al wilde de verhuurder de huurder alleen maar ter wille zijn en was dit nou niet zijn bedoeling krijgt de huurder huurbescherming. De coronacrisis vormde de aanleiding om tijdelijke huurcontracten van woningen onder bepaalde voorwaarden toch te kunnen verlengen, zonder dit gevolg. Omdat er zowel van de kant van de huurders als van de kant van de verhuurders behoefte blijkt te zijn aan langer en flexibeler gebruik van tijdelijke contracten ligt er nu een wetsvoorstel om het gebruik van tijdelijke huurcontracten te verruimen. Op dit moment kan een huurovereenkomst voor de bepaalde tijd met een maximale duur van 2 jaar worden gesloten (voor zelfstandige woonruimte). Als dit wetsvoorstel het haalt kan een maximale duur worden overeengekomen van 3 jaar. Ook wordt het dan mogelijk om de huurovereenkomst maximaal 1 keer te verlengen, als de maximumtermijn in totaal niet meer dan 3 jaar is. En daarnaast wordt het mogelijk om een minimumduur overeen te komen waarbinnen de huurder niet kan opzeggen. Let op: dit is een ingewikkelde regeling. Win daarom advies in voordat je instemt met verlenging. ### Check uw aandeelhoudersovereenkomst Check uw aandeelhoudersovereenkomst Bij het oprichten van een B.V. is het belangrijk om goede afspraken te maken over de interne huishouding van de B.V. De wet stelt daarom een aantal vereisten aan de notariële akte van oprichting, waar de statuten van de B.V. in staan. Wie denkt dat de statuten genoeg afspraken over de samenwerking bevatten, komt bedrogen uit. Daarin staat alleen dat er een bestuur is, dat het bestuur door de aandeelhouders ontslagen kan worden, hoe aandeelhoudersvergaderingen moeten worden uitgeroepen, hoe te handelen bij verkoop van de aandelen en andere vennootschapsrechtelijke onderwerpen. Tussen de B.V. en de bestuurder hoort een managementovereenkomst te worden gesloten. Daarin worden afspraken vastgelegd over bijvoorbeeld de bevoegdheden van de bestuurder, welke declaraties vergoed worden, het gebruik van bedrijfsmiddelen zoals een bedrijfsauto, een concurrentiebeding, de periode dat het salaris bij ziekte wordt doorbetaald, de hoogte van het pensioen, enzovoorts. In de statuten en de managementovereenkomst staat echter niet hoe de aandeelhouders hun bevoegdheden zullen uitoefenen en welke afspraken zij onderling maken. Die afspraken moeten in een aparte overeenkomst worden opgenomen. In zo’n aandeelhoudersovereenkomst kunnen afspraken worden vastgelegd, zoals de situatie waarin de aandeelhouders het niet met elkaar eens zijn over het te voeren beleid, de jaarrekening of de winstbestemming, over hoe er gestemd wordt over bepaalde besluiten, over de goedkeuring van bepaalde belangrijke besluiten door de aandeelhouders, over hoe de aandelen worden gewaardeerd als een van de aandeelhouders wil of moet vertrekken, over gezamenlijke verkoop of uitgifte van nieuwe (werknemers)aandelen, een geschillenregeling, een verbod van bezwaring met pandrechten, enzovoorts. Het maken van goede afspraken is niet alleen voor de aandeelhouders belangrijk – die kunnen daarmee een hoop proceskosten voorkomen- maar ook voor de B.V. Die wordt doorgaans het slachtoffer als aandeelhouders een vete uitvechten. Daardoor komt de bedrijfsvoering in gevaar, is het bestuur niet meer gefocust op het besturen van de onderneming en blijven belangrijke besluiten liggen, zoals de tijdige vaststelling van de jaarrekening zodat die niet te laat gepubliceerd wordt (waar de bestuurder in privé voor aansprakelijk is). En als het bedrijf minder goed draait, worden de aandelen vanzelf minder waard. De aandeelhoudersovereenkomst hoeft trouwens niet per se direct bij de oprichting te worden gesloten. Als de aandeelhouders dat met elkaar eens zijn, kan dat op ieder moment. Dat geldt ook voor bestaande contracten: die kunnen tussentijds naar de huidige situatie aangepast worden. Want als het bedrijf na al die jaren is veranderd of als er nieuwe aandeelhouders toetreden, zullen de door de oprichters destijds gemaakte afspraken misschien niet passend meer zijn. Ga er dus niet van uit dat alles goed geregeld is, maar wees verstandig en laat uw contracten doornemen door uw advocaat. Zo’n kleine investering kan u uiteindelijk veel besparen. ### Meerwerk Meerwerk Veel geschillen in de aannemerij zien op meerwerk, althans op de betaling van het meerwerk. Wat is meerwerk?Werkzaamheden die niet in de aannemingsovereenkomst (of de offerte) zijn opgenomen, maar waarvoor de opdrachtgever wel opdracht heeft gegeven/door de aannemer zijn uitgevoerd vallen onder meerwerk. Moet de opdrachtgever meerwerk altijd betalen?Je zou verwachten van wel, maar dat is niet altijd het geval. Als de opdrachtgever en de aannemer samen afspreken dat er meer werk verricht moet worden en daarvoor een prijs overeenkomen is dat een nieuwe aanvullende afspraak en moet de opdrachtgever daar uiteraard voor betalen. In de praktijk gaat het er vaak echter anders aan toe en worden er gaandeweg toevoegingen en veranderingen aangebracht, terwijl er niet wordt gesproken over een verhoging van de prijs. De aannemer kan alleen dan een verhoging van de prijs claimen als hij de opdrachtgever tijdig heeft gewezen op de prijsverhoging die van deze toevoegingen of veranderingen het gevolg is. Tijdig betekent voordat de werkzaamheden worden uitgevoerd. Zo kan de opdrachtgever er nog over nadenken of hij deze toevoegingen en veranderingen echt wil.   De aannemer moet dus voor de prijsverhoging waarschuwen. Doet hij dat niet dan loopt hij het risico dat de opdrachtgever niet hoeft te betalen voor de ‘extra’ uitgevoerde werkzaamheden. Dit geldt ook voor het geval de aannemer tegen zaken aanloopt die anders uitgevoerd moeten worden dan volgens plan. Hij kan dat niet zonder overleg met de opdrachtgever doen en als hij dat wel doet kan het zomaar zijn dat hij daar niet voor betaald hoeft te worden als dat tot extra kosten zou leiden. Er is wel een vangnet. Als de opdrachtgever zelf had moeten begrijpen dat de door hem gewenste toevoegingen of veranderingen noodzakelijk leiden tot een prijsverhoging, hoeft de aannemer daarvoor niet te waarschuwen en kan de aannemer aanspraak maken op betaling van dat meerwerk. ConclusieVoor de aannemer is het belangrijk om tijdig voor meerwerk en een daarmee gepaard gaande prijsverhoging te waarschuwen, anders bestaat de kans dat er niet voor hoeft te worden betaald. Maak afspraken met de opdrachtgever over welk meerwerk er wordt verricht tegen welke (extra) prijs en welke betalingstermijn. U kunt het meer werk uiteraard ook op regiebasis afspreken. Leg de gemaakte afspraken schriftelijk vast, bij voorkeur middels een door de opdrachtgever ondertekende opdracht/meerwerkbon, zodat u deze afspraken later als het nodig is kunt aantonen.  Heeft u een geschil over meerwerk? Wij helpen u verder. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Aansprakelijkheid voor schade uitsluiten in algemene voorwaarden: redelijk en billijk? Aansprakelijkheid voor schade uitsluiten in algemene voorwaarden: redelijk en billijk? Veel bedrijven hebben in hun algemene voorwaarden staan dat zij niet aansprakelijk zijn voor schade die ontstaat bij de uitvoering van de overeenkomst (exoneratiebeding). Een beroep hierop kan voor de partij die de schade lijdt als heel onrechtvaardig voelen. Uitgangspunt van het recht is dat partijen dit nu eenmaal zijn overeengekomen en dit dus een geldige bepaling is. Alleen als de gevolgen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn kan de gedupeerde dit met succes aanvechten. In zijn arrest van 29 januari 2021 heeft de Hoge Raad nog maar eens bevestigd dat hier niet snel sprake van is en dat deze uitzondering uiterst terughoudend moet worden toegepast. De Hoge Raad oordeelde dat alle omstandigheden van het geval bij deze beoordeling van belang zijn. De omstandigheden waarmee het Gerechtshof het oordeel in hoger beroep had onderbouwd maakten onvoldoende duidelijk waarom een beroep op het exoneratiebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was. Het arrest in hoger beroep werd door de Hoge Raad vernietigd. Een goed geformuleerd exoneratiebeding in de algemene voorwaarden geeft dan ook goede bescherming tegen aansprakelijkheid en wordt niet snel door een rechter opzij gezet. ### Huurkorting bedrijfsruimte in verband met de coronacrisis Huurkorting bedrijfsruimte in verband met de coronacrisis Al eerder hebben diverse rechters in kort geding een huurprijsvermindering toegekend aan huurders die als gevolg van de coronamaatregelen gehinderd werden in de exploitatie van hun bedrijf. De rechtspraak honoreerde een beroep op onvoorziene omstandigheden en ging tot nu toe veelal uit van 50% huurkorting onder het mom van gelijke verdeling van de pijn tussen de huurder en de verhuurder. Recent zijn de eerste uitspraken in bodemprocedures gepubliceerd, maar ook de eerste uitspraken die van deze 50/50 verdeling afwijken. De Rechtbank Den Haag heeft recent geoordeeld dat over de periode van de gedwongen sluiting de huurprijs met 50% wordt verminderd. Over de periode waarin de horeca wel open mocht, maar met een beperkt aantal bezoekers werd de huurprijs met 25% verminderd. En waar aanvankelijk veelal werd gekeken naar het huurcontract en de vermindering van de huurprijs, zijn nu ook uitspraken gedaan waar de rechter uitging van het totale financiële plaatje van de huurder. De Rechtbank Gelderland nam in een kort geding van 2 februari 2021 niet het huurcontract als uitgangspunt, maar de omvang van het verlies van de huurder als gevolg van de coronacrisis. Hierbij hield hij onder andere rekening met door de overheid toegekende ‘coronategemoetkomingen’, maar daarnaast woog ook het belang van de verhuurder en diens afhankelijkheid van de huurinkomsten mee. Op grond hiervan kwam de rechter voor de periode van gedwongen sluiting tot een huurkorting van 25%. Wil de huurder aanspraak op huurkorting kansrijk zijn dan moet hij dus aan zijn verhuurder inzage geven in zijn financiële situatie. ### Nieuwsbrief januari 2021 Nieuwsbrief januari 2021 Lees hier de nieuwsbrief van januari 2021. ### Uw werknemer weigert een mondkapje te dragen. Wat nu? Uw werknemer weigert een mondkapje te dragen. Wat nu? In ons vorige blog legden wij al uit hoe u uw werknemers kunt verplichten om zich aan de door u opgelegde regels te houden. Inmiddels is hier ook een uitspraak over gepubliceerd.Op advies van de brancheorganisatie heeft een bakkerij uit Bilthoven haar personeel in oktober 2020 verplicht om in het bedrijfspand een mondkapje te dragen. Een chauffeur, die maar af en toe in het bedrijfspand aanwezig is, weigert dit. Hij vindt dat een mondkapje veel hinder veroorzaakt tijdens zijn werk en dat hij voldoende afstand kan houden tot zijn collega’s. Daarom geeft hij geen gehoor aan deze instructie.De bakkerij besluit daarom de betaling van het salaris op te schorten en de medewerker de toegang tot het werk te ontzeggen tot hij onvoorwaardelijk akkoord gaat met de verplichting om een mondkapje te dragen. De werknemer stapt vervolgens naar de rechter om betaling van zijn salaris af te dwingen.In die procedure beroept de bakkerij zich op het instructierecht: de werknemer moet zich houden aan de redelijke voorschriften die zijn werkgever opstelt.De rechter oordeelt dat de bakkerij haar medewerkers inderdaad mag verplichten om een mondkapje te dragen. De bakkerij mag het salaris daarom opschorten en de medewerker de toegang tot het werk ontzeggen zolang hij weigert een mondkapje te dragen. De werknemer heeft de procedure op dit principiële punt dus verloren, maar is toch degene die het laatst lacht: tijdens de behandeling blijkt dat hij al vanaf 2014 te weinig loon ontvangt en dat de bakkerij hem een voorschot op de nabetaling van ruim € 8.000 moet betalen.De hele uitspraak is hier te lezen.Vragen over hoe u als ondernemer naleving van de corona maatregelen kunt afdwingen? Neem contact met ons op! ### Waarschuwingsplicht aannemer Waarschuwingsplicht aannemer De aannemer is wettelijk verplicht om zijn opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de gekregen opdracht. Dit noemt men de waarschuwingsplicht. Die plicht ziet op de onjuistheden die de aannemer kende of hoorde te kennen. De waarschuwingsplicht ziet ook op gebreken in de door opdrachtgever aangeleverde zaken, waaronder tekeningen, berekeningen, bestekken en dergelijken. De opdrachtgever wordt door deze waarschuwing in staat gesteld eventuele schade te voorkomen. Wanneer waarschuwen?Als het de aannemer direct bekend is dat er sprake is van een fout, dan levert dat over het algemeen geen problemen op. Wat lastiger wordt het als er sprake is van een niet meteen in het oog springende fout. Het hangt dan van de omstandigheden van het geval af of de aannemer de fout had moeten ontdekken. Van de aannemer wordt niet verwacht dat hij de hem ter beschikking gestelde zaken tot op het bot uitpluist op onjuistheden. Wel geldt dat hoe deskundiger de aannemer is, hoe eerder hij een fout dient te ontdekken. Andersom ontslaat bij de opdrachtgever aanwezige deskundigheid de aannemer niet van zijn waarschuwingsplicht. Het is wel een relevante factor bij het bepalen van de omvang van de eventuele schade, die zich vertaalt in een lagere schadevergoeding wegens ‘eigen schuld’. Duidelijk waarschuwenAls de aannemer een fout ontdekt dient hij dit met de opdrachtgever te communiceren, waarbij hij zo concreet mogelijk wijst op de fout en de mogelijke gevolgen daarvan. Volgens de rechtspraak is een onduidelijke waarschuwing gelijk te stellen met het geheel ontbreken van een waarschuwing. Gevolgen niet of niet duidelijk waarschuwenVoldoet de aannemer niet aan zijn waarschuwingsplicht dan is hij aansprakelijk voor de schade die door die fout wordt veroorzaakt. De verplichting tot het vergoeden van schade is beperkt tot de schade die het gevolg is van de schending van de waarschuwingsverplichting. ConclusieDe aannemer moet alert zijn op fouten in de opdracht of in de door de opdrachtgever aangeleverde zaken en dient tijdig en duidelijk te waarschuwen. Doet hij dat niet dan wordt hij schadeplichtig. Om aan te kunnen tonen dat u als aannemer tijdig en duidelijk heeft gewaarschuwd kunt u deze waarschuwing het beste per aangetekende post aan de opdrachtgever versturen. Omschrijf in uw brief zo duidelijk en compleet mogelijk waarvoor u waarschuwt en wat de gevolgen zijn als de opdracht desondanks ongewijzigd uitgevoerd moet worden. Wij helpen u hier graag bij. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Hij moet eruit! – De verstoorde arbeidsrelatie Hij moet eruit! – De verstoorde arbeidsrelatie Stel, u kunt met één van uw werknemers spreekwoordelijk niet meer door één deur. Hoe pakt u dat het beste aan? Ontbinding arbeidsovereenkomstHet beëindigen van het dienstverband ligt vaak voor de werkgever uit emotie als eerste optie voor. Maar dat is nog niet zo eenvoudig en als de werkgever te snel aanstuurt op een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan hem dat duur komen te staan. Mogelijk maakt de werknemer aanspraak op een billijke vergoeding náást de transitievergoeding. De werkgever zal daarvan flink balen. Het loont daarom vaak om de emoties opzij te zetten en de juiste stappen te nemen. Welke zijn dat? De juridisch juiste wegDe werkgever die het dienstverband wil beëindigen zal aannemelijk moet maken dat de arbeidsrelatie met de werknemer verstoord is én dat deze verstoring ernstig en/of duurzaam is. Daarnaast moet de werkgever aantonen dat hij heeft geprobeerd de relatie met de werknemer te verbeteren/herstellen. Bijvoorbeeld door met de werknemer in gesprek te gaan al dan niet onder begeleiding van een mediator. Ofwel: de werkgever moet aantonen dat de arbeidsrelatie ondanks pogingen daartoe niet meer te herstellen is.  De werkgever zal daarom moeten kunnen toelichten welke pogingen er zijn ondernomen om de arbeidsrelatie te herstellen en deze pogingen moeten laten zien dat werkgever alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht mag worden om tot herstel van de verstoring te komen. Als het voeren van gesprekken met werknemer niet tot (voldoende) herstel leidt, zal de werkgever een coach of een mediator moeten inschakelen. Die mediation moet (in eerste instantie) gericht zijn op herstel en dus niet op het einde van de arbeidsovereenkomst. Volgt de werkgever deze stappen niet of stuurt de werkgever (te vroeg) aan op een beëindiging dan zal de rechter een ontbindingsverzoek van de werkgever afwijzen of aan de werknemer náást de transitievergoeding een billijke vergoeding toekennen.   ConclusieWees voorzichtig als u te maken krijgt met een werknemer waarmee het niet ‘botert’. Hoe zeer de werknemer u spreekwoordelijk het bloed onder de nagels vandaan haalt: leg niet bij de eerste strubbelingen een beëindigingsovereenkomst voor, schakel een mediator niet alleen in voor een ‘exit-mediation’ en dien niet meteen een ontbindingsverzoek in. Als u investeert in een goed voortraject, voorkomt u dat u straks voor niets naar de rechter stapt en onnodig hoge kosten maakt.  Wilt u meer weten of heeft u direct advies nodig? Wij staat voor u klaar om u te adviseren. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Nieuwsbrief november 2020 Nieuwsbrief november 2020 Lees hier de nieuwsbrief van november 2020. ### Corona en juridische gevolgen Corona en juridische gevolgen Dat de coronacrisis leidt tot grote economische gevolgen mag wel duidelijk zijn. Hoe zit dat met de juridische gevolgen voor lopende contracten? Helemaal duidelijk is dat niet. De snelheid waarmee de gevolgen voelbaar worden en de omvang van de gevolgen variëren. Algemeen is men het er wel over eens dat de crisis te kwalificeren is als een ‘onvoorziene omstandigheid’, wat in het burgerlijk wetboek is opgenomen in artikel 6:258 BW. Wat zegt dit artikel eigenlijk? Het zegt dat dat de overeenkomst kan worden gewijzigd of (deels) ontbonden op grond van onvoorziene omstandigheden die dusdanig zijn dat ongewijzigde instandhouding naar redelijkheid en billijkheid niet mag worden verwacht. Wat zijn de vereisten? Het moet gaan om omstandigheden die na het sluiten van de overeenkomst zijn ontstaan en waar bij het sluiten van de overeenkomst geen rekening mee is gehouden. Dus als een overeenkomst in mei 2020 is gesloten, kun je nu geen beroep doen op dit artikel.De omstandigheden moeten dusdanig zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding mag verwachten. Hiervoor geldt een hoge drempel, de hoofdregel is immers dat overeenkomsten moeten worden nagekomen. Denk bijvoorbeeld aan de organisatie van een evenement dat niet door kon gaan omdat de overheid de nakoming verbiedt.De omstandigheden moeten niet op grond van de overeenkomst of op grond van de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor rekening van degene komen die een beroep doet op dit artikel.  Bij de beoordeling of een partij terecht een beroep op dit artikel kan doen, weegt een rechter alle omstandigheden van het geval mee. Of een beroep slaagt hangt af van de tekst van de overeenkomst en is een kwestie van uitleg. Als een rechter meegaat in de eis dan heeft hij veel vrijheid in zijn oordeel. Hij kan geheel of gedeeltelijk ontbinden, tijdelijk ontbinden of de overeenkomst aanpassen, steeds met als doel het contractuele evenwicht te herstellen. Als u zelf in een dergelijke situatie terecht komt, moet u dus altijd eerst naar het specifieke contract kijken. Als er toch al annuleringsmogelijkheden zijn, of een bevoegdheid tot wijziging is, dan is een beroep op artikel 6:258 BW misschien niet eens nodig. In de literatuur en jurisprudentie is een teneur zichtbaar om deze schade gelijkelijk te verdelen, 50/50. Hier is veel voor te zeggen, maar het is geen algemene regel. Soms is het logischer om de overeenkomst volledig te ontbinden, bijvoorbeeld omdat het doel helemaal niet meer kan worden gehaald. Soms is het beter om gedeeltelijk te ontbinden, bijvoorbeeld alleen dat deel dat niet kan worden nagekomen. Ook opschorting van de prestatie is mogelijk, bijvoorbeeld betaling van de huursom tot over een paar maanden. Of combinaties, deels ontbinden en deels opschorten (bv 50% huursom nu, 50% ontbinden, als gevolg waarvan dat deel niet betaald hoeft te worden).  Het leerstuk van onvoorziene omstandigheden zit dicht aan tegen de leerstukken overmacht en redelijkheid en billijkheid. Als er geen sprake is van onvoorziene omstandigheden, kan er nog altijd wel sprake zijn van overmacht of kan de overeenkomst op grond van de redelijkheid en billijkheid worden aangepast. Mocht u tegen een situatie aanlopen waarin het niet rechtvaardig lijkt dat uw contractpartij u aan de overeenkomst wil houden, of juist wanneer het onrechtvaardig lijkt dat uw contractpartij onder de overeenkomst uit wil komen, dan kan het zinvol zijn om te laten beoordelen wat uw juridische kansen zijn. ### NOW 3.0. NOW 3.0. Eind augustus 2020 kondigde het kabinet de verlenging van de NOW-regeling aan. Inmiddels is  ‘NOW 3.0’ in werking getreden en wel op 1 oktober 2020. De NOW 3.0 geldt tot 1 juli 2021. Voor een toelichting op NOW 1.0 en NOW 2.0 wordt verwezen naar onze eerdere blogs (werktijdverkorting ingetrokken, de now-regeling bijna van start, verruiming now-regeling, now-regeling verlengd en aangepast). Wat houdt NOW 3.0 in het kort in? Voorwaarden Tijdvakken De NOW 3.0 beslaat drie verschillende tijdvakken: 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 (tijdvak 1);1 januari 2021 tot en met maart 2021 (tijdvak 2); en1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 (tijdvak 3).  Elk tijdvak kent zijn eigen voorwaarden voor het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming.  Omzetdaling Wil de werkgever voor de NOW 3.0 tegemoetkoming in aanmerking komen, dan moet er sprake zijn van een omzetdaling van ten minste 20% respectievelijk 30%, afhankelijk van het betreffende tijdvak. Het omzetbegrip is niet veranderd, ofwel is gelijk aan NOW 2.0. Meetperiode De meetperiode voor het bepalen van de omzetdaling, kan gelijk lopen met het betreffende tijdvak. Het staat de werkgever vrij een meetperiode te kiezen, maar de startdatum van de gekozen periode moet wel altijd op de eerste van de maand liggen én deze startdatum moet in het betreffende tijdvak vallen. Voor het eerste tijdvak kan dus gekozen worden voor een meetperiode met startdatum 1 oktober 2020, 1 november 2020 of 1 december 2020. Is er al een NOW 2.0 tegemoetkoming toegekend dan moet de meetperiode aansluiten op de meetperiode voor de omzetdaling waarvoor de NOW 2.0 tegemoetkoming is aangevraagd. Dit geldt ook voor het tweede en derde tijdvak van NOW 3.0. Hoogte tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt - in beginsel - gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Voor tijdvak 1 geldt een percentage per maand van maximaal 80% van de loonsom, voor tijdvak 2 een percentage van 70% van die loonsom en voor tijdvak 3 een percentage van 60%. Het gaat hier om maximale percentages. Is in bijvoorbeeld in tijdvak 1 sprake van een omzetdaling van 100% dan is de tegemoetkoming 80% van de totale loonsom. Bij een lagere omzetdaling wordt de tegemoetkoming evenredig vastgesteld. Zo zal bij een omzetdaling van 50% de tegemoetkoming 50% van het maximale percentage bedragen, dus voor tijdvak 1: 50% van 80% = 40% van de loonsom. Loonsom Uitgangspunt is de loonsom van juni 2020 (referentieperiode). UWV gaat uit van de gegevens uit de loonaangifte bij de belastingdienst. Als de loonaangifte voor juni 2020 ontbreekt, dan gaat UWV uit van de loonsom van april 2020. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming wordt de loonsom vergeleken met de loonsom over de door de werkgever gekozen meetperiode waarover de tegemoetkoming (bij wijze van voorschot) is ontvangen.  Het kan voorkomen dat de loonsom over de meetperiode lager blijkt te zijn dan in de referentieperiode. Denk aan werknemers die uit dienst zijn gegaan of niet meer zijn opgeroepen. Onder NOW 3.0 bestaat in dat geval de mogelijkheid de loonsom tot een bepaald percentage te laten dalen, zónder dat dit invloed heeft op de tegemoetkoming: het vrijstellingspercentage. Dat vrijstellingspercentage bedraagt voor tijdvak 1: 10%, voor tijdvak 2: 15% en voor tijdvak 3: 20%. Blijkt bijvoorbeeld dat in tijdvak 1 de loonsom ten opzichte van (driemaal) de loonsom in juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dan heeft dat geen invloed op de tegemoetkoming. Maximaal dagloon In tijdvak 1 geldt verder dat per werknemer maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand wordt vergoed. Dit geldt ook voor tijdvak 2. Voor tijdvak 3 geldt een maximum van éénmaal het maximumdagloon per maand (per 1 juli 2020: € 4.845,47 bruto). Concern Ook onder NOW 3.0 geldt dat als er sprake is van een concern, voor de omzetdaling gekeken wordt naar de gehele groep. De samenstelling van het concern op 1 oktober 2020 is daarbij bepalend. Er wordt uitgegaan van de laatste vóór 1 oktober 2020 vastgestelde jaarrekening.  Korting op de tegemoetkoming Onder NOW 1.0 en NOW 2.0 werd de werkgever op de tegemoetkoming gekort als hij voor een werknemer ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvroeg: een korting van 150% van het loon van de werknemer onder NOW 1.0 en van 100% onder NOW 2.0. Verder kende NOW 2.0 een korting van 5% op de gehele tegemoetkoming als de werkgever bij een collectief ontslag (meer dan 20 werknemers binnen drie maanden) géén overeenstemming bereikt had met de vakbonden of werknemersvertegenwoordiging. Deze kortingen zijn onder NOW 3.0 vervallen. NOW 3.0 kent wel een nieuwe korting: de werkgever is verplicht zich in te spannen om  werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen met het oog op behoud van werk. Deze verplichting bestond al maar wordt onder de NOW 3.0 gesanctioneerd bij niet nakoming. De werkgever die tijdens het tijdvak waarvoor subsidie is  ontvangen voor één of meerdere werknemers op grond van bedrijfseconomische redenen ontslag wil aanvragen bij UWV, is in dit kader verplicht contact op te nemen met UWV met de vraag hoe UWV kan ondersteunen bij ‘van werk naar werk’-begeleiding. Doet hij dit niet dan geldt een korting van 5% op de gehele tegemoetkoming. Als de werkgever in meerdere tijdvakken ontslagaanvragen indient, zal de werkgever in al deze tijdvakken contact op moeten nemen met het UWV. Dividend en bonussen Uitgangspunt blijft dat de tegemoetkoming niet mag worden gebruikt voor dividenduitkeringen of het betalen van bonussen, noch voor het inkopen van eigen aandelen. De werkgever die een tegemoetkoming ontvangt mag over 2020 in beginsel aan de aandeelhouders geen dividend of op andere manier winst uitkeren. Over 2020 mogen aan de directie/het bestuur geen bonussen of (andere) winstdelingen uitgekeerd worden. Dit geldt overigens alleen als het voorschot op de tegemoetkoming € 100.000, - of meer bedraagt of als de hoogte van de tegemoetkoming definitief wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer. Bij het niet naleven van deze verplichting bestaat geen recht op een tegemoetkoming, omdat daarmee niet aan de voorwaarden daarvan onder de NOW 3.0 is voldaan. Het reeds ontvangen voorschot moet dan door de werkgever terugbetaald te worden.   Aanvraag Tijdvak 1: UWV streeft ernaar het aanvraagloket te openen op 16 november 2020. De aanvraagperiode loopt tot met 13 december 2020. Tijdvak 2: De tegemoetkoming kan worden aangevraagd van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021. Tijdvak 3: De tegemoetkoming kan worden aangevraagd van 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021. Bij toekenning ontvangt de aanvrager – in drie termijnen - een voorschot van 80%. De aanvraag kan alleen gedaan worden met een formulier dat op de website van UWV ter beschikking wordt gesteld. De beslistermijn is 13 weken, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag. Het eerste voorschot kan tegemoet gezien worden binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Voor ieder tijdvak dient een eigen aanvraag gedaan te worden. De definitieve vaststelling voor de drie tijdvakken zal in één keer gebeuren, vanaf 1 september 2021. mr. Isis Henriquez – van de Wetering ### Hoe kunt u als ondernemer naleving van de coronamaatregelen afdwingen? Hoe kunt u als ondernemer naleving van de coronamaatregelen afdwingen? Hoewel de wettelijke basis daartoe in veel gevallen ontbreekt, kunt u op grond van de nieuwe maatregelen worden beboet als er te veel mensen bij elkaar zijn en op korte termijn zal de overheid zelfs het dragen van een mondkapje gaan verplichten. U kunt het daar mee eens zijn of niet, maar in geval van overtreding loopt u wel risico op sancties, variërend van boete tot bedrijfssluiting, of aansprakelijkstelling door werknemers. Hoe kunt u als ondernemer voorkómen dat u moet opdraaien voor het gedrag van werknemers en bezoekers? WerknemersIedere werkgever is wettelijk verplicht om te zorgen voor een veilige werkomgeving voor zijn werknemers. Dat geldt niet alleen voor gevaarlijke stoffen en machines, maar ook voor andere gezondheidsrisico’s waaronder het coronavirus. Van een aantal maatregelen is duidelijk dat de werkgever die mag nemen, zoals het plaatsen van spatschermen, waarschuwingsstickers en pompjes met desinfectiemiddel. Maar hoe zit dat met het dragen van een mondkapje en het beïnvloeden van het gedrag van werknemers? Ik ben nog geen arbeidsovereenkomst of personeelsreglement tegen gekomen waar in staat dat het de werknemer verboden is om zich binnen anderhalve meter afstand van klanten en collega’s te begeven of met meerdere personen bij de koffieautomaat of in de lift te staan en dat hij verplicht een mondkapje moet dragen en zijn handen constant moet ontsmetten. Als daarover nog geen regels zijn gesteld, kunt u als werkgever gebruik maken van uw instructierecht. Dat is het algemene recht dat een werkgever heeft om -binnen redelijke grenzen- zijn personeel instructies te geven. Hoewel men dat tegenwoordig uit het oog lijkt te verliezen, is de werkgever nog steeds ‘de baas’ en betaalt hij zijn werknemers om te doen wat hij hen opdraagt. De werknemer is op grond van dit instructierecht verplicht om aan die instructies gehoor te geven, tenzij dat onredelijke instructies zijn.  Om nakoming van de instructies af te dwingen mag de werkgever een sanctiebeleid voeren, mits de sanctie in redelijke verhouding staat tot de ernst van de overtreding. Een ontslag op staande voet bij een eerste overtreding zal doorgaans niet op warm applaus van de kantonrechter kunnen rekenen. Zeker niet als de regels niet duidelijk genoeg zijn, de werknemer niet bewijsbaar op de regel is gewezen of er niet consequent wordt gehandhaafd. U kunt een stappenplan opstellen: bijvoorbeeld de eerste keer een formele waarschuwing, dan verbeurte van een boete (als die in het contract of het reglement staat) en dan ontslag op staande voet. Omdat werknemers doorgaans alleen de voor hen positieve zaken plegen te onthouden kunt u ze beter laten tekenen voor ontvangst van de instructies en die handtekening in het personeelsdossier bewaren. Grotere werkgevers moeten niet vergeten om de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging bij het besluit te betrekken. Die moet daar namelijk mee instemmen. Tot slot moet u de instructies streng handhaven om te voorkomen dat een betrapte werknemer naar andere overtredingen verwijst om te betogen dat hij er van uit mocht gaan dat het allemaal niet zo serieus was. OpdrachtnemersAls opdrachtgever van bijvoorbeeld een zzp-er, onderaannemer of toeleverancier heeft u ook een instructierecht. Veel contracten en algemene voorwaarden voorzien in de mogelijkheid om aan de opdrachtnemer instructies te geven met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de aanwezigheid op het bedrijfsterrein of in de kantoren van de opdrachtgever. Het is verstandig om die instructies aan de betreffende leverancier te mailen en een ontvangstbevestiging te vragen. Klanten en bezoekersKlanten en bezoekers (of leveranciers met wie u daarover niets heeft afgesproken) kunt u met een bordje bij de ingang er op wijzen dat u huisregels hanteert en welke dat zijn. Veel horeca- en winkelbedrijven maken al gebruik van huisregels, die juridisch gezien als algemene voorwaarden hebben te gelden. Als een bezoeker uw regels niet respecteert, kunt u hem daarop aanspreken en -als hij na waarschuwing weigert aan de regels te voldoen- wegsturen. De huisregels moeten worden opgehangen op plaatsen waar ze goed zichtbaar zijn voor de bezoekers en moeten inhoudelijk duidelijk zijn. U kunt ze ook meesturen met de opdrachtbevestiging of ter beschikking stellen bij binnenkomst, bijvoorbeeld bij de desinfectiepaal. Omdat uw werknemers de huisregels namens u moeten handhaven, moeten zij de regels kennen en weten wat ze moeten doen als deze overtreden worden. Heeft u hulp nodig bij het opstellen van regels of het van toepassing verklaren daarvan? Neem dan contact op met uw advocaat. mr. Menno de Neef ### Voorkomen is beter dan genezen Hoe kunt u als ondernemer naleving van de coronamaatregelen afdwingen? Het is algemeen bekend dat een ondernemer risico’s loopt en dat hij met zijn hele vermogen aansprakelijk is voor de zakelijk gemaakte schulden. Om dat te voorkomen kun je een rechtspersoon oprichten, meestal een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BV). Een BV heeft een of meer aandeelhouders, van wie de aansprakelijkheid beperkt is tot hun inbreng (het aandelenkapitaal). Een BV is een rechtspersoon, wat inhoudt in dat er juridisch gezien sprake is van een aparte persoon met een zelfstandig vermogen, die eigen verplichtingen aan gaat. Omdat een BV zelf geen handelingen kan verrichten, moet er door de aandeelhouders een bestuur worden benoemd. Dat bestuurder bestaat uit een of meer directeuren, het zogenoemde statutaire bestuur. Als statutair bestuurder (dat mag ook een BV zijn) handelt u namens de BV en bent u niet persoonlijk aansprakelijk voor de daardoor veroorzaakte schade/schulden. Dat is echter niet risicoloos. Ook als u namens een BV handelt, kunt u als bestuurder aansprakelijk zijn voor uw handelen. Er bestaat een interne aansprakelijkheid (u bent aansprakelijk voor door de BV geleden schade) en een externe aansprakelijkheid (een derde lijdt door uw handelen schade). Tot slot geldt dat u ook aansprakelijk kunt zijn voor het doen en laten van uw medebestuurders. Als de statutair bestuurder een rechtspersoon is, wordt een aansprakelijkheid doorgelegd naar de achterliggende natuurlijke persoon. In geval van interne aansprakelijkheid kan de curator zich op het standpunt stellen dat u niet als zorgvuldig handelend bestuurder heeft gehandeld. Bijvoorbeeld als u (in de 3 jaren voor het faillissement) handelingen heeft verricht die een redelijk handelend bestuurder achterwege zou laten. Denk dan aan het nemen van onverantwoorde risico’s, handelingen die het belang van de vennootschap schaden of die in strijd zijn met de wet, de statuten, een aandeelhouderovereenkomst of uw vertegenwoordigingsbevoegdheid. Ook loopt u risico als u een besluit van de aandeelhouders tot dividenduitkering heeft goedgekeurd, zonder dat de accountant daar op papier groen licht voor heeft gegeven. Als goede bestuurder moet u er ook voor zorgen dat de boekhouding up-to-date is, dat de jaarrekeningen kloppen, tijdig zijn opgesteld en bij de KvK zijn gepubliceerd. Ook als de aandeelhouders die nog niet hebben goedgekeurd. U moet goed in de gaten houden wat uw medebestuurders doen. De bestuurders zijn namelijk collectief verantwoordelijk en kunnen zich niet verschuilen achter hun interne taakverdeling. Tot slot kunt u uw aansprakelijkheid nog proberen te beperken door jaarlijks aan de algemene vergadering van aandeelhouders te vragen om u décharge voor het door u gevoerde beleid te verlenen en bij uw ontslag finale kwijting voor alle huidige en toekomstige schade te vragen. Om voldoende verweer te hebben moet u ervoor zorgen dat u de feiten en omstandigheden die tot uw bestuursbesluit hebben geleid, achteraf netjes kunt onderbouwen. In het licht van een faillissement doet u er dus goed aan om voor uzelf een kopie te maken van alle relevante stukken. Als de curator de sleutels eenmaal heeft, kunt u daar niet meer bij en u loopt niet minder risico op discussie over de vraag of de administratie wel of niet compleet was. In geval van externe aansprakelijkheid kan de tegenpartij stellen dat u onrechtmatig heeft gehandeld. Bijvoorbeeld als u verplichtingen aan bent gegaan waarvan u wist dat de BV die niet zou kunnen nakomen, of als u de nakoming bewust hebt verhinderd. In die gevallen handelt u onrechtmatig als aan u een voldoende ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt. Ook als de BV aanslagen niet meer kan betalen en u dat niet direct (en: bewijsbaar) aan de fiscus, het UWV en het pensioenfonds heeft gemeld. In die gevallen bent u voor de schade persoonlijk aansprakelijk. Als u zich aan bovenstaande adviezen houdt, is de kans klein dat u persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld. Verschillende verzekeraars bieden een polis tegen bestuurdersaansprakelijkheidsclaims aan. Mocht u twijfelen of u op de goede weg bent, kunt u het best bij uw advocaat langs gaan om advies in te winnen.  ### Let op als u gaat verbouwen Let op als u gaat verbouwen BegeleidingHet beste advies is dat u vooraf een deskundige inschakelt, zoals een architect of een bouwkundig adviesbureau, om het bestek op te stellen, de offertes te vergelijken en de bouw voor u te begeleiden. Als er tijdens de bouw een geschil ontstaat of dreigt te ontstaan, kunt u het best direct een deskundige zoals een advocaat raadplegen. Voorkómen is namelijk altijd goedkoper dan genezen. Het bestekVeel bouwgeschillen gaan over de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden en over meerwerk. Omdat de rechter in dat soort gevallen eerst het bestek en de overeenkomst raadpleegt, moet u er voor zorgen dat de kwaliteit en de omvang van de werkzaamheden die u wenst, ook duidelijk uit het bestek en de overeenkomst blijken. In offertes wordt vaak kortheidshalve verwezen naar het bestek. Als werkzaamheden niet in dat bestek staan, kan de aannemer onder voorwaarden aanspraak maken op vergoeding van de extra uitgevoerde werkzaamheden, het zogenaamde meerwerk. Zo’n bestek kunt u dus beter niet zelf opstellen, maar aan een specialist overlaten. Zo vergeet u niets en als er een fout in het bestek blijkt te staan, kunt u de opsteller daarop aanspreken. Keus van de aannemerKies vervolgens voor een aannemer die is aangesloten bij een branchevereniging of garantie-instituut, zoals Bouwgarant. Vaak biedt zo’n branchevereniging een verzekering tegen faillissement van de aannemer, zodat u niet met een half afgebouwd pand blijft zitten en met de curator moet onderhandelen over afbouw. Controleer ook of de aannemer een CAR verzekering heeft afgesloten. Deze dekt schade die ontstaat tijdens de bouw en soms zelfs tijdens de zogenaamde onderhoudstermijn. Laat u nooit verleiden om de opdracht over meerdere bedrijven te verdelen. Dat lijkt aanvankelijk goedkoper, maar als er problemen zijn dan gaat men de zwarte Piet naar elkaar toeschuiven met als gevolg dat niemand zijn verantwoordelijkheid neemt en u met de schade blijft zitten. Dat soort discussies kunt u makkelijk uitsluiten door met één aannemer te contracteren. Bovendien kan een aannemer bij onderaannemers vaak korting bedingen die u niet krijgt. Een volgende vaak gemaakte fout is het klakkeloos geven van opdracht aan de aller goedkoopste aanbieder. Als iets te mooi is om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo. Sommige aannemers offreren een veel te laag bedrag om de opdracht te krijgen, en laten u dan tijdens de bouw steeds opdracht geven voor meerwerk. Hierdoor bent u per saldo uiteindelijk meer kwijt dan bij een bouwer die het hele werk tegen de afgesproken prijs uitvoert. OpleveringHoewel partijen daar in de praktijk niet veel waarde aan hechten, is de oplevering juridisch gezien bijzonder belangrijk. Alle voor de opdrachtgever zichtbare of kenbare gebreken worden door de oplevering geaccepteerd. Het is dus belangrijk dat u zich door een bouwkundige van bijvoorbeeld de Vereniging Eigen Huis of een bouwkundig adviesbureau, laat bijstaan bij de oplevering. Die weet waaraan het gebouwde moet voldoen en ziet gebreken die u niet opvallen. Zo’n deskundige zorgt ook voor een schriftelijke opleveringsrapportage waarop alle gebreken zijn vermeld en waar in staat wanneer de aannemer deze gebreken zal hebben verholpen. Schroom niet om de oplevering te weigeren als de aannemer het werk gereed meldt terwijl het werk nog niet af is of als er te veel gebreken zijn. KlagenAls u tijdens of na de bouw klachten of vragen heeft, kunt u de bouwer daar het best schriftelijk of per e-mail op aan (laten) spreken. Er zijn ook bedrijven die tijdens de bouw inspectierapporten opstellen. Zo bouwt u een dossier op voor als het mis gaat en voorkomt u een bewijsprobleem achteraf. ### Een vermindering van salaris wegens herplaatsing géén recht transitievergoeding Een vermindering van salaris wegens herplaatsing geeft géén recht op een transitievergoeding In december 2019 schreef ik over de prejudiciële vragen die het Hof Amsterdam aan de Hoge Raad (ECLI:NL:GHAMS:2019:3231) had gesteld. Waar ging het in het ook alweer om? Werkneemster in kwestie is op 4 januari 2002 als lerares in dienst getreden bij SIPOR. Het ging om een functie met een werktijdfactor 1,0. Werkneemster had een salaris van € 3.313,- bruto per maand. In januari 2013 raakte zij arbeidsongeschikt. UWV oordeelde ruim twee jaar later dat zij voor 48,49% arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. Werkneemster werd per 1 augustus 2015 in haar eigen functie van lerares ontslagen en werd per gelijke datum bij wijze van herplaatsing benoemd tot onderwijsassistent. Bij die functie hoort een werktijdfactor 0,8 en een salaris van € 1.706,40 bruto per maand. Werkneemster meende aanspraak te kunnen maken op een transitievergoeding: de ontslagvergoeding die een werkgever verschuldigd is aan de werknemer als het dienstverband op initiatief van de werkgever wordt beëindigd, zonder dat sprake is van een ontslag op staande voet of ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. Zij had deze transitievergoeding berekend op een bedrag van € 51.135,14 bruto (uitgaande van een volledig ontslag per 1 augustus 2015) of van € 10.227,03 (berekend naar rato van het verlies van een werktijdfactor 0,2). Haar vordering werd in eerste aanleg afgewezen, omdat de rechter vond dat de arbeidsovereenkomst feitelijk niet was beëindigd en zij daarom geen recht had op een transitievergoeding. In hoger beroep deed werkneemster een beroep op het Kolom-arrest van 14 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1617). In dat arrest oordeelde de Hoge Raad dat bij een structurele en substantiële vermindering van de arbeidsduur van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd is, omdat gesproken kan worden van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het moet volgens de Hoge Raad dan wél gaan om een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent en om een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn. De gedeeltelijke transitievergoeding moet worden berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd, waarbij moet worden gerekend met het loon waarop voorheen aanspraak bestond. Het Hof Amsterdam oordeelde aan de hand van deze Kolom-beschikking dat sprake was van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Door de blijvende arbeidsongeschiktheid van werkneemster waren partijen gedwongen over te gaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van werkneemster met twintig procent (van 1,0 naar 0,8). Volgens het Hof had werkneemster daarom in ieder geval recht op een gedeeltelijke transitievergoeding van € 10.227,03 bruto. Werkneemster verloor echter niet alleen arbeidstijd, maar ging er ook in salaris flink op achteruit vanwege haar herplaatsing in een andere functie. Brengt ook de substantiële en structurele salarisvermindering een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich mee en is in dat geval ook een (deel van de) transitievergoeding verschuldigd? Het Hof Amsterdam legde deze kwestie voor aan de Hoge Raad. Meer concreet stelde het Hof de volgende vragen: Dient met een vermindering van de arbeidsduur gelijkgesteld te worden een vermindering van het salaris als gevolg van een functiewijziging, met dien verstande dat in dat geval ook recht op een transitievergoeding bestaat naar evenredigheid van de salarisvermindering?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: gelden voor een dergelijke functiewijziging dezelfde eisen als genoemd in rechtsoverweging 3.5.5 van de Kolom- beschikking?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: geldt dan ook dat het moet gaan om een substantiële en structurele salarisvermindering in dier voege dat het moet gaan om een vermindering van tenminste twintig procent die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: indien sprake is van zowel een vermindering van arbeidsduur als van salaris, hoe moet in dat geval dan de transitievergoeding worden berekend? De Hoge Raad heeft op 17 april 2020 uitspraak gedaan: ‘Herplaatsing in een andere functie kan niet worden gelijkgesteld aan gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:673 BW. Een vermindering van salaris die het gevolg is van herplaatsing geeft dan ook geen recht op een transitievergoeding.’ Hoe komt de Hoge Raad tot dit oordeel? Op grond van de wet (artikel 7:673 BW) is aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd als de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt. Beëindiging van de arbeidsovereenkomst is alleen mogelijk als herplaatsing van de werknemer in een andere passende functie niet mogelijk is (artikel 7:669 BW). Volgens de Hoge Raad volgt hieruit dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst een voorwaarde is voor het ontstaan van het recht op de transitievergoeding. Herplaatsing in een andere passende functie (zonder urenverlies) is volgens de Hoge Raad géén vorm van beëindiging als bedoeld in de wet. Met de herplaatsingseis wordt juist beoogd te voorkómen dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Herplaatsing (in een lager betaalde functie) is volgens de Hoge Raad ook niet gelijk te stellen aan een gedeeltelijke beëindiging van het dienstverband, omdat de transitievergoeding is bedoeld ter compensatie van het verlies van de arbeidsovereenkomst en niet als een vergoeding voor verlies van inkomen om andere redenen (zoals een lager salaris bij een lagere functie).De Hoge Raad haakt dus zeer strikt aan bij de wet. Alleen bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst (op initiatief van werkgever) is een transitievergoeding verschuldigd. Bij een gedeeltelijke beëindiging moet het gaan om een verlies van arbeidsduur van ten minste 20%, terwijl het urenverlies structureel moet zijn. Een salarisvermindering levert géén (gedeeltelijk) einde van de arbeidsovereenkomst op, zodat er in dat geval géén transitievergoeding verschuldigd is.Omdat de eerste prejudiciële vraag met een ‘nee’ is beantwoord, hoefden de andere drie vragen niet beantwoord te worden.Het Hof Amsterdam zal nu een eindbeslissing moeten nemen, die er op neer zal komen dat een transitievergoeding van € 10.227,03 bruto verschuldigd zal zijn en meer niet. Deze uitspraak van de Hoge Raad roept vragen op, zoals: Stel dat werkneemster ondanks de prognose toch zou herstellen en weer volledig zou kunnen werken, kan zij dan om uitbreiding van haar uren in haar nieuwe functie en/of herplaatsing in haar oude functie vragen en mag zij dan de reeds ontvangen transitievergoeding van € 10.227,03 houden?Wat nu als werkneemster weer 100% gaat werken maar daarna alsnog wordt ontslagen? Strekt de reeds ontvangen € 10.227,03 dan in mindering op de alsdan verschuldigde transitievergoeding? Mocht werkneemster de herplaatsing in de lager betaalde functie weigeren als zij niet gecompenseerd zou worden voor het inkomensverlies? Zo nee, wat zijn de gevolgen van die weigering? Zo ja, welke compensatie is op zijn plaats? De tijd zal het leren. ### NOW-regeling verlengd en aangepast NOW-regeling verlengd en aangepast Per kamerbrief van 20 mei 2020 werd aangekondigd dat de NOW-regeling, onder aanvullende en aangepaste voorwaarden, wordt verlengd. De nieuwe regeling wordt aangeduid met NOW 2.0. Voor de voorwaarden van de eerste NOW-regeling (omgedoopt tot NOW 1.0) verwijs ik naar de blog van mr. Menno de Neef van 18 maart 2020. Het doel van de NOW blijft ongewijzigd: namelijk het zoveel mogelijk behouden van werkgelegenheid. De basisregels van de NOW 1.0 blijven ook gelden voor de NOW 2.0, maar met aangepaste voorwaarden. Wat verandert er? De NOW-regeling wordt verlengd met drie maanden. Er kan een tegemoetkoming worden aangevraagd voor de loonkosten over de periode juni, juli en augustus 2020. De omzetdaling wordt vastgesteld over een periode van drie maanden, welke start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020. Voor de werkgevers die voor de tweede keer een beroep doen op de NOW moet deze omzetperiode aansluiten op de periode gekozen in het eerste tijdvak. De referentiemaand voor de loonsom wijzigt van januari 2020 naar maart 2020 (peildatum 15 mei 2020). De werkgever moet bij de aanvraag verklaren dat er, gedurende de periode waarover de tegemoetkoming zal worden ontvangen, voor zijn werknemers géén ontslag zal worden aangevraagd op grond van bedrijfseconomische redenen. Als er tóch ontslag is of wordt aangevraagd (en deze aanvraag niet of niet tijdig is ingetrokken), vindt er bij de uiteindelijke vaststelling van de tegemoetkoming een correctie plaats.Voor de NOW 1.0 geldt: Vastgesteld wordt wat het loon is van de werknemers voor wie toch ontslag is aangevraagd. Dat loon vermeerderd met een verhoging van 50% (de ‘boete’) wordt in mindering gebracht op de tegemoetkoming. De subsidie wordt derhalve met 150% van het loon van de ontslagen werknemers verminderd.Voor de NOW 2.0 geldt hetzelfde, maar bij ontslagaanvragen die in de periode 1 juni tot en met 31 augustus 2020 worden ingediend, zal de ‘boete’ 100% van het loon zijn in plaats van 150%.Als de WMCO van toepassing is, moet de werkgever bij het invullen van het aanvraagformulier voor de tegemoetkoming verklaren, dat er gedurende een periode van vier weken overleg gepleegd zal worden met de vakbonden over de voorgenomen ontslagen. Ook moet de werkgever verklaren de ontslagaanvragen niet eerder in te zullen dienen dan vier weken nadat de WMCO-melding aan de vakbeweging is gedaan.Werkgevers die gebruik maken van de NOW regeling mogen over 2020 en tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 geen dividend of bonus (waaronder zowel winstdelingen als andere bonusbetalingen worden verstaan) uitkeren en geen eigen aandelen inkopen. Zij dienen bij de aanvraag te verklaren dat niet te zullen doen.Dit geldt ook voor ondernemingen en instellingen die niet via een aandeelhoudersvergadering werken, in welk geval dit geldt tot en met de vergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Deze voorwaarde ziet niet op dividend, bonussen en aandelen over het jaar 2019, omdat de beslissingen daartoe al genomen zijn in 2019 maar er pas in 2020 tot uitbetaling wordt overgegaan.Het verbod om bonussen uit te keren is beperkt tot bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en geldt niet voor het overige personeel.Dit verbod geldt alleen voor werkgevers die een subsidiebedrag ontvangen waarvoor een accountantsverklaring vereist is. Voor werkmaatschappijen die als onderdeel van een concern een tegemoetkoming hebben gekregen geldt dit drempelbedrag niet. Zij moeten zich altijd aan dit verbod houden. Voor werkgevers die gebruik maken van de NOW 2.0 wordt een inspanningsverplichting ingevoerd om hun werknemers te stimuleren aan bij- of omscholing te doen, bijvoorbeeld door (vrijkomende) tijd beschikbaar te stellen en door middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een O&O-fonds. De NOW 1.0 houdt geen rekening houdt met seizoenspatronen. Seizoensbedrijven kunnen in januari 2020 een (fors) lagere loonsom hebben dan op maandbasis in de periode maart, april, mei 2020. Om hierin tegemoet te komen, is besloten om een aanpassing te maken voor het eerste subsidietijdvak van de NOW.Die aanpassing houdt een extra compensatie in voor werkgevers die vanwege een seizoenspatroon of andere redenen een te lage, niet-representatieve loonsom in januari 2020 hadden in vergelijking met de subsidieperiode van maart tot en met mei 2020.Deze compensatie wordt automatisch toegepast voor werkgevers voor wie dit voordelig uitpakt. Als de loonsom van maart tot en met mei 2020 hoger is dan de loonsom van driemaal januari 2020, wordt de loonsom van maart tot en met mei 2020 als uitgangspunt genomen voor de berekening van de tegemoetkoming.De loonsommen van april en mei 2020 worden gemaximeerd op de loonsom van maart 2020 (peildatum 15 mei).Met deze compensatie wordt alleen rekening gehouden bij het vaststellen van de tegemoetkoming en niet bij het bepalen van het voorschot daarop. Dit betekent dat het voordeel hiervan niet eerder zal worden genoten dan september 2020. De forfaitaire opslag op de loonkosten wordt verhoogd van 30% naar 40%. De overheid streeft er naar om NOW 2.0-aanvragen mogelijk te maken vanaf 6 juli 2020. Om te voorkomen dat het aanvraag- en vaststellingsproces elkaar overlappen kan de uiteindelijke vaststelling van de eerste subsidieperiode worden aangevraagd vanaf 7 september 2020. Werkgevers hebben dan tot en met 31 augustus 2020 de tijd om een aanvraag voor de tweede subsidieperiode te doen. De genoemde datum van 7 september 2020 geldt voor werkgevers die alleen een aanvraag voor de eerste subsidieperiode hebben gedaan. Wordt er voor beide periodes een aanvraag ingediend, of alleen voor de tweedesubsidieperiode, dan kan de uiteindelijke vaststelling van de tegemoetkoming niet eerder dan náafloop van het tweede tijdvak aangevraagd worden. De NOW 2.0 wordt uitgewerkt. Deze uitwerking wordt naar verwachting in juni 2020 gepubliceerd. Op 28 mei 2020 zijn er overigens al wijzigingen bekend gemaakt, die ook nog verder uitgewerkt moeten worden, namelijk:- het noodpakket 2.0, waaronder de NOW-regeling, wordt verlengd met een maand, derhalve tot en met 30 september 2020; - de maximale Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB wordt verhoogd naar € 50.000,- tot en met september 2020. Deze subsidie wordt als omzet meegerekend voor de NOW-regeling; - er wordt een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-tegemoetkoming ingevoerd bij collectief ontslag van 20 of meer werknemers, tenzij een akkoord is bereikt met de vakbonden of het medezeggenschapsorgaan. ### De Victoria-beschikking De Victoria-beschikking Op 21 februari 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een geschil tussen een werkneemster en haar werkgever Schoonmaakbedrijf Victoria B.V (HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:283, RAR 2020/74). De uitspraak wordt inmiddels aangehaald als de Victoria-beschikking. De zaak draaide om twee vragen: 1. Is een gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst mogelijk?2. Moet de rechter in hoger beroep ex tunc of ex nunc toetsen? FeitenSamengevat speelde het volgende:Werkneemster werkte sinds 20 oktober 2000 op twee locaties van een universiteit, te weten locatie ‘Rundvee’ en locatie ‘Pluimvee’. Op beide locaties werkte zij 10 uur per week. Per 1 maart 2015 is werkneemster - als gevolg van een contractwissel - voor 20 uur per week in dienst gekomen bij Victoria. Op enig moment wordt locatie ‘Rundvee’ gesloten, waarna werkneemster op de locatie ‘Bioscience’ tewerkgesteld werd. Daar kwamen klachten over haar houding en gedrag tegenover collega’s en de opdrachtgever en over de (ondermaatse) kwaliteit van haar schoonmaakwerk. Er volgde opnieuw een overplaatsing, dit keer naar locatie ‘ASG’. Werkneemster verscheen echter niet op deze nieuwe locatie, omdat zij deze – volgens eigen zeggen – niet (op tijd) zou kunnen bereiken met de haar ter beschikking staande vervoersmiddelen. Op locatie Pluimvee bleef zij haar werkzaamheden wel uitvoeren, waarvoor zij ook betaald kreeg. Victoria verzocht de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden primair op grond van verwijtbaar handelen (de e-grond) en subsidiair op grond van de verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond). Ook wilde Victoria dat werkneemster de transitievergoeding zou worden ontzegd. De kantonrechter wees de verzoeken van Victoria af. Volgens de kantonrechter zou er geen sprake zijn van verwijtbaar handelen zijdens werkneemster en was er geen sprake van een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie.Victoria heeft vervolgens een aantal voorstellen gedaan om tot een onderlinge oplossing te komen, te weten:1. het ter beschikking stellen van een snorfiets of driewielfiets, zodat zij de locatie ‘ASG’ kon bereiken;2. het werken op een andere locatie (in Almere voor 2 uur per week);3. het aanbieden sollicitatiehulp; en4. het beëindigen van het dienstverband voor de uren die werkneemster diende te werken op de locatie ‘ASG’. Werkneemster liet weten dat zij om medische redenen niet in staat was om te fietsen en dat zij een lijst van beschikbare locaties wilde ontvangen binnen een straal van 30 kilometer vanaf haar woonadres. Victoria meldde hierop dat werkneemster (op termijn) aan het werk kon in Amsterdam, Almere en Huizen. Verder wierp Victoria de mogelijkheid op het dienstverband voor de uren die werkneemster diende te werken op de locatie ‘ASG’ te beëindigen. Werkneemster verzocht Victoria om haar een concept vaststellingsovereenkomst toe te sturen, aan welk verzoek door Victoria gehoor is gegeven. Werkneemster heeft daarop niet meer gereageerd. Victoria kon nog in hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter en stelde dat vervolgens ook in. In hoger beroep heeft het hof de beschikking van de kantonrechter vernietigd en heeft de arbeidsovereenkomst in zijn geheel met ingang van 1 augustus 2018 alsnog ontbonden. Het hof heeft Victoria daarbij veroordeeld om aan werkneemster de transitievergoeding te betalen. In hoger beroep had werkneemster nog verzocht om de arbeidsovereenkomst gedeeltelijk te ontbinden, maar het hof wees dat af overwegende dat een arbeidsovereenkomst ondeelbaar is: ‘De werkneemster heeft nog bepleit de arbeidsovereenkomst slechts gedeeltelijk te doen eindigen. De arbeidsovereenkomst is echter ondeelbaar, zodat dit verzoek wordt afgewezen.’ Werkneemster stelt hierop cassatie in. In cassatie richt zij zich met name tegen het hiervoor geciteerde oordeel van het hof dat de arbeidsovereenkomst niet gedeeltelijk kan worden beëindigd (vraag 1). Ook klaagt werkneemster er over dat het hof zijn oordeel om de arbeidsovereenkomst te beëindigen heeft gebaseerd op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan nádat de kantonrechter het ontbindingsverzoek had afgewezen en het hoger beroep aldus ‘ex nunc’ heeft beoordeeld (vraag 2). Wat vindt de Hoge Raad hier van? Gedeeltelijke beëindigingDe Hoge Raad overweegt:‘De wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst voorziet niet in gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De wetgever heeft deze regeling relatief kort geleden grondig herzien, zonder daarbij te voorzien in de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ook is niet gebleken dat de wetgever in die mogelijkheid zou hebben willen voorzien.’Het gaat de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten om te voorzien in de mogelijkheid van gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst, aldus de Hoge Raad:‘Dit geldt te meer nu het kabinet de Commissie Regulering van Werk heeft ingesteld om te adviseren over de veranderingen op de arbeidsmarkt en de mogelijke gevolgen voor de regelgeving.6. In het op 23 januari 2020 aan het parlement aangeboden eindrapport van de commissie worden voorstellen gedaan om gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst mogelijk te maken.’Voor alle duidelijkheid overweegt de Hoge Raad nog dat de mogelijkheid een arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:671b BW gedeeltelijk te ontbinden niet is aanvaard in de Kolom-beschikking van de Hoge Raad: Opmerking verdient dat de mogelijkheid een arbeidsovereenkomst op grond van art. 7:671b BW gedeeltelijk te ontbinden, niet is aanvaard in de Kolom-beschikking van de Hoge Raad.De Hoge Raad heeft in die beschikking tot uitdrukking gebracht dat voortzetting van een bestaande arbeidsovereenkomst in aangepaste vorm erop kan neerkomen dat de bestaande arbeidsovereenkomst in feite gedeeltelijk is beëindigd, ongeacht hoe die gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst is vormgegeven. De vraag die de Hoge Raad vervolgens moest beantwoorden was of, ervan uitgaande dat de bestaande arbeidsovereenkomst gedeeltelijk is beëindigd, aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding bestaat. In dat licht moet dan ook worden gelezen de overweging van de Hoge Raad dat “de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag met daaraan gekoppeld de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding wel moet worden aanvaard voor het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer”. Deze overweging strekt ertoe de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding te verbinden aan bepaalde reeds bestaande mogelijkheden om de arbeidsovereenkomst in feite gedeeltelijk te beëindigen. Zij heeft niet de strekking de mogelijkheid van gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst uit te breiden, al konden de bewoordingen van die overweging wel aanleiding tot die lezing geven.. Ik verwijs volledigheidshalve naar mijn blog over de door het hof Amsterdam gestelde prejudiciële vragen over de transitievergoeding bij structurele urenvermindering en structurele salarisvermindering, waarbij deze Kolom-beschikking een rol speelde. Kortom, volgens de Hoge Raad voorziet de wet (bewust) niet in de mogelijkheid om een arbeidsovereenkomst gedeeltelijk te beëindigen dan wel te ontbinden en kan aan een dergelijk verzoek door de rechter ook geen gehoor gegeven worden. Het hof heeft het verzoek tot gedeeltelijke beëindiging dan ook terecht afgewezen en is terecht tot de ontbinding van de gehele arbeidsovereenkomst over gegaan. Ten overvloede overweegt de Hoge Raad nog wel dat partijen onderling wel tot een gedeeltelijke beëindiging over kunnen gaan als zij dat willen. Wat zijn daartoe de mogelijkheden? Partijen zouden de arbeidsovereenkomst (door middel van een vaststellingsovereenkomst) gedeeltelijk kunnen beëindigen.Partijen kunnen het dienstverband geheel beëindigen en kunnen vervolgens een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst aangaan.Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst op grond van een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van art. 7:686 BW in samenhang met art. 6:265 BW en art. 6:270 BW (de ‘civielrechtelijke ontbinding’). Een mogelijkheid waar niet vaak gebruik van wordt gemaakt omdat – in geval van een werkgeversverzoek – sprake moet zijn van een ernstige wanprestatie. Dit ten einde het omzeilen van het wettelijke ontslagstelsel tegen te gaan.  Voorts zou de werkgever een voorstel tot wijziging (inhoudende een gedeeltelijke beëindiging van het dienstverband) van de arbeidsovereenkomst doen en kan de werknemer in het voorkomend geval op grond van de in het arrest Stoof/Mammoet geformuleerde maatstaf gehouden zijn in te stemmen met dat voorstel.Daarnaast kan de werkgever in het voorkomend geval op grond van de Wet flexibel werken of op grond van goed werkgeverschap in de zin van art. 7:611 BW gehouden zijn met een daartoe strekkend voorstel van de werknemer (tot gedeeltelijke beëindiging) in te stemmen. Let wel, in de gevallen genoemd onder 2, 4 en 5 zou wettelijk aanspraak kunnen bestaan op een gedeeltelijke transitievergoeding. Zie hiervoor artikel 7:673 BW en mijn blogs waaraan ik hiervoor refereerde. Toetsing ex tunc of ex nunc?De vraag is of, voor het geval waarin de kantonrechter het ontbindingsverzoek van de werkgever heeft afgewezen art. 7:683 BW afwijkt van het hiervoor weergegeven uitgangspunt in het civiele procesrecht dat de rechter in hoger beroep heeft te oordelen naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van zijn beslissing.Bij de beantwoording van die vraag is van belang dat volgens de wetsgeschiedenis van de Wet werk en zekerheid, bij de keuze voor en uitwerking van de mogelijkheid van hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure, enerzijds is betrokken het belang van de werknemer en de werkgever om snel duidelijkheid te hebben over het al dan niet eindigen van de arbeidsovereenkomst en anderzijds het belang van de werknemer en de werkgever om in hoger beroep te kunnen gaan als zij zich onrechtvaardig behandeld voelen. Indien de kantonrechter het ontbindingsverzoek van de werkgever heeft afgewezen, blijft de werknemer in dienst. Indien de rechter in hoger beroep vervolgens van oordeel is dat het ontbindingsverzoek ten onrechte is afgewezen, bepaalt hij op welk tijdstip de arbeidsovereenkomst alsnog eindigt (art. 7:683 lid 5 BW). Dit tijdstip mag niet in het verleden liggen. De rechter in hoger beroep kan dus met betrekking tot de periode tot aan zijn beslissing geen verandering brengen in de arbeidsovereenkomst. In zoverre verschilt de beoordeling in hoger beroep van de afwijzing door de kantonrechter van het verzoek tot ontbinding niet van de beoordeling van een verzoek tot ontbinding in een nieuwe ontbindingsprocedure.Nu het voorgaande geen aanknopingspunten biedt om af te wijken van het hiervoor genoemde uitgangspunt, dient de rechter in hoger beroep aan de hand van de hem ten tijde van zijn beslissing bekende feiten en omstandigheden te beoordelen of het ontbindingsverzoek ten onrechte is afgewezen (‘ex nunc’).Een helder antwoord dus: de rechter in hoger beroep dient – in het geval de kantonrechter het ontbindingsverzoek heeft afgewezen - ex nunc (waarbij de rechter feiten die zich na die beschikking hebben voorgedaan bij zijn oordeel mag betrekken) te toetsen, omdat ten tijde van die toetst de arbeidsovereenkomst nog voortduurt. Op grond van de uitspraak (HR 21 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:284, RAR 2020/75) van de Hoge Raad van dezelfde datum als de Victoria-beschikking geldt dat er ex tunc (dus naar de stand van zaken ten tijde van de beschikking in eerste aanleg) in het geval het ontbindingsverzoek door de kantonrechter is toegewezen, omdat de arbeidsovereenkomst ten tijde van het hoger beroep is geëindigd. De Hoge Raad overweegt: Hoger beroep tegen een uitspraak van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure is mogelijk geworden door de Wet werk en zekerheid. Uit de wetsgeschiedenis van deze wet volgt dat in het hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure, de normale regels van het civiele procesrecht gelden, voor zover daarvan in art. 7:683 BW niet is afgeweken. In het civiele procesrecht is uitgangspunt dat het hoger beroep niet uitsluitend strekt tot een beoordeling van de juistheid van de in eerste aanleg gegeven beslissing, maar, binnen de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep, tot een nieuwe behandeling en beslissing van de zaak, waarbij de rechter in hoger beroep heeft te oordelen naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van zijn beslissing. De vraag is of, voor het geval waarin de kantonrechter het ontbindingsverzoek van de werkgever heeft toegewezen artikel 7:683 BW afwijkt van het hiervoor weergegeven uitgangspunt in het civiele procesrecht dat de rechter in hoger beroep heeft te oordelen naar de toestand zoals die zich voordoet ten tijde van zijn beslissing. Bij de beantwoording van die vraag is van belang dat volgens de wetsgeschiedenis van de Wet werk en zekerheid, bij de keuze voor en uitwerking van de mogelijkheid van hoger beroep tegen de uitspraak van de kantonrechter in een ontbindingsprocedure, enerzijds is betrokken het belang van de werknemer en de werkgever om snel duidelijkheid te hebben over het al dan niet beëindigen van de arbeidsovereenkomst en anderzijds het belang van de werknemer en de werkgever om in hoger beroep te kunnen gaan als zij zich onrechtvaardig behandeld voelen. Dit heeft ertoe geleid dat de wetgever — in afwijking van de normale regels van het civiele procesrecht — in artikel 7:683 lid 1 BW heeft opgenomen dat het hoger beroep tegen een beschikking waarin het ontbindingsverzoek is toegewezen, de tenuitvoerlegging van die beschikking niet schorst. Volgens de toelichting bij deze bepaling komt het de rechtszekerheid voor zowel de werkgever als de werknemer ten goede als door de toewijzing van het ontbindingsverzoek door de kantonrechter de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk eindigt. De werknemer zal dan op zoek moeten gaan naar een andere baan, ook als hij hoger beroep instelt. (rechtsoverweging 3.2.4) Indien de rechter in hoger beroep van oordeel is dat het verzoek van de werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst ten onrechte is toegewezen, kan hij op grond van art. 7:683 lid 3 BW (i) de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen of (ii) aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen. Daarbij kan herstel van de arbeidsovereenkomst plaatsvinden met ingang van de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter of van een ander tijdstip in het verleden, maar ook met ingang van een tijdstip in de toekomst. In de wetsgeschiedenis wordt het vermoeden uitgesproken dat de rechter in hoger beroep gelet op het tijdsverloop vaak zal overgaan tot toekenning van een billijke vergoeding in plaats van herstel van de arbeidsovereenkomst. (rechtsoverweging 3.2.5) Uit het voorgaande volgt dat door een beschikking waarbij de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, daadwerkelijk een einde komt aan die overeenkomst, ook al wordt tegen deze beschikking hoger beroep ingesteld. Daardoor is op het moment dat de rechter in hoger beroep op grond van artikel 7:683 lid 3 BW beoordeelt of het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst terecht is toegewezen, de arbeidsovereenkomst tussen partijen al geruime tijd geëindigd. Hoger beroep kan niet ertoe leiden dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht wordt vernietigd. Indien de rechter in hoger beroep tot het oordeel komt dat het ontbindingsverzoek van de werkgever ten onrechte is toegewezen, kan hij de overeenkomst wel, al dan niet met ingang van een tijdstip in het verleden, herstellen (of de werkgever daartoe verplichten), maar daarover dient hij afzonderlijk te beslissen. Met dit stelsel, waaraan de rechtszekerheid voor de werknemer en de werkgever ten grondslag ligt, is niet verenigbaar dat de rechter in hoger beroep op grond van feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter zou kunnen oordelen dat de arbeidsovereenkomst ten onrechte is ontbonden. In hoger beroep moet de vraag of het verzoek van de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst terecht is toegewezen dan ook worden beoordeeld naar de toestand ten tijde van de beslissing van de kantonrechter (‘ex tunc’) (rechtsoverweging 3.2.6). Hetgeen hiervoor in 3.2.4-3.2.6 is overwogen, geldt voor de beoordeling in hoger beroep of het ontbindingsverzoek van de werkgever terecht is toegewezen. Indien de rechter in hoger beroep tot het oordeel komt dat het ontbindingsverzoek van de werkgever ten onrechte is toegewezen, kan hij op grond van art. 7:683 lid 3 BW voorzien in herstel van de arbeidsovereenkomst of aan de werknemer een billijke vergoeding toekennen (zie hiervoor in 3.2.5). Welke voorziening de rechter treft, moet in overeenstemming met het uitgangspunt in het civiele procesrecht worden beoordeeld aan de hand van de aan de rechter ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekende feiten en omstandigheden, ook indien deze zich hebben voorgedaan na de ontbindingsbeschikking (‘ex nunc’). Ook het recht op en de omvang van de transitievergoeding en de billijke vergoeding dient de rechter in hoger beroep, in overeenstemming met het uitgangspunt in het civiele procesrecht, te beoordelen aan de hand van de hem ten tijde van de beslissing in hoger beroep bekende feiten en omstandigheden. Daarbij verdient opmerking dat de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer als bedoeld in art. 7:673 lid 7, aanhef en onder c, BW, in welk geval geen recht op transitievergoeding bestaat, en de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever als bedoeld in art. 7:671b lid 9, aanhef en onder c, BW of art. 7:671b lid 10, aanhef en onder b, BW, in welk geval aanspraak bestaat op een billijke vergoeding, naar hun aard moeten worden beantwoord aan de hand van de feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden. De Hoge Raad maakt derhalve onderscheid tussen de situatie waarin de kantonrechter in eerste aanleg het ontbindingsverzoek van de werkgever heeft toegewezen en de arbeidsovereenkomst dus bij de beoordeling in hoger beroep al is geëindigd; ende situatie waarin de kantonrechter in eerste aanleg het ontbindingsverzoek van de werkgever heeft afgewezen en de arbeidsovereenkomst derhalve bij de beoordeling in hoger beroep nog bestaat.In de eerste situatie moet de rechter ex tunc toetsen, in de tweede situatie moet de rechter ex nunc toetsen. ConclusieHet antwoord op de gestelde vragen is derhalve als volgt. Is een gedeeltelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst mogelijk?Nee, wettelijk gezien niet. De rechter kan daartoe dan ook niet overgaan, maar partijen kunnen zelf wel alternatieve routes bewandelen om tot een gedeeltelijke beëindiging te komen, waarbij aanspraak zou kunnen bestaan op een (gedeeltelijke) transitievergoeding.Moet de rechter in hoger beroep ex tunc of ex nunc toetsen?Dat ligt aan het specifieke geval. Wat betreft het al dan niet terecht toe- of afwijzen van een ontbindingsverzoek geldt dat bij een toewijzende beschikking in hoger beroep ex tunc moet worden getoetst en bij een afwijzende beschikking in hoger beroep ex nunc moet worden getoetst. Als in eerste aanleg ten onrechte een ontbinding is toegewezen, dient de rechter in hoger beroep een voorziening te treffen (herstel van de arbeidsovereenkomst of het toekennen van een billijke vergoeding). Die voorziening moet wel ex nunc getoetst worden. Ook het recht op en de omvang van de transitievergoeding en de billijke vergoeding dient de rechter in hoger beroep ex nunc te toetsen, maar de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer (de werknemer heeft dan geen recht op transitievergoeding) en de vraag of de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (de werkgever moet dan een billijke vergoeding betalen) moeten naar hun aard moeten wel weer ex tunc worden beantwoord. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Verruiming NOW-regeling Verruiming NOW-regeling In onze blogs van 18 maart 2020 en 1 april 2020 schreven Menno de Neef en ik over de voorwaarden waaronder u in aanmerking kunt komen voor de NOW-subsidie. Eén van die voorwaarden is een omzetverlies van tenminste 20%, waarbij er wordt gekeken naar de omzet van het hele concern. Concerns waarvan er bijvoorbeeld maar één groepsmaatschappij wordt getroffen door de Coronacrisis, zouden daardoor mogelijk de spreekwoordelijke boot kunnen missen omdat over het geheel gezien er geen sprake is van een omzetdaling van tenminste 20%. Als er geen interne oplossing mogelijk is voor, zou dat tot gevolg kunnen hebben dat de werkmaatschappij alsnog tot ontslag overgaat, terwijl het doel van de NOW-regeling nu juist is het behoud van werk.  Om dit te voorkomen is de NOW-regeling onlangs verruimd. Die verruiming houdt in dat wanneer er bij het concern in zijn geheel geen sprake is van tenminste 20% omzetverlies, maar bij een individuele werkmaatschappij wel onder voorwaarden niet het uitgangspunt geldt dat voor de subsidieaanvraag van die individuele werkmaatschappij wordt gekeken naar de omzet van het gehele concern. Welke voorwaarden zijn dat? De betreffende groepsmaatschappij moet eigen rechtspersoonlijkheid bezitten (ofwel er moet sprake zijn van een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, naamloze vennootschap, besloten vennootschap of een stichting). Vestigingen zonder rechtspersoonlijkheid komen dus niet voor de subsidie in aanmerking.Het concern moet verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld.De werkmaatschappij moet met de betrokken vakbonden een overeenkomst hebben gesloten over werkbehoud:-  heeft de werkmaatschappij 20 of méér werknemers, dan moet er een akkoord bereikt worden met de belanghebbende verenigingen van werknemers (in de zin van de Wet Melding Collectief Ontslag), en bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers;- heeft de werkmaatschappij minder dan 20 werknemers, dan volstaat een akkoord tussen de vertegenwoordiging van de werknemers en de werkgever.Er mag binnen het concern geen zogenaamde personeels-bv bestaan. Personeels-bv’s moeten altijd uitgaan van de omzetdaling op concernniveau. Verder gelden er nog enkele (nader uit te werken) controlevoorschriften, die ertoe dienen strategisch handelen te voorkomen. Zo mag er niet met opdrachten worden geschoven en worden activiteiten van de werkmaatschappij die de subsidie aanvraagt die worden ondernomen bij een andere maatschappij binnen het concern aan de omzet van de werkmaatschappij toegerekend.   ### De NOW-regeling (bijna) van start De NOW-regeling (bijna) van start Op 18 maart 2020 schreef mr. Menno de Neef al over het intrekken van de Werktijdverkorting (WTV) en het in plaats daarvan invoeren van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). De regeling moest toen nog uitgewerkt worden. Dat is inmiddels gebeurd. Het omzetverliesDe tegemoetkoming wordt bepaald aan de hand van de omzet en de loonsom. Hoe hoger het omzetverlies, hoe hoger de tegemoetkoming. Het bepalen van het omzetverlies gaat als volgt. De totale omzet uit 2019 wordt gedeeld door vier. Vervolgens moet de uitkomst van deze som worden vergeleken met de omzet in de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020. Als de gevolgen van de overheidsmaatregelen pas op een later moment terug te zien zijn, kunnen bedrijven er voor kiezen een andere periode op te geven voor de omzetvergelijking, te weten één of twee maanden later. Is er sprake van een concern dan wordt voor de omzetdaling gekeken naar de omzet van het hele concern. Dit om te voorkomen dat de wijze waarop het concern is of wordt georganiseerd een (te) grote invloed heeft op de hoogte van de tegemoetkoming. De loonsomVoor het bepalen van de loonsom worden de gegevens uit de loonaangifte gebruikt. UWV neemt deze gegevens automatisch over en neemt hierbij het sociale verzekeringsloon (sv-loon) als uitgangspunt. Voor alle bedrijven komt daar een opslag van 30 procent bovenop voor de werkgeverslasten (zoals vakantiegeld, pensioenen en de werkgeverspremies). Verder geldt de volgende beperking: het loon mag niet meer bedragen dan € 9.538,- bruto per werknemer per maand. Het loon boven dit maximum wordt niet gecompenseerd. Vervolgens wordt de loonsom in de tegemoetkomingsperiode vergeleken met de loonsom van januari (zoals bekend bij de Belastingdienst). Als die loonsom ontbreekt, dan wordt er vergeleken met de loonsom van november 2019. Om ‘calculerend gedrag’ te voorkómen, worden wijzigingen in de loonaangifte van januari die ná 15 maart zijn doorgegeven niet meegenomen. Voor iedereen waarvoor loonaangifte wordt gedaan en die verzekerd is voor de WW, ZW of WIA, wordt het loon meegerekend. Dat geldt ook voor het loon van flexibele krachten. Wanneer aanvragen?De aanvraag moet ingediend worden bij UWV. UWV is op dit moment bezig met het uitvoeren van de laatste testen. Naar verwachting zal het NOW-loket op 6 april 2020 geopend worden. De aanvraagperiode loopt tot en met 31 mei 2020. Bedrijven die voor een tegemoetkoming in aanmerking komen, zullen (in drie termijnen) een voorschot van 80% ontvangen. De eerste termijn kunnen zij binnen twee tot vier weken tegemoet zien. Definitieve berekeningBinnen 24 weken na afloop van de periode waarover de tegemoetkoming is toegekend, moet de werkgever een definitieve vaststelling van de tegemoetkoming aanvragen. In beginsel is hiervoor een accountantsverklaring vereist. UWV zal de definitieve tegemoetkoming binnen 22 weken vast stellen. BijsturenIn verband met de grote haast waarmee de regeling is vastgesteld, heeft de wetgever weinig tot geen rekening kunnen houden met bedrijfs- en sectorspecifieke verschillen. Het kabinet heeft daarom toegezegd de NOW-regeling te zullen monitoren en zo nodig (mits uitvoerbaar) aanpassingen te zullen doorvoeren. AdviesHet voorgaande is een beknopte weergave van de uitwerking van de NOW-regeling. Mogelijk zijn in uw situatie uitzonderingen van toepassing. Vraag voor uw specifieke situatie altijd informatie op bij een deskundige. Bij De Neef Advocaten kunt u hiervoor terecht bij mr. Isis Henriquez-van de Wetering. ### Staatssteun: Noodpakket en WW-premie Staatssteun: Noodpakket en WW-premie Inmiddels heeft het Coronavirus grote delen van de wereld in zijn greep, zo ook Nederland. Mensen wordt aangeraden om zoveel mogelijk thuis te blijven en daar waar mogelijk thuis te werken. Scholen en kinderopvang zijn (zo goed als) dicht, winkels sluiten hun deuren, evenementen zijn afgelast, sportscholen en toeristische attracties zijn gesloten en cafés en restaurants mogen geen bezoekers meer ontvangen. Door deze maatregelen draaien veel ondernemingen op halve kracht of helemaal niet meer. Dit brengt voor iedereen een hoop georganiseer en zorgen met zich mee. Hoe zorg ik ervoor dat ik mijn onderneming draaiende houd? Kunnen we onze rekeningen nog wel betalen? Kan ik mijn personeel nog in dienst houden? Overleeft mijn bedrijf deze crisis? Het kabinet heeft daarom op 17 maart 2020 een noodpakket aangekondigd met als doel banen te behouden en de economische gevolgen te beperken (klik hier om de kamerbrief te openen). Mijn kantoorgenoot mr. Menno de Neef schreef al over één van de maatregelen uit dit noodpakket, namelijk het intrekken van de werktijdverkorting en het in plaats daarvan invoeren van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud. Eén van de andere maatregelen betreft de WW-premiedifferentiatie. In mijn eerdere blog schreef ik over de wijzigingen die de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) met zich meebracht ten aanzien van de WW-premie: werkgevers betalen voor vaste contracten de lage WW-premie en voor flexibele werknemers de hoge WW-premie. Die regeling kent echter ook een bepaling ten aanzien van overwerk (de herzieningsregeling). Werkgevers betalen voor werknemers die in vaste dienst zijn en die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt met terugwerkende kracht tóch de hoge WW-premie. Het kabinet onderkent dat deze regeling door het Coronavirus tot onbedoelde effecten kan leiden. Denk bijvoorbeeld aan de zorgsector, waar op dit moment veel extra uren worden gedraaid. De regeling wordt daarom (voor 2020) aangepast om dit onbedoelde effect weg te nemen. De aanpassing zal door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zo spoedig mogelijk nader worden uitgewerkt. Verder erkent het kabinet dat het voor veel werkgevers de komende weken praktisch nietmogelijk zal zijn om tijdig (dat wil zeggen uiterlijk op 31 maart 2020) aan alle voor de lage WW-premie geldende voorwaarden te voldoen. Het kabinet verlengt de termijn daarom tot 1 juli 2020. Uw administratie moet dus uiterlijk op 30 juni 2020 in orde zijn. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Gevolgen van de coronacrisis voor huurzaken   De coronamaatregelen raken de hele samenleving. Ook voor huurovereenkomsten heeft dit gevolgen. WoningenDe minister van Milieu en Wonen heeft met verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen afspraken gemaakt.  Zo zullen tijdelijk geen huisuitzettingen plaatsvinden, tenzij er duidelijke redenen zijn om dit ondanks de crisis toch te doen, bijvoorbeeld als sprake is van criminele activiteiten of ernstige overlast. Dit is geen wet, maar beleid en dus niet afdwingbaar. Als je als verhuurder toch tot uitzetting over wilt gaan, kan het ook zijn dat de partijen die bij de praktische uitvoering betrokken zijn (politie, deurwaarder, slotenmaker) geen medewerking willen verlenen in verband met de aan te houden afstand van 1,5 meter. Verder is er spoedwetgeving in de maak die het mogelijk maakt om tijdelijke huurcontracten van woningen te verlengen. Dat kan een oplossing bieden voor huurders die geen mogelijkheid hebben om een andere woning te zoeken. Welke contracten nu exact onder deze wet vallen, wat de maximale duur van de verlenging wordt en over welke periode deze wet van kracht zal zijn, is nog onduidelijk.Professionele verhuurders van woningen zullen zich inspannen om maatwerk te leveren aan huurders die als gevolg van de crisis tijdelijk de huur niet kunnen betalen en zij zullen afzien van het berekenen van incassokosten aan huurders die door de crisis in de problemen zijn gekomen. DetailhandelVastgoed- en retailorganisaties hebben eveneens afspraken gemaakt. Kwartaalhuren worden omgezet in maandhuren.Waar nodig krijgen retailers uitstel van betaling van de huur van 1 april tot 20 april.Voorlopig worden geen boetes of rente gerekend over uitgestelde huurbetalingen.Retailers krijgen de mogelijkheid om tot eind april a.s. niet aan hun exploitatieverplichting te voldoen, dat wil zeggen aan hun plicht om het gehuurde zelf, daadwerkelijk en volledig te gebruiken.Sommige banken komen verhuurders tegemoet door de aflossing van leningen tot 2,5 miljoen euro op te schorten voor eenperiode van 6 maanden. De rentebetaling gaat wel door. Verhuurders moeten kunnen onderbouwen welke panden dit betreften welke huurders hun betaalverplichting als gevolg van de coronacrisis niet kunnen voldoen. KantorenKantoren hebben over het algemeen te maken met soepeler huurvoorwaarden en zijn daardoor flexibeler. De gevolgen voorhuurders van kantoren zijn gemiddeld genomen ook minder direct voelbaar. Mij zijn geen aparte afspraken bekend, maar deontwikkelingen gaan snel en wat niet is kan nog komen. Ten slotteIn het algemeen geldt dat de juridische mogelijkheden afhangen van wat partijen zijn overeengekomen. Huurders kunnen mogelijk een beroep doen op onvoorziene omstandigheden. Dit moet dan niet contractueel zijn uitgesloten en bovendien moet sprake zijn van een omstandigheid waarin het contract niet voorziet, waarvan de impact dusdanig is dat van de verhuurder naar redelijkheid en billijkheid niet kan worden verlang dat het contract ongewijzigd in stand blijft en de omstandigheid moet niet voor rekening komen van de huurder. De lat voor een geslaagd beroep hierop ligt echter hoog en of dit kansrijk is hangt, zoals bijna alles in huurgeschillen, af van de exacte omstandigheden van het geval en de belangen over en weer. De huidige lijn die zich in de rechtspraak lijkt af te tekenen is dat het redelijk wordt geacht dat de pijn over partijen wordt verdeeld. Vanuit deze optiek is het ter voorkoming van juridische procedures vooral aan te raden om open te staan voor overleg en om creatief te kijken naar de mogelijkheden om te zorgen dat zoveel mogelijk partijen de crisis kunnen doorstaan. Te denken valt aan spreiding van huurbetaling, uitstel van huurbetaling, omzetting van huurbetaling in een lening, zo nodig met extra zekerheden zoals bijvoorbeeld borgstelling of vestiging van hypotheek, tijdelijk een (gedeeltelijk) andere bestemming overeenkomen. Het is dan wel aan te raden om deze afspraken schriftelijk goed vast te leggen. Uiteraard kunnen wij u hierbij behulpzaam zijn. ### Tips om schade te beperken Tips om schade te beperken Voor veel bedrijfstakken brengen de Corona-maatregelen of de daarmee gepaard gaande onzekerheid met zich mee dat de inkomstenstroom opdroogt. Er wordt minder verkocht, nieuwe projecten worden uitgesteld, lopende contracten worden beëindigd en verstuurde facturen worden niet betaald. Gelukkig springt de overheid bij met een pakket noodmaatregelen voor ondernemers, zoals uitstel van belastingbetaling en loonkostencompensatie. Ondernemers zitten echter niet alleen met variabele kosten en loonkosten, maar ook met vaste kosten. Nadeel van veel vaste kosten is dat die blijven doorlopen, zelfs als je niets inkoopt en voor een deel van de loonkosten een vergoeding krijgt. Ondanks de vele overheidsmaatregelen om ondernemers te ondersteunen, zullen de komende tijd veel bedrijven en zzp-ers hun bedrijf moeten staken of failliet gaan. Als u goederen heeft geleverd aan een afnemer die de facturen niet meer kan betalen, zit u met een probleem. Immers, uw leverancier heeft geen boodschap aan de financiële problemen van uw afnemers en zal aanspraak op betaling van uw inkoopfacturen maken. Volgens de wet verplicht een koopcontract de verkoper om het verkochte aan de koper te leveren en de koper om de koopsom te betalen. Het eigendomsrecht gaat op de koper over als hij in het bezit van de goederen wordt gesteld (de levering). Hij blijft dan nog wel verplicht om de koopsom te betalen, maar is wel eigenaar van de goederen geworden en kan daarmee doen en laten wat hij wil.  Toch hoef je als leverancier niet altijd met lege handen te blijven staan. Zelfs tijdens faillissement van de koper zijn er juridische manieren om uw spullen terug te halen, of uw schade vergoed te krijgen. Slimme verkopers hebben in hun algemene voorwaarden een eigendomsvoorbehoud opgenomen. Dat betekent dat het eigendomsrecht niet op de koper overgaat door de levering (zoals in de wet staat), maar pas bij de betaling. Als er wel wordt geleverd maar niet wordt betaald, kunt u bij de klant of diens curator uw spullen gewoon opeisen. Een curator zal uiteraard eerst onderzoeken of uw voorwaarden gelden, uw spullen niet al zijn verwerkt in nieuwe producten en of ze nog wel als uw eigendom identificeerbaar zijn. Dat betekent weliswaar discussie, maar dat is beter dan alles gelijk kwijt zijn. Als die discussie voor u goed afloopt kunt u uw goederen terughalen.  Als u geen eigendomsvoorbehoud bent overeengekomen of als de discussie met de curator niet goed afloopt, kunt u misschien het wettelijke reclamerecht inroepen. Dat geldt altijd, dus ook als er geen contractuele zekerheden zijn overeengekomen. Als de verkoper het wettelijk reclamerecht inroept, wordt de overeenkomst ontbonden en keert het eigendomsrecht weer terug naar de verkoper. De koper (of diens curator) moet de onbetaald gelaten spullen dan weer teruggeven, omdat hij geen eigenaar meer is. Daarmee beperkt u dus uw schade, omdat u uw spullen weer op kunt halen en aan een ander kunt verkopen. Soms wil zelfs de curator uw spullen alsnog kopen als hij die voor een goede prijs kan doorverkopen. U moet dat reclamerecht wel snel inroepen: binnen 6 weken nadat de koper uw factuur heeft ontvangen, of binnen 60 dagen nadat u de spullen aan de koper heeft geleverd. Het enige dat u hoeft te doen is (bewijsbaar) schriftelijk een beroep op het reclamerecht te doen. Dus een aangetekende brief, fax of mail met ontvangstbevestiging aan de koper: Omdat u de koopsom niet heeft betaald, roep ik mijn reclamerecht in. Meer niet. Maar dan moet u wel op tijd het reclamerecht inroepen, dus een slap debiteurenbeheer staat aan dit middel in de weg. Als er geen eigendomsvoorbehoud geldt en u het reclamerecht niet tijdig heeft ingeroepen, is er nog een laatste strohalm als de koper kort na levering failleert. U kunt de bestuurder in privé aanspreken tot schadevergoeding als u kunt aantonen dat hij ten tijde van de koop wist of behoorde te weten dat de BV de bestelde goederen niet zou kunnen betalen en ook geen verhaal biedt voor schadevergoeding. Door in zo’n situatie nog goederen te bestellen, handelt de bestuurder onrechtmatig tegen u. Hij had namelijk horen te zeggen dat de BV waarschijnlijk niet zal kunnen betalen, zodat u de keus had kunnen maken tussen het risico lopen, of van de overeenkomst afzien of daar andere voorwaarden aan te verbinden.  Denk –zeker in deze tijden- van te voren goed na over de voorwaarden waaronder u uw producten verkoopt. Prijs en hoeveelheid zijn belangrijk, maar niet het enige. - spreek een kortere betalingstermijn af- verscherp uw debiteurenbeleid- probeer betaling vooraf af te spreken- verklaar uw algemene voorwaarden van toepassing- spreek een eigendomsvoorbehoud af- stel voor uzelf een maximum leverancierskrediet vast- maak u zelf niet te afhankelijk van 1 grote afnemer- blijf niet leveren als de facturen niet betaald worden- vraag om zekerheden als er niet betaald kan worden Als u vragen heeft, kunt u met ons kantoor bellen. mr. Menno de Neef ### WW-premie; hoog of laag Voor de lage WW-premie kom je als werkgever niet ‘zomaar’ in aanmerking. Let dus op en onderneem zo nodig vóór 1 april 2020 actie! Hoge of lage WW-premie?Inmiddels is de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) in werking getreden. In mijn blog van 17 november 2019 schreef ik al kort over de wijzigingen ten aanzien van de WW-premie: De WW-premie is vanaf 1 januari 2020 afhankelijk van het soort arbeidscontract. De sectorpremie vervalt. Werkgevers betalen straks een lagere premie voor werknemers met een vast dienstverband en een hogere premie voor werknemers met een flexibel arbeidscontract. De regering wil werkgevers hiermee stimuleren (eerder) een vast contract aan te gaan en hoopt zo het aantal flexibele dienstverbanden terug te dringen. De genoemde lage premie is voor 2020 vastgesteld op 2,94% en de hoge premie op 7,94%. Vereisten voor de lage premie‘Mooi, voor mijn werknemers met een vaste dienstverband geldt dus de lage premie’, denkt u nu misschien. Maar pas op: u zult moeten kunnen aantonen dat sprake is van een vast contract. Vereist is namelijk een schriftelijke overeenkomst, niet zijnde een oproepcontract: Van een vast dienstverband is sprake als er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, die geen oproepovereenkomst is. In de meeste gevallen vangt een dienstverband aan met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zijn beide partijen tevreden dan gaat zo’n overeenkomst vaak stilzwijgend over in een overeenkomst voor onbepaalde tijd. De werknemer werkt door zonder dat de omzetting naar onbepaalde tijd schriftelijk wordt vastgelegd. In dergelijke gevallen betaalt de werkgever de hoge premie, want een schriftelijk contract waaruit blijkt dat er sprake is van een vast contract, ontbreekt.Ook komt het regelmatig voor dat reeds jaren geleden aangevangen dienstverbanden nooit op schrift zijn gesteld of dat het contract over de jaren heen zoek is geraakt. Ook in die gevallen is sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar zal de werkgever niet de lage WW-premie mogen betalen.Samengevat gelden de volgende vereisten:- er moet een schriftelijk contract zijn,- dat door zowel de werkgever als de werknemer is ondertekend,- dat is voorzien van een datum; en- waaruit blijkt dat sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd, niet zijnde een oproepcontract.Een logisch gevolg is ook dat het contract vervolgens in de loonadministratie moet worden bewaard.Meer tijd nodigWerkgeversorganisaties hebben bij de minister geklaagd dat niet alle werkgevers op tijd (dat wil zeggen vóór 1 januari 2020) zouden kunnen voldoen aan de hiervoor genoemde vereisten voor de lage premie. Werkgevers zullen per werknemer moeten controleren of zij aan de vereisten voldoen (is er een schriftelijk contract dat voldoet aan de voorwaarden?) en zo niet, dan zullen zij dat alsnog in orde moeten maken willen zij de lage premie mogen afdragen. Hoe? Door alsnog een schriftelijke arbeidsovereenkomst op te (laten) stellen en deze vervolgens door zowel de werkgever als de werknemer te laten ondertekenen. Dat brengt een administratieve last met zich mee. Daarnaast bestaat de kans dat de werknemer niet mee zal werken aan het ondertekenen van het ‘nieuwe’ contract. Minister is werkgevers tegemoet gekomenNaar aanleiding van deze klachten is de minister de werkgevers tegemoet gekomen.Ten eerste hoeven werkgevers niet een geheel nieuw arbeidscontract op te (laten) stellen. Zij kunnen ook volstaan met een door zowel de werkgever als de werknemer ondertekend addendum bij het reeds bestaande contract (voor bepaalde tijd), waaruit blijkt dat inmiddels sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd. Dat geldt ook als de originele arbeidsovereenkomst nooit op schrift gesteld is of het oude contract niet (meer) in de administratie van de werkgever beschikbaar is. Ten tweede heeft de minister werkgevers drie maanden extra de tijd gegeven om hun administratie met het oog op de WW-premie op orde te krijgen. U heeft dus tot 1 april 2020 de tijd: ofwel het moet uiterlijk op 31 maart 2020 geregeld zijn. Ten derde blijkt uit het kennisdocument van de rijksoverheid dat het arbeidscontract of het hiervoor genoemde addendum ook digitaal overeengekomen kan worden. Zo mag er sprake zijn van een digitale handtekening of kan de instemming van de werknemer ook per e-mail worden gegeven of middels een HR-systeem.Regel het uiterlijk 31 maart 2020Werkgevers mogen voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (niet zijnde een oproepcontract) de lage WW-premie afdragen, óók als deze nog niet voldoet aan de hiervoor genoemde vereisten. Deze werkgevers kunnen in de loonaangifte bij ‘schriftelijke arbeidsovereenkomst’ ‘ja’ invullen. Maar dit geldt alleen voor op 1 januari 2020 reeds bestaande dienstverbanden. Voor arbeidsovereenkomsten die zijn gesloten ná 1 januari 2020 geldt dit dus niet. Voor deze situaties had de werkgever immers ‘beter moeten weten’ en meteen een arbeidscontract op moeten (laten) stellen en laten ondertekenen. De werkgever moet vervolgens uiterlijk op 31 maart 2020 een door zowel werkgever als werknemer (digitaal) ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst of een door hen beide (digitaal) ondertekende schriftelijk addendum voor handen te hebben, waaruit blijkt dat de werknemer reeds op 31 december 2019 voor onbepaalde tijd in dienst was.Heeft de werkgever niet vóór 1 april 2020 aan de genoemde voorwaarden voldaan én is het dienstverband ná 31 maart 2020 voorgezet, dan is de werkgever met terugwerkende kracht - vanaf 1 januari 2020 - alsnog de hoge WW-premie verschuldigd. Oók als de werknemer wel ‘gewoon’ een vast dienstverband heeft. Het gaat er immers om dat de werkgever dat ook moet kunnen aantonen.UitzonderingenIn de volgende situaties mag de werkgever overigens altijd de lage WW-premie afdragen.1. Als er een praktijkovereenkomst wordt aangegaan met een BBL (Beroeps Begeleidende Leerweg)-leerling, die praktijkovereenkomst is voorzien van een datum en de werkgever gaat met deze zelfde leerling een arbeidsovereenkomst aan.2. Als de werkgever een arbeidsovereenkomst sluit voor bepaalde of onbepaalde tijd – dit mag ook een oproepcontract zijn - met een werknemer jonger dan 21 jaar, die maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van vier weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand verloond heeft gekregen. Zo kan het voorkomen dat de werkgever het ene aangiftetijdvak de lage WW-premie en het andere aangiftetijdvak de hoge WW-premie – namelijk waarin meer dan 48 of 52 uren verloond zijn – moet betalen.3. Over uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) betaalt de werkgever de lage WW-premie.De klok tikt doorWilt u de lage WW-premie kunnen (blijven) afdragen, zorg er dan voor dat uw administratie uiterlijk op 31 maart 2020 op orde is en uw arbeidscontracten aan de gestelde voorwaarden voldoet.Voor meer informatie en het opstellen van een arbeidscontract of addendum, kunt u terecht bij mr. Menno de Neef of mr. Isis Henriquez-van de Wetering (0186 - 751680 of info@deneefadvocaten.nl) ### Opzegging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik Opzegging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik Een verhuurder die een horeca- of winkelruimte (ook wel 7:290-bedrijfsruimte of middenstandsbedrijfsruimte genoemd) verhuurt, kan niet op elk willekeurig moment en zonder reden de huur opzeggen. De achtergrond van deze regel is dat de huurder van winkelruimte voor zijn bedrijfsvoering vaak afhankelijk is van de door hem gekozen plek. Een gedwongen verhuizing kan voor een supermarkt zeer negatieve gevolgen hebben, terwijl voor een opslagloods de vestigingsplaats vaak van ondergeschikt belang is.Als een huurder niet wordt beschermd tegen te eenvoudige beëindiging van de huurovereenkomst zal hij niet snel investeren in de verbouwing en aankleding van zijn winkel. De wet schrijft in de meeste gevallen voor dat de huurovereenkomst voor winkelruimte voor de duur van 5 jaar wordt gesloten met een verlening van nog eens 5 jaar. Als het contract na die tien jaar nog niet opgezegd is, ontstaat er automatisch een contract voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar.De verhuurder mag alleen opzeggen als hij een goede reden voor de opzegging heeft. Er zijn tegen het eind van de eerste vijfjaarperiode maar 2 goede redenen. De eerste is dat de huurder er een slechte bedrijfsvoering op na houdt. Dat behoeft niet veel toelichting. De tweede goede reden is dat de verhuurder het gehuurde dringend nodig heeft voor duurzaam eigen gebruik. Als de huurder niet binnen zes weken na ontvangst van de opzegbrief laat weten dat hij akkoord gaat met de opzegging van de huurovereenkomst, dan moet de verhuurder toestemming van de kantonrechter vragen om de huur op te zeggen. De verhuurder zal in die procedure aannemelijk moeten maken dat hij de winkelruimte dringend, duurzaam en zelf in gebruik gaat nemen. De vordering zal worden afgewezen als het voorgenomen gebruik door de verhuurder op praktische of juridische gronden niet mogelijk is. Meestal zijn dat financiële of bedrijfseconomische omstandigheden. In oktober 2019 heeft de Hoge Raad nog een arrest gewezen over dit onderwerp. De verhuurder, een warenhuis, wilde zelf horecafaciliteiten uitbreiden. Deze plannen waren serieus, uitvoerbaar en commercieel voldoende realistisch. De verhuurder had een gerechtvaardigd belang, omdat hij het gehuurde dienstbaar wilde maken aan zijn kernactiviteit, het warenhuis. Als de verhuurder aannemelijk heeft gemaakt dat hij het verhuurde persoonlijk duurzaam in gebruik wil nemen en dat hij het daartoe dringend nodig heeft, moet de rechter de beëindigingsvordering van de verhuurder toewijzen.Als de verhuurder de rechter niet met feiten en omstandigheden heeft weten te overtuigen, dan kan de rechter de belangen van beide partijen nog afwegen. De wet geeft deze mogelijkheid echter alleen als de huurovereenkomst langer dan 10 jaar heeft geduurd. ### Werktijdverkorting ingetrokken Werktijdverkorting ingetrokken Omdat de servers van het ministerie SZW en het UWV het aantal aanvragen voor werktijdverkorting (WTV) niet aan konden, heeft de overheid de WTV-regeling op 17 maart om 18:45 ingetrokken. Daarvoor in de plaats komt de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud. Nieuwe regelingEr komt een nieuwe regeling, los van de ontheffing op werktijdverkorting en de Werkloosheidswet (WW). Werkgevers kunnen bij UWV een aanvraag indienen voor een substantiële tegemoetkoming in de loonkosten en hiervoor van UWV een voorschot ontvangen. Hiermee kunnen zij werknemers met een vast en met een flexibel contract gewoon doorbetalen. De tegemoetkoming kan in ieder geval voor 3 maanden aangevraagd worden, met de mogelijkheid tot verlenging (eventueel onder andere voorwaarden) met nog eens 3 maanden. Voorwaarden Bij de aanvraag verplicht de werkgever zich vooraf om géén ontslag op grond van bedrijfseconomische redenen aan te vragen voor zijn werknemers gedurende de periode waarover de tegemoetkoming ontvangen wordt. De aanvrager verwacht tenminste 20% omzetverlies. De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden, die eenmalig verlengd kan worden met nog eens 3 maanden (aan de verlenging kunnen nadere voorwaarden worden gesteld). De regeling ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020. De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Hieronder enkele voorbeelden van hoe de relatie tussen omzetdaling en hoogte van de tegemoetkoming uitwerkt: als 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom van een werkgever; als 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom van een werkgever; als 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom van de werkgever.  VoorschotUWV kan alvast een voorschot verstrekken ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest. Voor aanvragen boven een nog nader te bepalen omvang van de tegemoetkoming is een accountantsverklaring vereist. