NOW 3.0.

Eind augustus 2020 kondigde het kabinet de verlenging van de NOW-regeling aan. Inmiddels is  ‘NOW 3.0’ in werking getreden en wel op 1 oktober 2020. De NOW 3.0 geldt tot 1 juli 2021. Voor een toelichting op NOW 1.0 en NOW 2.0 wordt verwezen naar onze eerdere blogs (werktijdverkorting ingetrokken, de now-regeling bijna van start, verruiming now-regeling, now-regeling verlengd en aangepast).

Wat houdt NOW 3.0 in het kort in?

Voorwaarden

Tijdvakken

De NOW 3.0 beslaat drie verschillende tijdvakken:

  • 1 oktober 2020 tot en met 31 december 2020 (tijdvak 1);
  • 1 januari 2021 tot en met maart 2021 (tijdvak 2); en
  • 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021 (tijdvak 3). 

Elk tijdvak kent zijn eigen voorwaarden voor het al dan niet toekennen van een tegemoetkoming. 

Omzetdaling

Wil de werkgever voor de NOW 3.0 tegemoetkoming in aanmerking komen, dan moet er sprake zijn van een omzetdaling van ten minste 20% respectievelijk 30%, afhankelijk van het betreffende tijdvak.

Het omzetbegrip is niet veranderd, ofwel is gelijk aan NOW 2.0.

Meetperiode

De meetperiode voor het bepalen van de omzetdaling, kan gelijk lopen met het betreffende tijdvak. Het staat de werkgever vrij een meetperiode te kiezen, maar de startdatum van de gekozen periode moet wel altijd op de eerste van de maand liggen én deze startdatum moet in het betreffende tijdvak vallen. Voor het eerste tijdvak kan dus gekozen worden voor een meetperiode met startdatum 1 oktober 2020, 1 november 2020 of 1 december 2020.

Is er al een NOW 2.0 tegemoetkoming toegekend dan moet de meetperiode aansluiten op de meetperiode voor de omzetdaling waarvoor de NOW 2.0 tegemoetkoming is aangevraagd. Dit geldt ook voor het tweede en derde tijdvak van NOW 3.0.

Hoogte tegemoetkoming

De tegemoetkoming wordt – in beginsel – gebaseerd op de loonsom van juni 2020. Voor tijdvak 1 geldt een percentage per maand van maximaal 80% van de loonsom, voor tijdvak 2 een percentage van 70% van die loonsom en voor tijdvak 3 een percentage van 60%. Het gaat hier om maximale percentages. Is in bijvoorbeeld in tijdvak 1 sprake van een omzetdaling van 100% dan is de tegemoetkoming 80% van de totale loonsom. Bij een lagere omzetdaling wordt de tegemoetkoming evenredig vastgesteld. Zo zal bij een omzetdaling van 50% de tegemoetkoming 50% van het maximale percentage bedragen, dus voor tijdvak 1: 50% van 80% = 40% van de loonsom.

Loonsom

Uitgangspunt is de loonsom van juni 2020 (referentieperiode). UWV gaat uit van de gegevens uit de loonaangifte bij de belastingdienst. Als de loonaangifte voor juni 2020 ontbreekt, dan gaat UWV uit van de loonsom van april 2020.

Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming wordt de loonsom vergeleken met de loonsom over de door de werkgever gekozen meetperiode waarover de tegemoetkoming (bij wijze van voorschot) is ontvangen.  Het kan voorkomen dat de loonsom over de meetperiode lager blijkt te zijn dan in de referentieperiode. Denk aan werknemers die uit dienst zijn gegaan of niet meer zijn opgeroepen. Onder NOW 3.0 bestaat in dat geval de mogelijkheid de loonsom tot een bepaald percentage te laten dalen, zónder dat dit invloed heeft op de tegemoetkoming: het vrijstellingspercentage. Dat vrijstellingspercentage bedraagt voor tijdvak 1: 10%, voor tijdvak 2: 15% en voor tijdvak 3: 20%. Blijkt bijvoorbeeld dat in tijdvak 1 de loonsom ten opzichte van (driemaal) de loonsom in juni 2020 is gedaald met maximaal 10%, dan heeft dat geen invloed op de tegemoetkoming.