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom. De startdatum voor het indienen  van de aanvraag wordt zo spoedig mogelijk bekend gemaakt, naar verluidt binnen 2 weken. De periode waarover u de tegemoetkoming kunt krijgen, hangt niet af van deze datum. Omzetverlies vanaf 1 maart komt dus met terugwerkende kracht in aanmerking voor tegemoetkoming. De nieuwe tegemoetkomingsregeling is ook van toepassing op de loonkosten voor werknemers waarvoor de werkgever geen loondoorbetalingsplicht heeft, zoals werknemers met een oproepcontract. Uitzendbedrijven kunnen ook voor uitzendkrachten die bij hen in dienst zijn een tegemoetkoming in de loonkosten aanvragen. Zo kunnen bedrijven deze heftige periode overbruggen zonder dergelijk personeel te hoeven laten gaan.   mr. M.H.G. (Menno) de Neef ### Een tegenvallende verkoop Een tegenvallende verkoop Als je iets koopt, wil je ook dat het product voldoet aan de verwachtingen die je daarvan mocht hebben. Als een product daar niet aan voldoet, is de juridische term daarvoor ‘non-conformiteit’. Wat je precies mag verwachten is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als je een laag bedrag betaalt, voor een tweedehands product, mag je uiteraard niet de verwachting hebben dat dit product als nieuw functioneert. Dat een product moet voldoen aan de gerechtvaardigde verwachtingen geldt voor alle producten, ook voor onroerende zaken, bijvoorbeeld woningen. Bij onroerende zaken gaat de tegenvaller ook nog vaak gepaard met veel emoties en kan het om grote schadebedragen gaan. Een woonhuis moet de eigenschappen bevatten die voor normaal gebruik als woning nodig zijn. Helaas komen soms na de aankoop verborgen gebreken aan het licht. Of de koper vervolgens met succes de verkoper aansprakelijk kan houden is afhankelijk van een aantal factoren. Uitgangspunt is dat de verkopers een mededelingsplicht hebben. De kopers mogen erop vertrouwen dat wat de verkopers hen vertellen juist is, en de verkopers mogen verborgen gebreken waarvan zij op de hoogte zijn, niet verzwijgen. Aan de andere kant rust op de kopers een onderzoeksplicht. Op het moment dat bijvoorbeeld scheuren of lekkages zichtbaar zijn, moet de koper bedacht zijn op gebreken en doet hij er verstandig aan verder (bouwkundig) onderzoek uit te laten voeren. Eventueel kan hij bedingen dat er een bepaling in de koopovereenkomst wordt opgenomen dat de koop niet doorgaat als blijkt dat de herstelkosten boven een bepaald bedrag komen. In een uitspraak van de Hoge Raad is geoordeeld dat kopers de verkopers niet aansprakelijk konden houden voor de gebreken, omdat het op de weg van de kopers had gelegen om zelf een nader onderzoek naar de bouwkundige staat uit te laten voeren. In dit geval was het voor de kopers namelijk duidelijk dat het om een oude woning ging (1880), was kenbaar dat sprake was van achterstallig onderhoud en waren scheuren in de muren zichtbaar. Bovendien hadden kopers verklaard dat zij zich een beeld hadden kunnen vormen van het noodzakelijk uit te voeren onderhoud. Kopers hadden wel een voorbehoud gemaakt met betrekking tot de verzakking van het pand. Als het herstel van dit probleem meer dan €15.000 zou kosten, konden zij de koop ontbinden. Dit laatste werd in het nadeel van de kopers uitgelegd, omdat zij alleen met betrekking tot die verzakking een voorbehoud hadden gemaakt en daar geen gebruik van hadden gemaakt. Kortom, de concrete omstandigheden van het geval, waaronder mededelingen van de verkoper en uiterlijke kenmerken van de woning, bepalen of de koper zelf nog nader onderzoek moet doen, en of gebreken voor rekening van de koper of van de verkoper komen. ### Transitievergoeding bij uren- en/of salarisvermindering Transitievergoeding bij uren- en/of salarisvermindering: nieuwe prejudiciële vragen Half Nederland staat op zijn kop sinds de Rechtbank Limburg prejudiciële vragen heeft gesteld over het al dan niet moeten beëindigen van slapende dienstverbanden en de Hoge Raad in reactie daarop heeft geoordeeld dat een werkgever een slapend dienstverband in beginsel moet opzeggen als de werknemer daarom vraagt. Dat ook het Hof Amsterdam onlangs - op 15 oktober 2019 - prejudiciële vragen heeft gesteld die rechtstreeks van belang zijn voor de dagelijkse praktijk lijkt iedereen echter te ontgaan (ECLI:NL:GHAMS:2019:3231). Welke zaak ligt er bij het Hof Amsterdam voor?Het betreft een werkneemster die sinds 4 januari 2002 als lerares in dienst is bij de Stichting Islamitisch Primair Onderwijs Rijnmond (SIPOR). Het gaat om een functie met een werktijdfactor 1,0. Werkneemster had een salaris van € 3.313,- bruto per maand. In januari 2013 raakte werkneemster arbeidsongeschikt. UWV oordeelde in juni 2015 dat zij voor 48,49% arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. Herstel was niet te verwachten. SIPOR had herplaatsingsmogelijkheden. Op 13 juli 2015 werd een akte van ontslag verleend, op grond waarvan werkneemster per 1 augustus 2015 in haar eigen functie van lerares is ontslagen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Op 13 juli 2015 werd tevens een akte van benoeming verleend. Vanaf 1 augustus 2015 werd werkneemster daarmee benoemd tot onderwijsassistent. Bij die functie hoort een werktijdfactor 0,8 en een salaris van € 1.706,40 bruto per maand. Werkneemster meent aanspraak te kunnen maken op een transitievergoeding van € 51.135,14 bruto (uitgaande van een volledig ontslag per 1 augustus 2015) of van € 10.227,03 (berekend naar rato van het verlies van een werktijdfactor 0,2). Op 5 januari 2016 heeft de rechter in eerste aanleg geoordeeld dat SIPOR geen transitievergoeding verschuldigd was omdat de arbeidsovereenkomst niet was beëindigd maar feitelijk – onder gewijzigde voorwaarden - was voortgezet. Werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten. Zij liet het er echter niet bij zitten en ging in hoger beroep bij het Hof Amsterdam. Volgens werkneemster is door de functiewijziging (van lerares naar onderwijsassistent) sprake van een substantiële en structurele uren- en salarisvermindering (vijf salarisschalen). Zij doet daarbij een beroep op de zogenaamde Kolom-beschikking van 14 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1617). In die zaak oordeelde de Hoge Raad kort gezegd dat bij een structurele en substantiële vermindering van de arbeidsduur van een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd is: ‘Blijkens (….) art. 7:673 lid 1 BW is een transitievergoeding alleen verschuldigd als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. In de wet is niet voorzien in een aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in het geval van een vermindering van de arbeidsduur. Desalniettemin moet de mogelijkheid van gedeeltelijk ontslag met daaraan gekoppeld de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding wel worden aanvaard voor het bijzondere geval dat, door omstandigheden gedwongen, wordt overgegaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van de werknemer. Hierbij valt te denken aan het noodzakelijkerwijs gedeeltelijk vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische omstandigheden en aan blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de werknemer.’‘Indien de aanspraak op een gedeeltelijke transitievergoeding in de hiervoor (…) bedoelde gevallen niet zou worden aanvaard, zou de werknemer door een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd een deel van de transitievergoeding mislopen waarop hij bij een algehele beëindiging van de arbeidsovereenkomst op dat moment aanspraak zou hebben.’De omstandigheden die in de hiervoor (…) bedoelde gevallen tot de vermindering van de arbeidstijd hebben geleid, dienen echter blijkens het wettelijk stelsel (…) niet voor rekening van de werknemer te komen. Mede gelet daarop is geen rechtvaardiging te geven voor het mislopen door de werknemer van het bedoelde gedeelte van de transitievergoeding. Een substantiële en structurele vermindering van de arbeidsduur is derhalve in de hiervoor (…) bedoelde gevallen een situatie waarvoor de transitievergoeding op haar plaats is.In die gevallen kan worden gesproken van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst, ongeacht of in het gegeven geval de vermindering van de arbeidsduur heeft plaatsgevonden in de vorm van (i) een gedeeltelijke beëindiging, (ii) een algeheel ontslag gevolgd door een nieuwe, aangepaste arbeidsovereenkomst dan wel (iii) aanpassing van de arbeidsovereenkomst. Op grond van de gedeeltelijke beëindiging bestaat in de hier bedoelde gevallen aanspraak op gedeeltelijke transitievergoeding.’ (rechtsoverweging 3.5.5). De Hoge Raad voegde er nog aan toe dat het moet gaan om een vermindering van de arbeidstijd met ten minste twintig procent en om een vermindering die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn. De gedeeltelijke transitievergoeding moet worden berekend naar evenredigheid van de vermindering van de arbeidstijd, waarbij moet worden gerekend met het loon waarop voorheen aanspraak bestond. Het Hof Amsterdam oordeelde aan de hand van deze Kolom-beschikking dat sprake is van een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Door de blijvende arbeidsongeschiktheid van werkneemster waren partijen gedwongen over te gaan tot een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd van werkneemster met twintig procent (van 1,0 naar 0,8). Volgens het Hof heeft werkneemster daarom recht op een gedeeltelijke transitievergoeding van € 10.227,03 bruto.Daarmee was nog niet de vraag beantwoord of de substantiële en structurele salarisvermindering ook een gedeeltelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst met zich meebrengt. Als men kijkt naar de overweging van de Hoge Raad dat door een substantiële en structurele vermindering van de arbeidstijd een deel van de transitievergoeding wordt misgelopen en dat dat niet gerechtvaardigd is en daarom een gedeeltelijke transitievergoeding verschuldigd is, kan gesteld worden dat ook zo’n substantiële en structurele salarisvermindering met zich meebrengt dat een deel van de transitievergoeding wordt misgelopen en in dat geval eveneens een gedeeltelijke transitievergoeding gerechtvaardigd is. De transitievergoeding wordt immers berekend naar het laatst genoten (aldus lagere) salaris. Het Hof Amsterdam wil hier duidelijkheid over en heeft daarom de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd: Dient met een vermindering van de arbeidsduur gelijkgesteld te worden een vermindering van het salaris als gevolg van een functiewijziging, met dien verstande dat in dat geval ook recht op een transitievergoeding bestaat naar evenredigheid van de salarisvermindering?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: gelden voor een dergelijke functiewijziging dezelfde eisen als genoemd in rechtsoverweging 3.5.5 van de Kolom- beschikking?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: geldt dan ook dat het moet gaan om een substantiële en structurele salarisvermindering in dier voege dat het moet gaan om een vermindering van tenminste twintig procent die naar redelijke verwachting blijvend zal zijn?Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord: indien sprake is van zowel een vermindering van arbeidsduur als van salaris, hoe moet in dat geval dan de transitievergoeding worden berekend? Het komt mij met het oog op de redenering van de Hoge Raad - het mislopen van een deel van de transitievergoeding bij vermindering van de arbeidstijd rechtvaardigt een gedeeltelijke transitievergoeding - voor dat ook een substantiële en structurele salarisvermindering tot een gedeeltelijke transitievergoeding dient te leiden. Of de Hoge Raad dat ook zo ziet moeten we nog afwachten. Wordt vervolgd. mr. Isis Henriquez - van de Wetering ### Slapende dienstverbanden wakker geschud Slapende dienstverbanden wakker geschud. Werkgevers, zet u schrap! Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of een werkgever een slapend dienstverband moet beëindigen, onder toekenning van een (transitie)vergoeding, als de werknemer hem dat vraagt. Volgens de Hoge Raad is dit het geval. In de betreffende zaak kreeg de werknemer, in dienst bij een kalkzandsteenfabriek, rugklachten. Die rugklachten leidden er uiteindelijk toe dat de werknemer niet meer kon werken en duurzaam arbeidsongeschikt raakte. Op 9 januari 2018 was hij 104 weken ziek. Vanaf dat moment hoefde de werkgever geen loon meer door te betalen en ontving de werknemer een WIA-uitkering. Hoewel de werkgever ná 104 weken ziekte het dienstverband kan beëindigen, liet de werkgever de arbeidsovereenkomst in stand. Daarmee werd het dienstverband een ‘slapend’ dienstverband: de arbeidsovereenkomst bestaat nog wel, maar de werknemer hoeft geen arbeid meer te verrichten en de werkgever hoeft geen loon meer te betalen. De werknemer was het daar niet mee eens en deed de werkgever een voorstel. Hij stelde voor dat het dienstverband werd beëindigd en maakte aanspraak op de transitievergoeding. De werkgever ging niet akkoord, waarna de werknemer de kwestie aan de rechter voor heeft gelegd. De rechter heeft de Hoge Raad gevraagd duidelijkheid te verschaffen: moet een werkgever ingaan op een voorstel van de werknemer om het slapende dienstverband te beëindigen onder toekenning van een vergoeding? De Hoge Raad beantwoordde die vraag op 8 november jl. - in lijn met het eerder door de advocaat-generaal mw. mr. Ruth de Bock uitgebrachte advies - bevestigend. De Hoge Raad legt uit dat de wetgever een einde wil maken aan slapende dienstverbanden. Werkgevers hebben daar bezwaar tegen, omdat als zij het dienstverband eindigen zij de transitievergoeding verschuldigd worden terwijl zij al twee jaar het loon hebben doorbetaald én zij re-integratiekosten hebben gemaakt. De Hoge Raad wijst er op dat door de wetgever aan die bezwaren tegemoet is gekomen door de Wet Compensatieregeling Transitievergoedingen die per 1 april 2020 in werking treedt, zie hierover mijn eerdere blog.De Hoge Raad vervolgt dat tegen deze achtergrond een werkgever in beginsel verplicht is om een slapend dienstverband te beëindigen als de werknemer dat wil én de werkgever geen redelijk belang heeft bij het voortzetten van het dienstverband. Ook is de werkgever gehouden aan de werknemer een vergoeding toe te kennen. Wil de werkgever niet ingaan op zo’n voorstel van de werknemer, dan zal hij moeten aantonen dat hij een redelijk belang heeft bij het voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Zo’n gerechtvaardigd belang kan volgens de Hoge Raad zijn het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden, maar niet het door de werknemer bijna bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (als de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en de arbeidsovereenkomst wordt om die reden beëindigd is de werkgever geen transitievergoeding verschuldigd). Met betrekking tot de hoogte van de vergoeding, merkt de Hoge Raad nog op dat die niet gelijk gesteld behoort te worden aan het bedrag dat door de werkgever op UWV verhaald kan worden bij toepassing van de Compensatieregeling Transitievergoeding, maar dat die vergoeding ten minste gelijk moet zijn aan de transitievergoeding die verschuldigd zou zijn bij beëindiging van het dienstverband op de eerste dag na het verstrijken van de hiervoor genoemde 104 weken. Als gevolg van deze uitspraak zal het vast verzoeken regenen van werknemers met slapende dienstverbanden, die de transitievergoeding wensen te ontvangen. Die verzoeken zullen voornamelijk in de maanden november en december 2019 gedaan worden, omdat per 1 januari 2020 ook nog eens de opbouw van de hoogte van de transitievergoeding wijzigt en de 50-plussersregeling (die leidt tot een hogere transitievergoeding voor werknemers van 50 jaar die langer dan 10 jaar in dienst zijn) komt te vervallen. Als werkgever kunt u - als u geen gerechtvaardigd belang heeft bij het voortduren van de arbeidsovereenkomst - een beroep doen op het niet (meteen) kunnen (voor)financieren van de vergoeding, zeker als u meerdere verzoeken verwacht. Zo kunt u tot 1 april 2020 aanbieden de vergoeding in termijnen te betalen of de betaling van de transitievergoeding op te schorten tot 1 april 2020.Werkgevers, zet u schrap en vergeet u niet op tijd voor te bereiden op de aanvraag voor de compensatie bij UWV. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Wet Arbeidsmarkt in Balans Wet Arbeidsmarkt in Balans Per 1 januari 2020 treedt de Wet Arbeidsmarkt in Balans, ofwel de WAB, in werking. Wat vooraf ging: de Wet Werk en Zekerheid, WWZAan de WAB is de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) voorafgegaan, die per 1 juli 2015 het arbeids(ontslag)recht ingrijpend veranderde. Het doel van de WWZ was de rechtspositie van de flexwerker te versterken en het ontslagrecht sneller, goedkoper en eerlijker te maken. De ketenregeling voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd werd aangescherpt, het ontslagrecht ging op de schop en de transitievergoeding kwam in de plaats van de kantonrechtersformule. De WWZ zou in 2020 in zijn geheel geëvalueerd worden. Al snel bleek dat de WWZ zijn doel niet bereikte. Dat was in de praktijk overigens al voorspeld. De getroffen maatregelen zorgden er juist voor dat werkgevers huiveriger werden om werknemers in vaste dienst te nemen. Het ontslagrecht werd niet sneller, goedkoper of eerlijker, maar werd juist ingewikkelder. De aangekondigde evaluatie van de WWZ werd niet afgewacht en nieuwe maatregelen werden bedacht: de WAB. Doel van de WABDe WAB heeft tot doel het tegengaan van de ‘negatieve’ effecten van flexibele arbeid en het voor werkgevers aantrekkelijker maken om vaste contracten aan te bieden: ofwel balans tussen vast en flexibel werk. Hoe?De wetgever wil dit doel verwezenlijken door de volgende maatregelen door te voeren.1. De ketenregeling bijna als vanoudsVóór 1 juli 2015 gold dat er van rechtswege een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstond op het moment dat: méér dan drie arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hadden opgevolgd, of;twee of meer arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hadden opgevolgd, waarbij in totaal een termijn van 36 maanden werd overschreden. Een keten werd onderbroken als er tussen twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van ten minste drie maanden zat. Werkgevers waren daarom geneigd om een werknemer aan het eind van de keten te ontslaan en ná drie maanden opnieuw in dienst te nemen om zo een vast dienstverband te voorkómen. De wetgever vond dat onwenselijk. Per 1 juli 2015 is de nieuwe ketenregeling ingevoerd. De termijn van 36 maanden werd teruggebracht naar 24 maanden en de termijn waarmee een keten zou kunnen worden onderbroken werd verlengd tot 6 maanden. De wetgever hoopte zo dat werkgevers werknemers eerder een vast contract zouden aanbieden. Dat bleek echter niet het geval. Juist omdat na 24 maanden en één dag een transitievergoeding verschuldigd zou kunnen worden, kozen werkgevers ervoor om na 24 maanden afscheid te nemen van de werknemer. Per 1 januari 2020 wordt de termijn van de keten van 24 maanden, weer teruggebracht naar 36 maanden. De periode voor een onderbreking van de keten blijft wel 6 maanden. U kunt dus weer 3 contracten voor bepaalde tijd sluiten, als die bij elkaar maar niet langer duren dan 3 jaar. Let op: voor de nieuwe ketenregeling is geen overgangsrecht bepaald. Dat houdt in dat voor elke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die na 1 januari 2020 eindigt, de nieuwe regeling geldt! 2. Een nieuwe ontslaggrond (i-grond)Sinds de WWZ moet er voor een ontslag een in de wet genoemde ontslaggrond zijn. Een ontslag is alleen mogelijk als aan alle vereisten voor die ontslaggrond is voldaan (een voldragen ontslaggrond). Dat is echter niet altijd het geval. Vaak spelen er verschillende ontslagredenen naast elkaar, denk bijvoorbeeld aan de werknemer die volgens de werkgever niet goed functioneert en waarmee inmiddels (daardoor) een verstoorde verhouding is ontstaan. Tot nu toe konden die gronden, als niet aan alle vereisten daarvoor was voldaan, niet ‘gecombineerd’ worden om zo toch nog tot een ontslag over te kunnen gaan. Om het ontslagrecht makkelijker te maken mag vanaf 1 januari 2020 middels de zogenaamde i-grond alsnog gecombineerd worden. Let op: de rechter kan bij toepassing van deze grond een halve transitievergoeding ‘extra’ toekennen bovenop de ‘normale’ transitievergoeding. Dit eventueel naast een billijke vergoeding, als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. 3. Een transitievergoeding voor alle werknemersTot 1 januari 2020 is een transitievergoeding alleen verschuldigd als de werknemer op initiatief van de werkgever wordt ontslagen én het dienstverband ten minste 24 maanden heeft geduurd. Zoals hiervoor al gemeld, was dit voor werkgevers een prikkel om nog vóór het bereiken van die 24 maanden het dienstverband met de werknemer te beëindigen. De wetgever vindt ook dit geen wenselijke ontwikkeling en voert per 1 januari 2020 een transitievergoeding voor alle werknemers in: vanaf dag één is een transitievergoeding verschuldigd als het dienstverband op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. De transitievergoeding is per 1 januari 2020 voor iedereen 1/3e maandsalaris per dienstjaar. Overigens valt dit samen met het vervallen van het overgangsrecht voor 50-plussers. Deze groep werknemers, die langer dan 10 jaar in dienst zijn en worden ontslagen, hebben tot 1 januari 2020 op grond van deze overgangsregeling aanspraak op een hogere transitievergoeding. Per 1 januari 2020 geldt ook voor deze groep: 1/3e maandsalaris per dienstjaar. Voor de wijzigingen met betrekking tot de transitievergoeding is overgangsrecht ingevoerd. Op grond daarvan is de ‘oude’ berekeningsmethode van toepassing op het ontslag waartoe uiterlijk op 31 december 2019 het initiatief is genomen (het sluiten van een beëindigingsovereenkomst, het indienen van een UWV-ontslagaanvraag en het indienen van een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst), ook als de uiteindelijke ontslagdatum ná 1 januari 2020 is gelegen. In bepaalde situaties kan het voor de werkgever dus ‘lonen’ om het ontslaginitiatief uit te stellen tot ná 1 januari 2020. 4. aangescherpte regels oproepcontractenDe oproepovereenkomst wordt als zodanig verankerd in de wet. De werkgever moet onder de WAB aan oproepkrachten die 12 maanden in dienst zijn, een aanbod doen voor een vast aantal arbeidsuren, waarbij wordt gekeken naar de gemiddelde arbeidsomvang in de 12 maanden daarvoor. Het gaat daarbij om verloonde uren. Ook ziekte-uren en vakantie-uren tellen dus mee. In het geval de werkgever geen aanbod doet dan is hij loon verschuldigd over de urenomvang die zou zijn overeengekomen als de werknemer het (fictieve) aanbod wel had geaccepteerd. De werknemer is niet verplicht het aanbod te accepteren. Hij kan er voor kiezen om op flexibele basis in dienst te blijven. De werkgever moet volgens na 12 maanden wel weer een nieuw aanbod doen. Als de werknemer een aanbod van de werkgever (wel) accepteert ontstaat er een ‘gewone’ arbeidsovereenkomst. Er geldt overgangsrecht voor de oproepovereenkomst die op 1 jan 2020 langer dan twaalf maanden heeft geduurd. In dat geval is de werkgever verplicht een aanbod te doen binnen een maand na inwerkingtreding van de WAB, dus vóór 1 februari 2020. De gemiddelde arbeidsomvang wordt berekend over de twaalf maanden vóór de datum inwerkingtreding (ofwel over de periode 1 januari 2019 tot en met 31 december 2019). De werkgever moet de oproepkracht minimaal vier dagen van te voren oproepen. Als de oproep binnen die vier dagen door de werkgever wordt ingetrokken, is de werkgever toch het loon verschuldigd. Let op: dit betekent niet dat als de werkgever eerder dan vier dagen van tevoren een oproep annuleert dat hij dan geen loon hoeft te betalen. Dat kan alleen als er een loonuitsluitingsbeding is overeengekomen. Die uitsluiting geldt alleen niet als de oproep binnen vier dagen van tevoren wordt geannuleerd. Overigens is afwijking per cao mogelijk.Let op: alleen met betrekking tot het doen van een aanbod voor een vast aantal uren is overgangsrecht bepaald. Verder is er niet in overgangsrecht voorzien. Dat betekent dat de bepalingen over de oproepovereenkomst onmiddellijke werking hebben per 1 januari 2020. Onoplettendheid kan dus direct nadelige gevolgen hebben. Werkgevers kunnen nog tot 5 jaar na het einde van de oproepovereenkomst worden geconfronteerd met mogelijke claims van (ex-)werknemers, bijvoorbeeld als de werkgever geen aanbod voor een vast aantal uren heeft gedaan of oproepen niet tijdig heeft ingetrokken. 5. WW-premiedifferentiatieDe WW-premie is vanaf 1 januari 2020 afhankelijk van het soort arbeidscontract. De sectorpremie vervalt. Werkgever betalen straks een lagere premie voor werknemers met een vast dienstverband en een hogere premie voor werknemers met een flexibel arbeidscontract. Van een vast dienstverband is sprake als er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is, die geen oproepovereenkomst is. De aard van het contract moet voortaan op de loonstrook vermeld worden. 6. PayrollPer 1 januari 2020 valt payrolling niet meer onder de uitzendovereenkomst en krijgt de payrollovereenkomst een eigen plek in de wet. De CAO voor uitzendbedrijven geldt dan ook niet meer voor payrollondernemingen. Daardoor kan straks bij payrolling geen beroep meer gedaan worden op het uitzendbeding of op de uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Payrollmedewerkers krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers in dienst van het inlenende bedrijf en de payrollmedewerkers moeten verplicht geïnformeerd worden (door het inlenende bedrijf) over deze arbeidsvoorwaarden. Verder is voor de payrollmedewerker uitbreiding van de ketenregeling niet meer mogelijk. Wat nog te regelen? Bekijk uw personeelsbestand en inventariseer welke soorten contracten u heeft lopen.Bepaal of er actie ondernomen moet worden, zoals het doen van een aanbod voor een vaste arbeidsomvang aan de oproepkracht die langer dan 12 maanden in dienst is en houd de nieuwe ketenregeling in de gaten.Neem contact op met uw loonadministrateur en bespreek zaken zoals het op de loonstroken vermelden van de aard van het dienstverband en de WW-premie.Zorg dat uw oproepadministratie en urenregistratie op orde zijn.Bepaal bij een reeds voorgenomen ontslag wanneer het beste moment is om dat in gang te zetten. Nog vragen?Het voorgaande is een beknopte en algemene weergave van de veranderingen per 1 januari 2020. Er kunnen uitzonderingen gelden en niet elke situatie is gelijk. Het is daarom verstandig (vooraf) informatie in te winnen bij een ter zake deskundig persoon over uw specifieke situatie. Bij De Neef Advocaten kunt u hiervoor terecht bij mr. Menno de Neef of mr. Isis Henriquez-van de Wetering. ### De niet zo strakke vervaltermijn voor de transitievergoeding De niet zo strakke vervaltermijn voor de transitievergoeding De werkgever is aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt verlengd of als de werkgever zodanig verwijtbaar heeft gehandeld dat de werknemer daarom heeft opgezegd, niet heeft verlengd of de rechter heeft verzocht de overeenkomst te beëindigen. De werknemer kan binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd aanspraak maken op die transitievergoeding door binnen die termijn een verzoek in te dienen bij de rechter. Deze termijn is een vervaltermijn die niet gestuit (verlengd) kan worden. Dit betekent dat een verzoek dat wordt ingediend ná het verstrijken van die termijn, ook al is de termijn nog maar één seconde verstreken, niet ontvankelijk is. De rechter zal dat verzoek inhoudelijk niet behandelen en de werknemer staat met lege handen. Of toch niet? Tot voorkort werd de vervaltermijn straks gehanteerd. Te laat was ook echt te laat. Met de uitspraak van het Hof Den Haag van 8 oktober 2019 (ECLI:NL:GHDHA:2019:2618) is deze strakke lijn doorbroken. Wat was er aan de hand? De werknemer was sinds 1 oktober 2000 in dienst bij Kwik-Fit. Kwik-Fit heeft de arbeidsovereenkomst op 15 december 2015 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met toestemming van UWV opgezegd tegen 1 juli 2016. Dit betekende dat de werknemer uiterlijk op 2 oktober 2016 een verzoekschrift ingediend zou moeten hebben om de vervaltermijn ‘te redden’. Kwik-Fit had het ontslag vooraf per brief aan de werknemer aangekondigd. Daarbij had zij de werknemer geschreven dat als UWV de ontslagvergunning zou verlenen er een eindafrekening zou worden opgesteld, waarbij aan de werknemer zou worden uitbetaald de niet genoten vakantiedagen, het opgebouwde vakantiegeld en een transitievergoeding. Bij de eindafrekening volgde echter geen betaling van de transitievergoeding van bijna € 18.000,- bruto. De werknemer heeft hierop juridische hulp ingeschakeld. De gemachtigde van de werknemer heeft eind augustus 2016 geprobeerd Kwik-Fit over deze kwestie te bellen, maar zij belde niet terug. Eind september 2016 stuurde de werknemer de brief van Kwik-Fit van 16 oktober 2015 terug aan Kwik-Fit met daarop zijn handgeschreven tekst: ‘Rotterdam 27 09-2016Geachte relatie:De transitievergoeding is nog niet uitbetaald. Graag meer uitleg! A.U.B. Dank U!’ Op 11 oktober 2016 volgende een reactie van Kwik-Fit. Zij schreef onder meer:‘Uw dienstverband bij KwikFit is per 1 juli 2016 geëindigd. Het verzoekschrift om uw transitievergoeding op te eisen dient door de werknemer binnen 3 maanden bij de kantonrechter te zijn ingediend. Tot op heden hebben wij geen bericht ontvangen dat er een verzoekschrift is ingediend waarin u de transitievergoeding opeist. Indien u binnen 3 maanden na het einde van uw dienstverband geen verzoek daartoe indient bij de kantonrechter dan komt uw recht op de transitievergoeding te vervallen.’ De werknemer diende hierop alsnog een verzoekschrift in bij de rechter, waarin hij verzocht om toekenning van de transitievergoeding. Met succes, want de kantonrechter Rotterdam wees in mei 2017 het verzoek van de werknemer toe ondanks dat het verzoek te laat was ingediend. Kwik-Fit ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat de vervaltermijn verstreken was. Het hof Den Haag bevestigde op 8 oktober 2019 de uitspraak van de kantonrechter Rotterdam. Het Hof overwoogZowel uit de tekst van artikel 6:248 lid 2 BW, als uit de daarop -en op artikel 6:2 lid 2 BW- gegeven toelichting, als uit de rechtspraak, volgt dat de redelijkheid en billijkheid in het algemeen er aan in de weg kunnen staan dat een partij bij een overeenkomst een beroep doet op een als gevolg van die overeenkomst tussen partijen geldende regel, voor zover dit beroep in de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar zou zijn. Dat geldt ook als het gaat om een regel van dwingend recht. Daarbij verdient wel opmerking dat reeds in het algemeen de rechter terughoudendheid past bij de beoordeling van een beroep op de redelijkheid en billijkheid, en dat de omstandigheid dat het gaat om een regel van dwingend recht, meebrengt dat voor de honorering van een zodanig beroep nog minder ruimte bestaat dan bij de toepassing van art. 6:248 lid 2 BW het geval is, en dat de motivering van een dergelijk oordeel aan hoge eisen moet voldoen. Kortom, de lat ligt erg hoogDat de werknemer werd bijgestaan door een juridisch adviseur (die de regels hoort te kennen) brengt het Hof niet op een andere gedachte. Volgens het Hof is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om in dit geval aan het ongebruikt verstrijken van de vervaltermijn de conclusie te verbinden dat de werknemer de betaling van de transitievergoeding niet meer zou kunnen verzoeken. Daar voegde het Hof nog aan toe dat: ‘het verschuldigd zijn van de transitievergoeding invulling geeft aan de zorgplicht die de werkgever heeft ten opzichte van de werknemer die wordt ontslagen of waarvan het contract niet wordt verlengd. De vervaltermijn is bedoeld om onenigheid over de (omvang van) de transitievergoeding op korte termijn te doen beslechten maar niet om, waar deze onenigheid er niet is, te speculeren op het ongebruikt verstrijken van die termijn om te trachten aan op de werkgever rustende verplichtingen te ontkomen.’Ook het Hof Den Haag straft de handelwijze van Kwik-Fit af. Wat leren wij hiervan?Als werknemer: geef niet te snel op als de vervaltermijn is verstreken. Kijk of er argumenten zijn op basis waarvan het verstrijken van die termijn niet op de werknemer zou moeten worden afgewenteld.Als werkgever: pas op met wat je zegt en schrijft. Zelfs als de werknemer gewoonweg te laat is met het indienen van een verzoekschrift, bestaat de kans dat de rechter de werknemer de spreekwoordelijke hand boven het hoofd houdt, ook als de werknemer werd bijgestaan door een juridisch adviseur. Advies nodig over de transitievergoeding en de vervaltermijnen?Neem dan contact op met mr. Menno de Neef of mr. Isis Henriquez-van de Wetering. ### De rechtsbijstandverzekering De rechtsbijstandverzekering Sommige van onze klanten hebben een rechtsbijstandverzekering lopen. Meestal hebben die verzekeraars hun eigen juristen in dienst, die u bij proberen te staan bij het oplossen van uw juridische probleem. Dat is makkelijk bij eenvoudige rechtsvraagjes, maar veel procedures kunnen alleen door een advocaat worden gevoerd. Bijvoorbeeld het leggen van beslag, het voeren van een kort geding of zaken met een belang van meer dan € 25.000. Met het oog op de kosten willen veel verzekeraars voor dat soort zaken het liefst hun eigen advocaat inschakelen. Dat kan een advocaat in loondienst van de verzekeraar zijn, of een advocaat van een kantoor waarmee de verzekeraar prijsafspraken heeft gemaakt (een laag uurtarief of een vaste prijs per zaak). Dat heeft voor veel klanten iets dubbels: de verzekeraar wil zo veel mogelijk beknibbelen op de advocaatkosten, u wilt dat u niet de jongste bediende krijgt en dat uw zaak de aandacht krijgt die hij nodig heeft. U bent echter niet verplicht om gebruik te maken van de door uw verzekeraar voorgestelde advocaat. U mag zelf uw eigen advocaat kiezen en uw verzekeraar moet dan de advocaatkosten vergoeden. Dat wettelijk vastgelegde recht op vrije advocaatkeuze geldt voor zowel gerechtelijke procedures, als voor administratieve procedures waarin bijstand door een advocaat niet noodzakelijk is, zoals een ontslagprocedure bij het UWV. Diverse rechtsbijstandsverzekeraars hebben naar aanleiding van recente rechterlijke uitspraken, waarin die vrije advocaatkeuze is bevestigd, hun polisvoorwaarden aangepast. Zo zijn er polissen waarin staat dat u een eigen bijdrage moet betalen of waarin een maximum aan externe kosten is opgenomen, om u te verleiden om gebruik van hun advocaat te maken. Het stellen van grenzen aan de vergoeding is niet verboden, zolang daarmee uw keuzemogelijkheid niet ‘illusoir’ wordt gemaakt. Wij hebben wat tips voor u op een rijtje gezet: Laat u goed informeren voordat u een rechtsbijstandsverzekering afsluit. Uw assurantietussenpersoon kan u precies vertellen wat de verschillen in dekking zijn. Een goede dekking is belangrijker dan een paar tientjes premie meer of minder.U moet vooraf schriftelijke toestemming van uw verzekeraar vragen om uw geschil door een door u uitgekozen advocaat te laten oplossen. U kunt dus niet pas achteraf de rekening bij de verzekeraar indienen.Voordat u contact met de verzekeraar opneemt kunt u het beste in uw polisvoorwaarden kijken, daar staat in welke externe kosten precies worden vergoed en hoe u toestemming moet vragen. Houd in uw achterhoofd dat uw verzekeraar niet uw adviseur over de dekking is, maar degene die de portemonnee moet trekken.U hoeft zich niet met een kluitje in het riet te laten sturen. Uw verzekeraar mag die toestemming niet weigeren.Sommige rechtsbijstandsverzekeraars hebben samenwerkingsverbanden met bepaalde advocatenkantoren. U bent niet verplicht om een door de verzekeraar geadviseerd kantoor in te schakelen.Maak met de door u beoogde advocaat een afspraak voor een kennismakingsgesprek. Voor een goede behandeling van uw zaak is onvoldoende dat de advocaat genoeg ervaring in dat rechtsgebied heeft, u moet ook een ‘klik’ met hem/haar hebben en uw advocaat moet weten wie zijn klant is. Zo’n kennismakingsgesprek is bij ons kantoor in ieder geval gratis. mr. Menno de Neef ### Voorkom huurgeschillen: een goed begin is het halve werk Voorkom huurgeschillen: een goed begin is het halve werk Of je nu een woonruimte, kantoorruimte of winkelruimte wilt huren of verhuren; het is altijd handig om vooraf een expert mee te laten kijken. Afhankelijk van het soort object zijn er verschillende wettelijke regels van toepassing. Daar weet Monique Uphus alles van af. Haar advies: “Voorkom vervelende discussies en langlopende procedures achteraf en laat ons vooraf het contract controleren.” “Wij maken de gekste dingen mee,” vertelt Monique. “In het kader van de geheimhoudingsplicht mag ik natuurlijk niet veel vertellen, maar iedereen kent de verhalen over illegale wietkwekerijen. Daar word je als huurbaas natuurlijk niet vrolijk van. Minder ernstig, maar zeker niet minder vervelend zijn geschillen met betrekking tot bijvoorbeeld huurprijsaanpassing, huurbeëindiging, exploitatieverplichtingen, contractduur en overlast. In het geval van woningverhuur heb je met de meeste wettelijke kaders te maken. De huurder wordt gezien als consument en geniet maximale bescherming. Ook voor het (ver)huren van winkelruimte gelden strikte wettelijke regels. Voor ander bedrijfsmatig gebruik (kantoorruimte) geldt dit in iets mindere mate, maar in alle gevallen is het raadzaam om vooraf een expert mee te laten kijken.” Onjuiste contracten“In de praktijk worden nogal eens huurovereenkomsten opgesteld die niet aan de bedoelingen van partijen of aan de wettelijke eisen voldoen. Ook komt het regelmatig voor dat het contract onduidelijk is, waardoor er weer andere regels gelden dan partijen zelf dachten. Sinds 2016 is het bijvoorbeeld mogelijk om een tijdelijke huurovereenkomst voor woon- ruimte te sluiten. Dit beschermt de verhuurder tegen het risico dat hij de huurder het pand niet meer uit krijgt, maar dan moet het contract wel aan alle wettelijke voorwaarden voldoen. Zo moet de huurder tussentijds kunnen opzeggen, maar de verhuurder mag dit juist weer niet. Als dat niet (of niet goed) in het contract staat, geldt de huurovereenkomst als een overeenkomst voor onbepaalde tijd en geniet de huurder huurbescherming. Daarnaast heeft de verhuurder een informatieplicht en moet hij de huurder informeren dat de huur eindigt. Hiervoor geldt een termijn van tussen de drie en één maand(en) voor het einde van de overeenkomst. Wanneer dit niet gebeurt ontstaat er ook automatisch een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kennisgeving over het verstrijken van de huurovereenkomst is vormvrij, maar ik adviseer altijd om dit bij deurwaardersexploot of per aangetekende brief te doen. Zo heb je als verhuurder bewijs dat je aan de voorwaarde hebt voldaan.” Specialisme“Huurrecht is een specialisme,” benadrukt Monique “dat moet je er niet een beetje bij doen. Mensen kloppen vaak bij ons aan als er al problemen zijn. Dan zit je vast aan een slecht contract en probeer dan maar eens je gelijk te halen. We kunnen u hierbij natuurlijk helpen, maar onder het mom ‘voorkomen is beter dan genezen’ kijken we liever vooraf mee, dan achteraf. Dan weet je zeker dat de formele punten goed geregeld zijn.” Heb je als ondernemer een vraag over een huurcontract? De Neef Advocaten kijkt vooraf graag vrijblijvend met je mee. ### Een werknemer op staande voet ontslaan: pas op! Een werknemer op staande voet ontslaan: pas op! U heeft een werknemer die over de spreekwoordelijke schreef is gegaan. U wilt hem absoluut niet meer over de vloer hebben en ontslaat hem op staande voet. Door het ontslag op staande voet eindigt het dienstverband per direct. Precies zoals u wilde. Maar is dat wel zo eenvoudig? Nee, dat is het niet.Ontslag op staande voet kan alleen als sprake is van een dringende reden om het dienstverband per direct te beëindigen. Er moet sprake zijn van wangedrag van de werknemer. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het gebruiken van geweld tegen klanten of een collega of aan diefstal van bedrijfseigendommen. Maar ook dan kan er niet altijd overgegaan worden tot ontslag op staande voet, bijvoorbeeld omdat de verweten gedraging niet bewezen is of omdat de werknemer al jaren in dienst is en een eenmalige misstap heeft gemaakt. Dit omdat het middel van ontslag op staande voet ernstige gevolgen heeft voor de werknemer. Zo krijgt hij geen loon meer van zijn werkgever, maar heeft hij ook geen recht op een WW-uitkering.Het is voor de werkgever van belang zich goed te laten informeren voordat hij de stap neemt om een werknemer daadwerkelijk op staande voet te ontslaan. Daarvoor heeft hij maar kort de tijd, omdat het ontslag onverwijld gegeven moet worden. Ook moet de werkgever de reden voor het ontslag meedelen. Die mededeling (die voor bewijsredenen het beste schriftelijk gedaan kan worden) fixeert het ontslag. Met andere woorden: dat is de reden en die reden kan later niet aangevuld of gewijzigd worden. Een voorbeeld waarin het misging in de vastlegging van het ontslag was de zaak waarin het gerechtshof Den Bosch op 25 juli 2019 uitspraak heeft gedaan. De werknemer in die kwestie had volgens de werkgever goederen die hij met personeelskorting had gekocht op marktplaats te koop aangeboden. Ook zou de werknemer bedrijfseigendommen van werkgever verkocht hebben. De werkgever pikte dit niet en legde zijn bevindingen aan de werknemer voor. Nadat de werknemer een verklaring had gegeven ontsloeg zijn werkgever hem vervolgens op staande voet. De werkgever stuurde de werknemer hierop een uitgebreide ontslagbrief.Ondanks deze uitgebreide brief oordeelde het gerechtshof Den Bosch dat het ontslag op staande voet onterecht was gegeven. In de brief had de werkgever tal van verwijten geuit en de verklaringen van de werknemer als ongeloofwaardig bestempeld, zonder daaraan een duidelijke conclusie te verbinden waarom dat die verwijten een ontslag op staande voet konden rechtvaardigden.Het hof oordeelde: 'Een groot deel van de gemaakte verwijten blijft steken in de suggestieve sfeer en, voor zover de verwijten voldoende met feiten zijn onderbouwd, kunnen deze het ontslag op staande voet niet dragen'.Overigens stond wel vast dat de werknemer in strijd met de voorschriften van de werkgever ontvangen veiligheidsschoenen voor eigen rekening had verkocht, maar dat vond het hof (mede vanwege de gevolgen van het ontslag voor de werknemer) niet genoeg reden voor ontslag op staande voet. Het hof bekrachtigt daarmee het oordeel van de kantonrechter en de werkgever moet aan de werknemer - die wel berustte in het einde van de arbeidsovereenkomst - een transitievergoeding, een schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn én een billijke vergoeding wegens het onterechte ontslag betalen. Gelukkig voor de werkgever werd de billijke vergoeding in dit geval op nihil gesteld, maar dat geluk zal niet elke werkgever hebben.De les die u hier als werkgever uit kunt leren is dat een ontslag op staande voet niet zo makkelijk is als het lijkt. Een werknemer wordt wettelijk goed beschermd omdat de gevolgen van een ontslag voor hem ernstig kunnen zijn. Heeft u een situatie aan de hand waarin u een werknemer op staande voet wilt ontslaan, raadpleeg dan direct én eerst een arbeidsrecht advocaat die u kan helpen bij het bepalen of ontslag op staande voet aan te raden is of beter een andere route gevolgd kan worden. Hij of zij kan u dan meteen helpen bij het opstellen van een ontslagbrief. Zoals u heeft gelezen is de inhoud daarvan bepalend en kan die het ontslag maken of breken. mr. Isis Henriquez-van de Wetering ### Compensatieregeling transitievergoeding Compensatieregeling transitievergoeding  Als uw werknemer langer dan twee jaar ziek is, hoeft u hem geen loon meer te betalen. Ook komt het opzegverbod bij ziekte te vervallen en mag u de arbeidsovereenkomst -met voorafgaande toestemming van UWV- opzeggen. Omdat de werknemer door de opzegging recht krijgt op de transitievergoeding, lieten veel werkgevers de arbeidsovereenkomst maar doorlopen. Men noemt dat een ‘slapend’ dienstverband. Werkgevers vinden het niet rechtvaardig dat zij na twee jaar het loon doorbetaald te moeten hebben (naast de re-integratiekosten) ook nog een transitievergoeding moeten betalen als zij afscheid willen nemen van de zieke werknemer. Bij een slapend dienstverband bestaat de arbeidsovereenkomst nog gewoon, alleen hoeft de werkgever het loon niet meer te betalen. Als de werkgever volgens UWV netjes aan zijn re-integratieverplichtingen heeft voldaan, eindigt de loondoorbetalingsplicht na 104 weken. De werknemer met een slapend dienstverband blijft wel in dienst, maar heeft geen recht op loon zolang hij niet werkt omdat hij ziek is. De werknemer kan dan een WW of WIA-uitkering aanvragen. De enige verplichting die voor de werkgever nog bestaat is de werknemer als die weer beter wordt te laten re-integreren, al dan niet in aangepast werk.   Het lijkt voor de werkgever een mooie oplossing, zo’n slapend dienstverband, maar toch kleven daar risico’s aan. Als de werknemer weer (gedeeltelijk) beter wordt, zal de werkgever hem passende arbeid moeten aanbieden. U moet dus meewerken om hem weer aan het werk te krijgen en weer loon gaan betalen. Als de werknemer vier weken weer volledig aan de slag is geweest en weer ziek wordt, heeft hij weer twee jaar recht op loondoorbetaling. Als u de werknemer op een later moment alsnog wilt ontslaan, heeft hij recht op een hogere transitievergoeding dan na die 104 weken het geval was. De hoogte van de transitievergoeding is namelijk afhankelijk van het aantal dienstjaren van de werknemer, waarbij ook de dienstjaren dat de werknemer geen recht op loon meer had, meetellen. De werknemer met een slapend dienstverband telt ook mee bij de toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij een reorganisatie.    Om te voorkomen dat werkgevers dienstverbanden laten slapen, heeft de wetgever een compensatieregeling in het leven geroepen. Deze is ingegaan per 1 april 2020. Werkgevers die een transitievergoeding hebben betaald aan werknemers die langer dan twee jaar ziek waren, krijgen een compensatie voor de betaalde vergoeding. De compensatie wordt betaald voor alle arbeidsovereenkomsten die zijn geëindigd vanwege langdurige ziekte. Of dat nu is door ontslag, door wederzijds goedvinden of omdat het tijdelijke contract was afgelopen. De compensatie wordt betaald uit het Algemeen Werkeloosheidsfonds, waardoor er wel een premieverhoging tegenover staat.  De compensatie ziet alleen op de daadwerkelijk uitbetaalde transitievergoeding, maar het deel van de transitievergoeding dat verschuldigd is over de dienstjaren waarin het dienstverband slapend was, wordt niet gecompenseerd. Daarnaast is de compensatie beperkt tot het bedrag van het brutoloon dat is betaald tijdens de ziekte van de werknemer. Let op, de aanvraag voor de compensatie moet tijdig worden ingediend bij UWV voorzien van de benodigde bewijsstukken (arbeidsovereenkomst, re-integratiedossier, ontslagtoestemming van UWV/ontbindingsbeschikking/beëindigingsovereenkomst, berekening transitievergoeding, de eindafrekening en de kosten van loondoorbetaling tijdens ziekte/loonstroken en het betaalbewijs waaruit blijkt dat de transitievergoeding is betaald). Er geldt een termijn van zes maanden nadat de transitievergoeding (volledig) is betaald. De compensatieregeling heeft ervoor gezorgd dat werkgevers eerder tot een ontslag na twee jaar ziekte overgaan. Daarnaast heeft de compensatieregeling met hulp van de Hoge Raad aan werknemers een dwangmiddel in handen gegeven om tot het beëindigen van het dienstverband en het betalen van de transitievergoeding over te gaan. Voorheen kon de werknemer alleen onderhandelen over een beëindiging met wederzijds goedvinden. Als hij zelf ontslag nam kreeg hij immers geen transitievergoeding en geen uitkering, omdat hij dan verwijtbaar werkloos zou zijn geraakt. Sinds 8 november 2019 kan de werknemer echter de werkgever verzoeken de arbeidsovereenkomst te beëindigen onder toekenning van de transitievergoeding én is de werkgever in beginsel gehouden om met zo’n verzoek in te stemmen. Meer hierover kunt u lezen in mijn blog: Slapende dienstverbanden wakker geschud. mr. Isis Henriquez-van de Wetering  ### Verjaring en verval Verjaring en verval Als u na langere tijd aanspraak op een recht wilt maken, loopt u het risico dat u uw vorderingsrecht door het enkele verstrijken van de tijd kwijt bent geraakt. In juridisch jargon is uw vorderingsrecht dan verjaard. Verjaring houdt niet in dat de vordering verdwijnt: alleen kunt u bij de rechter geen nakoming meer eisen. Juridisch gezien wordt de vordering omgezet in een ‘natuurlijke’ verbintenis. Dit houdt bijvoorbeeld in dat u een verjaarde vordering wel kunt verrekenen met een schuld aan uw wederpartij of dat als de wederpartij per ongeluk betaalt, hij dat niet als ‘onverschuldigd betaald’ kan terugvorderen. De ratio van de verjaringsregeling is de rechtszekerheid: je moet niet na enkele decennia geconfronteerd kunnen worden met vorderingen waar je niet meer op gerekend had of waarvan je de bewijsstukken niet meer hebt. De algemene verjaringstermijn is 20 jaar. Volgens oud Hollands gebruik geldt de hoofdregel slechts voor een paar gevallen en gelden voor de meeste vorderingen andere termijnen. Vorderingen tot vernietiging van een overeenkomst wegens dwaling of bedrog verjaren na 3 jaar. Voor een vordering tot nakoming van een overeenkomst geldt een termijn van 5 jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden. Bij koopovereenkomsten gelden nog kortere termijnen, zo moet de verkoper vaak binnen 2 jaar betaling van de koopsom eisen en heeft de koper meestal maar 2 maanden na ontdekking de tijd om zich op verborgen gebreken te beroepen. U kunt voorkómen dat een vordering verjaart door de verjaring te ‘stuiten’. Dat is een handeling waarmee u de lopende verjaringstermijn afbreekt en er een nieuwe termijn start. Er kan op meerdere manieren worden gestuit: als de schuldenaar de vordering erkent, als er een gerechtelijke procedure over de vordering wordt gestart (dagvaarding/verzoekschrift) of als u de tegenpartij schriftelijk laat weten dat u uw vordering handhaaft. U moet natuurlijk wel kunnen bewijzen dat uw stuitingsmededeling de wederpartij heeft bereikt (dus: aangetekend, fax, deurwaardersexploot). Na geldige stuiting begint weer een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Ook die kan weer gestuit worden, zodat u nog lang door kunt gaan. De rechter kijkt niet uit zichzelf of de vordering van de eiser misschien verjaard is, dus als verweerder zult u daar een beroep op moeten doen. Om het nog wat ingewikkelder te maken: voor sommige vorderingen geldt dat het doen van een stuitingsmededeling niet genoeg is, maar dat u binnen een bepaalde termijn een gerechtelijke procedure moet beginnen. Een soort niet-stuitbare verjaringstermijn dus. Die termijnen noemt men vervaltermijnen. In het arbeidsrecht gelden onder de WWZ diverse vervaltermijnen, bijvoorbeeld 2 maanden voor het vernietigen van de opzegging of het aanspraak maken op een billijke vergoeding en 3 maanden voor het uitbetaald krijgen van de transitievergoeding of de aanzegvergoeding. Als het verzoekschrift 1 seconde na het eind van de vervaltermijn door de rechter is ontvangen, wordt de vordering van de eiser afgewezen. De verjaring- en vervalregels zijn keihard: na het verstrijken van de termijn heb je geen vordering meer en er zijn bijna geen ‘verzachtende omstandigheden’ denkbaar. Daarnaast zijn de regelingen erg ingewikkeld. Laat u daarom goed –door een advocaat die in verbintenissenrecht is gespecialiseerd- adviseren als u besluit om een vordering ‘even’ te laten rusten of als u zelf wordt geconfronteerd met een oudere kwestie. Het is voor u als eiser zuur als de rechter na een jarenlange procedure uw vordering afwijst omdat deze verjaard of vervallen is. mr. Menno de Neef ### Eén gedeeld door twee blijft één Eén gedeeld door twee blijft één Het faillissement van een schuldenaar wordt uitgesproken als de schuldeiser aannemelijk kan maken dat de schuldenaar in een toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Om te bewijzen dat de schuldenaar is opgehouden met betalen, moet de schuldeiser minstens één (steun)vordering van een andere schuldeiser kunnen tonen. De achterliggende gedachte is het doel van de faillissementsprocedure: de verdeling van het vermogen van de schuldenaar onder de gezamenlijke schuldeisers. Een steunvorderingEen steunvordering is noodzakelijk, maar niet voldoende om vast te kunnen stellen dat de schuldenaar is opgehouden te betalen. Immers, iedere (rechts)persoon die deelneemt aan het economisch verkeer heeft wel openstaande schulden. Er moet dus blijken dat de schuldenaar niet meer betaalt. Als blijkt dat er meerdere schuldeisers onbetaald blijven, spreekt de rechter het faillissement uit en benoemt hij een curator.De schuldenaar die ondanks gevoerd verweer failliet is verklaard, kan tegen die uitspraak hoger beroep instellen. Hij kan dan aan het Hof uitleggen dat er niet meerdere schuldeisers onbetaald zijn gelaten of dat hij niet is opgehouden met betalen. Een veel voorkomend probleem voor schuldeisers is het vinden van een steunvordering. De infobox van menig advocatenkantoor loopt over van verzoeken van schuldeisers die op zoek zijn naar steunvorderingen.Een slimmerik die dit probleem wil omzeilen zou een deel van de vordering over kunnen dragen aan een andere schuldeiser (cessie). Met een gesplitste vordering zijn er twee schuldeisers en is er dus een steunvordering.Daar zit een luchtje aan, dat ook door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is geroken. In die procedure had de rechtbank in eerste aanleg op verzoek van een schuldeiser het faillissement van de schuldenaar uitgesproken. De schuldeiser heeft toen geld van derden geleend en daarmee de andere schuldeisers betaald. Daarmee waren de steunvorderingen verdwenen waarna de schuldenaar in hoger beroep is gegaan. Als tegenzet heeft de schuldeiser zijn vordering voor een deel aan een derde overgedragen, zodat er weer twee schuldeisers waren. De schuldenaar heeft zich in de hoger beroep procedure op het standpunt gesteld dat er geen sprake was van meerdere schuldeisers. Het hof heeft het faillissement op die grond vernietigd. De splitsing van de vordering en de daaropvolgende cessie had enkel plaatsgevonden om een steunvordering te creëren. Kennelijk, het hof laat zich hier niet over uit, acht het hof de handelwijze van de schuldeiser in strijd met het doel en de strekking van de faillissementsprocedure. Daarnaast kan men zich afvragen of de schuldenaar door die cessie plotseling verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Immers, hij had de andere steunvorderingen wel betaald.Uit de uitspraak van het Hof blijkt dat splitsing gevolgd door cessie van een vordering tijdens een faillissementsprocedure niet tot meerdere schuldeisers leidt. Of cessie vóór de aanvraag van de faillissement tot een ander resultaat had geleid vertelt het verhaal niet.Deze uitspraak bevestigt eens te meer dat een op het eerste gezicht eenvoudige faillissementsprocedure toch de nodige voetangels en klemmen kent en dat men er verstandig aan doet om dat goed voor te bereiden. ### De ingebrekestelling De ingebrekestelling Wij krijgen soms zaken waarin een leverancier zijn verplichtingen niet nakomt en de opdrachtgever het werk door een ander laat afmaken en de extra kosten op de leverancier wil verhalen. Kan dat zo maar? Als uw wederpartij de overeenkomst niet (goed) nakomt, heeft u niet gelijk recht op schadevergoeding en mag u de overeenkomst niet gelijk ontbinden. Tenzij nakoming van de overeenkomst al blijvend onmogelijk is (zoals de bruidsfotograaf die op de dag van de bruiloft niet kwam opdagen), is meestal nodig dat de wederpartij ‘in verzuim’ is. In normale gevallen raakt de schuldenaar pas in verzuim nadat de schuldeiser hem schriftelijk in gebreke heeft gesteld. Een goede ingebrekestelling bevat een duidelijke omschrijving van wat u vordert en op grond waarvan. Ook moet u een redelijke termijn aan de wederpartij stellen om zijn verplichtingen alsnog na te komen. Als de wederpartij de door u gestelde termijn niet nakomt, raakt hij in verzuim. Pas al hij in verzuim is, kunt u gebruik maken van uw schuldeisersrechten, zoals schadevergoeding of ontbinding van de overeenkomst. Op deze hoofdregel zijn een paar uitzonderingen. In sommige gevallen leiden het gedrag en de mededelingen van de schuldenaar er namelijk toe, dat hij zonder ingebrekestelling in verzuim raakt. De eerste uitzondering is dat uit de houding van uw wederpartij blijkt dat aanmaning en termijnstelling zinloos zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om gevallen dat de schuldenaar stelt dat hij pas veel later tot nakoming verplicht is, als hij aansprakelijkheid ontkent of als hij op uw mailtjes en brieven niet meer reageert. In dit soort gevallen kunt u als schuldeiser voor de ingebrekestelling volstaan met de schriftelijke mededeling waaruit blijkt dat u de wederpartij aansprakelijk houdt voor de schade. De tweede uitzondering waarin je geen ingebrekestelling hoeft te sturen is als je uit een mededeling van de wederpartij moet afleiden dat hij tekort zal schieten. Bijvoorbeeld als hij de overeenkomst betwist of als hij meldt dat hij niet gaat nakomen. Dit zijn wel uitzonderingen voor de noodgevallen waarin geen goede ingebrekestelling is gestuurd of waarin u niet kunt bewijzen dat de wederpartij uw brief heeft ontvangen. Het wel of niet sturen van een brief lijkt misschien een kleinigheidje, maar als je in een gerechtelijke procedure over nakoming en schadevergoeding terecht komt, kan een klein briefje het verschil maken tussen winnen en verliezen. Als je als schuldeiser geen deugdelijke ingebrekestelling hebt gestuurd en de wederpartij niet in verzuim is, heb je geen recht op schadevergoeding van de wederpartij en ben je misschien wel zelf schadeplichtig. Bel daarom eerst uw advocaat, voordat u uw schuldenaar meldt dat u het werk door een ander laat afmaken en zijn facturen niet gaat betalen. ### Mogelijk toch recht op transitievergoeding Mogelijk toch recht op transitievergoeding bij ontslag op staande voet De wet bepaalt dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd én op initiatief van de werkgever wordt beëindigd. Daarop is één uitzondering: als het dienstverband wordt beëindigd omdat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, heeft hij geen recht op een transitievergoeding. Toch recht op een vergoedingAls werkgever denkt u nu misschien: ‘Gelukkig, ik hoef mijn op staande voet ontslagen werknemer geen transitievergoeding te betalen’. Dit is echter niet zonder meer waar. Op 30 maart 2018 heeft de Hoge Raad geoordeeld over een op staande voet ontslagen werknemer die aanspraak maakte op een transitievergoeding. Het ging om een werknemer die sinds april 1991 bij de werkgever werkte. Op grond van het bekende beleid mocht de werknemer niet onder invloed van alcohol op het werk verschijnen of werken. Dit deed hij toch, waarop een officiële waarschuwing volgde. Omdat hij daarna weer dronken op het werk verscheen, heeft de werkgever hem op staande voet ontslagen. De werknemer verzocht de kantonrechter het ontslag te vernietigen óf aan hem een billijke vergoeding én een transitievergoeding toe te kennen.De kantonrechter in Den Haag oordeelde dat er sprake was van een dringende reden voor ontslag en dat de werknemer ernstig verwijtbaar had gehandeld. Het ontslag was dus terecht gegeven en de werknemer kreeg niets. De werknemer is toen bij het Hof Den Haag in hoger beroep gegaan, maar ook daar ving hij bot. Het Hof hield de uitspraak van de kantonrechter in stand. De werknemer liet het er niet bij zitten en klopte aan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof (30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:484). Volgens de Hoge Raad brengt het bestaan van een dringende reden voor ontslag niet per definitie ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer met zich mee. De rechter kan dus niet volstaan met het oordelen dat er sprake is van een dringende reden en dat dáárom sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer. Dat zijn twee afzonderlijke begrippen die de rechter afzonderlijk van elkaar moet toetsen. Het Hof (en kennelijk ook de kantonrechter) had dat niet gedaan, althans dat bleek niet uit de uitspraak.  De Hoge Raad heeft de zaak daarom naar het Hof Amsterdam gestuurd om de zaak over te doen. U kunt er bij een ontslag op staande voet niet zonder meer van uit gaan dat er geen transitievergoeding verschuldigd is, omdat het bestaan van een dringende reden niet inhoudt dat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. In veel gevallen zal er bij een dringende reden sprake zijn van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer, maar dat hoeft dus niet altijd zo te zijn.Het ontslagrecht is bijzonder lastig. Voordat u het weet heeft u een langlopend conflict met de kans dat u de werknemer nog lang op de loonlijst heeft staan en hem een aanzienlijke vergoeding moet betalen. Handel bij een voorgenomen ontslag op staande voet zorgvuldig en vraag altijd meteen om advies aan uw advocaat. ### Uitsluiting van aansprakelijkheid Uitsluiting van aansprakelijkheid In veel rechtszaken wordt door de opdrachtnemer of leverancier een beroep gedaan op een exoneratiebeding: een contractueel beding dat de wettelijke aansprakelijkheid van één van beide partijen beperkt of helemaal uitsluit. Rechters kijken scherp naar de formulering van zulke bedingen. Als het beding goed is geformuleerd hoeft de opdrachtnemer/leverancier niet de hele schade te vergoeden. Wij zien echter regelmatig dat exoneratiebedingen niet goed zijn geformuleerd zodat de partij die daar een beroep op wil doen, toch de schade moet vergoeden. Eind vorig jaar is nog een uitspraak gepubliceerd in een zaak waarin de leverancier schade aan zijn klant had veroorzaakt. In zijn algemene voorwaarden was opgenomen dat hij niet aansprakelijk was voor indirecte schade (zoals gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen, verlies van gegevens, stagnatieschade enz.) en dat voor andere schade zijn aansprakelijkheid beperkt was tot het totaal bedrag van de facturen voor de dienstverlening in het afgelopen jaar (dat was € 180.000). U raadt het al: er gaat wat mis, de klant lijdt forse schade en sleept de leverancier voor de rechter, die zich verweerde door te wijzen op het exoneratiebeding in zijn algemene voorwaarden. Bij de beoordeling of het beroep op dit exoneratiebeding gerechtvaardigd is, zal de rechter eerst kijken hoe de schade is veroorzaakt. Als dat door opzet of roekeloosheid van de leverancier is veroorzaakt, kan die natuurlijk geen beroep op een exoneratiebeding doen. Vervolgens woog de rechter twee omstandigheden af. De eerste omstandigheid is de deskundigheid van partijen. In die zaak was sprake van een deskundige leverancier op het gebied van software en een zakelijke klant die op dat gebied niet deskundig was. Het exoneratiebeding waarop de leverancier zich beriep was eenzijdig door hem zelf opgesteld en over de inhoud daarvan was niet onderhandeld. De rechter overwoog dat het beding zó ruim is opgesteld dat er bij de professionele leverancier onvoldoende prikkel overbleef om schade te voorkómen. Dat leidt volgens de rechter tot een onaanvaardbaar resultaat, zodat de leverancier geen beroep op de aansprakelijkheidsuitsluiting mocht doen. De tweede omstandigheid was de verhouding tussen de geringe beloning van de leverancier enerzijds en de grote aansprakelijkheidsrisico’s anderzijds. Leveranciers sluiten vrijwel standaard hun aansprakelijkheid voor gevolgschade uit. Dat is in beginsel gerechtvaardigd. Immers, als een leverancier zulke risico’s niet mag uitsluiten dan kan hij dat aansprakelijkheidsrisico niet of alleen tegen zeer hoge premies verzekeren. En dat leidt tot prijsverhoging voor de klant. Na deze omstandigheden te hebben afgewogen was de rechtbank van mening dat het beroep op uitsluiting van de hele aansprakelijkheid in redelijkheid onaanvaardbaar was. Het beroep op beperking tot de hoogte van de facturen over het afgelopen jaar was wel redelijk, zodat de leverancier voor maximaal € 180.000 aansprakelijk was. Op een beding in algemene voorwaarden waarin alle aansprakelijkheid volledig wordt uitgesloten kun je niet snel een beroep doen. Zeker als daar niet uitdrukkelijk over onderhandeld is. Je kunt dus beter ‘meertraps-raket’ in de voorwaarden opnemen: de gevolgschade zo veel mogelijk uitsluiten, de hoogte van het totale schadebedrag beperken tot een bepaald bedrag, dan wel tot het bedrag dat door de aansprakelijkheidsverzekeraar wordt vergoed. En je doet er goed aan om de opdrachtgever tijdens de onderhandeling uitdrukkelijk op de aansprakelijkheidsbeperking te wijzen. En als u zo’n beding in algemene voorwaarden opneemt, moet u die voorwaarden wel op de overeenkomst van toepassing verklaren en de tekst van die voorwaarden tijdig aan uw klant ter beschikking stellen. ### Waar moet u op letten bij de nieuwe privacywet? Waar moet u op letten bij de nieuwe privacywet? Het kan u niet ontgaan zijn: op 25 mei 2018 gaat de nieuwe privacywet in, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In heel Europa geldt hiervoor dan dezelfde wetgeving. Niet alles in deze wet is nieuw. Wat wel nieuw is, is dat betrokkenen meer rechten hebben gekregen. Zo hebben betrokkenen het recht om hun eigen gegevens in te zien, om hun gegevens te laten corrigeren, om hun gegevens te laten verwijderen en om hun gegevens te laten overdragen aan een derde, bijvoorbeeld aan een concurrent. Bedrijven die de gegevens van betrokkenen gebruiken hebben meer plichten. Zij mogen de gegevens alleen nog maar gebruiken als zij daar een in de wet vastgelegde reden voor hebben, of toestemming van de betrokkene. Zij mogen niet méér gegevens registreren dan strikt noodzakelijk, deze alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze zijn opgevraagd en deze niet langer bewaren dan noodzakelijk. In de AVG wordt veel aandacht besteed aan de beveiliging van deze gegevens. Alle bedrijven moeten kunnen aantonen dat de verwerking van de gegevens in overeenstemming is met de AVG. Om deze reden moeten bedrijven beleid opstellen en registreren welke gegevens zij verwerken, waarom zij deze gegevens nodig hebben, waar zij de gegevens opslaan, hoe lang ze die bewaren en welke beveiligingsmaatregelen ze hebben getroffen. Meestal hebben derde partijen ook toegang tot persoonsgegevens, denk aan de helpdesk van uw ict-bedrijf of het bedrijf dat uw loonadministratie doet. Met deze partijen moet u een overeenkomst sluiten waarin u afspreekt dat deze bedrijven op hun beurt ook voldoen aan de AVG.  De organisatie die toezicht houdt op de naleving van de regels is de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Hier moeten ook datalekken gemeld worden. De AP kan hoge boetes opleggen aan bedrijven die de verplichtingen uit de AVG niet nakomen. De verwachting is dat dit in het begin nog niet zo’n vaart zal lopen, omdat de regelgeving op onderdelen nog voor verschillende interpretaties vatbaar is. Maar als je als bedrijf met bijzondere persoonsgegevens werkt, bijvoorbeeld medische gegevens, ras, politieke overtuiging, of met profilering (verwerking van persoonsgegevens door middel van een geautomatiseerd proces) moet je aan strengere eisen voldoen, en is het belangrijk je zaakjes eerder op orde te hebben. Wilt u hulp bij uitleg van de AVG of bij het opstellen van een verwerkersovereenkomst? Neem dan contact met ons op. ### De GDPR?! De GDPR?! Sommige bedrijfstakken zijn in rep en roer: de ‘GDPR’ komt er aan. Maar wat is dat nou precies, die GDPR? En wat betekent dat voor uw bedrijf? Wat is de GDPR?GDPR staat voor General Data Protection Regulation, een Europese Verordening waarin regels worden gesteld om de persoonlijke gegevens van EU-ingezetenen te beschermen tegen verlies, diefstal en misbruik. De GDPR geldt voor alle bedrijven, instellingen en instanties, ook buiten de EU, die persoonsgegevens van personen die in de EU verblijven verzamelen en bewaren. De GDPR zal op 25 mei 2018 in werking treden. De toezichthouder (in Nederland: de Autoriteit Persoonsgegevens) wordt dan bevoegd om maatregelen te nemen tegen organisaties die zich niet aan de GDPR-voorschriften houden. Dit zijn forse boetes die kunnen oplopen tot 20 miljoen euro of 4% van de wereldwijde omzet. De regels gelden niet alleen voor de beheerders maar ook voor de verwerkers van persoonsgegevens. Een aantal dingen waar we ons in Nederland op grond van de geldende privacywetgeving al aan moesten houden was het vragen van toestemming om data te verzamelen, verwerken en te gebruiken, om cookies te plaatsen en om e-mails met aanbiedingen te sturen. Nieuw is wel dat nu geen algemene toestemming meer mogelijk is, maar dat organisaties toestemming per onderwerp en soort boodschap moeten krijgen. Belangrijkste eisen van GDPRGegevensbescherming moet al in het ontwerpstadium van systemen worden meegenomen en niet dus later worden toegevoegd. Alleen gegevens die noodzakelijk zijn voor de afronding van taken mogen bewaard en verwerkt worden. Slechts de daadwerkelijke verwerker mag toegang hebben. Organisaties moeten eventuele datalekken binnen 72 uur na ontdekking melden aan de toezichthoudende autoriteit en aan de burgers van wie de data zijn gelekt. Organisaties moeten op eerste verzoek aan een burger melden of zijn persoonsgegevens zijn verwerkt, waar en voor welke doel. Burgers krijgen ook recht op een kosteloze digitale kopie van hun persoonsgegevens. Burgers kunnen hun persoonsgegevens niet alleen opvragen bij organisaties, maar ook laten doorsturen naar een andere organisatie. Burgers hebben het recht om te eisen dat een organisatie hun persoonlijke gegevens verwijdert. Een organisaties moet de gegevens verwijderen zodra iemand zijn toestemming intrekt of als het bewaren daarvan niet meer bijdraagt aan het oorspronkelijke doel. Organisaties met als kerntaak het op grote schaal verwerken van persoonsgegevens, het monitoren van personen of de gegevensverwerking rond strafrechtelijke veroordelingen moeten een Data Protection Officer in dienst nemen. Hoe nu?Vervolgens moet u op basis van die risico-rapportage schriftelijk beleid en procedures maken. Van dat beleid en die procedures moeten alle medewerkers op de hoogte zijn, dus laat ze tekenen voor akkoord. U moet zorgen voor een goede beveiliging van de IT-omgeving. Tot slot moet u afspraken maken met derden die bij de gegevens zouden kunnen, en die goed vastleggen. ### Bescherming van uw bedrijfsgegevens Bescherming van uw bedrijfsgegevens Iedere werkgever krijgt er een keer mee te maken: een werknemer die bij de concurrent wil gaan werken of die voor zichzelf wil beginnen. Hoe beschermt u uw commerciële gegevens? Als een goede werknemer opstapt, is dat niet leuk. U heeft jarenlang geïnvesteerd in die werknemer en als hij eindelijk geld dreigt op te leveren, gaat hij weg en neemt hij een schat aan bedrijfsinformatie en klantcontacten mee. Die zal hij in zijn nieuwe functie waarschijnlijk tegen u gaan gebruiken. Sommige rechters vinden dat een geheimhoudingsbeding voldoende bescherming biedt tegen het weglekken van uw bedrijfsgegevens. Echter, de kans dat u keihard bewijs kunt leveren van de overtreding van een geheimhoudingsverplichting is doorgaans circa 0%. Om te voorkómen dat uw vertrouwelijke bedrijfsgegevens in handen van de concurrentie komen of dat uw klanten worden ingepikt, kunt u een concurrentiebeding (verbod om bij de concurrent te gaan werken of zelf een concurrerend bedrijf te starten) of een relatiebeding (verbod om met bepaalde relaties zakelijk contact te hebben) in het contract of in het personeelsreglement opnemen. Als aan de wettelijke vereisten is voldaan, is zo’n beding nog steeds keihard en kunt u betaling van boete afdwingen of zelfs de werknemer ontslag laten nemen. Maar u kunt meer doen, mits u daar van tevoren goed over nadenkt. Leg contractueel vast dat de werknemer niet zijn eigen devices (gsm, laptop, tablet) mag gebruiken, maar alleen die van u. Maak gebruik van een door de werknemer te tekenen gebruikersovereenkomst waarin is opgenomen dat de devices in periodes van non-activiteit en aan het einde van het dienstverband moeten worden ingeleverd. Gebruik geen algemene inlog die voor alle werknemers het zelfde is maar geef iedereen persoonlijke alarmcodes, inlognamen en wachtwoorden. En deactiveer die bij het eind van het dienstverband. Als een werknemer thuis werkt, kunt u voor een goede vpn-verbinding of cloud-omgeving zorgdragen zodat de werknemer niet allerlei informatie en programma’s op zijn eigen pc hoeft te bewaren. Verzorg zelf de back-up van gegevens. Verbied niet alleen het voeren van zakelijke correspondentie via de privé e-mail, maar ook het voeren van privé-correspondentie via de zakelijke e-mail. Als het e-mailaccount slechts voor zakelijke correspondentie mag worden gebruikt, mag u die e-mailbox namelijk controleren. Verplicht de werknemer om aan het eind van het dienstverband alle documenten en bestanden in te leveren en verbied hem om uw bedrijfsgegevens naar zijn eigen e-mailadres te versturen of uw bestanden te kopiëren of bewaren. Zolang u dat allemaal contractueel goed vastlegt en op overtreding een boete stelt, kunt u uw gegevens beter beschermen. ### Uw faillissement ligt vlak achter de horizon Uw faillissement ligt vlak achter de horizon Je bent nooit langer dan een paar maanden van je faillissement verwijderd, luidt het gezegde. Een faillissement zegt niets over de winstgevendheid of toekomstverwachting van de onderneming, maar of er genoeg liquiditeiten zijn om de kortlopende schulden te kunnen betalen. Een liquiditeitstekort kan plotseling ontstaan, bijvoorbeeld als u net een nieuw project heeft voorgefinancierd en uw vorige klant het afgeronde project nog niet betaalt. Dan duurt het niet lang meer voordat een boze schuldeiser het faillissement aanvraagt, als drukmiddel om betaling af te dwingen. Hoe gaat zo’n faillietverklaring nu in zijn werk en wat kun je tegen een faillietverklaring doen? Na ontvangst van een faillissementsverzoek bepaalt de rechtbank de datum waarop het verzoek zal worden behandeld. Dat is nu ongeveer 6 weken. Voorwaarde voor de faillietverklaring is dat de schuldenaar verkeert in een toestand waarin hij is opgehouden te betalen. Dat is het geval als de schuldenaar meerdere schuldeisers onbetaald laat. De aanvrager zal in zijn faillissementsverzoek dus minstens 1 steunvordering moeten aandragen. Als de schuldenaar ter zitting de vordering van de aanvrager of van de steunvordering betwist, dan zal hij documenten moeten tonen waaruit de onjuistheid van de vordering blijkt. Als de aanvraag onvoldoende wordt weersproken, dan zal het faillissement worden uitgesproken. Als de schuldenaar niet op de zitting verschijnt, dan zal de rechtbank zonder verder onderzoek het faillissement uitspreken. Tegelijk met het uitspreken van het faillissement benoemt de rechtbank een curator en een rechter-commissaris die de curator moet controleren. De taak van de curator is het vereffenen van de faillissementsboedel, bijvoorbeeld door verkoop van de activa en het uitwinnen van de debiteuren. De opbrengst hiervan komt op papier ten goede aan alle schuldeisers, maar gaat doorgaans naar de curator zelf, de bank en de fiscus. De schuldenaar kan tegen een faillietverklaring binnen 14 dagen in verzet (als hij niet op de zitting was verschenen) of binnen 8 dagen in hoger beroep (als hij wel was verschenen). Dit zijn ‘fatale termijnen’ dus je kunt niet pro forma protest aantekenen en dat later aanvullen. Zowel het verzet als het hoger beroep moet door een advocaat worden ingesteld. Omdat de curator al in functie is, moet de schuldenaar hem melden dat het faillissement wordt aangevochten en hoe hij denkt de schuldeisers te gaan betalen. Dat moet een goed onderbouwd plan zijn. De curator moet de rechtbank namelijk schriftelijk adviseren over de vraag of het faillissement ongedaan kan worden gemaakt en zijn advies zal zwaar meewegen. Onderdeel van dat plan moet ook zijn het stellen van zekerheid voor de salariskosten van de curator, bijvoorbeeld met een bankgarantie of door een bedrag op de derdenrekening van de curator te storten. Als er verzet of hoger beroep is ingesteld, zal de curator ingrijpende maatregelen zoals het ontslaan van personeel en het opzeggen van allerlei contracten nog even laten rusten. De handelingen van de curator zijn voor de failliete onderneming namelijk bindend, ook als het faillissement uiteindelijk wordt teruggedraaid. Het aanvechten van een faillissement is pas zinvol als de bekende schuldeisers worden betaald of schriftelijk met een akkoord of betalingsregeling hebben ingestemd. Als niet alle schulden geregeld zijn, zal alle moeite voor niets zijn geweest en blijft het faillissement in stand. Voor een succesvol verzet of hoger beroep moet je snel handelen. De termijnen zijn kort en de ervaring leert dat hoe langer men wacht, hoe meer klanten, leveranciers en (de goede) personeelsleden er afhaken. ### Hoe zit het onder het nieuwe arbeidsrecht met de concurrerende ex-werknemer? Hoe zit het onder het nieuwe arbeidsrecht met de concurrerende ex-werknemer? In de arbeidsovereenkomst kunt u een concurrentiebeding opnemen. Dat is een contractuele afspraak die de ex-werknemer verbiedt om na afloop van de arbeidsovereenkomst concurrerende werkzaamheden te verrichten. Dat kan een verbod zijn om in dezelfde branche werkzaam te zijn, of om contact met relaties van de vroegere werkgever te onderhouden. Zo’n afspraak is alleen geldig als deze schriftelijk met een meerderjarige werknemer is overeengekomen. Sinds de invoering van het nieuwe arbeidsrecht mag in een tijdelijk contract in beginsel geen concurrentiebeding meer staan. Dat mag alleen als er wegens zwaarwegende bedrijfsbelangen een bijzondere noodzaak is om de werknemer te verbieden om te concurreren. Bijvoorbeeld omdat de werknemer klantencontacten heeft en inzicht in geheime bedrijfsprocessen en prijslijsten krijgt. In het contract moet die noodzaak duidelijk worden toegelicht. De werkgever moet er goed op letten dat in het concurrentiebeding uitdrukkelijk wordt gemeld waarom het beding voor deze specifieke functie en werkzaamheden noodzakelijk is. Een algemeen beding volstaat dus niet meer. Als niet aan deze vereisten is voldaan, geldt er geen concurrentiebeding. Voor het mogen inroepen van een concurrentiebeding moeten die zwaarwegende bedrijfsbelangen van toepassing zijn zowel op het moment van het aangaan van het beding als op het moment dat u zich op het beding beroept. Als u dat niet kunt onderbouwen, kan de ex-werknemer aan de kantonrechter vragen om het concurrentiebeding te vernietigen. Door deze strenge eisen is een ex-werknemer met een tijdelijk contract niet snel (meer) gebonden aan een concurrentiebeding. Als er geen geldig concurrentiebeding (meer) bestaat, geldt als uitgangspunt dat het een ex-werknemer vrijstaat om zijn voormalig werkgever te beconcurreren. Ongeacht of hij een eigen onderneming start of hij in dienst van een andere onderneming treedt. Daar kunt u dan niets tegen doen. Onder bepaalde omstandigheden kan een ex-werknemer echter wel onrechtmatig handelen door zijn ex-werkgever te beconcurreren. Volgens vaste rechtspraak is dat het geval als aan een aantal vereisten is voldaan: 1. de werknemer breekt het duurzame bedrijfsdebiet van zijn voormalig werkgever af; 2. die afbreuk is substantieel en heeft stelselmatig plaatsgevonden; 3. waarbij de werknemer gebruik maakt van de kennis en gegevens die de werknemer van zijn voormalig werkgever beschikbaar kreeg. Hoewel dat geen keihard vereiste is, helpt het wel als de werknemer al tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst met de concurrerende onderneming bezig was. Hoe kunt u zich nu wapenen tegen ex-werknemers concurrentie? Zorg in ieder geval voor een goed contract met een concurrentiebeding en een verbod om uw bedrijfsgegevens te kopiëren, te bewaren en te gebruiken. Verbied het privégebruik van laptops en gsm’s, zodat de werknemer geen goede reden heeft om de in te leveren bedrijfseigendommen helemaal leeg te halen. In dit soort procedures heb je als gedupeerde ex-werkgever alleen een goede kans als je genoeg bewijs hebt. Zorg er dus ook voor dat u achteraf kunt zien of werknemers vlak voor de einddatum gegevens hebben gekopieerd of naar zichzelf gemaild hebben. En houd een vinger aan de pols bij uw klanten. De meeste klanten zijn er niet van gediend als zij door uw ex-werknemer benaderd worden. Zeker niet als zij zelf ook werkgever zijn. ### Geld uitlenen of uitstel van betaling geven? Geld uitlenen of uitstel van betaling geven. Vestig een pandrecht! Als u aan iemand geld uitleent of toestaat dat hij uw vordering niet tijdig betaalt, kunt u beter wat zekerheid voor de terugbetaling eisen. Dat kan door een borgstelling of bankgarantie, of door een pandrecht. Banken doen dat standaard als u een krediet aanvraagt: verpanding van de bedrijfsinventaris en de debiteuren.  Maar wat houdt dat eigenlijk in, een pandrecht? Een pandrecht is een zekerheidsrecht dat kan worden gevestigd op ‘goederen’ zoals roerende zaken, vorderingen of aandelen. Er zijn twee soorten pandrecht: het vuistpand en het stille pand. VuistpandBij een vuistpand geeft de schuldenaar het goed af en krijgt hij het terug als hij aan zijn verplichtingen heeft voldaan. Als u uw horloge bij het pandjeshuis brengt, is dat een vuistpand. Hiervoor is niet vereist  -maar wel verstandig- dat daar een akte voor wordt opgesteld.  Voordeel is dat de pandhouder het goed onder zich heeft, zodat de debiteur daar geen gekke dingen mee kan doen, zoals stiekem verkopen. Nadeel is dat de pandhouder de verpande zaak zal moeten bewaren en dat de debiteur deze dus niet kan gebruiken. Omdat het afgeven van de verpande zaak niet altijd handig is, bestaat ook de mogelijkheid van het bezitloze pandrecht, ook wel ‘stil pand’ genoemd.  Een stil pandrecht is eigenlijk hetzelfde als een hypotheek op uw woning.  De schuldenaar/pandgever blijft eigenaar en mag de verpande zaak gewoon blijven gebruiken en de verpande vorderingen blijven innen, zolang hij netjes aan zijn verplichtingen voldoet. Om een rechtsgeldig stil pandrecht te vestigen moet een akte worden opgesteld, waarin de pandgever verklaart wat hij precies verpandt en dat hij bevoegd is om dat te verpanden. Die akte kunt u zelf opstellen (de ‘onderhandse’ akte) of door de notaris laten opstellen (de ‘authentieke’ akte). Registratie van zo’n onderhandse akte is verplicht om onduidelijkheid over het tijdstip van verpanding te voorkomen en de kans op fraude te beperken. Het onderhandse pandrecht van de schuldeiser wordt pas aangenomen als hij het registratiebewijs kan tonen. Wij zien vaak dat er wel een onderhands pandrecht is overeengekomen, maar dat de akte niet of te laat bij de belastingdienst is geregistreerd. Omdat registratie een keiharde ontstaansvoorwaarde is, heeft de pandhouder/schuldeiser dan geen pandrecht. Als het pandrecht in een authentieke akte wordt vastgelegd, ontstaat het stille pandrecht al op het moment dat de notaris daar zijn stempel op zet. Zo’n authentieke akte heeft als bijkomend voordeel dat de akte dwingende bewijskracht heeft tegenover derden (zoals opvolgend pandhouders) en dat de schuldeiser het pandrecht kan uitwinnen zonder tussenkomst van een rechter. Als de pandgever zijn verplichtingen niet meer nakomt, mag de pandhouder afgifte van de verpande zaken eisen (omzetten in een vuistpand) en zich op het onderpand verhalen door dat te verkopen. Stil pandrechtBij een stil pandrecht op vorderingen kan de pandhouder zijn pandrecht van ‘stil’  naar ‘openbaar’ omzetten door de debiteuren aan te schrijven met de mededeling dat hij pandhouder is en dat er aan hem betaald moet worden. Het fijne aan een pandrecht is dat zelfs als de schuldenaar failliet gaat of in de schuldsanering terecht komt, de pandhouder het verpande goed zelf kan verkopen of de verpande vorderingen zelf kan innen. Daarmee geeft de pandhouder de curator en andere schuldeisers dus het nakijken. Ook als iemand beslag op het verpande goed legt, mag de pandhouder gewoon uitwinnen en zichzelf uit de opbrengst voldoen. Doordat de pandhouder de opbrengst niet met anderen hoeft te delen, heeft hij dus veel meer zekerheid dan andere schuldeisers. Mits aan de formaliteiten is voldaan, natuurlijk. ### Tachtig jaar oud huis met uitstraling Tachtig jaar oud huis met uitstraling. Ons kantoorpand in het nieuws! ### Mijn zieke werknemer werkt niet mee Mijn zieke werknemer werkt niet mee Een zieke werknemer heeft recht op loondoorbetaling. Maar wat nu als uw zieke werknemer niets van zich laat horen of nergens aan meewerkt. Moet u dan ook doorbetalen? Als in de cao of in het arbeidscontract geen ander percentage is opgenomen, heeft uw zieke werknemer 2 jaar lang recht op 70% van zijn loon. Overigens: tot maximaal het ’maximum dagloon’ (in 2017: € 205,77 bruto per dag). Als een werknemer niet naar de bedrijfsarts gaat, zijn herstel vertraagt of niet meewerkt aan re-integratie, heeft u de keuze uit twee dwangmiddelen: de loonopschorting of de loonstop. In de praktijk halen werkgevers deze middelen vaak door elkaar waardoor zij de verkeerde loonsanctie toepassen. Dat komt dan voor rekening van de werkgever, die dan naast betaling van het loon ook in de rente, kosten en de wettelijke verhoging (tot 50% van het te laat betaalde loon!) kan worden veroordeeld. Als u de verkeerde sanctie heeft gekozen dan kunt u dat niet achteraf corrigeren. LoonopschortingEen loonopschorting is bedoeld als tijdelijk drukmiddel. U hoeft het loon pas uit te betalen zodra hij aan zijn verplichtingen voldoet. De loonbetaling vervalt dus niet, maar wordt slechts opgeschort. Zo’n loonopschorting mag u opleggen als de zieke werknemer geen informatie geeft waarmee het recht op loon kan worden vastgesteld. Bijvoorbeeld het voorschrift dat hij bereikbaar moet zijn en dat hij naar de bedrijfsarts moet komen. Als de zieke werknemer dat niet doet dan kunt u hem (bewijsbaar!) waarschuwen en aankondigen dat u het loon gaat opschorten als hij niet alsnog aan de voorschriften voldoet. Hij krijgt daarmee een laatste kans om de loonopschorting te voorkomen. U mag het loon vanaf de aanzegging opschorten zolang de zieke werknemer zich niet aan de voorschriften houdt. Zodra de werknemer de voorwaarden naleeft heeft hij met terugwerkende kracht alsnog aanspraak op het loon waarvan de betaling was opgeschort. Om een loonopschorting te kunnen toepassen, is het dus belangrijk om schriftelijke voorschriften op te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van een verzuimreglement of een artikel in het arbeidscontract over verplichtingen tijdens ziekte. LoonstopEen loonstop heeft het karakter van een straf. Een loonstop kan worden toegepast als de zieke werknemer zich niet houdt aan de wettelijke voorschriften. Bijvoorbeeld als hij niet meewerkt aan het opstellen van het plan van aanpak, als hij geen passende arbeid verricht of als hij zijn genezing vertraagt of belemmert door geen noodzakelijke medische behandeling te ondergaan. Voordat u tot een loonstop overgaat, moet u dat –net als bij de opschorting- eerst aan de werknemer aanzeggen. Een loonstop is definitief. Als het loon is stopgezet dan hoeft u het loon niet met terugwerkende kracht alsnog te betalen als hij zijn verplichtingen alsnog gaat nakomen. Over de periode dat het loon terecht is stopgezet, is hij zijn salaris dus definitief kwijt. Het is verstandig om u goed te laten adviseren voordat u een van deze drukmiddelen gaat gebruiken. Als u het verkeerde middel aanzegt (dus opschorting aanzeggen als u loonstop bedoelt) dan moet u gewoon het volle pond betalen. U kunt dat niet meer repareren door alsnog gebruik van het juiste middel te maken. Zorg er ook voor dat u kunt bewijzen dat uw aanzegging de werknemer heeft ontvangen (dus: aangetekend, per e-mail met ontvangstbevestiging of per WhatsApp). Als uw werknemer volgens het UWV onvoldoende aan zijn re-integratie heeft meegewerkt en u in het re-integratietraject geen maatregel zoals een loonopschorting of loonstop heeft opgelegd, dan loopt u het risico op een loonsanctie van het UWV en moet u het loon na 2 jaar ziekte nog een jaar doorbetalen. ### De 14-dagen brief De 14-dagen brief Sinds de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (WIK) is ingevoerd, gelden strenge regels voor de manier waarop u uw kleine debiteuren (consumenten en eenmanszaken) moet aanmanen. Voordat u aanspraak kunt maken op vergoeding van de incassokosten moet u uw debiteur een ‘14 dagenbrief’ sturen, waarin u hem de gelegenheid geeft om zonder kostenverhoging alsnog te betalen. In die brief moet u dus aanzeggen dat hij na het verstrijken van die 14 dagentermijn buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd. En moet u melden hoe hoog die incassokosten precies zijn. De wetgever vindt dat de in uw brief genoemde termijn van 14 dagen pas ingaat op de eerste dag nadat de wanbetaler uw brief heeft ontvangen. Als u een onjuiste termijn stelt, die gezien de verstuurd/ontvangen discussie 1 dag te kort was, kunt u niet repareren door nog een korte extra betalingstermijn te geven. Een slimme wanbetaler kan dus stellen dat hij uw brief pas enkele dagen later heeft ontvangen, zodat de in die brief genoemde termijn van 14 dagen geen effectieve termijn van 14 dagen is en u geen recht op vergoeding van uw kosten heeft. U bent namelijk degene die moet aantonen wanneer hij de brief heeft ontvangen of moet hebben ontvangen. Stuur de 14 dagen brief –als het even kan- daarom tevens per e-mail met ontvangstbevestiging. En verstuur de 14 dagenbrief voor hogere bedragen zelfs aangetekend met ontvangstbevestiging. Als geen verweer tegen de ontvangst van de brief is gevoerd, zal de kantonrechter er vanuit gaan dat de 14 dagenbrief op de tweede dag na verzending is bezorgd, waarbij de zondagen, de maandagen en officiële feestdagen niet meetellen. De 14 dagen brief is dus eigenlijk een 16 dagen brief. De gebruikelijke aanzegging dat betaald moet worden “binnen 14 dagen na heden” voldoet niet meer aan de normen. De scherpste termijn die u kunt opnemen is: “binnen 14 dagen vanaf de dag nadat u deze brief heeft ontvangen” of: “binnen 16 dagen na heden”. Als u geen risico wilt lopen dat de kosten wegens het pietluttige geneuzel over de aanzeggingsformaliteiten worden afgewezen kunt u beter een langere termijn hanteren, bijvoorbeeld drie weken. Als een eerlijke klant uw factuur niet betaalde vanwege bijvoorbeeld een vergissing (ook ik zie wel eens een digitale factuur over het hoofd) dan zal hij na ontvangst van uw brief binnen enkele dagen wel alsnog betalen. En de klant die uw factuur bewust onbetaald liet, zal na ontvangst van uw brief nog steeds niet betalen. Ongeacht of hij 14, 16 of 30 dagen de tijd krijgt. Tot slot moet het de bedrag aan buitengerechtelijke kosten correct worden aangezegd. U kunt dat zelf makkelijk berekenen: Hoofdsom t/m  € 0 t/m € 2.500  € 2.500 t/m 5.000  € 5.000 t/m 10.000    € 10.000 t/m 200.000 > € 200.000  Toepasselijk percentage 15% over de hoofdsom € 375 + 10% over (hoofdsom - € 2.500)    € 625 + 5% over (hoofdsom - € 5.000)  € 875 + 1% over (hoofdsom - € 10.000)  € 2.775 + 0,5% over (hoofdsom - € 200.000) Maximum € 375 (met een minimum van € 40) € 625 € 875 € 2.775 € 6.775 Als u geen recht heeft op btw-aftrek, mag u daar 21% bovenop tellen als u het bedrag door een derde laat incasseren. Bereken het bedrag goed, want als u een onjuist (te hoog of te laag) bedrag aanzegt, heeft u geen recht op een vergoeding. ### Aansprakelijkheidsbeperking Aansprakelijkheidsbeperking De meeste vrije beroepsbeoefenaren (zoals advocaten, accountants en andere adviseurs) gebruiken algemene voorwaarden. Daarin staan vaak artikelen om de aansprakelijkheid voor beroepsfouten te beperken of zelfs helemaal uit te sluiten. Op zich logisch, want soms kan een foutje in een klein klusje enorme schade veroorzaken. Maar mag je nou alle aansprakelijkheid uitsluiten? Sommige afspraken kun je contractueel wel maken, maar zullen door de rechter in strijd met de wet of met de redelijkheid en billijkheid worden verklaard. Je mag in algemene voorwaarden bijvoorbeeld geen artikelen opnemen die de kern van de prestatie betreffen. Daarnaast kan de rechter een beroep op algemene voorwaarden afwijzen als dat artikel ‘onredelijk bezwarend’ is. In de wet staan een ‘zwarte lijst’(bedingen die altijd onredelijk bezwarend zijn) en een ‘grijze lijst’ (bedingen waarvan vermoed wordt dat die onredelijk bezwarend zijn). Deze lijsten gelden voor consumenten, maar zijn ook richtinggevend in B2B contracten. Het uitsluiten of beperken van aansprakelijkheid voor beroepsfouten –in juristentaal: een exoneratieclausule- staat niet op die lijsten. In beginsel mag de dienstverlener dus een schadeclaim afweren met een beroep op een exoneratieclausule. Toch wordt zo’n verweer niet altijd door de rechter gehonoreerd. De rechter zal per geval onderzoeken of het beroep op de exoneratieclausule in die situatie niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid is. De rechter zal eerst het beding doorlezen en zich een beeld proberen te vormen van de gevolgen daarvan. Als bijvoorbeeld de aansprakelijkheid dermate wordt uitgesloten dat de dienstverlener eigenlijk straffeloos geen of slecht werk kan leveren omdat hij toch nooit aansprakelijk is te stellen, zal de rechter het exoneratiebeding terzijde stellen. De rechter zal ook kijken naar de juridische positie van partijen. De ondeskundige klant wordt meer beschermd dan de professioneel handelende klant. Als de klant zich in een sterke afhankelijkheidspositie bevindt (bijvoorbeeld bij een arts, advocaat of notaris) en hij geen flauw benul heeft van de schade die hij door een onjuist advies zou kunnen lijden, zal de rechter een beroep op het exoneratiebeding kunnen verbieden. Daarbij zal de rechter ook kijken naar de branche waarin de dienstverlener zit. In sommige branches is het uitsluiten van de aansprakelijkheid gebruikelijk, omdat anders de normale bedrijfs risico’s onverzekerbaar zijn. Soms wordt over de inhoud van algemene voorwaarden onderhandeld. Als de klant dan geen expliciete bezwaren tegen de exoneratie heeft geuit of als hij het beding morrend heeft geaccepteerd, zal de rechter eerder oordelen dat het beroep daarop door de dienstverlener gerechtvaardigd is. Vervolgens gaat de rechter kijken naar het schadeveroorzakende handelen en de gevolgen daarvan. Als de schade bijvoorbeeld opzettelijk wordt aangebracht of als de opdracht volstrekt ondeskundig is uitgevoerd, wordt een beroep op de exoneratie al snel onredelijk. Hij zal ook kijken naar hoe ernstig de fout precies is en de hoogte van de schade. Zo zal een klein foutje in opdracht met een lage transactiewaarde eerder bescherming tegen een megaclaim krijgen dan bij een blunder in een miljoenenproject. Sommige beroepsgroepen hebben regels voor het afspreken van exoneratiebedingen. Zo zijn bijvoorbeeld advocaten gebonden aan strenge landelijke en Europese regels waarin is bepaald hoe zij hun aansprakelijkheid mogen beperken en wat zij daarover met de klant moeten bespreken voordat er opdracht wordt gegeven. Voor dienstverleners is het dus verstandig om de aansprakelijkheidsbeperking als specifieke afspraak in de opdrachtbevestiging of het contract op te nemen, zodat er geen sprake is van een algemene voorwaarde. En als klant moet u zich niet gelijk laten afpoeieren als u schade heeft geleden door een fout van een dienstverlener. ### De gladde verkoper De gladde verkoper Wij krijgen regelmatig vragen van mensen die spijt hebben van een telefonische of aan de deur gesloten overeenkomst. U kent dat wel: vlot babbelende verkopers die ongevraagd opbellen of langs komen om hun product te promoten. U was naar het product eigenlijk helemaal niet op zoek, maar heeft na handig aandringen toch toegestemd in een offerte. Daar heeft u telefonisch akkoord op gegeven of misschien zelfs een krabbeltje gezet. Voordat u het weet, blijkt u er aan vast te zitten en is de verkoper ineens niet meer bereikbaar. Als u meldt dat het uw bedoeling niet was om iets definitief te kopen dan wordt er verwezen naar een bandopname of bindend contract en kunt u er niet meer, of pas over een jaar weer vanaf. Als u de factuur niet betaalt, sturen ze een incassobureau op uw dak, waardoor er nog forse extra kosten bij komen. Omdat veel klanten geen zin hebben om voor die paar honderd euro een procedure te beginnen, wordt er vaak morrend betaald. Er zijn genoeg louche incassobureautjes die daar hun verdienmodel van hebben gemaakt. De kans is groot dat de verkoper zich tijdens het verkoopgesprek niet aan de regels heeft gehouden. Een verkoper op afstand is verplicht om zijn identiteit en het doel van het gesprek te melden, en ook wat de prijs en de specificaties van het product en de gegevens van de leverancier zijn. Ook mag hij u geen beloften doen die door het product niet waargemaakt kunnen worden. Als de verkoper de regels heeft overtreden, kunt u daarover klagen bij www.consuwijzer.nl. Probleem daarbij is doorgaans dat u niet over bewijs beschikt dat de verkoper de regels heeft overtreden. Vaak beschikt de verkoper wel over een bandopname die pas gaat lopen als u ja gaat zeggen (waarvan u achteraf natuurlijk maar een deel te horen krijgt) dan wel over de offerte-aanvraag die u heeft ondertekend, maar die stiekem een onvoorwaardelijke opdracht blijkt te bevatten. Veel mensen weten niet dat een consument een wettelijke bedenktermijn van 14 dagen heeft. Binnen die termijn kunt u de verkoper melden dat u zich heeft bedacht en kunt u het gekochte terugsturen. Zonder opgaaf van redenen. De verkoper moet u dan een formulier toesturen met informatie over het retourneren. Als de verkoper u geen formulier toestuurt wordt de bedenktermijn verlengd tot 1 jaar. Vanwege deze termijnen doet er dus verstandig aan om per aangetekende brief een beroep op de bedenktermijn te doen. Die bedenktermijn gaat in op de dag nadat u de gekochte goederen heeft ontvangen. Dus als u het product 3 weken na totstandkoming van de overeenkomst heeft ontvangen, is de bedenktermijn nog niet voorbij maar begint die pas ‘morgen’ te lopen. Dat is trouwens ook het moment waarop de verkoper u pas kan verplichten om de koopsom te betalen. Bij op afstand gekochte diensten gaat de bedenktermijn wel lopen op de dag nadat de overeenkomst is gesloten. Voor een aankoop ter plaatse (in een winkel), voor reizen, verse producten (bloemen of tijdschriften), reizen en speciaal voor u gemaakte producten geldt de wettelijke bedenktermijn niet. Tot slot geldt nog dat u geen genoegen hoeft te nemen met een tegoedbon: u moet gewoon uw geld terugkrijgen. Mocht u van een op afstand gesloten overeenkomst af willen dan doet u er dus verstandig aan om zo veel mogelijk bewijs te verzamelen en uw advocaat te bellen. ### Bewijsbeslag Bewijsbeslag Zoals u inmiddels zult weten win je een rechtszaak meestal niet op het recht dat je hebt, maar op het bewijs dat je van je stellingen kunt leveren. Wij krijgen vaak klanten die een onderbuik gevoel over iets hebben maar niet verder komen dan ‘zeker weten dat…’ of: ‘ het kan niet anders dan….’.  Ik ben het soms helemaal met hen eens, maar bij de rechter kan ik er niets mee. Rechters willen bewijs zien, geen speculaties of logische redeneringen. Maar hoe kom je aan bewijs als je dat niet hebt? Als de tegenpartij over bewijsstukken lijkt te beschikken, kun je daar natuurlijk gewoon een kopie van vragen. Als je het leasecontract van je bedrijfsauto kwijt bent, zal de leasemaatschappij op verzoek daar wel een kopietje van willen mailen. Daartoe is de contractant op grond van de ‘redelijkheid en billijkheid’ ook verplicht. De tegenpartij die niets kwaads in de zin heeft, heeft geen reden om aan zo’n verzoek niet te voldoen.Maar hoe zit dat met lieden die minder goede bedoelingen hebben? Die weten ook dat ze een procedure zullen winnen als zij het bewijs onder zich houden en zullen geen openheid van zaken geven. Behoudens de nachtelijke inbraak of het hacken van de computer zijn er drie juridische opties voor de partij die in bewijsnood verkeert. De eerste is het voorlopig getuigenverhoor. Dan kun je voorafgaand aan een procedure de tegenpartij onder ede door de rechter laten horen. Maar ja, dan loop je wel het risico dat de tegenpartij -met de vingers in de lucht zwaaiend- gaat staan liegen alsof het gedrukt staat. Immers, behoudens door de sollicitant liegt niemand harder dan de partijgetuige die onder ede staat. Dat schiet waarschijnlijk niet op.  De tweede optie is de zogenaamde exhibitieplicht. Je kunt aan de rechter vragen om de tegenpartij te veroordelen bepaalde stukken over te leggen. Nadeel daarvan is echter dat dit alleen voor bescheiden geldt en dat je de stukken die je wilt krijgen, gedetailleerd moet specificeren. Als je niet kunt benoemen welk stuk je precies wilt, zal het verzoek te algemeen zijn en zal de rechter de vordering afwijzen. Als er al stukken boven water komen blijft het nog maar de vraag of je alles hebt gekregen, of alleen de stukken die de tegenpartij niet schaden. De laatste optie is wat kostbaarder maar het meest effectief: beslag leggen op schriftelijke stukken en digitale informatie waarover de tegenpartij de beschikking heeft. Niet alleen die in zijn computer, ook de bestanden en correspondentie  in zijn mailbox of in de Cloud en de gesprekslijst en Whatsappjes in zijn telefoon. Een door de rechter te benoemen ICT-er gaat onaangekondigd met een deurwaarder bij de tegenpartij langs en maakt daar een kopie van die bestanden die hij op een harde schijf bewaart, totdat je in een bodemprocedure toestemming krijgt om die informatie in te zien. Ik had laatst een procedure tegen een ex-werknemer die voornamelijk vanuit huis werkte. Hij had direct na einde dienstverband een concurrerend bedrijf bij de KvK ingeschreven. Omdat hij niet aan een concurrentiebeding was gebonden stond hem dat in beginsel vrij. Wij moesten dus bewijzen dat hij tijdens zijn dienstverband  concurrerende handelingen had verricht. Probleem was dat de werknemer in strijd met zijn contract niet alle documenten en bestanden van zijn werkgever had ingeleverd. Door het leggen van een bewijsbeslag en een kort geding tot afgifte hebben we nu bewijs dat hij al tijdens de arbeidsovereenkomst klanten en leveranciers aan het losweken was en zijn bedrijf al had opgericht. Omdat wij nu bewijs hebben, zal de discussie in de bodemprocedure voornamelijk nog over de hoogte van de schade gaan. ### Burendag Burendag Gezellige Burendag gehad? Op zaterdag 24 september 2016 was het voor de elfde keer Burendag. Een dag om de banden met de buren weer eens aan te halen en om kennis te maken met nieuwe buurtbewoners. Gezellig hoor! Voor de politie was het een drukke nachtdienst, want in de praktijk hebben buren nogal eens last van elkaar en lopen de emoties soms hoog op. Zeker als er een borreltje genuttigd is. Sommige buren houden alleen rekening met zichzelf. Als je ’s morgens vroeg op moet, is het niet fijn dat de buren tot diep in de nacht feesten. De buurman die zijn auto steeds zo parkeert dat jij er niet uit kunt, zijn hond op jouw stoep zijn behoefte laat doen, de erfgrens steeds jouw kant op laat kruipen of zijn overhangende takken niet snoeit, haalt het bloed onder je nagels vandaan. Maar hoeveel overlast of, zoals juristen dat noemen, ‘hinder’ heb je nu eigenlijk te tolereren?Je kunt niet verlangen dat buren geen hinder veroorzaken. Denk aan een incidenteel blaffende hond, een joelend kind, een rokende barbecue. Dat heb je maar te accepteren, zoals zij ook jouw overlast moeten accepteren.  