Maximaal dagloon

In tijdvak 1 geldt verder dat per werknemer maximaal tweemaal het maximumdagloon per maand wordt vergoed. Dit geldt ook voor tijdvak 2. Voor tijdvak 3 geldt een maximum van éénmaal het maximumdagloon per maand (per 1 juli 2020: € 4.845,47 bruto).

Concern

Ook onder NOW 3.0 geldt dat als er sprake is van een concern, voor de omzetdaling gekeken wordt naar de gehele groep. De samenstelling van het concern op 1 oktober 2020 is daarbij bepalend. Er wordt uitgegaan van de laatste vóór 1 oktober 2020 vastgestelde jaarrekening. 

Korting op de tegemoetkoming

Onder NOW 1.0 en NOW 2.0 werd de werkgever op de tegemoetkoming gekort als hij voor een werknemer ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvroeg: een korting van 150% van het loon van de werknemer onder NOW 1.0 en van 100% onder NOW 2.0. Verder kende NOW 2.0 een korting van 5% op de gehele tegemoetkoming als de werkgever bij een collectief ontslag (meer dan 20 werknemers binnen drie maanden) géén overeenstemming bereikt had met de vakbonden of werknemersvertegenwoordiging. Deze kortingen zijn onder NOW 3.0 vervallen.

NOW 3.0 kent wel een nieuwe korting: de werkgever is verplicht zich in te spannen om  werknemers te stimuleren een ontwikkeladvies aan te vragen of scholing te volgen met het oog op behoud van werk. Deze verplichting bestond al maar wordt onder de NOW 3.0 gesanctioneerd bij niet nakoming. De werkgever die tijdens het tijdvak waarvoor subsidie is  ontvangen voor één of meerdere werknemers op grond van bedrijfseconomische redenen ontslag wil aanvragen bij UWV, is in dit kader verplicht contact op te nemen met UWV met de vraag hoe UWV kan ondersteunen bij ‘van werk naar werk’-begeleiding. Doet hij dit niet dan geldt een korting van 5% op de gehele tegemoetkoming. Als de werkgever in meerdere tijdvakken ontslagaanvragen indient, zal de werkgever in al deze tijdvakken contact op moeten nemen met het UWV.

Dividend en bonussen

Uitgangspunt blijft dat de tegemoetkoming niet mag worden gebruikt voor dividenduitkeringen of het betalen van bonussen, noch voor het inkopen van eigen aandelen. De werkgever die een tegemoetkoming ontvangt mag over 2020 in beginsel aan de aandeelhouders geen dividend of op andere manier winst uitkeren. Over 2020 mogen aan de directie/het bestuur geen bonussen of (andere) winstdelingen uitgekeerd worden. Dit geldt overigens alleen als het voorschot op de tegemoetkoming € 100.000, – of meer bedraagt of als de hoogte van de tegemoetkoming definitief wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer. Bij het niet naleven van deze verplichting bestaat geen recht op een tegemoetkoming, omdat daarmee niet aan de voorwaarden daarvan onder de NOW 3.0 is voldaan. Het reeds ontvangen voorschot moet dan door de werkgever terugbetaald te worden.  

Aanvraag

Tijdvak 1: UWV streeft ernaar het aanvraagloket te openen op 16 november 2020. De aanvraagperiode loopt tot met 13 december 2020.

Tijdvak 2: De tegemoetkoming kan worden aangevraagd van 15 februari 2021 tot en met 14 maart 2021.

Tijdvak 3: De tegemoetkoming kan worden aangevraagd van 17 mei 2021 tot en met 13 juni 2021.

Bij toekenning ontvangt de aanvrager – in drie termijnen – een voorschot van 80%. De aanvraag kan alleen gedaan worden met een formulier dat op de website van UWV ter beschikking wordt gesteld. De beslistermijn is 13 weken, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag. Het eerste voorschot kan tegemoet gezien worden binnen 2 à 4 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. Voor ieder tijdvak dient een eigen aanvraag gedaan te worden. De definitieve vaststelling voor de drie tijdvakken zal in één keer gebeuren, vanaf 1 september 2021.

Isis Henriquez – van de Wetering