Pas als de hinder ernstigere vormen aanneemt en ‘onrechtmatig’ wordt, in de zin van een onaanvaardbare inbreuk op jouw recht om ongestoord te wonen, kun je daar wat tegen doen. Helaas is er geen tabelletje waaruit je kunt aflezen of hinder onrechtmatig is. Rechters gaan aan de hand van de aard, de ernst en de duur van de hinder bepalen of dat onrechtmatig is of niet. De buurman die elke zondag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met bladblazer, kettingzaag en motormaaier aan de slag is, veroorzaakt eerder onrechtmatige hinder dan de buurman die in de zomer op zaterdagmiddag even zijn gras maait. Daarnaast spelen tijd en plaats een rol. Als je naast een muziekschool gaat wonen heb je minder recht tot klagen dan als je eerst rustig woonde en er een beginnend drummer naast je is komen wonen. In het buitengebied zul je eerder hinder van de stallen van de buren hebben te tolereren dan in een rijtjeshuis. Tot slot wordt natuurlijk rekening gehouden met de tijdstippen van de overlast. In de nachtelijke uren mag minder herrie gemaakt worden dan overdag. Wat kun je daar –behalve verhuizen of de buurman omleggen- eigenlijk aan doen? Als praten met de buren niet lukt of als afspraken niet nagekomen worden, kun je het best een dossier gaan opbouwen. Noteer welke overlast wanneer wordt veroorzaakt en maak daar bijvoorbeeld geluidsopnamen of een video van. Schrijf vervolgens de buren aan en vraag vriendelijk om de hinder te beperken. Als dat niet werkt kun je de politie bellen. Die gaan vaak eerst bemiddelen en als de hinder voort blijft duren kan de politie een proces-verbaal opmaken. Zij kunnen zelfs de overlast veroorzakende middelen in beslag nemen. In gevallen waarin de overlast in strijd met het bestemmingsplan is, kun je aan de gemeente vragen om handhavend op te treden. De buurman die thuis zonder vergunning een autogarage exploiteert, kan bestuursrechtelijk worden aangepakt. De gemeente kan die inrichting sluiten en dwangsommen opleggen. Als dat allemaal niet tot een oplossing leidt, kun je naar de rechter stappen. Uw advocaat kan in kort geding aan de rechter vragen om de buren te verbieden om hinder te veroorzaken. Als de rechter de hinder onrechtmatig vindt dan kan hij een verbod opleggen en op overtreding een forse boete stellen. Om de rechter te kunnen overtuigen zal je als eiser genoeg bewijs moeten hebben, bijvoorbeeld de eerder genoemde aangiften, zelf gemaakte overzichten, opnamen en verklaringen van andere buurtbewoners. Zo houd je in ieder geval ook buiten burendag nog contact met de overige buurtbewoners. ### Tijdelijke verhuur van uw woning Tijdelijke verhuur van uw woning Het zal u bekend zijn dat huurders extreem goed beschermd worden. Zo kan een huurder met wie u uitdrukkelijk heeft afgesproken dat hij uw woning tijdelijk huurt, in de meeste gevallen aanspraak maken op huurbescherming en krijgt u hem er niet meer uit. Op 1 juli 2016 is de Wet Doorstroming Huurmarkt 2015 in werking getreden. Hierdoor wordt het mogelijk om een zelfstandige woning (een woning met eigen voorzieningen) voor een periode van maximaal 2 jaar te verhuren. Voor een onzelfstandige woning (een ’kamer’) geldt een maximale periode van 5 jaar. Zoals het een door bureaujuristen bedachte wet betaamt, zitten in deze regeling wel een paar valkuilen voor de goedbedoelende verhuurder.De maximale duur van de tijdelijke huurperiode is 2 jaar (woning) of 5 jaar (kamer). U mag maar 1x een tijdelijke huurovereenkomst sluiten. Als u deze termijn (al is het maar met 1 dag) overschrijdt, of als u binnen die termijn een tweede contract aanbiedt, geldt automatisch een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd en krijgt u de huurder er niet meer uit. Wees dus niet aardig tegen uw huurder door een korte verlenging toe te staan als hij nog geen andere woonruimte heeft.De tijdelijke huurovereenkomst eindigt weliswaar automatisch op de afgesproken einddatum, maar u moet de huurder wel schriftelijk informeren over het einde van de termijn. U mag uw brief niet eerder dan 3 maanden voor de einddatum versturen (u kunt de aanzegging dus niet in het huurcontract opnemen), maar ook niet later dan 1 maand voor de einddatum. Als u de huurder niet (precies op tijd) schriftelijk op het einde van de termijn wijst, wordt de huurovereenkomst automatisch voor onbepaalde termijn verlengd en heeft de huurder volledige huurbescherming. Stuur die aanzeggingsbrief dus aangetekend met handtekening retour of laat de huurder voor ontvangst tekenen, om te voorkomen dat de huurder het contract voor onbepaalde tijd kan verlengen door de ontvangst van uw brief te betwisten.Daarnaast krijgt de huurder nog een paar voordelen: hij hoeft geen opzegtermijn in acht te nemen, maar mag opzeggen tegen de datum waarop de huur moet worden betaald (meestal de 1e van de maand). Zelfs als in het contract staat dat er niet tussentijds opgezegd mag worden. Ook kan de huurder de redelijkheid van de afgesproken huurprijs laten toetsen door de huurcommissie. Dat verzoek kan hij nog tot 6 maanden na afloop van de huurovereenkomst indienen, om zo te proberen met terugwerkende kracht korting op de huurprijs te krijgen. Als verhuurder loopt u daarmee dus het risico te worden geconfronteerd met een terugvordering van teveel betaalde huur over een periode van maximaal twee jaar.Voor u als particuliere verhuurder wordt het –mits u goed op de formaliteiten let- eindelijk mogelijk om uw leegstaande woning of kamer te verhuren als u een andere woning heeft of als u langere tijd ergens anders gaat wonen. Onder de oude regeling kon dat maar in een beperkt aantal gevallen en moest u daar meestal een vergunning voor aanvragen.Daarmee is voor partijen weer een stukje contractsvrijheid teruggewonnen. ### De personenvennootschap De personenvennootschap Er zijn verschillende manieren om een bedrijf te voeren. Een kapitaalvennootschap (zoals een B.V. of een N.V.) is een door de notaris opgerichte rechtspersoon die zelfstandig rechten en verplichtingen aangaat, waarvoor de aandeelhouders en de bestuurders zelf niet aansprakelijk zijn. Een personenvennootschap (zoals een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap) is een onderhandse overeenkomst die de vennoten met elkaar sluiten over de inbreng van arbeid en kapitaal, en de verdeling van eventuele winst. Uit financiële overwegingen blijven de eenmanszaak en de personenvennootschappen populair. Vooral in de eerste jaren zit daar een aantal voordelen aan. Je hoeft niet naar de notaris om een BV op te richten, je krijgt fiscale voordelen als startersaftrek en de fiscus verlangt niet dat je op papier een fors (fictief) salaris uit de zaak moet opnemen waarover je inkomstenbelasting moet betalen. Veel ondernemers weten ondertussen wel dat een eenmanszaak of een personenvennootschap juridisch gezien eigenlijk ‘niets’ is, zodat zij persoonlijk aansprakelijk zijn voor alle schulden die het bedrijf heeft. Niet alleen voor de inkoopfacturen, maar ook voor de langdurige contracten zoals financierings-, huur-, lease- en arbeidsovereenkomsten. De aansprakelijkheid van de vennoten is ook nog eens hoofdelijk, wat betekent dat een schuldeiser mag kiezen bij welke vennoot hij betaling van zijn hele vordering afdwingt. Hij hoeft dus niet bij iedere vennoot een gelijk deel te halen. Maar hoe zit dat met de ‘oude’ schulden? Tot voor kort werd aangenomen dat een vennoot die tot een bestaande personenvennootschap toetrad, alleen aansprakelijk was voor de schulden en verplichtingen die na zijn toetreding ontstaan, en niet voor de oude schulden en verplichtingen. De schuldeiser moest dus eerst onderzoek doen naar de samenstelling van de personenvennootschap om uit te zoeken wie er precies in zaten toen de verplichting ontstond. Zeker in langdurige contracten (huur, arbeid, franchise) met vennootschappen met wisselende samenstelling was dat lastig. Soms zijn de oude vennoten met onbekende bestemming vertrokken, overleden of bieden zij geen verhaal meer. De Hoge Raad heeft vorig jaar een uitspraak gedaan waarin is bepaald dat de (beherend) vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schulden van de personenvennootschap, ongeacht de vraag of de verplichting is aangegaan voor of na de toetreding. Volgens de Hoge Raad staat in de wet dat de vennoten automatisch aansprakelijk zijn voor alle verplichtingen en dus ook voor bestaande schulden. De hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten is volgens de Hoge Raad juist in de wet opgenomen om de rechtszekerheid van de schuldeisers te beschermen. Daar past een onderzoek naar wanneer een schuld precies is ontstaan en wie er toen vennoot waren, niet bij. Volgens de Hoge Raad hoort een toetredend vennoot te weten dat hij persoonlijk in gaat staan voor de schulden van de vennootschap. Hij kan inzage in de boekhouding eisen en kan in het vennootschapscontract afspraken maken over de interne draagplicht voor oude schulden. Hieruit kunnen we twee lessen leren: de eerste is dat een uitgebreid boekenonderzoek (Due Dilligence) een goede investering is voor de toetredend vennoot. De tweede is dat dit goed nieuws is voor de schuldeiser van de personenvennootschap: die krijgt er zomaar een verhaalsmogelijkheid bij. ### Een goed verhaal Een goed verhaal Het is niet zo dat de verhuurder altijd met lege handen staat als zijn huurder failliet gaat. Niet alleen een curator, maar ook de individuele verhuurder kan proberen zijn schade op de bestuurder te verhalen. Als een rechtspersoon zoals een stichting of een BV wanprestatie pleegt (bijvoorbeeld door geen huur meer te betalen) is normaal gesproken alleen de rechtspersoon aansprakelijk voor de schade. Als die geen verhaal biedt, heeft de verhuurder het nakijken. Maar soms kan de schade op de bestuurder verhaald worden. Dat kan als die bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld, en hem daarvan voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. In de rechtspraak worden grofweg twee categorieën van onrechtmatig handelen gehanteerd. De eerste categorie is het lichtvaardig contracteren. Een bestuurder die bij het sluiten van een huurovereenkomst namens de rechtspersoon redelijkerwijs weet of hoort te weten dat de rechtspersoon de huurovereenkomst niet zal nakomen en geen verhaal voor de schade biedt, handelt onrechtmatig tegen de verhuurder. Een voorbeeld van het lichtvaardig aangaan van een huurovereenkomst was een zaak waarin gedaagde bestuurder was van een stichting die een buurtrestaurant zou beginnen. De stichting was afhankelijk van subsidieverlening door de gemeente. Al vóór de oprichting van de stichting ging de bestuurder een huurovereenkomst aan. Het was toen nog niet zeker dat de stichting de benodigde subsidie zou ontvangen. Toen er geen subsidie kwam ging de stichting failliet. De bestuurder was voor de schade aansprakelijk omdat hij namens de stichting een huurovereenkomst was aangegaan, terwijl hij redelijkerwijs wist dat de stichting de huurverplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal voor de schade zou bieden. Bij de tweede categorie, de verhaalsfrustratie, is relevant of de bestuurder weet dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de vennootschap tot gevolg heeft dat deze de verplichtingen niet kan nakomen en ook geen verhaal zal bieden voor de schade. Vaak zie je dat vlakvoor het faillissement selectief wordt betaald aan een groepsvennootschap of aan een enkele crediteur, terwijl de overige schuldeisers, zoals de verhuurder, niet betaald worden. Ook het niet meer kunnen betalen omdat de BV is leeggehaald of het niet meer willen betalen wegens een verstoorde persoonlijke verhouding is onrechtmatig. Daarnaast zien we steeds meer uitspraken dat de bestuurder van een huurder een ongeschreven plicht heeft om de verhuurder te waarschuwen als de huur niet meer kan worden betaald en de vennootschap op een faillissement afstevent. Dit zijn geen makkelijke procedures, maar als u als verhuurders niets doet dan kunt u uw schade in ieder geval niet verhalen. En voor de bestuurders van huurders geldt het omgekeerde. Dat uw naam niet op de factuur staat wil niet altijd zeggen dat u niet hoeft te betalen. ### Koop van voertuigen Koop van voertuigen Stel u gaat een tweedehands transportmiddel kopen, bijvoorbeeld een bus. Waar moet u dan op letten? Op de koper –en zeker op de bedrijfsmatig handelend koper- rust een onderzoeksplicht. Dat betekent dat u vóór de koop het voertuig goed moet bekijken, dat u moet vragen naar de voertuigpapieren, de onderhoudshistorie en naar eventuele schades. Als u ten onrechte niets vraagt, dan draagt u het risico van gebreken. De verkoper zal in het algemeen niet aansprakelijk zijn voor een gebrek dat de koper had kunnen zien. Met een zichtbaar gebrek zal al rekening zijn gehouden bij het bepalen van de (lagere) koopprijs. Discussies gaan daarom meestal over aansprakelijkheid voor verborgen gebreken. Er zijn geen standaard eisen waar een tweedehands voertuig aan moet voldoen. Juristen hanteren het conformiteitsbeginsel: het gekochte moet voldoen aan de overeenkomst. Rechters kijken naar wat de verkoper gezegd heeft, naar wat de koper meldde met het gekochte te willen gaan doen en naar de in redelijkheid aan het gekochte te stellen eisen. Een busje uit de jaren ‘ 90 met 700.000 kilometer op de teller met zichtbare schade mag meer gebreken hebben dan een smetteloos busje uit 2013 met 20.000 kilometer. Tenzij u het busje in de fabrieksgarantie bij de dealer koopt, doet u er goed aan de advertentie te bewaren, naar alle papieren te vragen en uw aankoop te laten onderzoeken door een deskundige. U kunt een positief keuringsrapport als ontbindende voorwaarde opnemen. Stel nu dat voertuig kort na aflevering niet goed blijkt of anderszins niet aan uw verwachtingen voldoet. Wat dan? Belangrijk is om niet te lang te wachten met een reactie per brief of fax. Ook al zijn uw klachten gegrond: als u niet tijdig klaagt (‘reclameren’) dan bent u rechteloos en zult u een procedure bij de rechter keihard verliezen. Wij hebben al diverse zaken gewonnen door te stellen dat de koper niet tijdig geklaagd heeft. Als de koper het tegendeel niet kan bewijzen, mag hij de overeenkomst niet ontbinden en kan hij de herstelkosten niet op de verkoper verhalen. Wat is nu een redelijke termijn om te klagen? Bij consumentenkoop geldt een termijn van 2 maanden na de ontdekking van het gebrek. Voor de zakelijke koper geldt geen vaste wettelijke reclametermijn, maar een ‘redelijke’ termijn. Als de verkoper zijn Algemene Voorwaarden van toepassing heeft verklaard, dan staat daarin meestal binnen hoeveel dagen u moet reclameren, en hoe u dat moet doen. Kijk dus in de algemene voorwaarden en reageer bewijsbaar. Dus niet alleen: bellen/langs gaan, maar per aangetekende brief, fax, of e-mail met ontvangstbevestiging. In uw klachtbrief moet een 'Ingebrekestelling' staan. Dat betekent dat u zo exact mogelijk vermeldt wat de gebreken zijn en dat u de leverancier een uiterste termijn geeft waarbinnen hij de gebreken moet herstellen of alsnog deugdelijk moet leveren. Als u de verkoper liever niet direct een aangetekende brief wilt sturen kunt u mondeling klagen en afspreken dat u uw klacht nog even schriftelijk zult bevestigen. Als teleurgestelde koper heeft u een paar acties: Als u de koopsom nog niet betaald heeft, kunt u betaling (gedeeltelijk) opschorten. Let op: het niet betaalde bedrag moet in verhouding staan tot de ernst van het gebrek.U kunt eisen dat de verkoper alsnog goed levert, bijvoorbeeld door het gebrek te herstellen. Als de verkoper niet alsnog wil of kan nakomen kunt u de koopovereenkomst geheel of gedeeltelijk ontbinden. Ontbinding leidt tot ongedaanmakingsverplichting: u moet het gekochte teruggeven en de verkoper moet de koopsom terugbetalen. In sommige gevallen is de verkoper ook aansprakelijk voor de schade u door de gebrekkige levering en de ontbinding heeft geleden. Maar nogmaals: u heeft pas recht op ontbinding en schadevergoeding als u tijdig heeft geklaagd en de verkoper in gebreke heeft gesteld. ### Ik bied de helft Ik bied de helft Als je als bedrijf of land op zwart zaad zit, kun je twee wegen bewandelen: een faillissement (of schuldsanering) waarbij een door de rechter benoemde bewindvoerder de activa te gelde maakt en de opbrengst verdeelt, óf een vrijwillige schuldsanering waarbij je je schuldeisers een bedrag tegen finale kwijting aanbiedt. Deze laatste route wordt wel het buitengerechtelijke crediteurenakkoord genoemd. Op die manier kan een bedrijf de schuldenlast saneren en met een schone lei beginnen. Klanten vragen mij steeds vaker of zij als schuldeiser aan zo’n regeling mee moeten doen. Strikt genomen kun je als schuldeiser namelijk niet zomaar worden gedwongen om akkoord te gaan met een percentage van jouw vordering. Dat kan alleen bij een gerechtelijk dwangakkoord infaillissement/schuldsanering. Als schuldeiser hoef je niet ieder buitengerechtelijk aanbod zomaar te accepteren. Er zijn een paar vuistregels voor een goed aanbod. De belangrijkste is dat er voldoende informatie worden verstrekt. Hoe zijn de financiële problemen ontstaan, hoe zijn de schulden opgebouwd, wie zijn de schuldeisers, voor welk bedrag? Verder moet duidelijk zijn wat de financiële positie en de vooruitzichten zijn, wie het akkoord financiert en onder welke voorwaarden er een bedrag ter beschikking wordt gesteld. Bovendien geldt dat alle vorderingen moeten worden meegenomen, dus geen uitzonderingen. Pas met die informatie kun je een weloverwogen besluit nemen. De inhoud van het aanbod is niet aan regels gebonden. Meestal wordt aan de normale schuldeisers (“concurrente crediteuren”) een bepaald percentage van de vordering aangeboden, bijvoorbeeld 20%, tegen finale kwijting voor het restant. Daarbij wordt nog wel eens aangeboden dat kleinere schuldeisers –factuurtjes tot bijvoorbeeld € 1.000– hun vordering volledig of voor een groter deel voldaan krijgen. De fiscus heeft als “preferente crediteur” in dit verband een bijzondere positie. In de Leidraad Invordering is bepaald dat de fiscus pas aan een akkoord mee hoeft te werken als zij het dubbele percentage krijgt van dat van de overige schuldeisers. Het is voor een ‘normale’ schuldeiser vaak kiezen tussen twee kwaden: of genoegen nemen met een percentage, of afwachten wat je in een faillissement krijgt. Meestal is dat laatste niks. ### Met wie doet u zaken? Met wie doet u zaken Als incasso-advocaat krijgen wij wel eens vorderingen van klanten die niet weten met wie ze eigenlijk zaken hebben gedaan. Vaak is dat niet zo belangrijk. Als je bijvoorbeeld iets verkoopt aan iemand die contant betaalt, is het niet zo belangrijk welke rechtsvorm de koper precies heeft. Als je zaken met een bedrijf gaat doen, is het raadzaam om vooraf te weten welke ondernemingsvorm het bedrijf heeft. Een B.V. of N.V. is een aparte rechtspersoon met een afgescheiden (eigen) vermogen, waarvan de bestuurders in beginsel niet persoonlijk aansprakelijk zijn. Bij een eenmanszaak of een VOF is de ondernemer wel persoonlijk aansprakelijk, die bedrijfsvormen hebben geen ‘afgescheiden vermogen’. Bij ondernemers die iets te verbergen hebben of die de boel willen tillen, zijn rechtspersonen naar buitenlands recht populair, zoals de Private Limited Company. Deze worden kortweg Limited genoemd, afgekort Ltd. De meeste Limiteds bieden geen dubbeltje verhaal en de eigenaar of uiteindelijk belanghebbende van de Limited is vaak moeilijk te achterhalen. Voordeel voor ondernemers is dat er geen onderzoek wordt gedaan naar de oprichter, zoals bij een BV (waarbij de oprichter over een justitiële verklaring van geen bezwaar moet beschikken) wel het geval is. Wij zien gevallen waarin de vennoten van een verlieslatende VOF hun VOF ontbinden en vervolgens een Limited oprichten die (behoudens de toevoeging Ltd. In plaats van firma) in niets verschilt van de VOF waarvan de klant dacht dat hij daarmee zaken deed. Ook veel eigenaren van een eenmanszaak doen dat zo; uitschrijven en er een Limited tussen schuiven. De leverancier zal daar in eerste instantie niet zo bij stil staan, of daar liever geen kritische vragen over stellen. Zeker de kleine zelfstandige die een goed gesprek met zijn contactpersoon heeft gehad en blij is dat hij zaken kan doen. Voor het betaald krijgen van uw facturen of de vaststelling van aansprakelijkheid in geval van niet of niet goed nagekomen overeenkomst, is de persoon van uw contractspartij wel van belang. Bij een eenmanszaak is de eigenaar aansprakelijk voor de schulden, bij een vof zijn de vennoten hoofdelijk (dus ieder voor het geheel) aansprakelijk. Bij een rechtspersoon met afgescheiden vermogen (zoals een BV of NV) is in beginsel alleen de rechtspersoon aansprakelijk en niet de bestuurders of andere betrokkenen. Dat geldt ook voor de Limited, die meestal ook nog eens geen verhaal biedt. Onlangs zijn er weer een paar uitspraken gepubliceerd waarbij de eiser naar zijn geld kon fluiten, omdat hij zaken dacht te doen met de VOF waar hij al eerder zaken mee deed, terwijl die VOF bleek te zijn ontbonden en er door de oude vennoten een Limited was opgericht. Dat had hij volgens de rechter uit het inschrijfnummer op het briefpapier en in het Handelsregister kunnen zien. Dat de Limited door de oude vennoten was opgericht en dezelfde handelsnaam en uitstraling heeft, doet daarbij niet ter zake. Als ondernemer moet u nu eenmaal wakker zijn en geniet u minder bescherming tegen malafide praktijken. Als u de verkeerde partij in de procedure betrekt, wordt uw vordering afgewezen. Dan kunt u nog hoogstens proberen om de bestuurders in privé aan te spreken uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid, maar zo’n vordering zult u bijzonder goed moeten onderbouwen, zeker als u had kunnen zien dat u met een andere contractspartij zaken deed. Bij kleinere opdrachten kunt u zelf in het handelsregister van de Kamer van Koophandel kijken met wie u zaken doet en of uw aanspreekpunt wel bevoegd is om opdrachten te geven. Als de belangen groter zijn kunt u bij een handelsinformatiebureau een rapportje opvragen over het bedrijf, de geschiedenis, de mogelijkheden om uw vorderingen te verhalen en de betrouwbaarheid van de eigenaren. Beter vooraf een paar tientjes aan onderzoekskosten dan achteraf tienduizenden euro’s afschrijven. ### Social media op de werkvloer Social media op de werkvloer Werknemers zitten steeds vaker op Twitter, Facebook en LinkedIn. Dat kan in de arbeidsrelatie irritatie opleveren. Zowel binnen het bedrijf als naar buiten toe. Wat kunt u daar als werkgever mee? Er is een spanningsveld tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van de werknemer en anderzijds de arbeidsrechtelijke gezagsverhouding enhet goed werknemerschap. In het algemeen mag een werknemer zijn mening uiten over de werkgever en collega's, zolang daarbij de fatsoensnormen niet worden overschreden. Als beschuldigingen (redelijk) hard gemaakt kunnen worden, mag een werknemer daarover mededelingen doen in de social media. Het gebruik vanscheldwoorden wordt door de gemiddelde rechter echter minder gewaardeerd, omdat grove beledigingen niet onder de vrijheid van meningsuiting vallen. Een relatiebeding (verbod aan de werknemer om na einde arbeidsovereenkomst zakelijke contacten te onderhouden met relaties van de werkgever) kan overtreden worden als een ex-werknemer een relatie van zijn ex-werkgever toevoegt aan zijn account op Facebook of LinkedIn. Voor Twitter geldt dat trouwens niet omdat andere Twitteraars jou kunnen volgen zonder dat je hen zelf eerst moet accepteren. Als u hierover scheve gezichten wilt voorkomen, kunt u als werkgever een social media beleid invoeren waarmee de grenzen voor werknemers worden afgebakend. Als u dat een standaard onderdeel van de arbeidsvoorwaarden maakt, kunt u een hoop irritatie voorkómen. U kunt bijvoorbeeld regels stellen over het gebruik van GSM of computer onder (kostbare) werktijd, het doen van schadelijke mededelingen over het bedrijf, het verspreiden van berichten na de (bedrijfs-)borrel of het plaatsen van een bepaald soort praatjes en plaatjes op internet. ### De bodem is in zicht De bodem is in zicht De overheid in het algemeen en de fiscus in het bijzonder hebben zich zelf rijkelijk toebedeeld als het gaat om het verhalen van (belasting-)schulden. De ondernemer die voorziet dat hij zijn belastingschulden niet meer kan betalen moet –op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid!- direct bij de fiscus een melding betalingsonmacht doen. De ondernemer moet zichzelf van te voren dus al aangeven, zodat de fiscus zonder op een gerechtelijke uitspraak te moeten wachten, executoriaal beslag kan leggen. Hiermee heeft de fiscus dus een informatievoorsprong ten opzichte van gewone schuldeisers. Nog een voordeel voor de fiscus is dat hij niet langs de rechter hoeft, maar zelf een dwangbevel mag uitschrijven dat even sterk is als een vonnis.. Als een gewone schuldeiser zijn vordering wil incasseren, kan hij zich slechts verhalen op de zaken die eigendom zijn van de schuldenaar, waarbij hij de opbrengst vaak aan anderen moet afstaan of met hen moet delen. De fiscus heeft echter een ‘bodemrecht’: hij mag beslag leggen op de roerende zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden. Met de opbrengst daarvan worden belastingschulden verrekend. Het maakt hierbij niet uit wiens eigendom die zaken precies zijn en de fiscus heeft ook nog eens voorrang op andere zekerheidsgerechtigden, zoals pandhouders. Er zijn een paar manieren bedacht om deze oneerlijke concurrentie te omzeilen. Zo kun je er voor zorgen dat de roerende zaken niet meer op de bodem staan, bijvoorbeeld het omzetten van een stil pandrecht in een vuistpandrecht of het verhuren van de bodem van de belastingschuldige. U zult begrijpen dat de fiscus hiermee wel eens achter het net vist. De overheid heeft daarom een nieuwe regeling vastgesteld. De zekerheidsgerechtigde (denk aan bank, leasemaatschappij of pandrecht houdend schuldeiser) moet voortaan aan de Ontvanger melden dat hij zijn zekerheidsrechten wil gaan uitoefenen. De Ontvanger heeft dan vier weken de tijd om alsnog beslag te leggen en zichzelf zo voorrang te geven. Als de fiscus niet tijdig reageert, heeft de zekerheidsgerechtigde nog maar vier weken de tijd om zijn zekerheden in te roepen. Je hoeft geen professor in de economie te zijn om te kunnen voorspellen dat dit voor ondernemers geen opsteker is in de toch al lastige kredietmarkt. ### Help, mijn klant is ineens failliet Help, mijn klant is ineens failliet Helaas betalen niet alle klanten de factuur die u voor de bij u bestelde spullen stuurt. Tot onze verbazing boeken de meeste ondernemers die een klant zien failleren, de vordering maar gewoon af en beschouwen de spullen als verloren. Failliet is failliet en als de hoger gerangschikten -zoals curator, bank en fiscus- uitgegeten zijn, zit er toch geen vlees meer aan het kadaver. Toch hoef je als leverancier niet altijd met lege handen te blijven staan. Zelfs tijdens faillissement zijn juridische manieren om uw spullen terug te halen, of uw schade vergoed te krijgen. Veel verkopers hebben in hun algemene voorwaarden een eigendomsvoorbehoud opgenomen. Dat betekent dat het eigendomsrecht niet op de koper overgaat door de levering, maar pas bij de betaling. Als er wel wordt geleverd maar niet wordt betaald, kunt u bij de curator uw spullen gewoon opeisen. Die zal uiteraard eerst onderzoeken of uw voorwaarden geleden, uw spullen niet al zijn verwerkt in nieuwe producten en of ze nog wel als uw eigendom identificeerbaar zijn. Dat betekent weliswaar discussie, maar dat is beter dan alles gelijk kwijt. Als er geen eigendomsvoorbehoud (meer) geldt, kunt u misschien het wettelijke reclamerecht inroepen. Dat geldt altijd, dus ook als er geen contractuele zekerheden zijn overeengekomen. Als de verkoper het wettelijk reclamerecht inroept, wordt de overeenkomst ontbonden en keert het eigendomsrecht weer terug naar de verkoper. De koper (of diens curator) moet de onbetaald gelaten spullen dan weer teruggeven, omdat hij geen eigenaar meer is. Daarmee beperkt u dus uw schade, omdat u uw spullen weer op kunt halen en aan een ander kunt verkopen. Soms wil zelfs de curator uw spullen alsnog kopen als hij die voor een goede prijs kan doorverkopen. U moet dat reclamerecht wel snel inroepen: binnen 6 weken nadat de koper uw factuur heeft ontvangen, of binnen 60 dagen nadat u de spullen aan de koper heeft geleverd. Het enige dat u hoeft te doen is (bewijsbaar) schriftelijk een beroep op het reclamerecht te doen. Dus een aangetekende brief, fax of mail met ontvangstbevestiging aan de koper: Omdat u de koopsom niet heeft betaald, roep ik mijn reclamerecht in. Meer niet. Als er geen eigendomsvoorbehoud geldt en u het reclamerecht niet tijdig heeft ingeroepen, is er nog een laatste strohalm als de koper kort na levering failleert. U kunt de bestuurder in privé aanspreken tot schadevergoeding. Een bestuurder die weet of behoort te weten dat de BV de bestelde goederen niet zal kunnen betalen en ook geen verhaal biedt voor schadevergoeding, handelt onrechtmatig tegen u. Hij had dat namelijk horen te zeggen, zodat u de keus had kunnen maken tussen het risico lopen, of van de overeenkomst afzien of daar andere voorwaarden aan te verbinden. Maar zoals altijd: voorkómen is goedkoper dan vóórkomen. Als u twijfelt over de kredietwaardigheid van uw klant of als het financiële risico voor uw bedrijf relatief groot is, bel dan eerst even uw advocaat voor advies. Dat kan u een bak geld schelen. ### De vennootschap onder firma De vennootschap onder firma U kunt kiezen uit verschillende rechtsvormen waarin u uw bedrijf wilt exploiteren. Wat de beste vorm is, is afhankelijk van wat u precies wilt gaan doen. Er zijn rechtsvormen met rechtspersoonlijkheid, zoals bijvoorbeeld de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap. Als u een bedrijf start met langdurige verplichtingen (huur, arbeid, leveranciers), activiteiten waarvoor veel geïnvesteerd moet worden, of activiteiten met verhoogd risico op schade, kunt u beter bij de notaris een besloten vennootschap laten oprichten. Zulke bedrijven hebben een ‘eigen’ vermogen en sluiten contracten op eigen naam, waarvoor u als eigenaar niet aansprakelijk bent. Gaat u nog groter en wilt u kapitaal uit de markt kunnen halen, dan is een NV misschien interessant. Er zijn ook rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid, zoals de eenmanszaak (dat bent u zelf) of de personenvennootschapen zoals de maatschap of de vennootschap onder firma (v.o.f.). Personen vennootschappen hebben wel een afgescheiden vermogen, maar de maten of vennoten zijn in privé aansprakelijk voor alle schulden. Deze personenvennootschappen kunnen worden opgericht per ‘onderhandse’ overeenkomst. In een maatschap werken 2 of meer personen samen door geld, goederen of arbeid in te brengen en de opbrengst van de inspanningen te verdelen. Maatschappen zie je vaak in de landbouw en in de gezondheidszorg. De maten handelen dan op eigen naam, en delen de kosten. De v.o.f. is een bijzondere vorm van de maatschap. Daarin wordt een bedrijf geëxploiteerd onder een gemeenschappelijke naam. De overeenkomst waarin de v.o.f. wordt vastgelegd, is vormvrij en hoeft niet per se schriftelijk. De v.o.f. mag dus ook mondeling worden opgericht en in de rechtspraak zijn zelfs stilzwijgende v.o.f. overeenkomsten aangenomen. De enige verplichting is eigenlijk dat de v.o.f. in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel moet worden ingeschreven. Maar dat doet niets af aan het bestaan van de v.o.f.: ook zonder inschrijving in het handelsregister kan een v.o.f. bestaan. Het ontbreken van een contract is (zoals meestal het geval) pas een probleem als er scheve gezichten ontstaan of als de omstandigheden plots veranderen. Bijvoorbeeld als partijen de samenwerking beëindigen, als een van de vennoten langdurig uitvalt of als er grote schulden ontstaan.Dan is het fijn als je niet eerst met je medevennoten in discussie hoeft. Soms zie je dat een vennoot zich aan zijn verplichtingen probeert te onttrekken door het bestaan van de v.o.f. te betwisten. Als dat in een gerechtelijke procedure door één van de vennoten wordt gedaan, dan moet degene die zich op de gevolgen van het bestaan van de v.o.f. beroept, maar bewijzen dat er een v.o.f. is en zo ja, onder welke voorwaarden. Als je dan geen v.o.f. contract hebt, heb je een bewijsprobleem en verlies je waarschijnlijk de procedure. Het v.o.f. contract is niet alleen van belang om het bestaan van de v.o.f. mee te bewijzen. In het contract kunnen gelijk afspraken worden opgenomen om toekomstige discussies te voorkómen. Bijvoorbeeld over de inbreng door elk der vennoten, het verdelen van de winst/het verlies, de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de vennoten, het opnemen van het winstaandeel, wat er gebeurt als een vennoot door ziekte niet meer kan werken, de uiteindelijke ontbinding van de v.o.f., de uitkoop van een van de vennoten, de waardering van het bedrijf voor de vennoot die het bedrijf voortzet, een concurrentiebeding, enzovoorts. Dat zijn geen leuke dingen om bij het starten van een bedrijf aan te denken, maar als er problemen komen bent u blij dat u heldere afspraken heeft gemaakt toen alle lichten nog op groen stonden. Daarvoor is het trouwens niet te laat: ook reeds bestaande bedrijven bij wie geen vuiltje aan de lucht is, kunnen alsnog afspraken maken en die vastleggen. ### Letter of intent Letter of intent Zoals ik al vaker meldde is het sluiten van overeenkomsten een belangrijke taak van iedere ondernemer. Kleine overeenkomsten gaan meestal mondeling, per telefoon of per e-mail. Aan overeenkomsten met een groter belang gaat meestal een uitvoerig onderhandelingstraject vooraf. Voor ondernemers is dat doorgaans niet gratis: er moet advies ingewonnen worden, er moeten manuren en vaak externe kosten worden gemaakt. Dat is niet erg als de onderhandelingen tot een opdracht leiden, maar als dat niet het geval is dan zijn alle inspanningen voor niets geweest en is de investering verdampt. Als u onderhandelt over de totstandkoming van een overeenkomst is dat doorgaans vrijblijvend en mag u die afbreken als de voorwaarden u niet aanstaan. Toch is dat niet altijd zo. Rechters hebben uitgangspunten ontwikkeld voor de grenzen van de vrijheid om onderhandelingen af te breken. Als die grenzen worden overschreden dan kan de afbrekende partij verplicht worden om door te onderhandelen of de om de door de andere partij gemaakte kosten te vergoeden. In ernstige gevallen kan zelfs het positieve contractbelang (waaronder gederfde winst) als schade worden toegewezen. Helaas staan de exacte grenzen niet vast. Rechters hanteren de ‘open norm’ van de redelijkheid en billijkheid, dus alles is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Om vooraf duidelijkheid te krijgen kunnen partijen een intentieverklaring opstellen, waarin afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de onderhandelingen worden gevoerd en hoe wordt omgegaan met het afbreken van onderhandelingen. U zult begrijpen dat zo’n intentieverklaring verregaande gevolgen kan hebben. Het is daarom verstandig deze niet zo maar te ondertekenen of van het internet te plukken, maar die vooraf door uw advocaat te laten controleren. ### Niets nieuws onder de zon Niets nieuws onder de zon Op 1 januari 2016 treedt de ‘Wet tot wijziging van de Wet aanpassing arbeidsduur ten einde flexibel werken te bevorderen’ in werking. Deze wet wordt door de initiatiefnemers (twee oppositiepartijen) nu gepresenteerd als een enorme verbetering van de positie van werknemers. Maar is dat zo? In de pers wordt fors uitgepakt met een nieuw ‘recht’ op thuiswerken en flexibel werken, alsof werknemers zo maar kunnen melden voortaan vanuit huis of buiten kantoortijden te gaan werken en zelfs het aantal uren kunnen aanpassen, zonder dat u daar iets tegen zou kunnen doen. Gelukkig loopt het zo’n vaart niet. De nieuwe regelgeving gaat niet gelden voor alle werknemers, maar alleen voor werknemers van bedrijven met meer dan 10 werknemers. Die werknemers krijgen dan de mogelijkheid om bij de werkgever een verzoek in te dienen om hun arbeidsplaats, arbeidsduur of werktijden te wijzigen. De werknemer kan het verzoek pas indienen als hij al langer dan een half jaar in dienst is en moet het verzoek uiterlijk 2 maanden voor de gewenste ingangsdatum schriftelijk hebben ingediend. De werkgever moet daar dan binnen een maand op reageren. Er wordt geen algemeen recht ingevoerd voor werknemers om thuis te werken. Dat is maar goed ook want de verleiding van privéactiviteiten (u herinnert zich vast nog de cup-a-soup reclame met de klussende werknemer) is voor werknemers erg groot en de controlemogelijkheden voor de werkgever zijn –gezien de privacywetgeving- bijzonder klein. Voor dergelijke verzoeken geldt voortaan dat de werknemer er om mag vragen, dat u daar overleg over moet voeren en dat u de afwijzing moet motiveren. Meer niet. Aan het afwijzen van verzoeken om de uren anders in te delen of om meer/minder uren te gaan werken, worden wel eisen gesteld.  Als u zwaarwegende gronden tegen het verzoek heeft–bijvoorbeeld veiligheidsoverwegingen, financiële belangen of organisatorische bezwaren- dan moet u overleg met de werknemer voeren waarna u het verzoek mag afwijzen. Die afwijzing moet u schriftelijk motiveren, zodat de werknemer zijn kansen bij de kantonrechter kan wagen. De werknemer mag vervolgens maar één keer per jaar een nieuw verzoek indienen. Als u niet tijdig reageert, wordt de arbeidsovereenkomst conform verzoek van de werknemer gewijzigd en zult u naar de rechter moeten om de oude situatie te herstellen. Eventuele afwijkingen van deze wettelijke regelingen kunnen in de cao of in overleg met de ondernemingsraad/personeelsvertegenwoordiging worden overeengekomen. Voor grotere werkgevers ligt daar dus (nog) een kans. Voor werkgevers met minder dan 10 werknemers geldt deze nieuwe wet niet. Voor hen gaat wel een verplichting gelden om een regeling te treffen met betrekking tot het recht van werknemers op aanpassing van de arbeidsduur (dus verzoeken om meer of minder uren te werken). U moet op dat punt dit jaar dus nog actie ondernemen door een regeling op te stellen en die aan uw werknemers beschikbaar te stellen. ### Betaling van uw facturen Betaling van uw facturen Als u voor iemand werkt of goederen levert, dan wilt u daarvoor graag betaald worden. Liefst tijdig. Welke regels gelden daar tegenwoordig voor? Van belang is of uw klant een consument is, of een bedrijf/overheidsinstantie.Wanneer een consument uw factuur precies moet betalen, staat vreemd genoeg niet in de wet. Dat is dus aan partijen overgelaten. U kunt dus een betalingstermijn in (de algemene voorwaarden bij) de overeenkomst opnemen, of in uw orderbevestiging vermelden. Als u niets afspreekt raakt een consument pas na aanmaning in verzuim.De betalingstermijn voor leveringen aan bedrijven of overheden is wel wettelijk vastgelegd: binnen 30 dagen na de dag van ontvangst van de factuur. Contractueel mag een andere betaaltermijn worden overeengekomen, mits niet langer dan 60 dagen. Overheden en grote klanten maken daar vaak gebruik van. Om kleinere leveranciers te beschermen is een contractuele betalingstermijn langer dan 60 dagen alleen toegestaan als de klant kan aantonen dat dit voor geen van beide partijen nadelig is.Waar heeft u recht op als uw klant niet betaalt?Als uw klant uw factuur niet of te laat betaalt, mag u over de periode dat uw klant in verzuim is de wettelijke rente in rekening brengen. Dat is een vergoeding voor de schade die u lijdt doordat u niet de beschikking heeft over het bedrag waarop u wel recht heeft. Dat is ook logisch want als u rood moet staan omdat uw klanten zo laat betalen, moet u daar ook rente voor betalen.Bij leveringen aan bedrijven en overheid geldt de wettelijke rente voor handelstransacties, ook wel de ‘rente ex 6:119a BW’ genoemd.Bij leveringen aan consumenten geldt de 'gewone' wettelijke rente. Deze is veel lager dan de rente voor overheden en bedrijven.Net zoals andere rentes zijn deze percentages de afgelopen vijf jaar flink gezakt. U kunt de rente makkelijk zelf berekenen, de percentages staan op de website van De Nederlandsche Bank:Ingangsdatum: % consumenten % niet-consumenten1-1-2010 3,00 8,001-7-2010 3,00 8,001-1-2011 3,00 8,001-7-2011 4,00 8,251-1-2012 4,00 8,001-7-2012 3,00 8,001-1-2013 3,00 7,7516-3-2013 3,00 8,751-7-2013 3,00 8,501-1-2014 3,00 8,251-7-2014 3,00 8,151-1-2015 2,00 8,05De rente begint automatisch te lopen vanaf het moment dat de klant in verzuim is, dus na afloop van de wettelijke of contractuele betalingstermijn. U hoeft daarvoor dus niets te doen.IncassokostenNaast de wettelijke rente heeft u ook recht op vergoeding voor de kosten die u moet maken om een geldvordering te innen. Om gehakketak over de hoogte van de schade te voorkómen, hoeft u niet te bewijzen dat er werkzaamheden zijn verricht en wat die u precies gekost hebben, maar mag u een percentage van het factuurbedrag in rekening brengen. Het minimumbedrag van de vergoeding is € 40.Alleen als uw klant een bedrijf (B2B) of overheidsinstantie is, mag u in de overeenkomst andere percentages opnemen. Als u geen overeenkomst heeft, dan geldt de wettelijke regeling.vordering t/m percentage maximum€ 2.500,-- 15% over de hoofdsom € 375,--€ 5.000,-- € 375,-- + 10% over (hoofdsom minus € 2.500,--) € 625,--€ 10.000,-- € 625,-- + 5% over (hoofdsom minus € 5.000,--) € 875,--€ 200.000,-- € 875,-- + 1% over (hoofdsom minus € 10.000,--) € 2.775,--boven € 200.000,-- € 2.775,-- + 0,5% over (hoofdsom minus € 200.000,--) € 6.775,--Als uw klant een consument is, mag u pas vergoeding van incassokosten claimen als u (kunt bewijzen dat u) een betalingsherinnering heeft gestuurd. De Wet stelt aan de 14-dagen brief een aantal eisen. Daar moet in staan wat de hoogte van de maximale incassokosten is als er niet wordt betaald, en moet aan de klant een termijn van (minimaal) 14 dagen worden gegeven om alsnog te betalen zonder kosten te zijn verschuldigd.Als uw klant een bedrijf is, dan hoeft u geen 14-dagen brief te sturen. Wij zien echter steeds vaker dat rechters slechts een forfaitair bedrag voor incassokosten toekennen, als er een brief is gestuurd. Als u dat niet kunt bewijzen, dan moet u precies uitleggen welke bijzondere inspanningen u heeft verricht om betaling te krijgen en welke kosten u daarvoor heeft gemaakt.Wij raden onze klanten aan om voor hun betalingsherinnering aan alle klanten (dus niet alleen aan consumenten) een sjabloon te maken waarin de kosten automatisch worden berekend en er een termijn van 14 dagen wordt gegeven om nog kosteloos te betalen. Daarmee voorkomt u een extra 14-dagen termijn als wij de vordering voor u gaan incasseren. ### Problemen met de bank Problemen met de bank Tienduizenden mkb-ondernemers zitten in ernstige problemen doordat hun marges onder druk staan en hun klanten niet op tijd betalen. Sinds het begin van de bankencrisis zijn veel banken hun portefeuilles aan het opschonen. Niet omdat zij dat zelf zo graag willen, maar omdat zij vanuit Europa en de AFM daartoe gedwongen worden. Steeds meer ondernemers zitten bij de afdeling bijzonder beheer, dat vaak eindigt in een faillissement. Er zijn vele voorbeelden bekend waarbij een krediet lichtzinnig wordt opgezegd, of er met opzegging wordt gedreigd bijvoorbeeld om rentes te verhogen of voorwaarden te veranderen. Veel ondernemers voelen zich in het nauw gedreven. Voor een verlieslatende onderneming is het namelijk lastig om naar een andere bank over te stappen. Daarom accepteren zij vaak alle nieuwe voorwaarden, of verzwijgen zij problemen voor de bank.Om met dat laatste te beginnen: doe dat niet. Als u bewust onjuist informatie geeft handelt u onrechtmatig en loopt u de kans dat u in privé zou kunnen opdraaien voor het financieringstekort. De bank weet precies hoeveel er bij u in en uit gaat en heeft vaak een beter beeld van de onderneming dan de ondernemer zelf. Wees dus open en eerlijk.Een bank mag het krediet namelijk niet zomaar opzeggen. En ook de afdeling Bijzonder Beheer kan niet zomaar alles doen.Over het beëindigen van kredieten staat niet veel in de wet, maar volgens vaste rechtspraak geldt de zorgplicht van een bank ook richting de zakelijke klanten. Die zorgplicht brengt niet alleen plichten bij het aangaan van een overeenkomst (goed adviseren) maar ook bij de beëindiging daarvan.Als een bank een krediet te lichtvaardig opzegt, pleegt zij wanprestatie jegens de klant en handelt zij onrechtmatig jegens derden. Jammer genoeg zijn er nog geen keiharde richtlijnen waaraan de rechter kan toetsten. Een rechter gaat daarom kijken naar alle omstandigheden en maakt steeds een individuele beoordeling.Voor kredietrelaties geldt dat de bank een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging moet hebben. Voorts geldt dat de er voor de bank geen minder ingrijpende maatregelen meer mogelijk zijn.Daarnaast zal de rechter de wederzijdse belangen van partijen meewegen. De bank zal moeten onderbouwen waarom van haar niet verlangd kan worden de relatie voort te zetten, de klant zal moeten onderbouwen welke gevolgen een opzegging van het krediet voor hem heeft en welke opties hij heeft om een faillissement te voorkomen.De rechter zal bij zijn beoordeling ook naar uw opstelling richting de bank kijken: een bedrijf dat al langer klant is, zijn verplichtingen altijd netjes is nagekomen en de problemen tijdig zelf heeft aangekaart, zal eerder worden beschermd dan een passieve klant waar het al langer rommelt. Daarnaast kijkt een rechter ook naar de toekomst: de ernst van de achterstand, de waarde van uw zekerheden en de kans dat uw onderneming het met een reorganisatie gaat redden. Tot slot geldt dat als de bank wil opzeggen, men u daar tijdig van op de hoogte moet stellen en dat Bijzonder Beheer heeft geprobeerd om het tij nog te keren.Als u iets tegen een dreigende opzegging wilt ondernemen, moet u niet af gaan zitten wachten. Zoals dat in andere juridische kwesties ook geldt: neem zelf initiatief. Leg een gedetailleerd dossier aan van wat er is gebeurd en wie wat heeft gedaan. Als u een goed dossier heeft kunt u de bank wellicht nog op andere gedachten brengen en –als dat niet lukt- bij de rechter de opzegging tegen houden of ongedaan maken. ### Meer duidelijkheid over incassokosten Meer duidelijkheid over incassokosten Voorheen moest de schuldeiser bewijzen dat hij meer had gedaan dan het versturen van enkele betalingsherinneringen, voordat hij zijn kosten vergoed kreeg. Omdat iedere rechter dat anders uitlegde, ontstond rechtsonzekerheid. In 2012 zijn de regels voor de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten daarom veranderd. Als de schuldeiser een consument aanmaant, moet hij hem 14 dagen de tijd geven om alsnog te betalen, zonder kosten te zijn verschuldigd. In die brief (de 14-dagen brief) moet het exacte bedrag van de kosten worden vermeld. Dit is afhankelijk van de hoogte van de vordering (minimaal € 40, maximaal € 6.775). Deze bedragen staan vast en daarvan mag contractueel niet in het nadeel van de consument worden afgeweken. Als betaling na die 14 dagen uitblijft dan heeft de schuldeiser recht op vergoeding van die kosten.Een kantonrechter vroeg zich af of dit wel redelijk is voor het versturen van één brief en of er niet eerst nog meer inspanningen verricht moesten worden, voordat de kosten toegewezen konden worden. De Hoge Raad heeft hierin op 13 juni 2014 duidelijkheid verschaft: de vergoeding is ook verschuldigd als na het versturen die 14-dagen brief verder niets meer gedaan is.De schuldeiser moet in een procedure wel kunnen bewijzen dat er niet op tijd is betaald en dat de debiteur de 14-dagen brief met het juiste bedrag ook daadwerkelijk heeft ontvangen. Die moet dus aangetekend worden verstuurd. Als de schuldeiser dat bewijs levert dan moet de rechter het volledige bedrag toewijzen, waarbij hij het niet uit billijkheidsoverwegingen mag matigen.Maar hoe zit dat nou als de debiteur geen consument is, maar een ondernemer? Dan mag je hogere bedragen overeenkomen en hoeft de schuldeiser geen 14-dagen brief te sturen. De schuldeiser zal dan wel moeten bewijzen dat hij daadwerkelijk inspanningen heeft verricht om de vordering zonder gerechtelijke procedure betaald te krijgen. Dus meer dan een paar herinneringen. Ook daarvan zal je bewijsstukken moeten overleggen.Hieruit blijkt maar weer dat het bijhouden van een goed dossier loont, ook als je je verplichtingen al netjes bent nagekomen. Als je wilt weten hoe je die 14-dagen brief moet formuleren en hoe je de bedragen zelf kunt berekenen, bel dan je advocaat. Ons kantoor rekent daar niets voor. ### Wijzigingen in het ontslagrecht Wijzigingen in het ontslagrecht Direct na de tweede wereldoorlog is in het arbeidsrecht een tijdelijke noodmaatregel ingevoerd: het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen. In afwachting van een wettelijke regeling werden in dat BBA tijdelijke regels gesteld voor het beëindigen van arbeidsovereenkomsten. Op grond van die regels moesten partijen vooraf toestemming vragen om de arbeidsovereenkomst op te mogen zeggen. Omdat de wettelijke regeling er nooit kwam, bleef die noodmaatregel bijna 70 jaar in stand. Na decennia van advies, overleg, inspraak en proefballonnetjes heeft de huidige regering de knoop doorgehakt en komt er een eind aan die wettelijke noodmaatregel. Als mens zal het verdwijnen van het BBA u worst zijn, maar voor u als werknemer of werkgever gaat er vanaf 1 juli 2014 wel een boel veranderen in het ontslagrecht.Voor tijdelijke arbeidsovereenkomsten aangegaan op of na 1 juli 2014 gaat gelden dat een proeftijd alleen nog mag als het contract voor langer dan 6 maanden wordt gesloten. In tijdelijke contracten mag geen concurrentiebeding meer worden opgenomen, tenzij dat wegens de aard van de werkzaamheden echt noodzakelijk is. Daarnaast moet de werkgever ten minste een maand van tevoren schriftelijk meedelen of het contract wordt voortgezet of niet. Dit geldt ook voor arbeidsovereenkomsten die nu al lopen!Per 1 juli 2015 zal de werkgever geen vrije keuze meer kunnen maken tussen de UWV-procedure (ontslagvergunning) en de kantonrechter (ontbinding). Voor ontslagen op ‘bedrijfseconomische’ gronden wordt het UWV bevoegd, bij ontslagen op ‘persoonlijke’ gronden de kantonrechter.Als een werknemer ten minste twee jaar in dienst is en onvrijwillig moet vertrekken, (wat ook geldt als u een tijdelijk contract niet verlengt!) krijgt hij automatisch een vaste transitievergoeding. Die vergoeding is zowel een compensatie voor het ontslag als een budget om de ‘transitie’ naar een andere baan te financieren. Waarschijnlijk zal die vergoeding lager uitpakken dan de huidige vergoedingen. Wel blijft het mogelijk om in bijzondere gevallen een ontslagvergoeding te claimen wegens ernstige verwijtbaarheid.Op grond van de nieuwe wet wordt u verplicht om uw werknemers scholing te geven. Als u dat niet voldoende doet, zal een ontslagverzoek wegens op grond van disfunctioneren worden afgewezen als het disfunctioneren verband houdt met gebrekkige scholing. Voordeel is dat u een deel van de scholingsinvesteringen op de transitievergoeding in mindering mag brengen. Per 1 juli 2015 mag u een disfunctionerende werknemer pas ontslaan als hij de kans heeft gekregen zich te verbeteren, het slechte functioneren geen verband houdt met gebrekkige scholing en als de werknemer niet kan worden herplaatst.Uw dossier zal dus een nog belangrijkere rol gaan spelen dan nu het geval is. Onder het huidige recht zal een rechter bij een onvolledig dossier de arbeidsovereenkomst wel ontbinden, maar zal hij een hogere vergoeding toekennen. Onder het komende recht zal hij de werknemer in dienst laten. Loop daarom een eventuele achterstand in uw dossieropbouw nu alvast in en ontwikkel een scholingsplan. Dat kan u in de toekomst een hoop kosten schelen. ### Renovatie of groot onderhoud van huurwoning Renovatie of groot onderhoud van huurwoning In een langslepend conflict tussen huurders en een woningbouwvereniging heeft De Neef advocaten namens de huurders aanspraak gemaakt op de wettelijke verhuiskostenvergoeding. De verhuurder stelde dat er geen sprake was van renovatie, maar van groot onderhoud en dat de huurders tijdens die werkzaamheden gewoon in hun woning konden blijven. Daarnaast zou de verhuurder maatregelen hebben getroffen om de ongemakken voor de huurders zo klein mogelijk te houden. Vrijwel alle huurders hebben hun woning een paar weken moeten verlaten omdat de overlast veel erger was dan voorgespiegeld. Er was geen sprake van groot onderhoud maar van renovatie die tot enorm veel overlast leidde en die ook nog eens veel langer duurde. De bewoners kregen weliswaar een kleine tegemoetkoming en eventuele schade werd vergoed, maar de wettelijke verhuiskostenvergoeding werd niet uitgekeerd. De kantonrechter oordeelde in eerste aanleg dat de woningbouwvereniging niet de volledige wettelijke verhuiskostenvergoeding hoefde te betalen, maar een door de rechter redelijk geacht bedrag. Door het Hof is eind januari 2013 geoordeeld dat de woningbouwvereniging ten onrechte niet de volledige wettelijke verhuiskostenvergoeding had betaald en dit dus alsnog diende te doen. Het Hof vernietigde daarmee het vonnis van de kantonrechter en stelde de bewoners alsnog volledig in het gelijk. Hiermee is vast komen te staan dat een verhuurder niet onder het betalen van de wettelijke verhuiskostenvergoeding uit kan komen door een renovatie als groot onderhoud te bestempelen. ### De Flex BV: wat moet ik er mee? De Flex BV: wat moet ik er mee? Op 1 oktober 2012 zijn de wettelijke regels voor de besloten vennootschap veranderd. Het doel hiervan is het maken van een duidelijker onderscheid met de naamloze vennootschap én het eenvoudiger en flexibeler maken van de regels. Dat klinkt aantrekkelijk maar over het algemeen betekent een nieuwe wet alleen maar meer regels en dus meer administratieve rompslomp. Het is dan ook moeilijk te geloven dat zaken nu echt eenvoudiger worden. Hieronder zal ik kort een aantal punten aanstippen waaruit blijkt dat er voor u toch wel voordelen aan de nieuwe regeling zitten. Allereerst is de oprichting van een nieuwe B.V. makkelijker geworden: er is minder papierwerk nodig voordat de notaris uw nieuwe B.V. opricht en het verplichte minimum startkapitaal van € 18.000 wordt verlaagd naar € 0,01. Als er meerdere aandeelhouders zijn, bijvoorbeeld familieleden of werknemers, kunt u voortaan aandelen uitgeven waar geen stemrecht aan verbonden is of aandelen zonder winstrecht. U kunt in de statuten zelfs een verplichting opnemen dat aandeelhouders een lening aan de B.V. moeten verstrekken. De nieuwe wet maakt ook de besluitvorming in de B.V. flexibeler. Als alle vergadergerechtigden ermee ingestemd hebben, dan is besluitvorming buiten de aandeelhoudersvergadering mogelijk. Mochten de aandeelhouders er niet uitkomen maar ruzie krijgen dan is er de geschillenregeling versimpeld. De regels voor het uitkeren van dividend (winstuitdeling) aan de aandeelhouders zijn ook gewijzigd. Het bestuur moet een besluit tot uitkering aan aandeelhouders goedkeuren en vaststellen dat de B.V. haar opeisbare schulden nu en in de nabije toekomst (!) kan blijven voldoen. Dat is voor de directeur gevaarlijk, want als hij het dividendbesluit goedkeurt terwijl hij redelijkerwijs had behoren te weten dat de B.V. haar crediteuren in het komende jaar niet meer zou kunnen betalen, dan is de directeur jegens de B.V. hoofdelijk verbonden voor het tekort dat door de uitkering is ontstaan, met rente vanaf dag van de uitkering. Andersom is een aandeelhouder die een winstuitkering ontving terwijl hij wist de B.V. de opeisbare schulden daardoor niet zou kunnen voldoen, jegens de B.V. gehouden tot schadevergoeding. Mocht u uw aandelen zat zijn, dan wordt het makkelijker om uw aandelen over te dragen. Zo kunnen aandeelhouders in de statuten vooraf gedetailleerde afspraken maken over de prijs en de manier waarop die bepaald wordt. Moet u als ondernemer met een bestaande B.V. nu meteen alles aanpassen? Nee, voor bestaande B.V.’s geldt dat de verplicht voorgeschreven wijzigingen niet meteen in de statuten opgenomen hoeven te worden. Dit kan bij de eerstvolgende statutenwijziging. Desondanks is het welverstandig om de nieuwe regeling aan te grijpen om te bekijken of uw BV nog wel bij u past. Als het goed is zijn uw persoonlijke en zakelijke situatie namelijk veranderd sinds u uw BV begon. U zou verwachten dat ik u nu adviseer om daarover bij mij advies in te winnen, maar dat ga ik u niet adviseren. Ga maar snel langs bij de notaris, die kan gelijk kijken of uw testament en huwelijkse voorwaarden nog ‘up to date’ zijn en alles aan uw huidige situatie aanpassen. ### Failliete klant; wat niet doen? Failliete klant; wat niet doen? Het zal de meeste ondernemers niet zijn ontgaan dat Nederland in een economische crisis zit. Dat is niet goed voor het bedrijfsleven. De prijzen komen onder druk te staan en leveranciers worden ook steeds vaker geconfronteerd met faillerende klanten. Dat houdt niet alleen in dat de leverancier zijn vordering zal moeten afschrijven, maar als het bedrag te hoog is of als er meerdere facturen onbetaald blijven, loopt hij het risico om zelf ook in financiële problemen te komen. De verleiding is groot om dan bij de wanbetalende klant langs te gaan om een deel van diens bezittingen mee te nemen en de waarde daarvan te verrekenen met de schuld. Het gebeurt wel vaker dat een schuldeiser in het licht van het faillissement ‘in natura’ wordt betaald. Bijvoorbeeld door machines of kantoorinventaris mee te krijgen. Als het bedrijf van de klant daarna failliet gaat, zal de curator deze transactie als Paulianeus (een onverplichte handeling waardoor andere schuldeisers worden benadeeld) mogen aanmerken. De curator kan deze deal dan vernietigen en betaling of teruggave van de goederen vorderen. Stel dat u nog € 25.000 van een klant krijgt. De klant kan dat niet betalen en geeft een oude heftruck aan u mee, tegen verrekening van uw factuur. Omdat u niet de enige schuldeiser was, gaat uw klant een paar maanden later failliet. De curator ziet in de boekhouding dat uw factuur is betaald doordat u de heftruck heeft gekocht. De curator kan die ‘overeenkomst’ dan vernietigen en zal de waarde van de heftruck vaststellen op de waarde van de verrekende factuur. De curator mag dat volgens de Faillissementswet gewoon doen, en kan dan € 25.000 bij u invorderen voor de heftruck. Daarmee heeft u dan voor veel te veel geld een oude heftruck gekocht en krijgt u uw factuur ook nog eens niet betaald. ### Enkele tips voor verhuur van woon-of bedrijfsruimte Enkele tips voor verhuur van woon-of bedrijfsruimte Wij krijgen op ons kantoor steeds vaker te maken met huurgeschillen. En dat gaat niet alleen over achterstallige huur of ontruiming. Steeds vaker is er gesteggel over zaken die contractueel niet of niet goed zijn geregeld. Omdat partijen daar vaak niet zelf over denken, geven wij u hieronder een aantal tips: Volsta niet met ondertekening van een standaard huurcontract: leg vast welke bijzondere afspraken er zijn gemaakt over uw specifieke situatie (gebruik buitenruimte, de te betalen servicekosten, door de huurder aan te brengen verbeteringen, enz.).Maak bij aanvang van de huur een verslag van de staat waarin het gehuurde zich bevindt, maak daar foto’s van en voeg die bij het huurcontract. Als de begintoestand niet is vastgelegd kan de rechter een vordering tot vergoeding van herstelkosten afwijzen omdat de verhuurder moet bewijzen dat schades bij aanvang van de huur niet aanwezig waren. Vraag altijd een waarborgsom/bankgarantie van enkele maanden huur en sta geen verrekening toe met achterstallige huurtermijnen. Het is een teken aan de wand als de huurder geen waarborgsom wil/kan betalen. Eventuele herstelkosten kunt u eenvoudig met de waarborgsom verrekenen. Geef liever een huurvrije periode dan een lagere huurprijs: de waarde van uw belegging wordt vaak berekend aan de hand van de huurprijs. Als u een hypotheek heeft genomen om het gehuurde te kopen, moet u de hypotheekvoorwaarden goed doornemen: veel hypotheekverstrekkers verbieden huur omdat de executiewaarde daardoor lager is dan in vrije staat. Laat de huurder zelf een contract met de energieleverancier sluiten. Als er een hennepkwekerij wordt gevonden dan slaan de energieleveranciers de contractant aan voor een geschat bedrag. Accepteer geen achterstanden en claim direct de contractuele boete als er te laat betaald wordt. Nieuw huis gekocht? U kunt uw oude huis tegenwoordig makkelijker tijdelijk verhuren zonder dat de zeer uitgebreide huurbescherming van toepassing is. Daarvoor gelden echter wel regels. Laat u vooraf goed informeren anders zit u tot aan de volgende ijstijd aan uw tijdelijke huurder vast. Heeft u vragen of twijfels: bel ons! ### De aansprakelijkheid van aandeelhouders De aansprakelijkheid van aandeelhouders Het is u -als trouwe lezer van mijn columns- bekend dat een bestuurder van een BV onder bepaalde omstandigheden aansprakelijk kan worden gesteld voor schulden van de vennootschap. Als bestuurder wordt aangemerkt degene die in het handelsregister als bestuurder is ingeschreven. U kunt uzelf dus beter direct uitschrijven als u ontslag als formeel bestuurder neemt of krijgt. Een bestuurder kan jegens (de curator van) van de vennootschap aansprakelijk zijn als hij zijn taak als bestuurder niet behoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bijvoorbeeld door zeer risicovol te beleggen of door de administratie niet bij te houden / de jaarstukken niet tijdig te deponeren. Dit noemt men de ‘interne’ aansprakelijkheid. Er is ook een ‘externe’ aansprakelijkheid. De formeel bestuurder kan ten opzichte van andere partijen aansprakelijk zijn als hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van het ontstaan van de schade. Bijvoorbeeld door een overeenkomst te sluiten terwijl hij weet dat de BV de verplichtingen niet kan nakomen en de leverancier daardoor schade lijdt. Als u indruk wilt maken bij Scrabble: in juridisch jargon is dit de “Beklamel-norm”. Maar hoe zit het met de aansprakelijkheid van aandeelhouders die geen (formeel) bestuurder zijn? Voor dergelijke aandeelhouders geldt geen wettelijke aansprakelijkheid. Een aandeelhouder kan wettelijk gezien hoogstens de waarde van zijn aandelen kwijtraken als de vennootschap failleert of wordt geliquideerd. Dat betekent echter niet dat de aandeelhouder altijd buiten schot blijft. Als hij zich gedraagt als feitelijk bestuurder, zonder als formeel bestuurder of procuratiehouder ingeschreven te staan, kan hij in privé aansprakelijk worden gehouden. De aansprakelijkheid geldt dus niet alleen voor bestuurders, maar voor alle feitelijke beleidsbepalers. Als je de feitelijke leiding over de BV of de bestuurder hebt, kun je dus aansprakelijk zijn voor de schade. Ook als je nergens als bestuurder staat geregistreerd. Als voorbeeld noem ik de situatie dat de BV een verschuldigd bedrag niet kan betalen als gevolg van een aandeelhoudersbesluit tot uitkering van dividend. Als de schuldeiser dat kan bewijzen, kan hij u persoonlijk aansprakelijk houden. U heeft er dan namelijk voor gezorgd dat de BV niet meer kan nakomen en een derde daardoor schade lijdt. Deze aansprakelijkheid breekt zelfs door rechtspersonen-bestuurders heen: ook als u via een Holding BV aandelen in een Beheer BV houdt die via een Limited aandeelhouder van de Werkmaatschappij BV is. De rechter gaat net zo lang door naar boven tot hij de natuurlijke persoon vindt die aan de touwtjes trekt. Die is dan op dezelfde voet aansprakelijk als de formele bestuurder. Ik heb in mijn praktijk al meerdere gevallen gezien van grappenmakers die de dans denken te ontspringen door een noodlijdende BV op naam van een vaste bezoeker van de methadonbus te zetten. Die vlieger gaat niet meer op door de leer van het feitelijk bestuurderschap. Wie op de stoel van de formele bestuurder gaat zitten, loopt de kans op zijn blaren. Dat is voor de actieve aandeelhouder een risico, maar voor u als schuldeiser een kans. Zelfs als uw debiteur failliet is, kan het lonen om eens even goed onderzoek te (laten) doen naar de feitelijk beleidsbepaler. Uw vordering afboeken kan altijd nog. ### Het belang van de ingebrekestelling Het belang van de ingebrekestelling Dat uw leverancier te laat of niet goed heeft gepresteerd, wil nog niet zeggen dat hij automatisch aansprakelijk is voor de door hem veroorzaakte schade. Nog even afgezien van contractueel gemaakte afspraken over uitsluiting van aansprakelijkheid -in juridisch jargon: een exoneratieclausule- is de hoofdregel dat de wanpresterende partij pas aansprakelijk voor schade wordt, als hij ‘in verzuim’ is geraakt. U kunt de tegenpartij in verzuim brengen door hem schriftelijk in gebreke te stellen en hem een nadere termijn te geven om alsnog na te komen. Op deze regel zijn wel wat uitzonderingen: als nakoming blijvend onmogelijk is, als er een fatale termijn is afgesproken of als uit een mededeling van de tegenpartij blijkt dat hij niet gaat nakomen, is sommatie zinloos en is hij automatisch ‘in verzuim’. In verreweg de meeste gevallen raakt de tegenpartij dus pas in verzuim doordat u hem een sommatiebrief stuurt. Pas als hij dan nog steeds niet behoorlijk nakomt, heeft u recht op schadevergoeding. Onder schadevergoeding valt niet alleen de door u geleden schade, maar ook boetes/schade die uw klant aan u presenteert en de kosten die u maakt om een derde in te schakelen die de tekortkoming herstelt. Klaag daarom niet telefonisch en vraag niet in een vriendelijk mailtje wanneer er nagekomen gaat worden, maar stuur een aangetekende brief of fax met daarin een redelijke termijn. Als u over de inhoud van zo’n brief twijfelt, kunt u beter even uw advocaat bellen. Bij de rechter kan een klein briefje een groot verschil maken. ### En nu betalen! En nu betalen! Ondernemers krijgen steeds meer liquiditeitsproblemen. Wegens ‘de crisis’ of interne procedures bij de klant moeten ze steeds langer op hun geld wachten. Zeker bij grotere klanten die arrogant genoeg zijn om te melden dat hun betalingstermijn 90 of zelfs 120 dagen is geworden. Zelfs overheidsinstanties komen hun verplichtingen doorgaans tergend langzaam na. Veel MKB-ers hebben daardoor enorme bedragen bij hun klanten uitstaan, terwijl zij hun leveranciers prompt moeten betalen om nog spullen aangeleverd te krijgen. Dit brengt niet alleen hoge kosten (de bank rekent voor roodstand vaak ruim 10% rente) met zich, maar ook het risico van inkoopproblemen -waardoor de productie stokt- of zelfs het faillissement van een gezond bedrijf. Hoe kunt u dat beheersbaar maken?U kunt in uw offertes een punt maken van de betalingstermijn door een korte betalingstermijn af te spreken. Als er dan niet betaald wordt, is de klant automatisch in verzuim en kunt u direct aanspraak op vergoeding van rente maken. U kunt ook het kortingspercentage aan de betalingstermijn koppelen of een vaste kredietbeperking geven bij tijdige betaling. Als u contractueel niets heeft geregeld, geldt de wet. Helaas staat daar nergens in wanneer er betaald moet worden. De overheid wil dat per 1 juli 2012 gaan veranderen en een wettelijke betalingstermijn van 30 dagen invoeren voor overheidsinstanties en 60 dagen voor gewone bedrijven. Om dit af te dwingen zal de wettelijke handelsrente dan worden verhoogd met 1 % en mag u voortaan € 40 eigen incassokosten rekenen. Laat in de tussentijd de achterstand niet te hoog oplopen maar stuur direct na het verstrijken van de betalingstermijn een herinnering, bel die na en bevestig de gemaakte afspraken schriftelijk. Als u aan het lijntje gehouden wordt kunt u de vordering direct ter incasso aan uw advocaat uit handen geven. Die is vaak goedkoper en beter dan andere bedrijven die zich met incasso’s bezig houden. Nieuwsgierig? Kijk op www.deneefadvocaten.nl/incasso. ### Het belang van contracten Het belang van contracten Meer winst door meer papier... Wij krijgen regelmatig zaken waarvan je na het horen van de feitelijke gang van zaken denkt dat de ondernemer gelijk heeft. Maar: gelijk hebben is iets anders dan gelijk krijgen. Om gelijk te kunnen krijgen, heb je aan alleen een verhaal niets. Rechters willen papieren zien: contracten, algemene voorwaarden, opdrachtbevestigingen, brieven, faxen, e-mails, rapportages. Als die er niet zijn dan blijft het vaak bij gelijk hebben. Papierwerk wordt vaak als rompslomp gezien. Het gaat ondernemers hoofdzakelijk om de prijs en de kwaliteit van het geleverde producten of dienst. Vanuit de klant gezien is dat anders. Een ondernemer die zijn papierwerk netjes op orde heeft, heeft een veel professionelere uitstraling. Voor juristen is papierwerk om een andere reden belangrijk: als er wat mis gaat, is duidelijk wat en wanneer er precies geleverd had moeten worden. In een contract kunt u een hoop zaken regelen die u tijdens onderhandelingen nooit bespreekt, zoals beperking van schadevergoeding, eigendomsvoorbehoud (zodat u uw spullen terug kunt halen als de klant niet betaalt), verbod om betaling op te schorten of te verrekenen met een tegenclaim, plicht om snel te klagen, enzovoorts. Tijdens de uitvoering van de overeenkomst doet u er goed aan om klachten of afspraken schriftelijk vast te leggen, liefst per fax of per e-mail met leesbevestiging. Bij (op)levering kunt u de klant laten tekenen voor goede ontvangst van de goederen of diensten. Als de klant dan om de een of andere reden niet wil betalen, is hij daar door ons makkelijker toe te dwingen. Dat scheelt u een langdurige en kostbare procedure. En dat is uw winst. ### Schadeplichtigheid werknemer bij ontslag op staande voet Schadeplichtigheid werknemer bij ontslag op staande voet Een geldig ontslag op staande voet moet aan strenge eisen voldoen: het ontslag moet gebaseerd zijn op een ‘dringende’ reden en moet ‘onverwijld’ worden gegeven. Dat houdt in dat u de werknemer na ontdekking snel moet ontslaan en de ontslagreden gelijk moet mededelen. Als hier iets aan schort is de werkgever schadeplichtig. Ontslag op staande voet is voor een werkgever dus niet zonder risico. Wat niet veel ondernemers weten is dat als het ontslag terecht is gegeven, de werknemer schadeplichtig is. De werkgever heeft dan recht op een schadevergoeding gelijk aan het loon over de opzegtermijn die voor de werknemer geldt. Dit is onlangs weer door de Hoge Raad bevestigd. CasusEen werknemer was op vakantie gegaan zonder dit aan de werkgever te melden. Toen hij niet op zijn werk verscheen en de werkgever erachter kwam dat de werknemer ongeoorloofd op vakantie was, ontsloeg de werkgever hem op staande voet. De werknemer vocht dit ontslag aan bij de kantonrechter. De werkgever diende in die procedure een tegenvordering in: het loon over de opzegtermijn. De kantonrechter vond dat er een dringende reden was en het ontslag aan de formele vereisten voldeed. De vordering van de werknemer werd afgewezen en de vordering van de werkgever toegewezen. Dit oordeel werd door het Hof en de Hoge Raad bevestigd. PraktijktipsU moet in het geval van een mogelijk ontslag op staande voet snel handelen. Win vervolgens (deskundig!) juridisch advies in, liefst bij een advocaat die ervaring met arbeidsrecht procedures heeft. Een dringende reden moet namelijk objectief (dus niet alleen voor u) dringend zijn. Om tijd te winnen kunt u de werknemer op non-actief zetten of melden dat u een onderzoek start. U moet de werknemer meestal in de gelegenheid stellen om zijn visie kenbaar te maken. Bevestig het ontslag op staande voet uitgebreid en schriftelijk: in een eventuele procedure wordt scherp gelet op de ontslagreden en u kunt er achteraf geen aanvullende redenen bijslepen. U kunt de schadevergoeding verrekenen met de eindafrekening. ### Naar Nederlands recht zijn alle vorderingen onderworpen aan verjaring Naar Nederlands recht zijn alle vorderingen onderworpen aan verjaring Naar Nederlands recht zijn alle vorderingen onderworpen aan verjaring. Het verjaren heeft tot gevolg dat niet langer hoeft te worden nagekomen. De wet kent een algemene verjaringstermijn van 5 jaar voor vorderingen op grond van een overeenkomst. Daarnaast kent de wet vele uitzonderingen op deze algemene termijn. Verjaring kan op verschillende manieren worden voorkomen. Het starten van een procedure waarin nakoming van de verplichting wordt gevorderd heeft tot gevolg dat de verjaring niet intreedt. Door de andere partij schriftelijk aan te manen verlengt men de verjaringstermijn. De wet noemt dit “het stuiten van de verjaring”. Het doel van verjaring is dat er op een bepaald moment een einde komt aan een onzekere situatie. Deze onzekerheid vindt haar oorsprong in de vraag of de wederpartij alsnog nakoming van een bepaalde verplichting zal verlangen. Door verjaring is dat op enig moment niet meer mogelijk. Daarnaast beschermd de verjaring tegen het risico dat bewijs door verloop van tijd verloren gaat. Denk in dit kader vooral aan het verliezen van documenten en het vervagen van herinneringen van bijvoorbeeld getuigen. Van oudsher kent het vervoerrecht kortere verjaringstermijnen. De gedachte hierachter is dat vervoerders extra bescherming verdienen. De vervoerder neemt tussen de handelende partijen een kwetsbare positie in. Hij heeft gedurende een bepaalde periode en onder risicovolle omstandigheden de verantwoordelijkheid voor vaak kostbare lading. Daarvoor ontvangt hij een relatief geringe vergoeding. De vervoerder heeft er belang bij om snel na het voltooien van het transport te weten of er een claim volgt. Bij eventueel verlies of schade aan de lading dient onder meer vast te worden gesteld wat de oorzaak van de schade of het verlies is, en of dit heeft plaatsgevonden binnen de periode dat de vervoerder aansprakelijk is. Hoe meer tijd er verstrijkt na het vervoer, hoe moeilijker het voor de vervoerder is om zich tegen een claim te verweren. Partijen bij een vervoerovereenkomst zijn zich niet altijd bewust van de korte verjaringstermijnen. Soms is het bepaald niet eenvoudig om vast te stellen welke verjaringsregeling of verjaringstermijn van toepassing is. Gezien de gevolgen van verjaring is van groot belang om bij een geschil eerst de geldende verjaringstermijn vast te stellen en het handelen daarop af te stemmen. Bij twijfel is het raadzaam om advies in te winnen, voordat het te laat is. Ook bij de koopovereenkomst gelden kortere verjaringstermijnen. ### De niet-betalende huurder De niet-betalende huurder Verhuurders van bedrijfsruimte krijgen steeds vaker te maken met slecht betalende huurders. Veel verhuurders denken: een huurder wordt door de rechter beschermd dus die krijg ik er nooit uit. Veel huurders denken dat het zo’n vaart niet loopt en dat de rechter hem wel in bescherming neemt. Gelukkig is dat een algemeen misverstand. Als de huurder zijn verplichtingen niet nakomt, kan de verhuurder de huurovereenkomst niet zelf ontbinden, dat mag alleen de kantonrechter. Ontbinding kan niet in kort geding, maar alleen in een bodemprocedure, die soms lang kan duren. Meestal loopt de betalingsachterstand dan op en als u eindelijk een vonnis heeft, heeft de huurder dat geld al lang ergens anders aan besteed. Gelukkig bestaat de mogelijkheid om als verhuurder in kort geding ontruiming te eisen. De rechter zal niet bij iedere termijnoverschrijding de ontruiming bevelen. Dat zal hij pas doen als de huurder structureel te laat betaalt of als er een huurachterstand van 3 maanden of meer is. Uiteraard wordt de huurder wel gehoord, voordat er vonnis wordt gewezen. Misschien heeft de huurder een juridisch geldende reden om niet te betalen, bijvoorbeeld gebreken aan het pand. Als de kortgedingrechter van mening is dat een bodemrechter zou ontbinden en u spoedeisend belang bij ontruiming heeft, heeft u snel een vonnis waarmee u de huurder uit het pand kunt laten zetten. Als het pand eenmaal is ontruimd, is een bodemprocedure vaak niet noodzakelijk meer. Ontruiming is zeer ingrijpend voor zowel huurder als verhuurder. De huurder is zijn bedrijfsruimte kwijt, de verhuurder moet op zoek naar een nieuwe huurder. Daarom is ontruiming meestal niet het middel waar u gelijk naar moet grijpen. Vaak maakt een brief van uw advocaat (waarin gelijk ook aanspraak op boete, rente en kosten wordt gemaakt en waarin met ontruiming wordt gedreigd) meer indruk dan uw zoveelste aanmaning. ### Het afbreken van onderhandelingen Het afbreken van onderhandelingen Veel ondernemers denken dat zij nergens toe verplicht zijn, zolang er nog geen handtekening onder het contract staat. Zij komen soms bedrogen uit. Onder Nederlands recht komen de meeste overeenkomsten namelijk al tot stand op het moment dat er overeenstemming is bereikt over de hoofdlijnen: prijs, hoeveelheid, kwaliteit, soort, enzovoorts. Soms bestaat er al een overeenkomst als er nog geen prijs is overeengekomen, omdat dan een marktconforme prijs geldt. Bekende uitzonderingen op deze regel zijn overeenkomsten tot koop van een woning door een particulier, overeenkomsten van borgstelling, pand- en hypotheekovereenkomsten, de overdracht van een auteursrecht, of een proeftijdbeding en non-concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst. Daarvoor geldt een schriftelijkheidvereiste en komt de overeenkomst pas tot stand als er een contract is getekend. Maar wat nu als er wel is onderhandeld, maar er nog geen overeenstemming is bereikt over de hoofdlijnen? Normaal gesproken mag je onderhandelingen afbreken omdat het je vrij staat om een overeenkomst te sluiten met wie en wanneer je wilt en ben je niet verplicht om een overeenkomst te sluiten. Het is echter vaste rechtspraak dat je niet alleen bij de nakoming van een overeenkomst, maar ook tijdens contractonderhandelingen rekening moet houden met de gerechtvaardigde belangen van de tegenpartij. Dit kan met zich brengen dat je de onderhandelingen niet zonder meer mag afbreken. Er zijn drie fasen. De eerste fase is die waarin onderhandelingen gewoon mogen worden afgebroken. In de tweede fase zijn de onderhandelingen al verder gevorderd en mag je deze slechts afbreken als je bepaalde kosten aan de tegenpartij vergoedt. In de derde –niet veel voorkomende- fase kan de wederpartij eisen dat er dooronderhandeld wordt of dat je zijn gemaakte kosten en gederfde winst moet vergoeden. Rechters vinden dat als de potentiële opdrachtnemer er op mag vertrouwen dat er in ieder geval een overeenkomst zal worden gesloten, de potentiële opdrachtgever de onderhandelingen niet op het laatste moment mag afbreken. Wij zien dit soms bij onderhandelingen over ingewikkelde contracten met een groot financieel belang, waarbij de potentiële opdrachtnemer al in de onderhandelingsfase investeringen moet doen. Bijvoorbeeld als hij complexe ontwerpen en berekeningen moet (laten) maken om een gedetailleerd plan van aanpak op te stellen. Bij zulke contractonderhandelingen is het daarom voor beide partijen verstandig om een voorovereenkomst te sluiten, waarin –naast een geheimhoudingsbeding- afspraken worden gemaakt over wie welke kosten draagt als er geen contract tot stand komt. U zult niet de eerste zijn die bergen werk verzet met het idee dat hij een grote opdracht gaat krijgen, terwijl de tegenpartij eigenlijk alleen maar wil kijken of zijn vaste leverancier een goed plan van aanpak heeft en een redelijke prijs offreert. ### Het waterdichte contract Het waterdichte contract Partijen krijgen soms een geschil over een onderwerp dat niet is geregeld in de overeenkomst, of over een onderwerp dat wel in de overeenkomst is geregeld maar niet duidelijk genoeg is. In dat geval moet de rechter de overeenkomst gaan uitleggen. Hij zal daarbij kijken naar wie het contract heeft opgesteld en wat daar allemaal niet in is geregeld. Met betrekking tot hetgeen wel is geregeld, kan de rechter de taalkundige uitleg volgen (waarbij hij naar de letterlijke tekst kijkt) of hij kan proberen te achterhalen wat de bedoeling van partijen was ten tijde van het sluiten van het contract. In de rechtspraak is een combinatie van deze methoden ontwikkeld die de Haviltex-methode wordt genoemd, vernoemd naar het gelijknamige arrest van de Hoge Raad. De rechter gaat dan niet alleen nauwkeurig lezen wat er in het contract staat, maar gaat ook onderzoeken wat partijen voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst met elkaar hebben besproken, hoe zij zich jegens elkaar hebben gedragen en wat zij van elkaar mochten verwachten. Let dus ook vóór het sluiten van een overeenkomst goed op wat u zegt of schrijft, zeker als u de potentiële klant over de streep wilt trekken om met u zaken te doen. De verwachtingen die u bij uw potentiële klant schept, kunnen u duur komen te staan. ### Een soort eigendomsvoorbehoud Een soort eigendomsvoorbehoud Veel leveranciers gebruiken het eigendomsvoorbehoud. Een eigendomsvoorbehoud zorgt ervoor dat de eigendom van geleverde zaken niet overgaat door de levering, maar pas na betaling van de koopsom. Het eigendomsvoorbehoud geldt niet automatisch, maar moet tussen partijen worden afgesproken. Daarom vind je zo’n eigendomsvoorbehoud meestal in algemene voorwaarden. Om leveranciers die geen eigendomsvoorbehoud hebben bedongen, tegemoet te komen bij wanbetalers, heeft de wetgever het recht van reclame bedacht. Dit recht houdt in dat de verkoper van een aan de koper afgeleverde zaak, de zaak schriftelijk van de koper kan terugvorderen, als de prijs niet is betaald. Door deze verklaring wordt de koop ontbonden en eindigt het recht van de koper. Dit recht werkt ook als de koper failliet gaat of in de schuldsanering terecht komt, zodat hij de koopsom niet (geheel) zal betalen. De verkoper kan de niet betaalde zaken dan terugeisen. De curator of bewindvoerder kan de zaken dan houden door alsnog de koopprijs te betalen of daarvoor zekerheid te stellen. Als de koopsom al gedeeltelijk betaald is, kan de verkoper de zaken terugvorderen tegen teruggave van het reeds betaalde. Immers, in dat geval heeft de verkoper betaling ontvangen van het openstaande bedrag. De wetgever heeft nog wel beperkingen opgenomen. Zo dient het afgeleverde zich nog in dezelfde staat te bevinden als waarin het werd afgeleverd. Het zal van de soort producten afhangen en de wijze waarop deze zijn geleverd of hier sprake van is. Een verdere en meer ingrijpende beperking is te vinden in de korte termijn waarbinnen een verkoper een beroep op de regeling kan doen. De bevoegdheid van de verkoper om een beroep op het recht van reclame te doen vervalt, wanneer zowel zes weken zijn verstreken nadat de vordering tot betaling van de koopprijs opeisbaar is geworden, als zestig dagen, te rekenen van de dag waarop de zaak onder de koper is opgeslagen. Het is dus zaak alert te zijn en snel te reageren op berichtgeving omtrent een faillissement van uw kopers/afnemers. Voor de al genoemde ‘snelle’ crediteuren bestaat er zo de mogelijkheid de schade te beperken of zelfs tot nul terug te brengen. ### Duurzaam incasseren Duurzaam incasseren Iedere ondernemer kent dat: de klant staat erop dat hij snel en goed bediend wordt, maar als het op betalen aankomt heeft die klant ineens niet zo’n haast meer en kunt u eindeloos bellen en herinneringen sturen. U moet uw personeel, leveranciers en de fiscus wel op tijd betalen dus komt u in de knel. De volgende stap is incasso. Maar waar? Een advocaat is toch te duur? Sommige ondernemers laten zich verleiden door gladde verkooppraatjes van lieden die –niet gehinderd door enige kennis- stellen uw facturen kosteloos te incasseren. U zult zelf ook begrijpen dat niemand voor niets werkt. Waarom een incassobureau dan wel? Er zit dus nogal eens een addertje onder het gras. Vaak krijgt u een abonnement in de maag gesplitst waarbij u ook betaalt als u niets in behandeling geeft, of blijken er achteraf (forse) vaste tarieven te worden gerekend voor het schrijven van eenvoudige sommatiebrieven door ongeschoolde medewerkers, of krijgt u achteraf ‘dossierkosten’ gepresenteerd terwijl er niets is binnengehaald. Als het incassobureau er met 2 of 3 briefjes en een telefoontje niet uitkomt, gaat men met kleine vorderingen vaak zelf naar de kantonrechter, waarbij de wanbetaler soms met een steekhoudend inhoudelijk verweer komt en u –netjes gezegd- geen fijne zitting heeft. Zo eindigen veel ogenschijnlijk kansrijke vorderingen aan het eind van een gerechtelijke procedure in de prullenbak. Bij hogere vorderingen wordt u doorverwezen naar een voor u onbekende advocaat die zich eerst in uw bedrijf en uw dossier moet verdiepen en eventuele onvolkomenheden in het voortraject moet verhelpen. Als het incassobureau met dat kantoor prijsafspraken heeft gemaakt, wordt u somsdoor de jongste bediende bijgestaan. Veel ondernemers weten niet dat in incasso gespecialiseerde advocaten -herkenbaar aan het VIA (Vereniging van Incasso- en Procesadvocaten) keurmerk- het buitengerechtelijke traject écht no cure-no pay uitvoeren, of een vast bedragje per dossier rekenen voor de kleine externe kosten. Geen geld binnen? Geen factuur voor de werkzaamheden! Pas als de debiteur heeft betaald, wordt honorarium gerekend. Dat is een degressief percentage van het voor u daadwerkelijk geïncasseerde bedrag (15 % over de eerste € 2.950, 10% over het meerdere tot € 5.900, 8% over het meerdere tot € 14.748, 5% over het meerdere tot € 58.990 en 3% over het meerdere daarboven). Dat is aanzienlijk goedkoper dan de 15% die de meeste incassobureaus rekenen. Deze kosten worden zoveel mogelijk op de wanbetaler verhaald. Als het dan toch een procedure moet worden, kijken wij altijd eerst of er geen juridische valkuilen aan de zaak kleven, waardoor u beter niet zou kunnen procederen. Een goede advocaat wil namelijk winnen en begint niet graag aan een kansloze procedure. Als het nodig is kan een VIA-advocaat direct maatwerk leveren om op korte termijn betaling af te dwingen zoals een kort geding, beslaglegging of faillissementsaanvraag. Dit is service die een incassobureau of gerechtsdeurwaarder u niet kan bieden. Kijk maar eens op www.via-incasso.nl. Het voorkómen van dubbel werk en dubbele kosten is niet alleen duurzaam, het is ook goed voor uw portemonnee. ### Verpanding: alleen leuk voor de bank? Verpanding: alleen leuk voor de bank? Veel ondernemers kloppen bij een bank of andere kredietverstrekker aan om geld te lenen, bijvoorbeeld om een machine te kunnen kopen of om het werkkapitaal te vergroten. Meestal wordt er dan een geldbedrag geleend of een rekening-courantverhouding geopend met een kredietlimiet. Dekredietverstrekker zal dan een kredietovereenkomst ter ondertekening voorleggen, waarin hij een aantal zekerheidsrechten bedingt. Vaak moet de onderneming dan alle vorderingen en bezittingen verpanden. Wat is dat nu eigenlijk verpanding?Een pandrecht is eigenlijk vergelijkbaar met een hypotheekrecht. Als de ondernemer (de pandgever) zijn verplichtingen uit de kredietovereenkomst niet nakomt, kan de geldverstrekker (de pandnemer) de kredietverhouding opzeggen en het pandrecht inroepen (executeren). Als er voorraden en inboedel zijn verpand, kan de pandhouder die goederen opeisen en openbaar verkopen, net als de hypotheekhouder dat met uw huis kan doen. Als het pandrecht is gevestigd op debiteuren, kan de pandhouder de debiteuren aanschrijven en betaling afdwingen alsof het eigen vorderingen van de pandhouder zijn. Vaak wordt er gewerkt met pandlijsten, waarop de pandgever moet vermelden welke vorderingen hij op wie heeft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een vuistpand en een stil pand. Bij een vuistpand worden de verpande zaken in handen gegeven van de pandhouder, bijvoorbeeld als u uw gouden ring bij de lommerd brengt. Die mag de ring dan verkopen als u het geleende bedrag en de rente niet tijdig betaalt. Een stil pandrecht wordt gevestigd door middel van een akte. Dat kan een notariële akte zijn of een –bij de fiscus geregistreerde- onderhandse akte. De pandhouder kan de verpande zaken dan gewoon blijven gebruiken en zijn vorderingen zelf incasseren, zonder dat de debiteur weet dat de vordering verpand is. De pandgever merkt dan eigenlijk niets van de verpanding. Pandrecht is geen persoonlijk, maar een zakelijk recht. De pandhouder kan het recht dus tegen iedereen inroepen, waaronder de pandgever, de verkrijger van het verpande goed, of de curator in een faillissement. Voordeel voor de pandhouder is dat hij dit zekerheidsrecht ook kan uitoefenen als de pandgever failliet gaat. Hij kan dan executeren alsof er geen faillissement is. De opbrengst gaat rechtstreeks naar de pandhouder en niet naar de curator, uiteraard voor zover de opbrengst niet hoger is dan de schuld. Wij zien met verpanding vaak dingen fout gaan. Soms vergeet/verzwijgt de ondernemer dat er al een pandrecht aan iemand is verleend, als hij aan een ander zekerheid moet verstrekken. Als een kredietverstrekker een tweede pandrecht krijgt zonder dat de ondernemer meldt dat er al eenpandrecht ten behoeve van een ander is verleend, handelt de bestuurder persoonlijk onrechtmatig en is hij in privé aansprakelijk voor de schade. Ook zien wij met enige regelmaat dat als de pandgever wil voorkomen dat het krediet wordt opgezegd, hij zaken rooskleuriger voor probeert te stellen. Er worden dan alvast facturen gestuurd voor nog niet (helemaal) uitgevoerde werkzaamheden of geleverde goederen, of zelfs doorvorderingen te verzinnen. Hoe erg de problemen ook zijn en hoe hard de onderneming het krediet ook nodig heeft: dit is een slecht plan. De bestuurder handelt daarmee niet alleen onrechtmatig jegens de pandhouder zodat hij aansprakelijk is voor de schade, hij riskeert ook problemen met de politie (bedrieglijke bankbreuk is strafbaar) en de FIOD. De gemiddelde rechter zal dan ook weinig clementie tonen in een door de pandhouder tegen de bestuurder te voeren procedure. Veel ondernemers denken ten onrechte dat pandrechten alleen aan banken kunnen worden vertrekt. U kunt dat zelf ook doen, als u een bedrag uitleent of iets op afbetaling levert. ### Regeling vakantiedagen verandert Regeling vakantiedagen verandert Werknemers hebben nu wettelijk recht op minimaal 4 x de overeengekomen arbeidsduur per week (bij 5 dagen per week: 20 vakantiedagen per jaar). Dat noemt men de wettelijke vakantiedagen. Daarbovenop hebben veel werknemers recht op extra vakantiedagen, de zogenaamde bovenwettelijke vakantiedagen. Volgens de oude wet bouwde de zieke werknemer deze minimum vakantiedagen alleen op tijdens de laatste zes maanden van ziekte. Dus als een werknemer twee jaar ziek was, bouwde hij slechts 10 minimum vakantiedagen op. Daarnaast gold dat een zieke werknemer die op vakantie gaat, geen vakantiedagen inlevert en dat niet opgenomen vakantiedagen pas na 5 jaar verjaren. Op last van Europese regelgeving is de Nederland vakantiedagenregeling op de schop gegaan. Een zieke werknemer bouwt vanaf 1 januari 2012 evenveel wettelijke vakantiedagen op als zijn werkende collega. Hiervan mag contractueel niet afgeweken worden. Over de opbouw van bovenwettelijke vakantiedagen tijdens ziekte mag je dus wel afspraken maken. Pluspuntje van de nieuwe regeling is dat ziekte voortaan niet meer in de weg staat aan het opnemen van vakantiedagen, en dat de ‘Karenzdagen’ (wachtdagen bij ziekmelding) mogen worden verrekend met het saldo van de openstaande vakantiedagen. Voor het wettelijk minimum aantal dagen geldt vanaf 1 januari 2012 dat de werknemer die binnen zes maanden na het einde van een kalenderjaar moet hebben opgenomen. Als hij dat niet doet dan vervalt het restant. De niet opgenomen bovenwettelijke dagen blijven wel staan en verjaren pas na vijf jaar. U moet de op te bouwen vakantiedagen dus goed gaan administreren en splitsen in wettelijke en bovenwettelijke dagen. Ook moet u gaan administreren welke dagen de werknemer precies opneemt. Als u in die extra administratie geen zin heeft, dan is dat uw goed recht. Let er echter wel op dat een kantonrechter onduidelijkheid in de vakantiedagen-administratie altijd in het nadeel van de werkgever zal uitleggen. ### Klagen loont! Klagen loont! In de afgelopen jaren heeft ons kantoor een paar ingewikkelde procedures over gebrekkige leveringen op vrij eenvoudige wijze gewonnen. Op twee plaatsen in het Burgerlijk Wetboek zijn namelijk bepalingen opgenomen over de termijn waarbinnen men over een gebrekkige prestatie moet klagen. Zo staat in het algemene artikel 6:89 BW: ‘De schuldeiser kan op een gebrek in de prestatie geen beroep meer doen, indien hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had moeten ontdekken, bij de schuldenaar ter zake heeft geprotesteerd.’ In artikel 7:23 BW wordt de verkoper beschermd tegen late (en daardoor moeilijk te betwisten) klachten van de koper. Vreemd genoeg besteedt bijna niemand aandacht aan die artikelen. Over de klachttermijn zie je meestal weinig in contracten en algemene voorwaarden staan. Zelfs in procedures wordt er bijna nooit een beroep op gedaan. Dat is een gemiste kans, want de vorderingen van een ontevreden koper of afnemer worden onherroepelijk afgewezen als hij niet tijdig heeft geklaagd. Voor de consumentenkoop (waarbij een consument van een professionele verkoper een roerende zaak koopt) geldt een keiharde klachttermijn van twee maanden. Als de koper niet binnen die twee maanden heeft geklaagd, heeft hij zijn klachtrecht definitief verloren. Het algemene klachtartikel (6:89 BW) geeft geen harde klachttermijn. Voor andere contracten dan de consumentenkoop geldt de algemene norm ‘binnen bekwame tijd’. Jammer genoeg staat nergens hoe lang die ‘bekwame tijd’ is. De rechter is daarom degene die bepaalt wat een redelijke klachttermijn is en die zal daarbij kijken naar alle omstandigheden van het geval. Die omstandigheden zijn de deskundigheid van de klager, de aard van het gebrek, de waarneembaarheid van het gebrek en de manier waarop dit aan het licht is getreden. De rechter mag het respecteren van de klachttermijn niet ongevraagd in zijn oordeel meenemen. Dit betekent dat in de procedure uitdrukkelijk een beroep gedaan moet worden op het niet tijdig klagen. De klager zal dan moeten bewijzen dat hij tijdig geklaagd heeft. Vanwege de aanzienlijke gevolgen is het voor u als ondernemer verstandig om daarop te anticiperen. In de eerste plaats kunt u de klachttermijn in uw algemene inkoopvoorwaarden oprekken. In uw algemene verkoopvoorwaarden kunt u beter een korte klachttermijn opnemen en meteen bepalen dat de klachttermijn al begint te lopen als er vóór de levering is geïnspecteerd. Let u er daarbij wel op dat een korte vervaltermijn niet in overeenkomsten met consumenten mag worden opgenomen. In de tweede plaats moet u bij een gebrekkige prestatie direct en bewijsbaar klagen. Een boos telefoontje of bezoek aan een winkel/leverancier lucht misschien erg op, maar u kunt beter per mail, fax of aangetekende brief klagen. Er is namelijk grote kans dat er geen getuigen bij het gesprek aanwezig waren en de verkoper zal zich de mondelinge klacht natuurlijk niet meer herinneren. Vooral op het gebied van het bewijsbaar klagen gaat het vaak mis. Sommige ondernemers bewaren hun correspondentie niet of niet gestructureerd, zodat zij belangrijke stukken niet meer hebben of niet kunnen vinden. Dat is voor ons niet leuk, maar voor u zeker niet. ### Het nut van goede algemene voorwaarden Het nut van goede algemene voorwaarden Veel ondernemers lijken nog in de tijd te leven dat contracten op de rand van een bierviltje gesteld kunnen worden en dat de rest een kwestie van vertrouwen is. Net als in een huwelijk kan het bij de uitvoering van een zakelijke overeenkomst makkelijk mis gaan en de relatie op de klippen lopen. Op dat moment is er geen enkele vertrouwen meer en is uw bevriende klant ineens de grootste schurk, die met een astronomische schadeclaim probeert om onder betaling uit te komen. Als deze situatie zich onverhoopt voordoet is het erg handig om een contract te hebben waarin staat beschreven aan welke eisen uw prestatie moet voldoen en hoe het met het verdelen van de schade zit. Zo is belangrijk om te regelen wanneer u in verzuim raakt: moet eerst schriftelijk geklaagd worden met een redelijke termijn om alsnog te presteren, of is het bereiken van een bepaalde datum voldoende? Dat is ook van belang als de klant een derde inschakelt om gebreken te verhelpen en die kosten aan u wil presenteren. In een goede algemene voorwaarden wordt ook geregeld welke (gevolg-)schade op u kan worden verhaald. De wet is daar namelijk erg algemeen in, zodat de schadeclaim behoorlijk kan oplopen. Meestal wordt in een apart artikel de aansprakelijkheid van de leverancier beperkt of uitgesloten voor bepaalde gevolgschade die wordt geleden door niet-nakoming van het contract. Juristen noemen dat een exoneratie-beding. Soms wordt een aansprakelijkheidsbeperking verstopt in een ‘garantieclausule’, waarbij de garantie dan sterk wordt beknot: “geen garantie wordt gegeven in de volgende gevallen….”. Een schadevergoedingsverplichting kan ook worden beperkt tot een bepaald bedrag, bepaalde schadesoorten of de manier waarop de schade is ontstaan. Dat dit belangrijk is blijkt wel uit het feit dat verzekeraars hun klanten soms verplichten bepaalde voorwaarden te gebruiken of een aansprakelijkheidsbeperking in hun voorwaarden op te nemen. Niet iedere aansprakelijkheidsbeperking is zonder meer rechtsgeldig. Als de schade veroorzaakt is door opzet of bewuste roekeloosheid van uw medewerkers of hulppersonen, kunt u geen beroep doen op een aansprakelijkheidsbeperking. Als een aansprakelijkheidsbeperking in algemene voorwaarden is opgenomen –wat in voorbedrukte overeenkomsten in het algemeen het geval is!- en de rechten van een particuliere klant beperkt, zal de rechter daar bijzonder kritisch naar kijken en de aansprakelijkheidsbeperking beperken of zelfs helemaal buiten beschouwing laten. De bewijslast (en dus: het risico) dat de aansprakelijkheidsbeperking wel redelijk is, ligt dan bij u. Als beide partijen bedrijfsmatig handelen dan wordt de klant iets minder beschermd en zal hij zelf de onredelijkheid van de aansprakelijkheidsbeperking moeten aantonen. Veel ondernemers zien een goed contract met algemene voorwaarden als administratieve rompslomp of als kostenpost. U kunt het ook anders zien. Als u zelf iets bestelt, komt de leverancier erg professioneel over als die, na een foutloze offerte met algemene voorwaarden, een helder contract ter ondertekening aanbiedt. Zo ziet men dat bij uw bedrijf ook. ### Bestuurdersaansprakelijkheid Bestuurdersaansprakelijkheid Zoals u zult weet kunt u kiezen in welke rechtsvorm u uw onderneming drijft. Veel ondernemers kiezen in het begin uit fiscaal oogpunt (startersaftrek) of uit kostenoogpunt (accountantskosten) voor een eenmanszaak. Maar is dat nu wel verstandig? Als eigenaar/vennoot bent u 100% persoonlijk aansprakelijk voor de nakoming van overeenkomsten of voor toegebrachte schade. Zelfs als de claim in uw ogen totale onzin is. Daarnaast betekent het faillissement van zo'n onderneming ook uw persoonlijke faillissement. Verstandiger is om een besloten (of naamloze) vennootschap op te richten, die de onderneming drijft. U bent dan niet persoonlijk gebonden aan door de BV gesloten overeenkomsten en niet aansprakelijk voor door de BV toegebrachte schade. Als de BV failliet gaat, bent u slechts het bedrag kwijt dat u voor de aandelen heeft betaald, maar gaat u niet in persoon failliet. De bestuurder van een BV geniet echter geen juridische onschendbaarheid. In een aantal situaties kan hij persoonlijk aansprakelijk worden gehouden: bij bewuste niet-nakoming van overeenkomsten door de BV en in geval van wanbestuur van de BV. Als u als bestuurder een overeenkomst sluit in de wetenschap dat de BV de verplichtingen uit de overeenkomst niet zal kunnen nakomen, kan een schuldeiser die daardoor schade lijdt, u voor die schade persoonlijk aansprakelijk houden. Dat kan een schuldeiser ook doen als u als bestuurder bewust heeft verhinderd dat de BV de verplichtingen uit de overeenkomst nakomt. In deze gevallen kunt u onrechtmatig hebben gehandeld tegen de schuldeiser. Als dat het geval is, moet u de door die schuldeiser geleden schade vergoeden. De curator heeft een paar exclusieve mogelijkheden om u aansprakelijk te stellen wegens ‘onbehoorlijk bestuur’. Als de administratie van de BV niet in orde is of als de jaarrekening niet tijdig is gepubliceerd, wordt vermoed dat er sprake is van een onbehoorlijke taakvervulling en dat dit een oorzaak is van het faillissement. Daarnaast kan de curator u persoonlijk aansprakelijk houden als u niet als een 'redelijk' bestuurder heeft gehandeld, bijvoorbeeld door het maken van een ernstige fout, door het onttrekken van gelden, het nemen van onnodige financiële risico’s of het niet sluiten van de gebruikelijke verzekeringen. Tenzij u kunt bewijzen dat het faillissement niet hierdoor is veroorzaakt, kan de curator u persoonlijk aansprakelijk stellen voor het hele faillissementstekort, inclusief zijn salaris. Ook kunt u persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor onbetaalde premies en belastingen, als u niet tijdig een melding betalingsonmacht heeft gedaan. Als bestuurder moet u kritisch blijven op wat uw medebestuurders doen: iedere medebestuurder is verantwoordelijk voor zijn aandeel in het bestuur en het beleid. Ook geldt dat u zich niet achter een andere rechtspersoon (zoals een holding) of een stroman kunt verstoppen: als u feitelijk de touwtjes in handen heeft, kunt u aansprakelijk gesteld worden. Wij zien soms ondernemers privé in de problemen komen doordat zij in het licht van het faillissement een nieuwe BV beginnen of bij oude BV de boel de boel laten. Niets doen is –altijd- het domste dat u kunt doen. Een goed ondernemer weet wanneer hij deskundige hulp moet inschakelen. Beter zakelijk een paar honderd euro advieskosten, dan privé duizenden euro’s proceskosten. ### Gebrek aan woning Gebrek aan woning Tijdig klagenDe wet heeft het over klagen binnen ‘bekwame tijd’. Wees alert op dit punt want als u niet tijdig klaagt, kunt u al uw mogelijke aanspraken verliezen. Hieronder zal ik kort uiteenzetten welke stappen u in het voorkomende geval het beste kunt ondernemen. Liefst tijdig. Welke regels gelden daar tegenwoordig voor? Hoewel op de verkoper de plicht rust eventuele (verborgen)gebreken aan de woning ten tijde van de verkoop te melden, gebeurt dit nog te vaak niet. Een uiterst vervelende situatie wanneer u daar pas later achter komt. De wet schrijft dan voor dat u binnen ‘bekwame tijd’ de verkoper op de hoogte dient te stellen van het betreffende gebrek. Maar wat is klagen binnen bekwame tijd en wat is het juiste moment dat u uw beklag bij de verkoper dient te doen? Schriftelijk en aangetekend meedelenDe wet definieert het begrip bekwame tijd niet. U doet er goed aan zodra u bijvoorbeeld een mogelijke lekkage of houtrot ontdekt dit direct per aangetekende brief aan de verkoper te melden. Zo kunt u bewijzen dat u binnen bekwame tijd bij de verkoper heeft geklaagd. Deskundig onderzoekHet komt dikwijls ook voor dat u, om het gebrek en/of de oorzaak precies vast te kunnen stellen, deskundig onderzoek dient uit te laten voeren. Als zo’n onderzoek nodig is, begint de klachttermijn pas te lopen als met voldoende zekerheid vaststaat dat de woning inderdaad niet voldoet aan hetgeen u ervan mocht verwachten. Alhoewel het strikt genomen dan nog niet hoeft, adviseren wij om praktische redenen de verkoper - na het ontdekken van het gebrek of non-conformiteit - schriftelijk mee te delen dat u een mogelijk gebrek aan de woning heeft ontdekt en dat u een onderzoek daarnaar zult laten uitvoeren. Op deze wijze heeft u binnen bekwame tijd uw beklag gedaan en kan de oorzaak nog nader worden vastgesteld. Het is daarbij wel van belang dat u de verkoper zo mogelijk betrekt bij het onderzoek en er in ieder geval voor zorgdraagt dat de verkoper de uitkomst van het deskundig onderzoek zo spoedig mogelijk verneemt. Mocht een dergelijk onderzoek veel tijd in beslag nemen, dan is het raadzaam dit tussentijds aan de verkoper mee te delen. IngebrekestellingIn uw brief aan de verkoper waarin u klaagt dat sprake is van een gebrek aan de woning, is het tevens van belang de verkoper aansprakelijk te stellen voor de schade die u lijdt en nog zal lijden door zijn/haar tekortkoming. U dient vervolgens de verkoper een termijn te geven om alsnog na te komen. Verstrijkt deze termijn en verkoper komt niet na, dan is de verkoper in verzuim en dient u om uw schade te verhalen een procedure te starten. VerjaringU dient er op bedacht te zijn dat, op het moment u het gebrek kenbaar heeft gemaakt aan de verkoper, er een verjaringstermijn van maximaal twee jaar gaat lopen. Binnen deze periode dient u een eventuele vordering bij de rechter aanhangig te maken. Dit houdt in dat u binnen twee jaar na het melden van het gebrek bij de verkoper, een procedure dient te starten om uw schade op de verkoper te verhalen. Mocht u dit nalaten, dan vervalt uw recht op schadevergoeding. Gezien de complexiteit van dit soort zaken en de verstrekkende gevolgen is het raadzaam tijdig juridisch advies in te winnen. ### Conservatoir beslag Conservatoir beslag Voordat u een procedure begint kunt u aan de rechter vragen om beslag te mogen laten leggen op vermogensbestanddelen (zaken of vorderingen) van de tegenpartij. Zo’n beslag noemt men conservatoir, Latijn voor ‘bewarend’. Er zijn verschillende soorten beslag, maar in het kader van dit artikel zal ik alleen wat uitleggen over het zogenaamde verhaalsbeslag: beslag op roerende zaken (inboedel of voorraden), onroerende zaken (gebouw of stuk grond) of beslag onder derden (banktegoed, openstaande facturen aan klanten, of salaris/uitkering) om u later uit de opbrengst daarvan te voldoen. Het verlof, zoals die rechterlijke toestemming voor het beslag wordt genoemd, kan door een advocaat gevraagd worden door middel van een verzoekschrift. Het fijne aan zo’n verzoekschriftprocedure is dat de tegenpartij meestal niet op het verzoek wordt gehoord. Als het verzoek aan de vormvereisten voldoet en er geen ‘luchtje’ aan kleeft, zal de rechter het gevraagde verlof geven. De tegenpartij krijgt dus in de regel geen waarschuwing vooraf dat er beslag gelegd zal gaan worden, zodat hij niet snel alles op naam van een ander kan zetten. Daarop zijn een paar uitzonderingen: als u verlof vraagt voor beslag op een periodieke uitkering (loon, uitkering, managementfee) dan wordt de tegenpartij wel altijd van te voren door de rechter gehoord. Maar wat is nu eigenlijk een beslag? Verhaalsbeslag houdt meestal in dat de zaken gewoon onder de tegenpartij blijven rusten, maar dat hij deze niet mag verkopen, weggeven of bezwaren (zoals een pandrecht of hypotheek erop vestigen). In sommige gevallen kun je een bewaarder laten aanstellen en worden de spullen bij de tegenpartij weggehaald en ergens opgeslagen. Als de rechter toestemming geeft om beslag te leggen, bepaalt hij gelijk een termijn voor het instellen van de hoofdzaak (bodemprocedure of kort geding). Meestal is dit 14 dagen na beslaglegging. Als de dagvaarding niet binnen die termijn wordt uitgebracht, dan vervalt het beslag en is de beslaglegger aansprakelijk voor de door het beslag veroorzaakte schade. Die aansprakelijkheid is er ook als de beslaglegger in de hoofdzaak ongelijk krijgt en het beslag dus achteraf onterecht blijkt. Na het winnen van de hoofdzaak wordt het ‘conservatoire’ beslag omgezet in een ‘executoriaal’ beslag, zodat je het beslag mag uitwinnen. Bijvoorbeeld: de woning of aandelen verkopen, of betaling van klanten of de bank van de tegenpartij ontvangen. De opbrengst van die verkoop strekt dan in mindering op het bedrag dat de tegenpartij nog aan u moet betalen. Het leggen van beslag is niet alleen een middel om te voorkómen dat de tegenpartij na een procedure geen verhaal meer biedt, maar ook een effectief middel om op korte termijn een oplossing te bereiken, waarbij u wat wisselgeld creëert voor eventuele onderhandelingen. De tegenpartij ervaart beslaglegging meestal als beschamend en wil graag dat de beslagen zo snel mogelijk worden opgeheven. En wat nu als iemand anders beslag ten laste van u laat leggen? In dat geval kunt u een paar dingen doen. Als de vordering van de tegenpartij terecht is, kunt u een bankgarantie aanbieden of een bedrag in depot storten, bijvoorbeeld op de derdenrekening van een advocaat of notaris. De beslaglegger moet het beslag dan gelijk opheffen. Als de vordering van de tegenpartij in uw ogen onjuist is, of als het beslag u onredelijk ernstig treft, kunt u in kort geding aan de rechter vragen het beslag op te heffen. De mogelijkheid om direct beslag te laten leggen is een van de voordelen om incassozaken of een juridische discussie aan een advocaat uit te besteden. Hij weet de weg en kan op korte termijn beslag voor u laten leggen. ### Advertentiefraude Advertentiefraude Wij krijgen soms klanten die enorme facturen hebben gekregen omdat zij opdracht gegeven zouden hebben voor een vermelding in een nepgids of op een website. Iedereen denkt daar nooit in te zullen trappen, maar de praktijk leert anders. Meestal begint het met een amicaal telefoontje. Na de verplichte ‘hoe is het?’ over en weer, vraagt de verkoper u of u uw bedrijfsgegevens nog even wilt nakijken die hij u zo toe faxt. Dit voor het verlengen van de gratis vermelding, of de beëindiging daarvan. Meestal is er haast bij, omdat de gids morgen ter perse gaat, of dat een concurrent benaderd zal worden. U krijgt dan een fax waarop uw advertentie prijkt. Nog geen 5 minuten later gaat de telefoon met de vraag of alle gegevens kloppen en of u de fax zo snel mogelijk ondertekend wilt terugsturen. De advertentie blijkt vaak gekopieerd uit een uitgave waar u wel opdracht voor heeft gegeven. In de kleine lettertjes staat dat u opdracht geeft voor een betaalde vermelding en dat de ondertekenaar verklaart dat hij bevoegd is om uw bedrijf te vertegenwoordigen. Vervolgens krijgt u een factuur van soms duizenden euro’s. Vaak zit daarbij een gidsje (waarvan er maar een tiental is gedrukt) of een link naar een website (die normaal gesproken onvindbaar is). Als u die factuur niet betaalt krijgt u een brief van een malafide incassobureau waarin gedreigd wordt met dagvaarding of faillissementsaanvraag. Laatst had ik een koekenbakker uit het hoge Noorden die zeer amicaal naar kantoor (die durft!) belde. Mijn medewerkster verbond hem gelijk naar mij door. Ik zou rond de zomervakantie opdracht hebben gegeven voor een advertentie. Toen ik zei dat ik hem niet kende en dat ik me de opdracht niet kon herinneren, werd hij boos. Afspraak was afspraak en zo kende hij mij toch niet. Nadat ik zei dat ik geen grote mond van hem accepteerde en we niet samen hadden geknikkerd, begon hij met een zielig verhaal over gereserveerde ruimte en bood hij korting aan. Ik heb hiervoor bedankt, waarop hij weer boos werd. Ik kon de dagvaarding wel tegemoet zien. Hoe denken rechters hier over? In beginsel vindt een rechter dat een particulier onder bijna alle afspraken uit kan, omdat hij de reikwijdte daarvan niet goed heeft begrepen. Van een ondernemer mag echter verlangd worden dat die de kleine lettertjes goed leest en begrijpt dat hij voor enkele duizenden euro’s opdracht geeft. Dat geldt ook voor uw personeel! Als u vervolgens zelf gaat procederen, zult u waarschijnlijk verliezen omdat u geen verstand heeft van juridisch ingewikkelde leerstukken als wilsovereenstemming en dwaling. Kunt u dit soort nare discussies voorkómen? Enkele tips:1. Geef pas opdracht na voorafgaande schriftelijke offerte.2. Controleer vooraf de bedrijfsnaam op internet (klachtenforums), in het handelsregister en bijvoorbeeld de Rota.3. Mensen die haast hebben, proberen u meestal een loer te draaien.4. Instrueer uw personeel om advertentieverkopers niet te woord te staan, maar direct naar u door te verbinden.5. Zeg tijdens telefoongesprekken nooit ‘ja’ of ‘dat is goed’. Dat wordt vaak geknipt en in een valse geluidsopname geplakt.6. Ga niet zelf in discussie als de advertentieverkoper aanspraak op betaling maakt, maar schakel gelijk een ervaren advocaat in.7. Doe aangifte bij de Politie en het Steunpunt Aquisitiefraude.8. Controleer zelf alle facturen voor advertentiekosten. Wij hopen van harte dat u ons niet hoeft te bellen. ## Pagina's ### Woordenboek [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text css=""] Woordenboek Moeilijk juridisch woord gezien over civiele procedure? Hier vindt u de betekenis: A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - R - S - T - U - V - W - Z   A Aanhangig maken - Het starten van een procedure bij de rechter; in een civiele procedure is de zaak ‘aanhangig’ gemaakt op het moment dat de griffier de (aan de gedaagde betekende) dagvaarding ontvangt of het verzoekschrift. Aanhouden - Het uitstel van de behandeling of de beslissing van de rechter. Als een partij een nadere termijn (uitstel) vraagt om een stuk in te dienen dan wordt hem aanhouding verleend. Aanleg - De rechterlijke instantie waar de behandeling van een zaak plaatsvindt. De rechtbank is de eerste aanleg, het gerechtshof (in hoger beroep) is de tweede aanleg. Aanzegging – Formele bekendmaking door middel van het uitreiken van een gerechtelijk schrijven, bijvoorbeeld een dagvaarding of een kennisgeving. Akte – Een door partijen ondertekend geschrift dat als bewijs kan dienen. In gerechtelijke procedure is een akte een kort processtuk waarin iets wordt toegelicht, iets in de procedure wordt ingebracht of een eis wordt gewijzigd, zonder inhoudelijk op alle stellingen van de andere partij in te gaan. Appel - Hoger beroep; de mogelijkheid om, als men het niet eens is met een rechterlijke uitspraak, een nieuwe uitspraak van een hogere rechter te vragen. Als een zaak bij de rechtbank heeft gediend en hoger beroep wordt ingesteld, dan wordt het appel behandeld door het gerechtshof. Hoger beroep tegen een uitspraak van het gerechtshof wordt ingesteld bij de Hoge Raad en heet geen 'appel' maar 'cassatie'. Appellant - Degene die in hoger beroep gaat. Arrest - Uitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad in een civiele dagvaardingsprocedure. Arrondissement - Rechtsgebied. Nederland is verdeeld in elf arrondissementen. Zie ook: Ressort.   B Bad leaver - Een aandeelhouder die het bedrijf onder “ongunstige” of verwijtbare omstandigheden verlaat, waardoor hij zijn aandelen meestal verplicht moet verkopen tegen een lage prijs (vaak nominale waarde of kostprijs). Balie - Aanduiding voor de gehele advocatuur. Belofte - Verplichte verklaring van een getuige op de zitting dat hij de waarheid zal spreken. Wie opzettelijk een valse verklaring aflegt, maakt zich schuldig aan meineed. Christelijke getuigen leggen de eed af, anderen de belofte. Als de rechter voorafgaand aan het getuigenverhoor vraagt of de getuige niets anders dan de waarheid zal verklaren dan zegt de getuige: dat beloof ik. Beschikking - Een rechterlijke uitspraak in een procedure die begint met een verzoekschrift. Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding, heet een vonnis. Betekening - Formele uitreiking door de deurwaarder van gerechtelijke stukken (zoals een dagvaarding, een oproeping of een vonnis, een proces-verbaal) aan een getuige, een gedaagde partij of andere belanghebbende. Bevoegdheid - De vraag welke rechter de zaak mag behandelen. Zie ook: Competentie. Bewijs - Een document, voorwerp of verklaring waarmee de juistheid van een standpunt wordt onderbouwd. Bewijslast - De verplichting tot het leveren van bewijs in een proces. Meestal heeft degene die zich op het rechtsgevolg van een bepaald feit beroept, de bewijslast. Wie de bewijslast heeft, draagt ook het bewijsrisico. De door hem niet bewezen feiten zijn dan niet komen vast te staan zodat de rechter die feiten niet aks vaststaand in zijn beoordeling meeneemt. Bewind - Wie onder bewind wordt gesteld, is tijdelijk niet bevoegd om over zijn vermogen te beschikken. Dat doet een bewindvoerder. Bewindvoerder - Persoon die door de rechter is aangesteld om te zorgen voor het vermogen of de goederen van een ander, die wegens zijn lichamelijke of geestelijke omstandigheden daartoe zelf niet (meer) in staat is. Bodemprocedure - Term die gebruikt wordt om de normale civiele procedure bij de rechtbank of kantonrechter mee aan te duiden. In een bodemprocedure wordt aan de rechter gevraagd om iets te doen, een toestand vast te stellen, of de gedaagde te veroordelen om iets te doen of na te laten. Een kort geding is geen bodemprocedure. Een verzoekschriftprocedure start met een verzoekschrift, de verweerder mag daar per verweerschrift op reageren waarna en mondelinge behandeling plaatsvindt en de rechter een beschikking geeft. In dagvaardingsprocedures staat de eis in de dagvaarding. De gedaagden verweert zich met de conclusie van antwoord. Daarna zal een comparitie van partijen (mondelinge behandeling) worden gehouden. Soms mag de eiser nog schriftelijk reageren met een conclusie van repliek waar gedaagde per conclusie van dupliek nog mag reageren. Dan zal de rechter een vonnis wijzen. Buitengerechtelijke kosten - Kosten die iemand maakt voordat een gerechtelijke procedure wordt gestart (en die niet tot de proceskosten worden gerekend) zoals bijvoorbeeld kosten van een deskundige om de schade vast te laten stellen, of kosten om zijn vordering door een advocaat of deurwaarder te laten innen.   C Cassatie, in cassatie gaan - Bij de Hoge Raad in beroep gaan tegen een beslissing van een lagere rechter. Casseren - Het door de Hoge Raad vernietigen van een uitspraak van een lagere rechter. Civiel recht - Recht dat betrekking heeft op geschillen tussen burgers onderling, tussen bedrijven onderling of burgers en bedrijven. Het civiel recht wordt ook burgerlijk recht of privaatrecht genoemd. Andere vormen van recht zijn strafrecht (overheid tegen burgers) en bestuursrecht (over overheidsbesluiten). Comparitie – De mondelinge behandeling in een gerechtelijke procedure. Comparitie is een samenkomst van partijen bij de rechter. Tijdens een comparitie kunnen partijen hun standpunten nader toelichten en kan de rechter vragen stellen. Meestal zal de rechter onderzoeken of partijen de zaak willen schikken. Tijdens een comparitie worden geen getuigen gehoord en wordt er geen vonnis gewezen. De comparitie kan op de rechtbank worden gehouden, maar soms ter plaatse (bijvoorbeeld als buren een geschil over de erfgrens hebben of als de procedure over een bouwwerk gaat). Compenseren - Verrekening van de proceskosten. Als de rechter de proceskosten compenseert, dan draagt ieder zijn eigen kosten (griffierecht, betekeningskosten, kosten juridische bijstand). Competentie - Geeft aan welke rechter bevoegd is voor welk soort zaak. Eerst moet worden vastgesteld welke rechter bevoegd is om een zaak te behandelen (kantonrechter of rechtbank). Dit noemt de vraag van de absolute competentie. De kantonrechter is bevoegd in zaken met een financieel belang tot € 25.000 en is ook bevoegd in zaken over arbeid, huur, pacht en consumentenzaken. Ten tweede moet men vaststellen in welk arrondissement de rechter dient te worden benaderd. Dit is de vraag van de relatieve competentie. Normaal gesproken is de (kantonrechter) van de woonplaats van de gedaagde bevoegd. Conclusie van antwoord - Het eerste verweer van de gedaagde tegen hetgeen de eiser stelt in een civiel proces in de dagvaardingsprocedure. Bij de kantonrechter kan de conclusie van antwoord mondeling worden ingediend door op de zitting verweer te voeren, maar het verdient aanbeveling om alle verweren op schrift te stellen. In de conclusie van antwoord moeten alle verweren worden opgenomen. Conservatoir beslag – Bewarend beslag op vermogensbestanddelen van de schuldenaar of goederen die zich onder de schuldenaar bevinden, vooruitlopend op een uitspraak over een geschil. Hiervoor moet per verzoekschrift toestemming van een rechter worden gevraagd. Meestal binnen 14 dagen na beslaglegging moet de dagvaarding worden betekend, dus het leggen van conservatoir beslag is niet vrijblijvend. In sommige gevallen kan een gerechtelijk bewaarder worden aangewezen, maar meestal wordt door beslag de bevoegdheid van de tegenpartij om het beslagen goed aan een ander over te dragen of daarop rechten te vestigen. Contradictoir - Zaak op tegenspraak. Dit betekent dat de gedaagde of de verweerder in de procedure is verschenen en zich heeft kunnen verweren. Contra-expertise - Tegenonderzoek door een deskundige. Conventie – deel van de procedure dat ziet op de eis van de eiser. Het deel van de procedure dat ziet op de tegenvorderingen van de gedaagde heet de ‘reconventie’. Cumulatie - In burgerlijk procesrecht: het samenvoegen (opstapelen) van meerdere rechtsvorderingen. Curatele- Maatregel van de rechtbank om bepaalde personen en hun omgeving te beschermen. Het gaat dan vooral om personen die aan een geestelijke stoornis lijden, te veel geld uitgeven of ernstig verslaafd zijn. Die persoon wordt dan onder curatele gesteld en er wordt een curator aangesteld. Curator - 1. Persoon die door de rechtbank wordt aangewezen om op te treden namens iemand die handelingsonbekwaam is (onder curatele is gesteld). 2. In faillissementen is de curator degene die het vermogen van degene die failliet is gegaan te gelde maakt en de opbrengst verdeelt over de schuldeisers (meestal: de curator zelf en de belastingdienst). 3. In het familie- en jeugdrecht kan een bijzondere curator worden benoemd om op te komen voor de belangen van een kind als de ouder of voogd dat niet wil of kan.   D Dagvaarding - Oproep om voor het gerecht te verschijnen. Door betekening van de dagvaarding aan de gedaagde start de procedure. In de dagvaarding staan de relevante feiten opgesomd en staat wat er precies van de rechter gevraagd wordt. Derdenverzet - Bijzonder rechtsmiddel voor de belanghebbende die meent benadeeld te zijn door een vonnis dat tussen andere partijen is uitgesproken. Descente - Een bezichtiging door de rechter op de plek waar de oorzaak van het geschil zichtbaar is of waar het geschil zich afspeelt ('plaatsopneming'). Deurwaarder - Een bij koninklijk besluit benoemde openbaar ambtenaar, die belast is met het uitbrengen van dagvaardingen en andere exploten en het verrichten van ontruimingen, inbeslagnemingen en executoriale verkopingen. Deurwaardersexploot - Geschrift waarin de deurwaarder een vordering bekend maakt en dat aan een persoon wordt gegeven (betekend). Discretionaire bevoegdheid - De vrije beslissingsruimte van de rechter. Dupliek - Het schriftelijke antwoord van de gedaagde op de conclusie van repliek door de eiser in de dagvaardingsprocedure (civiele zaken). Doorgaans het laatste processtuk voordat de rechter vonnis wijst. Dwangsom - Bedrag dat iemand moet betalen als hij niet voldoet aan een verplichting die hem door de rechter is opgelegd. Een dwangsom is geen schadevergoeding maar een pressiemiddel om de tegenpartij te bewegen om iets te doen of na te laten.   E Eed - Plechtige verklaring van een getuige op de zitting dat hij tijdens het getuigenverhoor de waarheid zal spreken, en niets dan de waarheid. Als de getuige opzettelijk een valse verklaring aflegt, maakt hij zich schuldig aan meineed. Eerste en enige instantie - Procedure bij de rechter zonder de mogelijkheid om tegen de uitspraak in hoger beroep te gaan. Eerste instantie (eerste aanleg) - Gerecht waar iemand begint met een procedure. Meestal is dat de rechtbank. Ook wel bodemprocedure of in prima genoemd. Enkelvoudige kamer - Zitting met één rechter die rechtspreekt (bijvoorbeeld kinderrechter of kort geding rechter). Zie ook: Meervoudige kamer. Enquête – Getuigenverhoor. Zitting waarin de rechter getuigen hoort in een civiele zaak. Erfdienstbaarheid - In het kadaster ingeschreven verplichting van de eigenaar van een stuk grond om iets te dulden aan zijn buurman, bijvoorbeeld een erfdienstbaarheid van overpad geeft de verplichting om de buurman het recht om over jouw erf te lopen. Een erfdienstbaarheid blijft ook op een perceel rusten als de eigendom wordt overgedragen. Ex nunc - Vanaf nu. Beoordeling ex nunc is een beoordeling vanuit de huidige situatie, niet naar de situatie ten tijde van een gebeurtenis uit het verleden. Ex tunc - Vanaf toen. Beoordeling ex tunc is een beoordeling naar de situatie van toen of vanaf het moment dat de gebeurtenis plaatsvond. Executie - Tenuitvoerlegging van een gerechtelijke uitspraak of van een andere executoriale titel (zoals een notariële akte), eventueel met behulp van een deurwaarder. Executoriaal beslag - Handeling van de deurwaarder om bepaalde voorwerpen of gelden aan de macht van de verliezende partij te onttrekken, zodat daarmee degene die door de rechter in het gelijk is gesteld zijn voorwerpen terugkrijgt of de beslagen goederen op een veiling kan verkopen om met de opbrengst zijn schuld betaald te krijgen. Executoriale titel - Een gerechtelijk stuk dat door de gerechtsdeurwaarder ten uitvoer kan worden gelegd zonder naar de rechter te hoeven. Bijvoorbeeld een bevelschrift van de belastingdienst, een uitvoerbaar verklaard vonnis van de rechtbank of een hypotheekakte. Exploot - Verzamelnaam voor officiële stukken die uitsluitend door een gerechtsdeurwaarder kunnen worden uitgebracht, bijvoorbeeld een dagvaarding, een oproeping, of een proces-verbaal van beslaglegging of aanzegging van hoger beroep.   F Fictieve opzegtermijn - Wachttermijn die door UWV wordt toegepast bij het bepalen van de ingangsdatum van een WW-uitkering, ook al is er feitelijk geen opzegging meer door de werkgever. Bijvoorbeeld als een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (via vaststellingsovereenkomst) eindigt. UWV doet dan alsof de werkgever wél de wettelijke of contractuele opzegtermijn had gehanteerd. Over die fictieve periode bestaat geen recht op WW, omdat de werknemer in theorie nog loon had kunnen ontvangen. Formeel recht - Regels die aangeven op welke wijze een proces moet worden gevoerd. Forum - Gerecht, een rechterlijk college. Fourneren - Het overleggen van het volledige procesdossier aan de rechter met het doel om een vonnis te krijgen.   G Gedaagde - Degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht in de dagvaardingsprocedure. Tegenpartij van de eiser. Geïntimeerde - Partij in hoger beroep die in de appeldagvaarding door de appellant (degene die in hoger beroep gaat) is opgeroepen om voor een hoger gerecht te verschijnen, in een procedure tegen de uitspraak van een lagere rechter. Gelaedeerde - Iemand die nadeel heeft ondervonden van een onrechtmatige daad. Geldelijk belang – waarde van de vordering of de hoogte van het bedrag waar een geschil om gaat. Gemachtigde - Iemand die als vertegenwoordiger van een partij optreedt en die namens die partij rechtshandelingen mag verrichten (meestal op grond van een schriftelijke volmacht). Geopposeerde - Tegenpartij van de opposant in een civiele verzetprocedure. Zie ook: Verzet. De opposant (oorspronkelijk gedaagde) komt in verzet tegen een verstekvonnis, zijn tegenpartij (de oorspronkelijk eiser) is de geopposeerde. Gerecht - Rechtsprekende instantie. Bijvoorbeeld: kantonrechter, rechtbank, gerechtshof, Centrale Raad van Beroep, College van Beroep voor het bedrijfsleven, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Hoge Raad. Gerechtsauditeur - 1. Opleidingsfunctie voor juristen die rechter willen worden. 2. Ondersteunende functie bij Hoge Raad en Centrale Raad van Beroep. Gerechtshof - Gerecht dat zaken in hoger beroep behandelt. Nederland kent vier gerechtshoven. Gerekestreerde – Degene tegen wie een verzoekschrift wordt ingediend, als hij in de procedure verschijnt is hij de verweerder. Een verzoekschrift wordt ook wel rekest genoemd. Good leaver - Een aandeelhouder die het bedrijf onder “goede” omstandigheden verlaat, waardoor hij recht behoudt op een gunstige prijs (meestal de marktwaarde) voor de overname van zijn aandelen. Grief - Bezwaar dat in hoger beroep wordt aangevoerd tegen een overweging in een vonnis. Griffie – Het secretariaat van een gerecht. De secretaris wordt meestal griffier genoemd en zit naast de rechter om op te schrijven wat er tijdens de zitting gezegd wordt. Griffierecht – de vergoeding die partijen aan het gerecht moeten betalen voor het voeren van de procedure. Dit wordt ook wel vast recht genoemd. De hoogte daarvan is afhankelijk van de waarde van de vordering en de hoedanigheid van de procespartij (onvermogende, natuurlijk persoon of rechtspersoon). Grondwet - In de Grondwet staan de grondrechten en plichten van alle Nederlanders. De Grondwet regelt ook de bevoegdheden van het parlement, de ministers en Koning. Ook staat in de Grondwet hoe wetten worden gemaakt en hoe de rechtspraak werkt. Grosse - Een gewaarmerkt afschrift van een gerechtelijke uitspraak dat door de rechter aan partijen wordt afgegeven.   H Hoge Raad - Hoogste rechtscollege in Nederland. De Hoge Raad stelt niet meer zelf de feiten vast, maar bekijkt of de lagere rechter (het gerechtshof) bij zijn beslissing het recht goed heeft toegepast en geen onbegrijpelijke uitspraak heeft gedaan. Voor het instellen van zo’n procedure moet een speciale cassatie advocaat worden ingeschakeld. Hoger beroep - Het opnieuw behandelen van een zaak door een hogere rechter, met het doel de uitspraak van een lagere rechter ongedaan te maken. Hoorzitting - Mondelinge, vaak openbare behandeling van een rechtsgeschil, die vooral is bedoeld om de rechter nadere informatie te verschaffen. Huurbeding - Een bepaling in de hypotheekakte waarin staat dat de eigenaar van het verhypothekeerde pand (de hypotheekgever), het pand niet mag verhuren of in gebruik mag geven zonder toestemming van de hypotheekhouder (meestal de bank). Dit omdat een pand in verhuurde of gebruikte staat een lagere executie-opbrengst heeft. Huwelijksgoederenregister- Openbaar register bij de rechtbank waarin op verzoek van betrokkenen wordt vermeld of er huwelijkse voorwaarden zijn opgemaakt en of er een verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend.   I Immateriële schade - Schade die veroorzaakt is door verdriet, smart of geestelijk gemis. Deze schade is (in tegenstelling tot materiële schade) niet direct in geld uit te drukken. Een soort pleister op de wond. Het bedrag dat wordt toegekend als vergoeding voor immateriële schade heet smartengeld. Inbewaringstelling - In het kader van de Wet Bijzondere Opneming Psychiatrische Ziekenhuizen: gedwongen opname in een psychiatrische inrichting van iemand die psychisch gestoord is en een gevaar vormt voor zichzelf of zijn omgeving. Incident – Voorval in een procedure dat de gewone voortgang van het proces ophoudt. Als de gedaagde bijvoorbeeld van mening is dat de rechtbank onbevoegd is omdat partijen arbitrage hadden afgesproken, kan hij (vóórdat hij zijn inhoudelijke verweren geeft) een bevoegdheidsincident opwerpen. De rechter gaat zich dan eerst over zijn bevoegdheid uitspreken. De hoofdprocedure ligt dan meestal stil totdat de rechter op de incidentele vordering heeft beslist. Incidenteel appel – hoger beroep dat ingesteld wordt door de geïntimeerde (de wederpartij van degene ook in hoger beroep is gegaan), waarin de incidenteel appellant zijn bezwaren tegen de rechterlijke beslissing kenbaar maakt. Een soort tegen-hoger beroep dus. Inlichtingencomparitie - Het op bevel van de rechter verschijnen van partijen om inlichtingen te geven. Insolventie – Toestand waarin een persoon of onderneming niet meer aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Meestal gevolgd door een faillissement of surseance van betaling.   J Jurisprudentie - Geheel van uitspraken van rechters. Deze uitspraken worden gepubliceerd zodat rechters en advocaten kunnen kijken wat andere rechters in soortgelijke gevallen hebben besloten. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor wetgeving en de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. Jurist - Een rechtsgeleerd persoon, of iemand die juridisch werk doet. 'Jurist' is geen wettelijk beschermde titel, iedereen mag zich jurist noemen. Justitia, Vrouwe Justitia - Godin der gerechtigheid in het oude Rome. Vaak afgebeeld op gerechtsgebouwen met blinddoek, weegschaal en zwaard. Die attributen staan niet symbool voor kortzichtigheid, overgewicht en het onvermogen om keuzes te maken. Justitiabele - Verzamelnaam voor eiser, gedaagde, verdachte, verzoeker etc. Meestal ook rechtzoekende of procespartij genoemd.   K Kantonrechter - De kantonrechter behandelt zowel civiele zaken als strafzaken. Het is een alleensprekende rechter die zaken behandelt als arbeidszaken, huurzaken en consumentenzaken (aardvorderingen) en in andere zaken met een financieel belang onder de € 25.000,- (waardevorderingen). In kantonrechter-procedures hoeven partijen niet verplicht advocaat in te schakelen. Vroeger was het kantongerecht een apart gerecht naast de rechtbanken, gerechtshoven en de Hoge Raad. De kantongerechten zijn administratief samengevoegd met de rechtbanken. De term 'kantonrechter' is blijven bestaan. Kantonrechtersformule - Afspraken tussen de kantonrechters over de wijze waarop de hoogte van een vergoeding bij een ontbinding van een arbeidsovereenkomst wordt berekend. De kantonrechtersformule mag niet meer door de rechters worden gebruikt (werknemers kunnen aanspraak hebben op de transitievergoeding en een billijke vergoeding) maar speelt nog wel een rol in onderhandelingen over de ontslagvergoedingen. Kinderrechter - Rechter die de civiele jeugdbeschermingszaken behandelt. Kort geding - Procedure om in een spoedeisende civiele zaak snel een beslissing van de rechtbank te krijgen, bijvoorbeeld het verbieden van een staking, het doorbetalen van loon of het opheffen van een beslag. Dit is een voorlopige uitspraak en wordt daarom ook wel voorlopige voorziening genoemd. De kort geding rechter hoort geen getuigen en zal proberen een inschatting te maken van de uitkomst van een bodemprocedure. Een kort geding kan zelfs op zon- en feestdagen en hoeft niet in het gerechtsgebouw plaats te vinden. Hierna kunnen de partijen alsnog naar de rechtbank gaan om de zaak voor te leggen (de 'bodemprocedure'). De uitspraak van de kort geding rechter bindt de bodemrechter niet. Kracht van gewijsde - Een rechterlijke uitspraak heeft 'kracht van gewijsde' als daar geen hoger beroep of ander normaal rechtsmiddel meer tegen mogelijk is. De uitspraak kan dus ten volle ten uitvoer worden gelegd. Een rechterlijke uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan kan nog wel worden teruggedraaid door de buitengewone rechtsmiddelen herroeping of derdenverzet.   L Legalisatie - Wettiging; verklaring van echtheid. Lijdelijk - In het civiele recht is de rechter lijdelijk. Dat betekent dat hij alleen beslist op de geschilpunten die de partijen zelf naar voren brengen en voor het overige een afwachtende houding aanneemt. In het strafproces en het bestuursproces is de rechter daarentegen leidend; hij onderzoekt zelf actief de zaak die aan hem wordt voorgelegd. Litispendentie - De situatie dat een geschil al bij een andere rechter in behandeling is.   M Magistratuur - Alle leden van de rechterlijke macht, dus rechters (zittende magistratuur) en –in strafzaken- de leden van het Openbaar Ministerie (staande magistratuur). De rechter blijft zitten tijdens de zitting, de officier van justitie voert staande het woord. Heet ook wel rechterlijke macht. Materiële schade - Schade die direct in geld is uit te drukken. Meervoudige kamer - Een kamer van een gerecht, bestaande uit ten minste drie rechters. De meervoudige kamer beslist over zware of ingewikkelde zaken. In hoger beroep worden de zaken veelal door een meervoudige kamer behandeld. Meineed - Valse eed. Getuigen die tijdens een getuigenverhoor (onder ede) opzettelijk niet de waarheid spreken, maken zich schuldig aan meineed. Memorie van Antwoord – Het schriftelijke verweer van de gedaagde in hoger beroep (geïntimeerde) tegen de bezwaren die de eiser in hoger beroep (appellant) in zijn memorie van groeven heeft geformuleerd. Memorie van Grieven - Processtuk waarin de eiser in een hoger beroep procedure zijn bezwaren tegen de uitspraak van de lagere rechter kenbaar maakt. Mentorschap - Beschermingsmaatregel voor wie zelf niet meer voor zijn persoonlijke (niet-financiële) belangen kan zorgen. Minuut - Origineel exemplaar van een gerechtelijk stuk (bijvoorbeeld een vonnis), dat blijft bij degene die het heeft opgesteld (de griffier). Mondelinge uitspraak - Uitspraak die meteen na de behandeling ter zitting wordt gedaan en die pas achteraf op papier wordt gesteld.   N Ne bis in idem - beginsel dat niet nogmaals mag worden geprocedeerd over een geschil waarin de rechter al uitspraak heeft gedaan. Neutral leaver - Een vertrekkende aandeelhouder die niet duidelijk in de good leaver- of bad leaver-categorie valt. Zijn aandelen worden meestal gewaardeerd tussen de bad leaver-prijs en de good leaver-prijs, vaak een percentage van de marktwaarde (bv. 50–75%), of de marktwaarde minus een bepaalde korting. Nietigverklaring - Oordeel van de rechter dat een vorige uitspraak van een lagere rechter niet geldig is. Niet-ontvankelijk - Niet vatbaar voor berechting. De niet-ontvankelijkheid wordt bepaald door de rechter. Een eiser is niet-ontvankelijk als het niet tot een inhoudelijke behandeling komt omdat er niet is voldaan aan formele vereisten. Bijvoorbeeld als de eiser buiten de termijn een verzoek of eis instelt, of als de eiser een niet meer bestaande rechtspersoon is. Novum - Nieuw feit dat nog niet eerder bekend was.   O Onderbewindstelling - Maatregel van de kantonrechter om het goederenbeheer van personen die daar zelf niet meer voor kunnen zorgen over te dragen aan een bewindvoerder. Ondercuratelestelling - Het benoemen van een curator voor een meerderjarig persoon die zijn financiële zaken door lichamelijke of geestelijke oorzaken niet meer goed zelf kan regelen. Ondertoezichtstelling - Maatregel opgelegd door de kinderrechter waarbij de ouders/voogd worden beperkt in het ouderlijk gezag/voogdij en waarbij het toezicht op het kind wordt opgedragen aan bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg. Onherroepelijk - Niet te herroepen, niet te veranderen. Een uitspraak is onherroepelijk als de rechtzoekende geen beroep of cassatie meer kan instellen, bijvoorbeeld omdat de termijn waarbinnen men beroep moet instellen verlopen is. De procedure is dan helemaal afgedaan. Zie ook: Kracht van gewijsde. Openbare registers - Door de overheid bijgehouden registers zoals het faillissementsregister en het huwelijksgoederenregister. Deze zijn door iedereen in te zien. Opposant – De oorspronkelijk gedaagde partij die niet in de procedure verschenen was en die nu verzet aantekent tegen een verstekvonnis. Oproeping - Dwingend verzoek om voor de rechter te komen als partij of getuige.   P Peremptoire termijn - Laatste termijn in een procedure waarna geen uitstel meer wordt verleend. In het procesreglement kan worden bepaald dat een ambtshalve (door de rechter ongevraagd opgelegd) peremptoir uitstel wordt gegeven, of dat het uitstel partij-peremptoir (waarbij de ene partij de andere partij kan dwingen om een proceshandeling te verrichten) is. Persisteren - Volharden in een eis, verzoek of stelling; de eis onveranderd handhaven, ongeacht wat de tegenpartij aanvoert. Pleidooi – Mondeling betoog nadat alle schriftelijke stukken zijn ingediend, waarbij een partijen de rechter proberen te overtuigen van hun standpunt of waarin de rechter van nieuwe feiten op de hoogte wordt gesteld. Preparatoir vonnis - Tussenvonnis waarbij de rechter partijen vraagt om stukken over te leggen. President - De voorzitter van een rechtbank, een gerechtshof of van de Hoge Raad. Ook de rechter die een zitting van een rechtbank of hof voorzit, wordt president of voorzitter genoemd. Primair - Eerste vordering, verzoek of stelling. Met een primair standpunt wordt aangegeven welk standpunt het belangrijkste is in een reeks. Bijvoorbeeld: primair stelt een werkgever dat de werknemer zelf ontslag heeft genomen, subsidiair (voor het geval het primair standpunt wordt verworpen) dat er een beëindigingsovereenkomst is gesloten. Principaal beroep - Het door appellant (de eiser in hoger beroepzaken) ingestelde hoger beroep tegen het vonnis van de lagere rechter. Tegenover het principaal beroep van apellant staat het door de geïntimeerde (gedaagde in hoger beroepzaken) in te stellen incidenteel beroep. Proceshandelingen - Alle officiële handelingen in een proces, zoals het indienen van processtukken, het vragen van akte, het voeren van een pleidooi. Proceskosten – De kosten die een procespartij heeft moeten maken zoals griffierechten, kosten van getuigen en deskundigen en een (bijdrage in) de gemaakte kosten voor rechtsbijstand. Proceskostenveroordeling - Bedrag dat de verliezende partij moet betalen aan de winnende partij als compensatie voor de door de winnende partij gemaakte proceskosten. Als er niet echt sprake is van winnen of verliezen (zoals in het personen- en familierecht) of in zaken waarin werknemers loondoorbetaling eisen, worden de kosten meestal gecompenseerd. Dat betekent dat ieder dan zijn eigen kosten draagt. Proces-verbaal - Schriftelijk verslag van hetgeen op rechtszittingen aan de orde is gekomen, of van wat een deurwaarder heeft geconstateerd. Procureur-generaal (PG) bij de Hoge Raad - Hoofd van het parket bij de Hoge Raad. Bij de Hoge Raad vervult het parket een andere rol dan bij de rechtbank en het gerechtshof. Leden van het parket eisen hier geen straf, maar adviseren de Hoge Raad over de uitspraak in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Ook bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is sinds 2013 een procureur-generaal aangesteld. Prorogatie - De mogelijkheid om in het civiel procesrecht met de tegenpartij overeen te komen dat een geschil direct zal worden voorgelegd aan een hogere rechter.   R Raad voor de rechtspraak - De Raad voor de rechtspraak bestaat sinds 1 januari 2002 en vormt de schakel tussen de minister van Justitie en de gerechten. De Raad heeft als opdracht te bevorderen dat de gerechten hun rechtsprekende taak goed kunnen vervullen. Raad voor Rechtsbijstand - Instantie die beslist of een rechtzoekende in aanmerking komt voor gesubsidieerde rechtsbijstand (pro deo advocaat). De toestemming die aan de rechtzoekende wordt gegeven wordt toevoeging genoemd. De rechtzoekende betaalt een eigen bijdrage waarvan de hoogte afhankelijk is van zijn inkomens- en vermogenspositie, de Raad betaalt voor de procedure dan een vast bedrag(je) aan de advocaat Raadsheer - Rechter bij het gerechtshof of de Hoge Raad. Ook een vrouwelijke rechter wordt raadsheer genoemd. De raadsheer-commissaris is de rechter die namens het gerechtshof een onderzoek leidt. Raadsman / raadsvrouw – de advocaat die een procespartij bijstaat. Raio - Rechterlijk ambtenaar in opleiding. Iemand die de opleiding volgt om later rechter te worden. Rauwelijks dagvaarden - Zonder voorafgaande waarschuwing, aanmaning of sommatie direct een dagvaarding laten uitbrengen, waardoor de wederpartij zijn standpunt niet kenbaar heeft kunnen maken en niet heeft kunnen proberen om het geschil zonder gerechtelijke procedure op te lossen. Rechtbank - Rechtsprekend orgaan dat in eerste aanleg oordeelt over zaken die niet bij de kantonrechter moeten worden aangebracht, zoals echtscheidingen en vorderingen met een waarde van minimaal € 25.000. Ook wordt met het begrip rechtbank het gebouw aangeduid waarin de rechtbank en de kantonrechter zetelen. Rechter-commissaris (RC) - De RC in faillissementen houdt toezicht op de curator (die de failliete boedel beheert) en op de bewindvoerder (die het traject van schuldsanering bij natuurlijke personen begeleidt). In gewone zaken is de RC de rechter die het onderzoek leidt. Reconventie - Tegenvordering; door de gedaagde tegelijk met de conclusie van antwoord ingediende tegeneis. Degene die de procedure start is eiser in conventie. Als de gedaagde partij een tegenvordering instelt, dan wordt hij ‘eiser in reconventie’. De conventie en de reconventie worden tegelijkertijd behandeld. Als de gedaagde een tegenvordering instelt, heet zijn verweer ‘conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie’. Referte – Mededeling van een partij aan de rechter dat hij geen inhoudelijke bezwaren tegen een vordering of verzoek aanvoert en dat hij het oordeel daarover volledig aan de rechter overlaat. Rekest (vroeger ook wel rekwest genoemd) - Verzoekschrift. Hier komt de term gerekwestreerde vandaan: iemand tegen wie een verzoekschrift is ingediend. Rekwestrant - Verzoeker in een rechtszaak. Rekwirant - Degene die een vordering indient, de eiser. Repliek - Datgene wat de eiser aanvoert ter weerlegging van hetgeen de gedaagde in de conclusie van antwoord heeft gesteld, dus een nadere toelichting of zijn eis. Hierop mag de gedaagde in dupliek nog reageren. Ressort – Rechtsgebied van het gerechtshof. Nederland is verdeeld in vier ressorten. Elk ressort heeft een eigen Gerechtshof. De ressorten zijn onderverdeeld in arrondissementen (11) waarbinnen de rechtbank bevoegd is. Rogatoire commissie - Getuigenverhoor dat in opdracht van de behandelend rechter door een andere instantie (meestal een rechtbank in het buitenland) wordt uitgevoerd. Als een getuige zich bijvoorbeeld in Australië bevindt dan kan de Nederlandse rechtbank een verzoek aan de Australische rechter doen om die getuige daar onder ede een verklaring af te laten leggen en vragen te beantwoorden. Binnen de EU kan op grond van de Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad van de Europese Unie van 28 mei betreffende de samenwerking van tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken een verzoek worden ingediend bij het gerecht aldaar. Rol - Een lijst van de zaken die op de zitting behandeld worden, waarin is opgenomen wordt welke stukken uitgewisseld moeten worden tussen partijen. De term rol komt vroeger, toen de griffier op een papieren rol alle zaken had geschreven en zaak voor zaak aan de rechter voorlegde. Rolzaak - Procedure die (in beginsel) door een dagvaarding wordt aangebracht voor de civiele rechter. Rolzitting - Zitting in civiele zaken waar procedurele beslissingen worden genomen en de stukken van de partijen worden uitgewisseld. Rolzittingen vinden op een vaste dag plaats. Bij de kantonrechter wordt de dag bepaald aan de hand van de achternaam van gedaagde, de rechtbanken en de gerechtshoven hebben vaste zittingsdagen. Royement/royeren - Schrappen, doorhalen (van de rol afhalen) van een lopende procedure, bijvoorbeeld omdat er een schikking is getroffen.   S Schijnzelfstandigheid - Iemand die formeel als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) of als opdrachtnemer werkzaam is, maar in werkelijkheid juridisch gezien werknemer is omdat de feitelijke arbeidsrelatie voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst. Schikking - Overeenkomst tussen partijen ter beëindiging van (een deel van) het geschil. Sprongcassatie - Overeenkomst tussen partijen inhoudende dat hun geschil na de einduitspraak in eerste aanleg (bij kantonrechter of rechtbank) direct aan de Hoge Raad zal worden voorgelegd. Hierbij wordt het hoger beroep bij het gerechtshof overgeslagen. Subsidiair - Volgt altijd op primair; met primair wordt de maximaal haalbare vordering of tenlastelegging aangegeven. De subsidiaire vordering wordt ingesteld voor het geval dat de eerste vordering (de primaire vordering) niet tot het beoogde resultaat zal leiden. Bijvoorbeeld: primair wordt betaling van de hoge contractuele rente gevorderd en subsidiair (voor zover niet vast komt te staan dat de contractuele rente geldt)de veel lagere wettelijke rente. Als een partij voor meerdere ankers wil gaan liggen kan hij meer subsidiair, nog meer subsidiair, meest subsidiair en zelfs uiterst subsidiaire stellingen aanvoeren. Surseance van betaling - Door de rechter verleende opschorting van betalingsverplichtingen. Er wordt dan een bewindvoerder aangesteld om rechtshandelingen te verrichten. Vaak wordt een surseance aangevraagd als er met de schuldeisers wordt onderhandeld over een betalingsvoorstel. Meestal is de surseance een voorportaal voor het faillissement.   T Tenuitvoerlegging - Uitvoering van een rechterlijke uitspraak of andere executoriale titel (zoals een hypotheekakte), desnoods met behulp van een deurwaarder. Ook wel ‘executie’ genoemd. Toevoeging - Beslissing van de Raad voor Rechtsbijstand waarmee aan een rechtzoekende voor een bepaalde procedure een raadsman wordt toegewezen. Transitievergoeding - De wettelijke ontslagvergoeding die een werkgever in Nederland moet betalen aan een werknemer als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever eindigt of niet wordt verlengd. Deze bedraagt grofweg 1/36e maandsalaris per gewerkte maand. Tussenkomst - Situatie waarin een derde partij zich stelt (tussenkomt) in een lopende zaak. Tussenvonnis of tussenbeschikking - Uitspraak waarbij de rechter nog geen eindbeslissing geeft, maar bijvoorbeeld aan een partij een bewijsopdracht geeft, een deskundigen onderzoek beveelt of een persoonlijke verschijning van partijen opdraagt. Als er nog bewijs moet worden geleverd dat voor de eindbeslissing noodzakelijk is wordt een tussenvonnis ook wel interlocutoir vonnis genoemd. Tegen een tussenvonnis kun je doorgaans niet (tussentijds) in hoger beroep. Als in een tussenvonnis wel een eindbeslissing is genomen (als de rechter een deel van het gevorderde definitief toe- of afwijst) is er sprake van een deelvonnis waartegen wel in hoger beroep kan worden gegaan. U Uitvoerbaar bij voorraad - De mogelijkheid om een uitspraak onmiddellijk ten uitvoer te leggen, ook al is de uitspraak nog niet onherroepelijk omdat daar nog een rechtsmiddel tegen open staat. Het instellen van hoger beroep heeft in dit geval geen opschortende werking. Unus rechtspraak - Zitting met één rechter die rechtspreekt.   V Verhaal - Het recht om een betalingsverplichting geheel of gedeeltelijk bij een ander neer te leggen. Als iemand (natuurlijk persoon of rechtspersoon) niet aan zijn verplichtingen kan voldoen omdat hij geen bezittingen heeft die openbaar verkocht kunnen worden, dan biedt hij geen verhaal. Verjaring - De termijn na afloop waarvan een recht ontstaat of juist verloren gaat. Er zijn vele verjaringstermijnen, meestal van 5 of 20 jaar. Als een vordering verjaart kan de eiser niet meer in rechte nakoming afdwingen. Verplichte procesvertegenwoordiging - Beginsel dat een procespartij niet zelf alleen een proces mag voeren maar dat alleen door een advocaat mag laten doen. Verschoningsrecht - Het recht dat een getuige op grond van zijn hoedanigheid heeft om vragen van de rechter niet te hoeven beantwoorden, ook al staat hij onder ede. Bijvoorbeeld een arts die als getuige wordt gevraagd naar de gezondheidstoestand van zijn (vroegere) patiënt. Een getuige mag zich ook verschonen van het geven van een antwoord als hij zichzelf daardoor zou belasten of als hij familie van een betrokkene is. Verstek - Niet verschijnen van een procespartij (eiser of gedaagde) op de eerste rechtszitting. Als een gedaagde zich niet in de procedure meldt (verstek laat gaan), zal de rechter verstek tegen hem verlenen. De rechter houdt de behandeling dan aan om te kijken of de gedaagde goed is opgeroepen. Tijdens die aanhouding kan de gedaagde het verstek nog ‘zuiveren’ door zich alsnog in de procedure te melden. Als het verstek niet wordt gezuiverd zal de rechter een verstekvonnis wijzen. Verstekvonnis of bij verstek veroordeeld zijn - Veroordeling die wordt uitgesproken terwijl de gedaagde niet in de procedure is verschenen. Verweer - De verdediging tegen vorderingen van de eiser of tegen de verzoeken van de verzoeker in een gerechtelijke procedure. Verweerder - de tegenpartij die zich tegen het verzoek van de verzoeker verweert. Verzet - Het rechtsmiddel tegen een uitspraak dat iemand kan indienen die bij verstek (afwezigheid) veroordeeld is. Voor het instellen van verzet gelden zeer korte termijnen. Verzet is ook een rechtsmiddel tegen onjuist in rekening gebracht griffierecht of tegen een dwangbevel. Verzoeker - Indiener van een verzoekschrift. Voeging - Het samenvoegen van twee procedures die tussen dezelfde personen lopen en hetzelfde onderwerp betreffen, dan wel verbonden zijn met elkaar. Vonnis - Een uitspraak in een procedure die begint met een dagvaarding. Voorlopig getuigenverhoor – Een getuigenverhoor dat voorafgaand aan de procedure wordt gehouden. Iemand die overweegt een civiele procedure te beginnen, kan aan de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor vragen. Dit verhoor dient om de kansen bij een rechtszaak beter in te kunnen schatten, of om te voorkomen dat bewijs verloren gaat (door vertrek of overlijden van een getuige bijvoorbeeld). Voorlopige voorziening - Een voorlopige beslissing in spoedeisende zaken (kort geding) als tijdelijke beslissing tot in een bodemprocedure een eindbeslissing is genomen. Bijvoorbeeld het betalen van een voorschot op schadevergoeding, of het toelaten tot de werkzaamheden. Vrijwaring - De gedaagde in een civiel proces kan een derde partij bij de procedure betrekken als die ook met de zaak te maken heeft, met het doel een eventuele veroordeling direct aan een derde door te schuiven. Dat heet 'oproepen in vrijwaring'. Bijvoorbeeld: een werknemer die tot schadevergoeding wordt aangesproken kan zijn werkgever in vrijwaring oproepen. Een hoofdaannemer kan zijn  onderaannemer (die de fout heeft gemaakt) in vrijwaring oproepen. De vrijwaringsprocedure is een incident waarop door de rechter eerst beslist wordt, waarna de hoofdprocedure wordt voortgezet.   W Wraking - Verzoek aan de rechtbank om een rechter in een bepaalde zaak te vervangen, omdat hij niet onpartijdig genoeg is.   Z Zekerheidstelling – Het storten van een waarborgsom of het afgeven van een bankgarantie, bijvoorbeeld in ruil voor het opheffen van een conservatoir beslag. [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### Klanttevredenheid [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Kwaliteit en tevredenheid [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] Nederlandse Orde van Advocaten De aan ons kantoor verbonden juristen zijn lid van de Nederlandse Orde van Advocaten. Dat houdt in dat zij, na een universitaire studie Rechten, de drie jaar durende beroepsopleiding Advocatuur met succes hebben afgerond. Maar daarmee houdt het niet op: ieder jaar nemen zij deel aan gestructureerde feedback met externe advocaten en volgen zij cursussen en trainingen in hun eigen vakgebied om hun kennis en kunde op peil te houden. Ook voldoen zij aan alle overige wet- en regelgeving die voor advocaten geldt. Kwaliteitsniveau van onze dienstverlening Om te toetsen of ons kantoor voldoet aan de hoge standaarden die wet- en regelgeving aan advocatenkantoren oplegt, heeft ons kantoor een kwaliteitsaudit ondergaan. In het kader van deze audit is de financiële boekhouding door een registeraccountant gecontroleerd en is de Deken van de Orde van Advocaten Rotterdam op ons kantoor in Oud-Beijerland op bezoek geweest om de werkwijze van ons kantoor uitgebreid te controleren. Uit zijn rapportage blijkt dat ons kantoor ruim aan alle gestelde kwaliteitseisen voldoet. [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="3/5"][vc_empty_space][vc_column_text] Klanttevredenheid Omdat wij meer waarde hechten aan een bestendige klantrelatie dan aan snelle winst, streven wij naar een hoge klanttevredenheid. Dat wij aan de wet- en regelgeving voldoen en een pluim van de Orde kregen is prachtig, maar het liefst worden we beoordeeld door de meest kritische: onze klanten. Wij horen graag van klanten hoe zij onze dienstverlening ervaren. Niet alleen omdat het altijd leuk is om bevestigd te krijgen dat we het goed doen, maar vooral omdat we met concrete feedback kunnen kijken wat we nog verder zouden kunnen verbeteren. Daarom verzamelt Klanten Vertellen onafhankelijk reviews van onze klanten en wordt hun waardering gepubliceerd op advocaatscore.nl. [/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="2/5"][vc_empty_space][vc_column_text][/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text]Klachtenregeling Veruit de meeste van onze klanten zijn zeer tevreden met onze werkzaamheden. Maar waar gehakt wordt, vallen spaanders. Als er onverhoopt een klacht ontstaat, nemen wij die altijd serieus en proberen wij die naar tevredenheid van de klant op te lossen. Voor uw zekerheid hanteren wij een interne klachtenregeling.[/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Klantbeoordelingen [/vc_column_text][vc_empty_space height="1px"] Zeer positieve ervaring met Monique Uphus - "Wij hadden te maken met een klant die de factuur niet betaalde volgens de gemaakte afspraken. Uiteindelijk hebben wij besloten de kwestie uit handen te geven aan De Neef Advocaten. Dankzij de voortvarende en professionele aanpak van Monique Uphus hebben wij het openstaande bedrag succesvol geïncasseerd." Ik heb Remco als zeer prettig, kundig en to the point ervaren. Een rots in de branding. - "Remco weet van wanten en is prettig in de omgang, schakelt snel en kan ook luisteren naar de klantwens. Mocht je problemen hebben, dan raad ik Remco van harte aan." Prima - " No nonsense" Gewoon goed! - "Een luisterend oor en vooral de directe communicatie vond ik erg prettig. Isis heeft het voor mij opgenomen en dat heeft goed uitgepakt  Een aanrader!" Een absolute aanrader! - "Wij zijn zeer tevreden over de dienstverlening van De Neef Advocaten, onder leiding van Menno de Neef. De samenwerking met de verschillende advocaten en medewerkers is altijd uitstekend verlopen. In ons 24-jarig bestaan hebben wij, net als elk ander bedrijf, diverse kwesties aan hen toevertrouwd. Deze zijn zonder uitzondering altijd in ons voordeel uitgepakt. Het team toont niet alleen grote juridische expertise, maar ook betrokkenheid en oog voor detail, wat ons keer op keer vertrouwen geeft. We waarderen de persoonlijke benadering en het oplossingsgerichte karakter van het kantoor enorm. Een absolute aanrader!" Perfecte service en reële uitleg van mogelijkheden - "De uitleg van mogelijkheden was helder. Ook de mogelijk uitkomst die je liever niet wilt horen. De uiteindelijke strategie had ook het gewenste resultaat. Met zorg en aandacht is de zaak behandeld." [/vc_column][/vc_row] ### Werkwijze [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Voorkomen is beter dan genezen [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Bij het oplossen van een juridisch probleem zult u in eerste instantie misschien denken aan het winnen van een rechtszaak. Omdat zulke procedures tijd en geld kosten en zelfs de allerbeste advocaat u geen garanties over de uitkomst kan geven, doet u er meestal verstandiger aan om procedures te voorkómen. [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Helaas proberen vooral kleinere bedrijven kosten te besparen door in het voortraject zelf brieven of contracten op te stellen. Ook hier geldt dat goedkoop meestal duurkoop is. Met goede juridische begeleiding in een vroeg stadium kunt u procedures voorkomen. En dus tijd en geld besparen. [/vc_column_text][vc_empty_space height="20px"][vc_column_text css_animation="none"] Een gewilde service is dat De Neef Advocaten over uw schouder meekijkt als u over een mogelijk juridisch probleem correspondeert. De Neef Advocaten kan uw brieven doornemen en per e-mail aanpassingen voorstellen. U draait de brief op uw eigen briefpapier uit en de tegenpartij weet niet dat u door een advocaat wordt geholpen. Daarmee vermindert u de kans op problemen. Voor de kosten hoeft u het niet te laten: u levert alles per e-mail aan en betaalt slechts voor de werkelijk aan het aanpassen van uw brief bestede tijd. [/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_single_image image="29258" img_size="full"][vc_empty_space height="20px"][/vc_column][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"]Persoonlijk contact Een goed persoonlijk contact is essentieel voor een succesvolle juridische begeleiding. U moet met uw advocaat op één lijn zitten. Alleen door een goed persoonlijk contact leert hij u en uw zaak goed kennen. En dat is nodig voor het vinden van een passende oplossing. Wat heeft u aan een advocaat die uw bedrijf niet kent of die uw dossier niet zelf behandelt? [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="40px"][vc_column_text] Eerlijk juridisch advies [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_single_image image="29303" img_size="large"][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_column_text] De wereld van het recht is al ingewikkeld genoeg. U zit niet te wachten op een advocaat die daar nog eens een schepje bovenop doet. U wilt geen onleesbare adviezen en gouden bergen, maar klare taal en een duidelijk juridisch advies. Als u er niet goed voor staat dan krijgt u dat ook eerlijk te horen. Omdat zelfs in de advocatuur eerlijkheid het langst duurt, verdoet De Neef geen tijd aan onhaalbare zaken. Vanwege de heldere en eerlijke adviezen zijn de meeste klanten van De Neef Advocaten vaste klanten. Soms bevat een goed advies ook andere aspecten. Om u zo goed mogelijk van dienst te kunnen zijn werkt De Neef daarom nauw samen met andere disciplines, zoals accountants, fiscalisten en techneuten. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][/vc_column][/vc_row] ### Contractscan [vc_row css=".vc_custom_1636634522324{border-radius: 1px !important;}"][vc_column css=".vc_custom_1636634627874{border-radius: 1px !important;}"][vc_empty_space height="32"][vc_column_text css_animation="none" css=".vc_custom_1636633273415{border-radius: 5px !important;}"] Contractscan [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Ondernemen zonder onnodige risico's [/vc_column_text][vc_empty_space height="32"][vc_column_text css_animation="none"] Als ondernemer wilt u doen waar u goed in bent en niet bezig zijn met juridische risico’s, contracten en voorwaarden. Benieuwd of uw contracten in orde zijn of moeten worden aangepast? [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content" css=".vc_custom_1636634150435{background-color: #ffffff !important;}"][vc_column width="1/6"][/vc_column][vc_column width="2/3"][vc_column_text css=".vc_custom_1662044008951{padding-top: 10px !important;padding-right: 10px !important;padding-bottom: 10px !important;padding-left: 10px !important;background-color: #b10135 !important;border-radius: 15px !important;}"] Waarom is een periodieke contractscan belangrijk? Door veranderende wet- en regelgeving en nieuwe jurisprudentie wijzigen de spelregels constant. Dat heeft gevolgen voor uw contracten. Een goed contract van 5 jaar oud kan inmiddels al weer achterhaald zijn. Om alles snel weer up- to-date te maken hebben wij de contractscan ontwikkeld. Welke risico's loopt u? In geval van onduidelijk geformuleerde contracten gaan rechters de overeenkomst zelf uitleggen. Vaak zelfs in het nadeel van de partij die het contract heeft opgesteld. Een voorbeeld: u denkt onder eigendomsvoorbehoud materialen te hebben geleverd aan een klant, die vervolgens failliet gaat en uw facturen onbetaald laat. Als u u uw materialen wilt ophalen moet u eerst met de curator in discussie. Die checkt of het eigendomsvoorbehoud rechtsgeldig is gemaakt. Als dat niet het geval is dan bent u én uw materialen kwijt én u moet uw factuur afboeken. Dat had u kunnen voorkómen met een goed contract. Door de goede afspraken te maken en vast te leggen, voorkomt u kostbare en frustrerende geschillen en kunt u veel juridische discussies al in de kiem smoren.[/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="1/6" css=".vc_custom_1636634128497{background-color: #ffffff !important;}"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content" css=".vc_custom_1662043927749{border-radius: 15px !important;}"][vc_column width="1/6"][/vc_column][vc_column width="2/3"][vc_column_text css=".vc_custom_1662043968318{background-color: #ffffff !important;border-radius: 15px !important;}"] Waarom De Neef Advocaten? De Neef Advocaten is met 5 gespecialiseerde advocaten uw partner in het opstellen en beoordelen van handelscontracten. Of het nu gaat om een arbeidsrecht, huur, koop of ondernemingsrecht. Omdat wij veel proceservaring hebben, weten we waar het in discussies en procedures om gaat. Wij signaleren risico’s, begeleiden u bij onderhandelingen en zorgen er uiteindelijk voor dat alles duidelijk en goed op papier komt te staan. Wat kost dat? Bij contracten gaat het vaak om grote bedragen. De investering in een goede beoordeling vooraf kan u een hoop geld en ellende besparen. Voor het geld hoeft u het niet te laten: een contractscan kost slechts € 450,- ex btw. Wat krijg ik daar voor? Voor dat bedrag kijkt een ervaren advocaat niet alleen naar het contract zelf, maar ook hoe dat past in uw bedrijfsvoering. Dat betekent maatwerk: geen standaard download die voor iedereen een beetje bruikbaar is, maar een contract dat is toegesneden op uw bedrijfsvoering. Wij checken: • of uw contract overeenkomt met wat u met iemand wilt afspreken of al hebt afgesproken; • of uw contract voldoet aan actuele wetgeving en rechtspraak; • of u geen onnodige juridische risico’s loopt.[/vc_column_text][vc_empty_space height="5"][/vc_column][vc_column width="1/6"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content" css=".vc_custom_1636634195125{background-color: #ffffff !important;}"][vc_column width="1/6" css=".vc_custom_1636634171140{background-color: #ffffff !important;}"][/vc_column][vc_column width="2/3" css=".vc_custom_1636634708111{padding-right: 10px !important;padding-left: 10px !important;}"][vc_column_text css=".vc_custom_1662043950512{padding-right: 10px !important;padding-bottom: 10px !important;padding-left: 10px !important;background-color: #b10135 !important;border-radius: 15px !important;}"] In het rapport geven wij een onafhankelijk en helder advies volgens het verkeerslicht-principe.   Nieuw contract nodig Bruikbaar maar aanpassing nodig Contract is goed     U krijgt van ons een eerlijk advies. Met de uitkomst van de scan kunt u uw contract zelf aanpassen, of de aanpassing door ons laten uitvoeren. In dat laatste geval worden de kosten van de scan verrekend met de kosten van de aanpassing en is de scan dus gratis.[/vc_column_text][vc_empty_space height="5"][/vc_column][vc_column width="1/6" css=".vc_custom_1636634180140{background-color: #ffffff !important;}"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content"][vc_column width="1/6"][/vc_column][vc_column width="2/3"][vc_column_text] Voor welke contracten? Wij hebben niet van alles verstand. Wel van de meest gebruikte handelscontracten, zoals:[/vc_column_text][vc_empty_space height="10"][/vc_column][vc_column width="1/6"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content"][vc_column width="1/4"][/vc_column][vc_column width="1/4"][vc_column_text]• Aandeelhoudersovereenkomst • Aannemingsovereenkomst • Agentuur • Algemene voorwaarden • Arbeidscontract • Autoregeling • Bedrijfsovername • Betalingsregeling • Borgstelling • Franchise • Geldlening • Huurcontract[/vc_column_text][vc_empty_space height="32"][/vc_column][vc_column width="1/4"][vc_column_text]• Inhuur/verhuur zzp-ers • Inkoopcontract • Koopcontract • Offerte • Opdrachtbevestiging • Overeenkomst van opdracht • Pandrecht • Personeelsreglement • Samenwerking • Scholingskostenregeling • Vaststellingsovereenkomst • Vennootschapscontract[/vc_column_text][vc_empty_space height="32"][/vc_column][vc_column width="1/4"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row_content"][vc_column width="1/4"][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_empty_space height="15"][vc_column_text css=".vc_custom_1636634760475{padding-top: 15px !important;padding-bottom: 15px !important;background-color: #b10135 !important;border-radius: 15px !important;}"] Wilt u een contract laten scannen of meer informatie? Laat het ons weten, wij staan direct voor u klaar. [/vc_column_text][vc_empty_space height="32"][/vc_column][vc_column width="1/4"][/vc_column][/vc_row] ### Home [vc_row css=".vc_custom_1608126511538{margin-bottom: 10px !important;}"][vc_column width="4/6"][layerslider_vc id="3" el_class="header-homepage"][layerslider_vc id="10" el_class="header-mobiel"][vc_empty_space height="35"][/vc_column][vc_column width="2/6"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="2/3"][vc_column_text] De Neef Advocaten [/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][vc_column_text] Dé juridisch specialist voor ondernemers [/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][vc_column_text] Voor veel bedrijven en particulieren is de wereld van het recht een onbekend gebied, waar zij liever zo weinig mogelijk mee te maken hebben. Zo hoort dat ook. Toch kan het gebeuren dat u die wereld moet betreden. Omdat u een goed contract of advies nodig heeft, omdat u een juridisch geschil moet uitvechten of omdat u zo’n gevecht juist wilt voorkómen. In zulke situaties is het goed dat u een partner heeft die u met raad en daad bijstaat en u door die onbekende wereld loodst. De Neef Advocaten is zo’n partner. [/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][/vc_column][vc_column width="1/3"][vc_empty_space height="55"][vc_column_text][/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][/vc_column][/vc_row][vc_row css=".vc_custom_1608127503011{margin-bottom: 15px !important;}"][vc_column][vc_empty_space height="15"][vc_column_text] Persoonlijk en betrokken advocatenkantoor [/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][vc_column_text] De Neef Advocaten is trots op de klantgerichte, persoonlijke aanpak. De klant is koning en hoeft niet onnodig lang te wachten. Doel is uw juridische problemen zo snel en zo goed mogelijk op te lossen, voor een scherpe prijs. Dat betekent dat naast het voeren van procedures ook andere creatieve oplossingen worden aangedragen om uw geschil in een vroegtijdig stadium voor u op te lossen. Dit alles in een informele sfeer met interesse voor u, als mens achter de zaak. [/vc_column_text][vc_empty_space height="22"][vc_btn title="MEER OVER ONS: BEKIJK HIER ONZE BEDRIJFSFILM »" style="custom" custom_background="#b10135" custom_text="#ffffff" shape="square" size="lg" css="" link="url:https%3A%2F%2Fwww.deneefadvocaten.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2020%2F11%2FBedrijfsfilm-De-Neef-Advocaten.mp4|target:_blank" el_id="font-size: 30px;p.thick { font-weight: bold; }"][vc_empty_space height="22"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" css=".vc_custom_1679909596986{margin-right: 0px !important;margin-left: 0px !important;padding-bottom: 20px !important;background-color: #f1e3d6 !important;}"][vc_column][vc_column_text] Onze rechtsgebieden [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" gap="10" equal_height="yes" rtl_reverse="yes" css=".vc_custom_1679909753315{margin-right: 0px !important;margin-left: 0px !important;background-color: #f1e3d6 !important;}" el_class="auto-fill"][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1679910125598{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Vastgoed koop huur contracten VVE-beheer burenrecht [/vc_column][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1677772406109{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Arbeid contracten arbeidsvoorwaarden arbeidsgeschillen ontslagprocedure beëindigingsovereenkomst [/vc_column][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1646137658194{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Koop en levering contracten algemene voorwaarden leveringsgeschillen wanbetaling ontbinding [/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" gap="10" equal_height="yes" rtl_reverse="yes" css=".vc_custom_1679909899672{margin-right: 0px !important;margin-left: 0px !important;background-color: #f1e3d6 !important;}"][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1679910165125{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Ondernemingsrecht en contracten aandeelhoudersgeschillen contracten bestuurdersaansprakelijkheid samenwerking oprichting en ontbinding [/vc_column][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1679910174531{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Bouw en aanneming contracten nakoming gebreken aannemingsgeschillen opleveringsgeschillen [/vc_column][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1679910184621{margin-right: 10px !important;margin-bottom: 10px !important;margin-left: 10px !important;background-color: #ffffff !important;border-radius: 10px !important;}"] Incasso en procesrecht openstaande facturen beslag kort geding faillissementsaanvragen civiele procedures [/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" css=".vc_custom_1646136881885{background-color: #f1e3d6 !important;}"][vc_column css=".vc_custom_1646136974528{background-color: #f1e3d6 !important;}"][vc_column_text css=".vc_custom_1646136930681{background-color: #f1e3d6 !important;}"][/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### Incasso [vc_row][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Incasso advocaat [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text css_animation="none"]Het incasseren van openstaande facturen is één van de minder leuke aspecten van het ondernemerschap.[/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Incassobeleid op maat [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text css_animation="none"] U kent dat vast wel. U bedient uw klant snel en goed, maar als het op betalen aankomt, heeft die klant ineens niet zo’n haast meer en kunt u eindeloos bellen en herinneringen sturen. Als ondernemer houdt u zich liever bezig met het binnenhalen en uitvoeren van opdrachten, dan dat u zo veel tijd en energie besteedt aan het incasseren van uw facturen. [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] Omdat de pijp nu eenmaal moet blijven roken, stuurt u weer aan aantal herinneringen de deur uit. De ervaring leert echter dat die zoveelste betalingsherinnering écht geen indruk meer maakt op een klant die uw factuur al maanden onbetaald laat. Dat verandert als u een advocaat inschakelt. Dan blijkt de betalingsbereidheid ineens fors toe te nemen.   [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text] In tegenstelling tot deurwaarders en incassobureaus werkt De Neef Advocaten niet met een volautomatisch softwareprogramma waarbij uw zaak een nummer is en u geen vast aanspreekpunt heeft. Bij De Neef Advocaten bekijkt een ervaren advocaat gratis of er geen juridische valkuilen aan de zaak kleven. Uw dossier wordt door die advocaat persoonlijk behandeld en u wordt constant op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen. Omdat niet iedere debiteur gelijk is, kunt u zelf aangeven hoe hij moet worden benaderd: vriendelijk als hij nog klant bij u mag blijven, stevig als u tóch afscheid van hem wilt nemen. Als het nodig is, kan De Neef Advocaten direct maatwerk leveren om betaling af te dwingen zoals een kort geding, beslaglegging of faillissementsaanvraag. Dit is service die andere dienstverleners, zoals een incassobureau of deurwaarder, u niet kunnen bieden. Die sturen u door naar ... een advocaat. [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text] U zult zich afvragen: wat kost mij dat? Dat valt reuze mee: bij De Neef Advocaten betaalt u voor onbetwiste vorderingen slechts een vast bedrag van € 50,-- exclusief BTW per dossier, ongeacht het aantal facturen dat die klant onbetaald heeft gelaten. Voor dit bedrag gaan wij direct voor u aan de slag. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_empty_space][vc_single_image image="29251" img_size="large"][vc_empty_space][vc_column_text] Dit traject is verder no cure, no pay: als er niets voor u wordt geïncasseerd, hoeft u verder geen honorarium te betalen. Pas als de debiteur heeft betaald, wordt honorarium gerekend. Dat honorarium is een percentage van de voor u geïncasseerde hoofdsom en is gebaseerd op de Wet Incassokosten. [/vc_column_text][vc_empty_space height="5px"][vc_column_text] De staffel is als volgt: 15%   (met een minimum van € 40,-) over de eerste € 2.500,- 10%   over de volgende € 2.500,- 5%     over de volgende € 5.000,- 1%     over de volgende over de volgende € 190.000,- 0,5%  over het meerdere van de hoofdsom (met een maximum van € 6775,-) [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text] Eventuele externe kosten, zoals het laten opstellen van een verhaalsinformatierapport, worden natuurlijk alleen in overleg met u gemaakt. Alle kosten – waaronder het honorarium – worden  zoveel mogelijk bij de debiteur gelegd. Soms leidt het buitengerechtelijke traject niet tot betaling. Omdat u bij De Neef Advocaten alles in één hand heeft, kan er direct actie worden ondernomen zoals beslaglegging, een procedure bij de rechter of een faillissementsaanvraag. Daarbij bent ú degene die bepaalt welke stappen er worden genomen. Om te voorkomen dat u achteraf voor verrassingen komt te staan, worden van te voren heldere afspraken met u gemaakt over de daaraan verbonden kosten. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="15px"][vc_separator][vc_empty_space height="15px"][vc_column_text] Erkende incasso advocaten [/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] Om zich te kunnen onderscheiden van incasso-bureaus, deurwaarders en gewone advocaten die er wel eens een incassozaakje bij doen, is mr. De Neef lid van de Vereniging van incasso- en procesadvocaten (VIA). Een advocaat kan pas lid van de VIA worden als hij langer dan 5 jaar advocaat is en een substantieel deel van zijn tijd aan incassozaken besteedt. Een VIA incasso-advocaat is dus gespecialiseerd in incassozaken en is verplicht om jaarlijks meerdere cursussen op incassogebied te volgen. Zo bent en blijft u verzekerd van kwaliteit. Kijkt u maar eens op www.via-incasso.nl. [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### Specialisatie [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Specialisatie [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] De juridisch specialist voor ondernemers [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] De Neef Advocaten heeft zich gespecialiseerd in juridisch advies en dienstverlening voor ondernemers. Denk hierbij aan het opstellen van algemene voorwaarden, een voorbeeldovereenkomst of het kritisch doornemen van een huurcontract. Maar ook aan de ontbinding van een contract of het aansprakelijk stellen van een leverancier, bijvoorbeeld bij een wanprestatie. Altijd geldt dat we de gang naar de rechtbank (kanton of civiel) proberen te voorkomen. Maar als het nodig is, gaan we tot aan de hoogste rechter door. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row gap="5"][vc_column width="1/2"][vc_single_image image="29256" img_size="large"][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_column_text] Wat wij doen: [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] vastgoed en huur arbeid en ontslag koop en levering onderneming en contracten bouw en aanneming incasso en procesrecht [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row gap="30"][vc_column width="1/2"][vc_column_text] Uw incassoadvocaat Juist in het huidige economische klimaat is alert debiteurenbeheer van groot belang. Is de termijn verstreken en vinden uw betalingsherinneringen geen gehoor? Op uw verzoek treden we op als uw incassoadvocaat. In eerste instantie vriendelijk en discreet, in een later stadium doortastend en vasthoudend. We deinzen er niet voor terug een faillissement aan te vragen, een kort geding te starten of beslag te leggen. Gelukkig komt het meestal niet zo ver, maar u mag er zeker van zijn dat we alle buitengerechtelijke kosten op de wanbetaler proberen te verhalen. Zo verdienen we onze kosten voor een groot deel zelf terug.   Rechtszekerheid voor werkgevers Medewerkers zijn belangrijker dan klanten. Ontevreden medewerkers zorgen voor ontevreden klanten, van het een komt namelijk het ander. Om de werkrelatie goed te houden, zijn duidelijke afspraken onontbeerlijk. U legt ze vast in een gedegen contract voor bepaalde tijd of onbepaalde tijd. Wij helpen u daar graag bij. Mocht het onverhoopt mis gaan en wilt u een medewerker ontslaan? Dan begeleiden wij de hele ontslagprocedure vanaf het aanleggen van een dossier tot en met het controleren van de laatste loonstrook. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_column_text] Ook voor particulieren Veel zaken waar ondernemers mee te maken krijgen, kunnen zich ook in de privésfeer voordoen. We staan dan ook particulieren bij met juridisch advies, het indienen van een claim of het verkrijgen van schadevergoeding. We nemen alle tijd voor u, om u in alle rust te begeleiden. Ook als u een rechtsbijstandverzekering heeft, kunt u een beroep op ons doen. We werken echter niet op basis van door de overheid gefinancierde rechtshulp (een pro deo advocaat) voor particulieren. Voor meer informatie hierover kunt u kijken op de site van de Raad voor de Rechtsbijstand, www.rechtsbijstand.nl. [/vc_column_text][vc_empty_space height="24px"][vc_column_text] Soms is snelle actie vereist, als u een dagvaarding krijgt bijvoorbeeld of wanneer er beslag wordt gelegd op uw bezittingen. In dergelijke noodsituaties staan wij direct voor u klaar om eventuele schade en overlast voor u zoveel mogelijk te beperken. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### mr. R. (Remco) Bravenboer [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] De mens achter de advocaat Even voorstellen [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/4"][vc_empty_space][vc_single_image image="16602" img_size="medium" alignment="center" style="vc_box_rounded"][vc_empty_space height="15px"][vc_btn title="Bekijk hier een korte video van Remco" style="custom" custom_background="#b10135" custom_text="#ffffff" size="xs" align="center" link="url:https%3A%2F%2Fwww.deneefadvocaten.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2020%2F11%2FRemco-Bravenboer-4K.mp4|target:_blank"][/vc_column][vc_column width="3/4"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. R. (Remco) Bravenboer Remco heeft zijn roots liggen in de Hoeksche Waard. Na ruim tien jaar in Rotterdam te hebben gewoond en gewerkt, is hij terug op het vertrouwde nest. Sinds mei 2020 versterkt Remco het team van De Neef Advocaten. In 2010 is Remco privaatrechtelijk afgestuurd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn eerste juridische meters heeft hij gemaakt in de functie van jurist bij een groot Rotterdams deurwaarderskantoor. Met ruime proceservaring op zak is hij vervolgens als bedrijfsjurist onder meer internationale contracten gaan opstellen en adviseerde hij over omvangrijke aansprakelijkheidskwesties. Eind 2015 is Remco gestart bij een bekend Rotterdams incasso advocatenkantoor, waar hij begin 2017 als advocaat is beëdigd. Houdt uw wederpartij zich niet aan de afspraken? Is er discussie over de inhoud van een overeenkomst? Of voorziet u problemen in de nakoming van uw eigen verplichtingen? Remco denkt graag met u mee over een praktische oplossing en voert als het moet de noodzakelijke gerechtelijke procedures. Ook staat Remco voor u klaar als uw facturen niet worden betaald. In dat geval zet hij de noodzakelijke stappen met als doel uw debiteur alsnog tot betaling te bewegen. Lidmaatschappen: Nederlandse Orde van Advocaten Vereniging Jonge Procesadvocaten Rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten: Remco heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten de volgende hoofd- (en sub) rechtsgebieden geregistreerd: Burgerlijk procesrecht Verbintenissenrecht Op grond van deze registratie is hij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse Orde van Advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied. [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="70"][vc_column_text] Maak ook eens kennis met mijn collega's: [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row equal_height="yes" content_placement="middle" el_class="body { text-align: center; } #main { width: 300px; margin: 0 auto; text-align: left; }"][vc_column width="1/5"][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5423" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.H.G. (Menno) de Neef" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" primary_title_link="|||" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5429" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.G.T. (Monique) Uphus" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5428" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][/vc_column][/vc_row] ### mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] De mens achter de advocaat Even voorstellen [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/4"][vc_empty_space][vc_single_image image="5428" img_size="medium" alignment="center" style="vc_box_rounded"][vc_empty_space height="15px"][vc_btn title="Bekijk hier een korte video van Isis" style="custom" custom_background="#b10135" custom_text="#ffffff" size="xs" align="center" link="url:https%3A%2F%2Fwww.deneefadvocaten.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2020%2F11%2FIsis-Henriquez-van-de-Wetering.mp4|title:Bekijk%20hier%20een%20kort%20filmpje%20van%20Isis%20Henriquez|target:_blank"][/vc_column][vc_column width="3/4"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering Isis Henriquez is een geboren en getogen Rotterdamse. Zij heeft Nederlands recht gestudeerd aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (afgestudeerd in januari 2007).Tijdens haar studie was zij als juridisch medewerkster al werkzaam op een klein advocatenkantoor in het centrum van Rotterdam gespecialiseerd in het vastgoed, waar zij na haar beëdiging in maart 2007 als advocaat is blijven werken. Zij heeft zich op dat kantoor bezig gehouden met contract- en aansprakelijkheidsrecht, incassozaken, VvE- en huurzaken, voornamelijk voor ondernemers en beleggers. In april 2012 is Isis bij De Neef Advocaten gaan werken, die daarmee een ervaren advocaat op deze rechtsgebieden heeft weten te bemachtigen. Bij de Neef Advocaten heeft Isis zich gespecialiseerd in het arbeids- en ontslagrecht en het bouw- en aannemingsrecht. Haar hobby’s zijn lezen, films, boksen en koken. Daarnaast probeert zij zich in haar vrije tijd de Portugese taal machtig te maken. [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text]Rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten: Isis heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten het volgende hoofdrechtsgebied geregistreerd: Arbeidsrecht Op grond van deze registratie is zij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse Orde van Advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="70"][vc_column_text] Maak ook eens kennis met mijn collega's: [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row equal_height="yes" content_placement="middle" el_class="body { text-align: center; } #main { width: 300px; margin: 0 auto; text-align: left; }"][vc_column width="1/5"][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5423" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.H.G. (Menno) de Neef" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" primary_title_link="|||" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5429" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.G.T. (Monique) Uphus" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="16602" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. R. (Remco) Bravenboer" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### mr. M.G.T. (Monique) Uphus [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] De mens achter de jurist Even voorstellen [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/4"][vc_empty_space][vc_single_image image="5429" img_size="medium" alignment="center" style="vc_box_rounded"][vc_empty_space height="15px"][vc_btn title="Bekijk hier een korte video van Monique" style="custom" custom_background="#b10135" custom_text="#ffffff" size="xs" align="center" link="url:https%3A%2F%2Fwww.deneefadvocaten.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2020%2F11%2FMonique-Uphus-4K.mp4|title:Bekijk%20hier%20een%20kort%20filmpje%20van%20Monique%20Uphus|target:_blank"][/vc_column][vc_column width="3/4"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. M.G.T. (Monique) Uphus Monique Uphus is afkomstig van de bovenrand van Rotterdam; Pijnacker-Nootdorp. Na ruim tien jaar in het bedrijfsleven heeft zij besloten haar carrière een andere wending te geven en is zij gaan studeren aan de universiteit van Leiden. In 2003 is zij afgestudeerd in het Nederlands Recht, met als specialisatie het privaatrecht. Na haar afstuderen is zij naar de Hoeksche Waard verhuisd en is zij enkele jaren als incasso-specialist werkzaam geweest.[/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text]Monique maakt sinds begin 2007 deel uit van het team van De Neef Advocaten. Zij heeft zich als advocaat gespecialiseerd vastgoed- en huurrecht en algemeen contractrecht. In 2022 is Monique uitgeschreven als advocaat en werkt zij als huur- en vastgoedspecialist voor ons kantoor. Haar hobby’s zijn tennis, tuinieren en motorrijden.[/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="70"][vc_column_text] Maak ook eens kennis met mijn collega's: [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row equal_height="yes" content_placement="middle" el_class="body { text-align: center; } #main { width: 300px; margin: 0 auto; text-align: left; }"][vc_column width="1/5"][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5423" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.H.G. (Menno) de Neef" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" primary_title_link="|||" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5428" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" primary_title_link="|||" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="16602" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. R. (Remco) Bravenboer" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][/vc_column][/vc_row] ### Downloads [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Downloads   [/vc_column_text][vc_empty_space height="5px"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text css=""] Op deze pagina kunt u onze algemene voorwaarden, kantoorklachtenregeling, privacyverklaring, reglementen en registratieverklaringen Geschillencommissie terug vinden en downloaden in PDF formaat. Klik op onderstaande link om de algemene voorwaarden in PDF formaat te downloaden. Algemene voorwaarden Klik op onderstaande link om de kantoorklachtenregeling in PDF formaat te downloaden. Kantoorklachtenregeling Klik op onderstaande link om de privacyverklaring in PDF formaat te downloaden. Privacyverklaring Klik op onderstaande link om het reglement Geschillencommissie Advocatuur consumenten te downloaden. Reglement Geschillencommissie consumenten Klik op onderstaande link om het reglement Geschillencommissie Advocatuur zakelijk te downloaden. Reglement Geschillencommissie zakelijk Klik op onderstaande link om de registratieverklaring Geschillencommissie Advocatuur consumenten te downloaden. Registratieverklaring Geschillencommissie consumenten Klik op onderstaande link om de registratieverklaring Geschillencommissie Advocatuur zakelijk te downloaden. Reglement Geschillencommissie zakelijk [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_column_text] [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### Vacatures [vc_row][vc_column width="1/2"][vc_column_text] Vacatures   Op dit moment hebben wij geen openstaande vacatures.[/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row] ### Contact [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Contact [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text] De Neef Advocaten is geen standaard kantoor. We zijn recht door zee en werken no-nonsens. Voor ons zeer prettig en voor onze klanten zeer effectief en succesvol. Dat hebben we geprobeerd duidelijk te maken op deze website, maar het is natuurlijk beter om dat aan de lijve te ondervinden. Daarom nodigen we u graag uit. Heeft u vraag, een juridisch geschil of wilt u gewoon even kennismaken? Dan bent u van harte welkom op ons kantoor in Oud-Beijerland. U kunt ook een bericht achterlaten of een vraag stellen via onderstaand contactformulier. Wij nemen dan zo snel mogelijk contact met u op.[/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row css=".vc_custom_1700052875684{padding-top: 0px !important;padding-bottom: 0px !important;background-color: #ffffff !important;}"][vc_column width="2/3" css=".vc_custom_1700052918659{padding-right: 130px !important;border-radius: 5px !important;}" el_class="formulier"][vc_column_text] Contactformulier [/vc_column_text][vc_empty_space height="20px"] Uw naam (vereist) Uw e-mail adres (vereist) Uw telefoonnummer (vereist) Onderwerp Uw bericht Voeg bestanden toe (optioneel) Δ [/vc_column][vc_column width="1/3" css=".vc_custom_1700051370147{margin-right: 20px !important;margin-left: 0px !important;}" offset="vc_hidden-xs"][vc_column_text] Bezoek- en postadres [/vc_column_text][vc_empty_space height="20px"][vc_column_text] Vestiging Oud-Beijerland Bepaal hier uw route[/vc_column_text][vc_column_text] Beneden Oostdijk 42 3261 KX Oud-Beijerland 0186 - 751680 info@deneefadvocaten.nl[/vc_column_text][vc_empty_space height="28px"][vc_btn title="" style="custom" custom_background="#ffffff" custom_text="#b10135" size="sm" i_icon_fontawesome="fab fa-facebook" add_icon="true" link="url:https%3A%2F%2Fwww.facebook.com%2Fdeneefadvocaten"][vc_empty_space height="1px"][vc_btn title="" style="custom" custom_background="#ffffff" custom_text="#b10135" size="sm" i_icon_fontawesome="fab fa-linkedin" add_icon="true" link="url:https%3A%2F%2Fwww.linkedin.com%2Fcompany%2Fde-neef-advocaten-obl"][vc_empty_space height="1px"][vc_btn title="" style="custom" custom_background="#ffffff" custom_text="#b10135" size="sm" i_icon_fontawesome="fab fa-instagram" add_icon="true" link="url:https%3A%2F%2Fwww.instagram.com%2Fdeneefadvocaten%2F"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text]De Neef Advocaten is een handelsnaam van Mr. M.H.G. de Neef Advocatenkantoor B.V. KvK 24407151 De advocaten van De Neef Advocaten zijn ingeschreven bij: De Nederlandse Orde van Advocaten Neuhuyskade 94 2596 XM Den Haag 070 - 3353535 info@advocatenorde.nl[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ### Blogs [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] De laatste updates Hier vindt u het laatste nieuws, blogs, etc. [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row content_placement="middle"][vc_column][vc_basic_grid post_type="post" max_items="-1" show_filter="yes" gap="3" filter_default_title="Alle blogs" item="4310" initial_loading_animation="none" grid_id="vc_gid:1636637190725-79a6a15b-a184-3" filter_source="category" exclude_filter="1, 76, 97"][/vc_column][/vc_row] ### Abonnement [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Abonnement [/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text css_animation="none"] Het hele jaar verzekerd van deskundig juridisch advies [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="2/3"][vc_column_text] Juridisch advies is duur? Helaas is dat maar al te vaak waar, maar bij De Neef Advocaten werken we niet met partners die allemaal hun graantje willen meepikken en voor meer uren en hogere tarieven zorgen. Dat vertaalt zich in een concurrerende tariefstelling zonder onnodige uren. Niet iedere vraag verlangt een uitgebreid antwoord. Vaak is het echter prettig om even met een advocaat te kunnen overleggen of even af te stemmen of zaken (nog) kloppen. Bij ons kunt u zo binnenstappen en wij maken de toegang tot onze juridische kennis nog laagdrempeliger met het unieke abonnement waarmee u: Snel antwoord krijgt op uw (telefonische) vragen; Toegang heeft tot de multidisciplinaire kennis van onze advocaten; Korting krijgt op het tarief als we verdere actie moeten ondernemen. Wat kost het AbonNeefment? De prijs is gebaseerd op het aantal medewerkers dat u in dienst heeft. Zodra we dat weten, weet u wat het u kost én oplevert! Word ook AbonNeef, mail één van ons en zet ons aan het werk. Klik hier om de voorwaarden van het abonnement te downloaden. Ook gelijk in het vervolg onze nieuwsbrief met juridische tips & tricks en blogs ontvangen? Meldt dit aan ons.[/vc_column_text][vc_empty_space height="15px"][/vc_column][vc_column width="1/3"][vc_single_image image="29251" img_size="large" alignment="center"][/vc_column][/vc_row] ### mr. M.H.G. (Menno) de Neef [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] De mens achter de advocaat Even voorstellen [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/4"][vc_empty_space][vc_single_image image="5423" img_size="medium" alignment="center" style="vc_box_rounded"][vc_empty_space height="15px"][vc_btn title="Bekijk hier een korte video van Menno" style="custom" custom_background="#b10135" custom_text="#ffffff" size="xs" align="center" link="url:https%3A%2F%2Fwww.deneefadvocaten.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2020%2F11%2FMenno-de-Neef.mp4|title:Bekijk%20hier%20een%20korte%20video%20van%20Menno|target:_blank"][/vc_column][vc_column width="3/4"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. M.H.G. (Menno) de Neef Menno de Neef, de naamgever van het kantoor, is een bekende verschijning in de Hoeksche Waard. Hij is opgegroeid in Mijnsheerenland en volgde de RSG in Oud-Beijerland. Velen kennen hem van zijn bijbaan als barman in discotheek Alcazar, waar hij tijdens zijn school- en studententijd werkte. In 1996 is hij aan de VU in Amsterdam afgestudeerd in het Nederlands Recht, met als specialisatie het privaatrecht.[/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text]In 1996 is hij bij Van Veen Advocaten in Rhoon gaan werken. Aanvankelijk als juridisch medewerker, sinds 1998 als advocaat. Na bijna 9 jaar aan dat kantoor te zijn verbonden heeft hij zich in oktober 2005 in ‘s-Gravendeel aan de Smidsweg gevestigd. In 2014 heeft hij samen met zijn medewerkers een prachtig verbouwd pand aan de Beneden Oostdijk in Oud-Beijerland betrokken. Zijn klanten bestaan voornamelijk uit ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf en particulieren. Als hobby’s speelt hij als drummer in een band en rijdt hij motor. Zijn sporten zijn boksen en snowboarden.[/vc_column_text][vc_empty_space][vc_column_text]Lidmaatschappen: Nederlandse Orde van Advocaten Vereniging van Proces- en Incasso Advocaten VIA De Beste Advocaat Rotterdams Juridisch genootschap Rotaryclub Hoeksche Waard Businessclub Hoeksche Waard Startersnetwerk Hoeksche Waard Rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten: Menno heeft in het rechtsgebiedenregister van de Nederlandse Orde van Advocaten het volgende hoofdrechtsgebied geregistreerd: Verbintenissenrecht Op grond van deze registratie is hij verplicht elk kalenderjaar volgens de normen van de Nederlandse Orde van Advocaten tien opleidingspunten te behalen op ieder geregistreerd hoofdrechtsgebied.[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column][vc_empty_space height="70"][vc_column_text] Maak ook eens kennis met mijn collega's: [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row equal_height="yes" content_placement="middle" el_class="body { text-align: center; } #main { width: 300px; margin: 0 auto; text-align: left; }"][vc_column width="1/5"][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5429" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. M.G.T. (Monique) Uphus" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="5428" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][vc_hoverbox image="16602" primary_title="" primary_align="justify" primary_title_font_container="font_size:12|color:%23ffffff" primary_title_use_theme_fonts="yes" hover_title="mr. R. (Remco) Bravenboer" hover_background_color="custom" el_width="90" use_custom_fonts_primary_title="true" hover_custom_background="#f1e3d6"] Bekijken [/vc_hoverbox][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/5"][/vc_column][/vc_row] ### Team [vc_row][vc_column][vc_empty_space][vc_column_text] Team [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/3"][vc_empty_space height="64px"][vc_single_image image="5423" img_size="" add_caption="yes" alignment="center" style="vc_box_rounded" onclick="custom_link" link="https://www.deneefadvocaten.nl/mr-m-h-g-menno-de-neef/"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. M.H.G. (Menno) de Neef Advocaat Bekijken [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/3"][vc_empty_space height="64px"][vc_single_image image="5429" img_size="" alignment="center" style="vc_box_rounded" onclick="custom_link" link="https://www.deneefadvocaten.nl/mr-m-g-t-monique-uphus/"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. M.G.T. (Monique) Uphus Jurist Bekijken [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/3"][vc_empty_space height="64px"][vc_single_image image="5428" img_size="" add_caption="yes" alignment="center" style="vc_box_rounded" onclick="custom_link" link="https://www.deneefadvocaten.nl/mr-i-c-m-c-isis-henriquez-van-de-wetering/"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. I.C.M.C. (Isis) Henriquez-van de Wetering Advocaat Bekijken [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column width="1/4"][/vc_column][vc_column width="1/4"][vc_empty_space height="64px"][vc_single_image image="16602" img_size="" add_caption="yes" alignment="center" style="vc_box_rounded" onclick="custom_link" link="https://www.deneefadvocaten.nl/mr-r-remco-bravenboer/"][vc_empty_space][vc_column_text] mr. R. (Remco) Bravenboer Advocaat Bekijken [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/4"][vc_empty_space height="64px"][vc_single_image image="5426" img_size="" add_caption="yes" alignment="center" style="vc_box_rounded"][vc_empty_space][vc_column_text] L. (Leandra) Snijders Officemanager [/vc_column_text][vc_empty_space][/vc_column][vc_column width="1/4"][/vc_column][/vc_row] ### Landingpage [vc_row][vc_column][layerslider_vc id="6"][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" gap="35" css=".vc_custom_1572358478353{padding-bottom: 25px !important;background-color: #ffffff !important;}"][vc_column width="1/2"] Redenen tot ontslag [vc_column_text] Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Euismod quis viverra nibh cras pulvinar mattis. Tellus orci ac auctor augue mauris augue neque gravida. Donec enim diam vulputate ut pharetra sit amet aliquam. Auctor elit sed vulputate mi sit amet mauris. Aliquam faucibus purus in massa tempor nec feugiat. Suspendisse ultrices gravida dictum fusce. Ut faucibus pulvinar elementum integer. [/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_column_text]Advocaat inhuren Ontslag zelf regelen Ontslaggronden Worden vooraf getoetst Moet u zelf controleren Dossier Wordt met u samengesteld Moet u zelf samenstellen Correspondentie Stellen wij voor u op Dient u zelf te doen Kosten Op termijn voordelig Goedkoop is duurkoop MEER INFORMATIE[/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" gap="35" css=".vc_custom_1572358561294{margin-bottom: 25px !important;padding-top: 25px !important;padding-bottom: 50px !important;background-color: #eedfd0 !important;}"][vc_column width="1/2"][vc_column_text] De Neef Advocaten [/vc_column_text] De ontslagroute staat vooraf vast! [vc_column_text] Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Euismod quis viverra nibh cras pulvinar mattis. Tellus orci ac auctor augue mauris augue neque gravida. Donec enim diam vulputate ut pharetra sit amet aliquam. Auctor elit sed vulputate mi sit amet mauris. Aliquam faucibus purus in massa tempor nec feugiat. Suspendisse ultrices gravida dictum fusce. Ut faucibus pulvinar elementum integer. Nisi est sit amet facilisis magna etiam tempor. Turpis cursus in hac habitasse platea. Tristique sollicitudin nibh sit amet commodo nulla facilisi. Purus non enim praesent elementum. Pellentesque nec nam aliquam sem et tortor. Donec enim diam vulputate ut pharetra sit amet. Posuere urna nec tincidunt praesent semper feugiat nibh. Lacus luctus accumsan tortor posuere. Cursus vitae congue mauris rhoncus aenean. [/vc_column_text] IK WIL GRAAG MEER WETEN [/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_single_image image="3911" img_size="full" alignment="center"][/vc_column][/vc_row][vc_row][vc_column] Ontslag in 4 stappen: [/vc_column][/vc_row][vc_row css=".vc_custom_1572274002507{margin-bottom: 30px !important;}"][vc_column][vc_column_text] Goed Geregeld tegen minimale kosten Kosten besparen tijdens een ontslag zit in een goed voorbereiding. [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row][vc_row css=".vc_custom_1572358639206{margin-bottom: 75px !important;}"][vc_column][vc_single_image image="3910" img_size="full" alignment="center"] DIRECT BIJ STAP 1 BEGINNEN [vc_raw_html el_class="#contact"]JTNDYSUyMG5hbWUlM0QlMjJjb250YWN0JTIyJTNFJTNDJTJGYSUzRQ==[/vc_raw_html][/vc_column][/vc_row][vc_row full_width="stretch_row" gap="35" css=".vc_custom_1572349455112{padding-top: 20px !important;padding-bottom: 50px !important;background-color: #b10135 !important;}"][vc_column width="1/2" css=".vc_custom_1572348893934{margin-bottom: 50px !important;}"][vc_column_text el_class="tekst-wit" css=".vc_custom_1572360826728{padding-bottom: 30px !important;}"] Direct contact Kimply dummy text of the printing and typesetting industry.Ipsum has been the industry's standard dummy text ever since thwhen an unknown printer took a galley of type and scrambled it to make a type specimen book. It has survived not only five centuries, but also the leaplectronicRimply dummy text of the printing.[/vc_column_text][vc_single_image image="3951"][vc_column_text el_class="tekst-wit" css=".vc_custom_1572349350818{padding-top: 15px !important;padding-bottom: 30px !important;}"] (0186) 751 680 [/vc_column_text][/vc_column][vc_column width="1/2"][vc_column_text el_class="tekst-wit" css=".vc_custom_1572349383950{padding-bottom: 25px !important;}"]I am text block. Click edit button to change this text. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis.[/vc_column_text][vc_column_text] Δ [/vc_column_text][/vc_column][/vc_row] ## Testimonials ### Zeer positieve ervaring met Monique Uphus "Wij hadden te maken met een klant die de factuur niet betaalde volgens de gemaakte afspraken. Uiteindelijk hebben wij besloten de kwestie uit handen te geven aan De Neef Advocaten. Dankzij de voortvarende en professionele aanpak van Monique Uphus hebben wij het openstaande bedrag succesvol geïncasseerd." ### Ik heb Remco als zeer prettig, kundig en to the point ervaren. Een rots in de branding. "Remco weet van wanten en is prettig in de omgang, schakelt snel en kan ook luisteren naar de klantwens. Mocht je problemen hebben, dan raad ik Remco van harte aan." ### Prima " No nonsense" ### Gewoon goed! "Een luisterend oor en vooral de directe communicatie vond ik erg prettig. Isis heeft het voor mij opgenomen en dat heeft goed uitgepakt  Een aanrader!" ### Een absolute aanrader! "Wij zijn zeer tevreden over de dienstverlening van De Neef Advocaten, onder leiding van Menno de Neef. De samenwerking met de verschillende advocaten en medewerkers is altijd uitstekend verlopen. In ons 24-jarig bestaan hebben wij, net als elk ander bedrijf, diverse kwesties aan hen toevertrouwd. Deze zijn zonder uitzondering altijd in ons voordeel uitgepakt. Het team toont niet alleen grote juridische expertise, maar ook betrokkenheid en oog voor detail, wat ons keer op keer vertrouwen geeft. We waarderen de persoonlijke benadering en het oplossingsgerichte karakter van het kantoor enorm. Een absolute aanrader!" ### Perfecte service en reële uitleg van mogelijkheden "De uitleg van mogelijkheden was helder. Ook de mogelijk uitkomst die je liever niet wilt horen. De uiteindelijke strategie had ook het gewenste resultaat. Met zorg en aandacht is de zaak behandeld." ### Zeer vriendelijk en er kon snel gehandeld worden "Fijne telefoongesprekken gehad en duidelijke communicatie. Meedenkend en eerlijk advies." ### Prima contact "Goed contact gehad" ### Aangenaam prettig en professioneel "De Neef Advocaten heeft mij uitstekend geholpen bij het beëindigen van een arbeidsrelatie. De dienstverlening was uitmuntend, de communicatie duidelijk en helder. Er is adequaat gehandeld. Dit heeft er mede voor gezorgd dat wij snel, zakelijk maar ook zonder verdere onnodige kleerscheuren uit elkaar zijn gegaan. Van turbulentie naar veilige landing." ### Prima "Ben goed en vakkundig geholpen" ### Snel en inhoudelijk compleet advies "Mijn casus is snel opgepakt en de gegeven adviezen zijn inhoudelijk goed geformuleerd en doorgezet naar de andere partij. Voor ons heel fijn dat we de casus niet meer zelf hoefden te verdedigen en behandelen. Tussenkomst van een advocaat heeft veel effect gehad op de uitkomst." ### Goede begeleiding aardige en correcte advocaat Wij zijn geholpen door Isis. Dat ging zeer naar wens; uiterst vriendelijke, correcte en cordate dame. Wat tegenviel is de uiteindelijke betaling. Wij als stichting zitten krap bij kas en hadden gehoopt dat het werk en het aantal uren minder zou bedragen. Het blijft een tijdrovende klus. Het is niet anders. Hopelijk niet tot de volgende keer ;) maar kan het niet anders dan zeker bij dit adres. ### Super ervaring met een onverwachts goed resultaat! Aanvankelijk was het naar ons idee een moeilijk dossier om ons recht te halen bij de tegenpartij. Door alle goede adviezen en keuzes die we gaande weg met elkaar hebben gemaakt is de zaak tot een zeer goed en deels onverwacht (positief) einde gekomen. Ondanks dat het weleens moeilijke keuzes waren of dat we nog wel door zouden gaan of niet, zijn we blij dat we hebben doorgezet! Nu alles achter de rug is kunnen we terugkijken op een lange maar succesvolle periode (ca. 1,5 - 2 jaar). Door de "De Neef Advocaten" heeft het recht voor ons zege gevierd! ### Leerzame ervaring met een gunstig verloop "Het was een leerzame ervaring, met een gunstig verloop. Niemand zit op een rechtszaak te wachten, maar als het zich toch voordoet is het fijn als je goed wordt begeleid." ### Snelle, goede communicatie en afhandeling "Inzake een incasso geholpen door Monique Uphus. Heldere en snelle communicatie. Er werd tevens een duidelijk beeld gegevens over de kans van slagen, de vervolgstappen en de daarbijbehorende kosten. Kortom: Zeer tevreden over het gehele traject." ### Actieve samenwerking op een informele manier "Bij een incassotraject heb ik de hulp ingeschakeld van Monique. Onze positieve ervaringen: de lijnen zijn kort, de communicatie verloopt prima en er is ruimte om gedurende het proces van gedachten te wisselen, om tot de juiste keuzes te komen. Van ons een positieve aanbeveling!" ### Prima afgehandeld "Deskundig alles afgehandeld, goede en snelle communicatie" ### Snel en adequaat geholpen "Binnen 24 uur een afspraak gemaakt. Duidelijk advies, zeer deskundig geholpen. Zaak snel tot een goed einde." ### Super goed geholpen "Wij zijn super goed geholpen met een eerlijk advies" ### Boven verwachting "Mr. Uphus nam altijd de tijd om zaken duidelijk uit te leggen. Heeft zelfs een behoorlijk risico genomen om mijn zaak te winnen. Ben door eigen schuld in een zeer lastig parket gekomen maar steeds is zij pal achter mij blijven staan. Ook de andere medewerkers van het kantoor waren buitengewoon hulpvaardig en vriendelijk! Ik ben erg onder de indruk van de expertise maar ook van empathie waarmee ik geholpen ben. Het was voor mij een zenuwslopend proces maar dankzij de deskundige en geduldige bijstand heb ik nooit het vertrouwen verloren." ### Korte lijnen en adequaat advies "Laagdrempelig, duidelijke uitleg en snelle hulp." ### Snel, vriendelijk en deskundig "Ik heb de diensten van De Neef advocaten een keer gebruikt en ben snel en deskundig geholpen. De medewerkers werken vriendelijk en professioneel! Als ik weer een probleem of vraagstelling heb, zal ik zeker weer contact leggen." ### De Neef heeft letterlijk zorgen weggenomen "Door de professionele en betrokken aanpak voelde ik meteen een last van m'n schouders vallen. Het was een vervelende situatie waar we inzaten maar door haar plan van aanpak is het helemaal goed gekomen." ### Menno is een kundige advocaat "De problemen die je hebt als je een advocaat nodig hebt worden door de Neef advocaten zorgvuldig bekeken. Prijs/kwaliteits verhouding is in de juiste balans." ### Veilig "Ik heb het als zeer prettig ervaren, laag drempelig, voelde vertrouwd. Er werd echt aandacht besteed aan de cases . Een eerlijk en oprecht gevoel aan over gehouden. Inmiddels zijn er paar collega's die het zelfde hebben ervaren bij jullie. De persoon staat voorop. Ga zo door." ### Naast enorm deskundig altijd persoonlijke aandacht "Prettige en professionele hulp in de breedste zin van het woord." ### Top advocaat "Korte lijnen maakt een vervelende kwestie eenvoudiger." ### Korte lijnen en goed advies "Goede ervaringen. Denken met de klant mee" ### Fantastisch "Goed geluisterd, serieus genomen, goede afwikkeling! Heel tevreden!" ### Fantastische bijstand "Snelle respons en goede afhandeling van zaken." ### Zeer correcte en goede service "Monique heeft ons geholpen inzake incasso en advisering bij huurbeheer voor een klant. Snelle afhandeling, goed zakelijk advies met uiteindelijke een overeenstemming waarbij beide partijen tevreden zijn." ### Accuraat "Snelle reactie, accuraat en het vermogen om in oplossingen te denken. Rekening houdend dat "het conflict" niet altijd met een strijd hoeft te worden beslecht." ### Prima juridisch specialist voor het oplossen van juridische problemen "Een van mijn relaties is in zwaar weer terecht gekomen, waardoor onze vordering in gevaar dreigde te komen. Door een goede communicatie vooraf en een tijdige uitvoering zijn wij geholpen om onze vordering veilig te stellen." ### Zeer deskundig en vriendelijk advocatenbureau "Ik ben zeer goed gehoord en geholpen door zowel mr. Henriquez-van de Wetering (Isis) als door mr. de Neef (Menno). Isis heeft mij met de rechtszaak het vertrouwen gegeven en uitstekend geholpen. Ook het ontvangen van de nieuwsbrief word zeer op prijs gesteld." ### Prima dienstverlening, pro-actief en adequaat "Goede samenwerking, deskundig en pro-actief advies." ### Super goed! Een echte aanrader als het nodig is "In een zeer korte periode en ondanks de feestdagen op een prettige, fijne en zeer kundige wijze geholpen. De kwestie snel geanalyseerd en vinger op de zere plek gekregen. Altijd bereikbaar, inhoudelijk sterk, helder communicerend en op een fijne vriendelijke wijze geholpen. Gevraagd en ongevraagd advies gekregen en kwestie snel weten op te lossen. Een aanrader!" ### Ik ben prima geholpen "Mijn vraag werd snel opgepakt, vervolgens overgedragen aan de juiste deskundige en na een paar uur had ik al het juiste advies ontvangen. Met die kennis kon ik vervolgens de case zelf afronden." ### Professioneel, snel en daadkrachtige hulp "Wij hebben een zeer correcte begeleiding gehad bij een ontslagprocedure. We werden snel en professioneel geholpen. De uitkomst van het advies en de begeleiding was zeer naar wens voor beiden partijen. De neef advocaten is een accuraat kantoor wat ik u zeker zou aanraden." ### Succesvol incassotraject "De Neef Advocaten heeft ons succesvol geholpen bij het incasseren van achterstallige betalingen van een klant. Remco bracht het proces duidelijk in kaart, adviseerde ons goed en kwam zijn toezeggingen steeds exact na." ### Uitermate correct en meedenkend "Zeer fijne contacten en goede informatieverstrekking over werkzaamheden. Een fijn gevoel om door de juiste mensen bij te worden gestaan." ### Professioneel, netjes, snel "Ontzettend goed geholpen door Isis. Zij kon mij precies vertellen wat de opties waren en hoe te handelen. Ze is professioneel, vriendelijk en heel goed bereikbaar." ### Geweldig "Heb met Isis van de Wetering een super contact gehad, per telefoon, mail, APP. Isis begreep wanneer er geschakeld moest worden en heeft aan een half woord genoeg, dit werk zo fijn!!" ### Keurig geholpen met opstellen algemene voorwaarden "Geen poespas, duidelijk verhaal. Zowel uitleg van algemene voorwaarden als kosten voor het opstellen hiervan. Prima!!" ### Buitengewoon prettige hulp en empathische bijstand "Isis en Menno hebben mij bijgestaan in de juridische onderhandeling bij een ontslagprocedure met wederzijds goedvinden. Gedurende het proces heb ik goed kunnen samenwerken met Isis vanwege haar kennis en betrokkenheid. Het eindresultaat is dan ook naar mijn volle tevredenheid." ### Prima expertise, fijne manier van werken "In een zaak die erg onoverzichtelijk was en waar we zelf niet goed raad mee wisten, heeft Monique Uphus ons prima geholpen en dat heeft ertoe geleid dat wij tevreden zijn met de uiteindelijke oplossing van dit bouwtechnisch geschil. Er waren erg veel punten van onenigheid, maar door de samenwerking met Monique is alles overzichtelijk op papier gekomen zonder rechtszaak geregeld." ### Snelle kundige support wanneer dat nodig is! "Snelle kundige support wanneer dat nodig is! Goed en inhoudelijk correct advies, snelle korte communicatielijnen." ### Vakspecialist "Voor een incassotraject hebben wij De Neef Advocaten gevraagd om ons te ondersteunen. Monique heeft ons hierbij volledig ontzorgd, zodat wij ons op onze business konden richten. De incasso is vlekkeloos afgerond ik raad De Neef Advocaten sterk aan!" ### Tevreden "Prima, to the point." ### Tevreden "Zeer tevreden over de service!"